﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29538-71/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2007-2008</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_5_7__1.1" markup="1xa"></versie>
    <vervangt>NDS14867</vervangt>
    <ordernr>KST115986</ordernr>
    <vergjaar>2007-2008</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 538</nummer>
      <naam>Zorg en maatschappelijke ondersteuning</naam>
    </onderw>
    <onderw>
      <nummer>31 200 XVI</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2008</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>71</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 4 maart 2008</datum>
      <al>In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal vragen ter beantwoording
voor te leggen aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over de brief van 20 december 2007 inzake het definitieve financiële
beeld van de subsidieregeling personele gevolgen Wmo in het jaar 2007 (Kamerstuk
29 538/31 200 XVI, nr. 68).</al>
      <al>De op 1 februari 2007 toegezonden vragen zijn met de door de staatssecretaris
bij brief van 3 maart 2007 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Smeets</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Teunissen</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Vragen van de SP-fractie</tuskop>
      <tuskop letat="rom">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is uw reactie op het onderzoek van de AbvaKabo
onder thuiszorginstellingen over de verwachte verschuiving van personeel in
loondienst naar het bemiddelen van alfahulpen?<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref></nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De cijfers zoals deze door de AbvaKabo zijn gepresenteerd kan ik niet
bevestigen. Zoals ik meermaals in uw Kamer heb aangegeven, ben ik tegen de «gedwongen»
alfahulpconstructie. In de tussenrapportage over de Wmo van 15 februari
jongstleden heb ik maatregelen aangekondigd waarmee deze verschuiving wordt
tegengegaan.</al>
      <tuskop letat="rom">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke maatregelen heeft u getroffen om te voorkomen
dat 25 000 tot 30 000 helpenden in de thuiszorg worden omgeruild
voor alfahulpen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf het moment van mijn aantreden, heb ik langs verschillende wegen
actief aan een oplossing gewerkt om gedwongen alfahulp en gedwongen ontslagen
in de thuiszorg – zoveel als mogelijk – te voorkomen:</al>
      <al>– In bestuurlijke overleggen met gemeenten, aanbieders en bonden
is afgesproken om (vooral op lokaal niveau) oplossingen te vinden en –
daar waar mogelijk – nadere afspraken te maken. Op basis daarvan is
op 19 juni 2007 op landelijk niveau een convenant gesloten met betrokken
partijen. Ik heb uw Kamer daarover in eerdere brieven over de Wmo gerapporteerd.</al>
      <al>– Dat geldt ook voor de subsidieregeling 2007, gericht op het oplossen
van de problemen op de arbeidsmarkt. Zorgaanbieders konden uit hoofde van
het amendement Joldersma/Bussemaker (Kamerstukken II 2006–2007, 30 800
XVI, nr. 68) subsidie krijgen om de noodzakelijke verschuiving in het
personeelsbestand geleidelijk in te voeren.</al>
      <al>– Op initiatief van VWS hebben betrokken (keten)partners gezamenlijk
een mobiliteitscentrum thuiszorg (MCT) opgericht, waar medewerkers van werk
naar werk worden begeleid, bij voorkeur in de thuiszorg.</al>
      <al>– Voor 2008 komt er een nieuwe subsidieregeling, wederom gericht
op het behoud van medewerkers in de zorg. Dit vanuit de gedachte dat er sprake
is van een transitieprobleem op de lokale arbeidsmarkt. In de subsidieregeling
2008 worden de ervaringen met de regeling van 2007 verwerkt.</al>
      <al>– Ik heb aan gemeenten en thuiszorgaanbieders een handreiking ter
beschikking gesteld om bij aanbesteding sociale en arbeidsmarkteffecten een
goede plek te geven.</al>
      <al>– In de Kamer heb ik toegezegd om wettelijke maatregelen te onderzoeken
en gereed te houden, als nader ingrijpen noodzakelijk zou zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over die maatregelen heb ik u per brief van 15 februari jongstleden
geïnformeerd.</al>
      <tuskop letat="rom">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bent u van mening dat de toegenomen inzet van alfahulpen
in de huishoudelijke zorg en hulp voorkomen moet worden? Zo ja, waarom? Zo
neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ja. We zien bij de huishoudelijke hulp een toename van de inzet van alfahulpen,
vaak min of meer gedwongen. Deze «gedwongen» overgang naar alfahulp
is – ik heb dat meermaals gesteld – ongewenst, zowel vanuit het
perspectief van de cliënt, als vanuit het perspectief van de medewerker(s)
in de thuiszorg. </al>
      <tuskop letat="rom">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel alfahulpen zijn er op moment werkzaam in de
thuiszorg en hoeveel waren dat er per 1/01/07?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment laat ik een onderzoek uitvoeren om de toename van het aantal
alfahulpen zo goed mogelijk in kaart te brengen. Over de resultaten van dit
onderzoek zal ik u in de derde voortgangsrapportage over de Wmo berichten.</al>
      <tuskop letat="rom">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het blijkt dat de thuiszorginstellingen op grote schaal
alfahulpen werven, sommige alfahulpen wordt 10 dagdelen per week werk aangeboden,
is het mogelijk om in de alfahulpconstructie meer dan 2 tot 3 dagdelen te
werken? Zo ja, welke gevolgen heeft dat voor de alfahulp en haar cliënt
voor de belastingdienst, de arbeidsrelatie, het eventueel doorbetalen van
de alfahulp bij ziekte door de cliënt etc.? In hoeverre is er sprake
van een bemiddelingsfunctie van de thuiszorginstellingen, en aan welke voorwaarden
moet een instelling voldoen? Is er niet sprake van een verkapt werkgever-werknemerverband,
en hoe en door wie wordt toezicht gehouden dat zich hier geen onwettige praktijken
afspelen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een alfahulp behoort volgens de voorwaarden van de Regeling dienstverlening
aan huis te werken. Dit betekent dat de hulp maximaal drie dagen per week
bij de cliënt aan het werk mag zijn. Het maakt daarbij niet uit of dit
2 uur per dag of 8 uur per dag is. De cliënt is de werkgever van
de alfahulp. De alfahulp moet de inkomsten opgeven bij de Belastingdienst.
De cliënt is verplicht om bij ziekte de alfahulp 6 weken door te betalen.</al>
      <al>De thuiszorginstelling zorgt voor de bemiddeling tussen de alfahulp en
de cliënt en heeft standaardovereenkomsten die gebruikt kunnen worden
om afspraken vast te leggen. Vaak zorgt de thuiszorginstelling ook voor aanvullende
diensten, zoals het betalen van de alfahulp uit naam van de cliënt. Daarmee
loopt de thuiszorginstelling inderdaad het risico dat er in de zin van de
wet een werknemer-werkgeverrelatie ontstaat tussen de alfahulp en de thuiszorginstelling.
De Belastingdienst ziet er op toe dat er geen onwettig gebruik wordt gemaakt
van de Regeling dienstverlening aan huis.</al>
      <tuskop letat="rom">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Acht u het wenselijk dat thuiszorginstellingen door
middel van het werken met alfahulpen de kans krijgen hun werkgeversrol te
minimaliseren of zelfs af kunnen stoten? Zo ja, waarom, zo nee, wat gaat u
ondernemen en op welke termijn om hier paal en perk aan te stellen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik graag naar mijn tussenrapportage
Wmo d.d. 15 februari jl. In algemene zin acht ik het niet wenselijk dat
de alfahulp-constructie om oneigenlijke redenen wordt ingezet.</al>
      <tuskop letat="rom">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het blijkt uit berichten die de SP krijgt, en uit de
berichten van vakbonden dat veel thuiszorgpersoneel dat werkte in de huishoudelijke
zorg, de keuze krijgt tussen een eenmalige premie, het kunnen blijven werken
bij de vaste cliënt in alfahulpverband of het in loondienst kunnen blijven
onder slechtere omstandigheden zoals veel groter werkgebied, wisselende cliënten
etc. Ook wordt veelal gedreigd met ontslag en het faillissement van de organisatie
als men het niet accepteert. Veel thuiszorgmedewerkers accepteren de premie
en de alfahulpconstructie. Dit gebeurt nu al en zal naar verwachting niet
plaatsvinden na de herindicaties. Wat gaat u nu ondernemen om te voorkomen
dat bij na de herindicatieronde en voor de volgende aanbestedingsronde de
thuiszorginstellingen beschikken over 80% alfahulpen en
20% hulpen in loondienst opdat zij scherp prijzen kunnen aanbieden
aan de gemeenten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook ik heb signalen gekregen van deze manier van «werven»
van alfahulpen. Ik vind een «gedwongen» alfahulpconstructie een
onwenselijke situatie. Ook vanuit de cliënt gezien is dat onwenselijk,
omdat zij meestal niet beseffen dat zij werkgever zijn van de alfahulp. Ik
heb daarom in de tussenrapportage over de Wmo een wetswijziging aangekondigd,
die maakt dat zorg in natura de norm is in de Wmo.</al>
      <tuskop letat="rom">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Er zijn ook thuiszorginstellingen die het personeel
uit de huishoudelijke verzorging elders in de organisatie banen en opleiding
aanbieden om ontslag en de keuze alfahulp te voorkomen. Er is binnen deze
instellingen niet voldoende werk voor deze mensen omdat bij de nieuwe cliënten
en de cliënten na herindicatie enkel een alfahulp kan worden ingezet.
Bij andere onderdelen van deze instellingen zijn ernstige tekorten aan personeel,
zoals in de kraamzorg. Deze instellingen betalen de opleidingskosten en de
personeelskosten zelf. Het omscholen van een helpende B naar bijvoorbeeld
kraamverzorging, kost al snel 25 000 euro per persoon. De instellingen
blijken geen aanspraak te kunnen maken op de 20 mln. euro. Waarom kan dit
niet? Kan het resterende bedrag niet alsnog aan deze instellingen uitgekeerd
worden? Zo ja, op welke termijn gaat u dit organiseren? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Genoemde instellingen voldeden niet aan de voor 2007 vigerende regeling
op grond waarvan uitvoering werd gegeven aan het amendement Joldersma/Bussemaker.
Ik hecht zeer aan een rechtmatige uitvoering van de begroting. Uit hoofde
van de Comptabiliteitswet (in casu het verplichtingen-kasstelsel) vallen onbesteedde
middelen in enig jaar «vrij» voor het financieringssaldo. Ik juich
toe dat zorginstellingen zelf zorgen dat het personeel voor de sector behouden
blijft en vind dat ook primair hun verantwoordelijkheid. Voor 2008 is er in
totaal 40 mln euro beschikbaar om te zorgen dat personeel zo veel mogelijk
wordt behouden voor de zorgsector. Daartoe is momenteel een nieuwe regeling
in voorbereiding. Ik zal u daarover zo spoedig mogelijk informeren.</al>
      <al>Overigens is het voor een verzorgende B tamelijk eenvoudig om over te
stappen naar een functie als kraamverzorgster. Beide functies hebben dezelfde
basisopleiding.</al>
      <tuskop letat="rom">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke instellingen hebben ondanks aanvraag voor de
subsidie geen subsidie ontvangen en wat waren daarvoor de redenen? De SP-fractie
wil graag een uitgebreid verslag van dit traject. Wanneer kan de kamer dit
tegemoet zien?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke instellingen hebben wel gebruik kunnen maken
van de 20 miljoen euro? Hoe is de verdeling van de 7000 werknemers in functie,
dus hoeveel helpenden A, hoeveel helpenden B of andere functies. In hoeveel
gevallen betrof het loonsuppletie, hoe hoog en hoe lang was deze loonsuppletie?
Hoeveel mensen zijn omgeschoold en naar welke functie zijn deze mensen omgeschoold?
Waren er mensen die niet in aanmerking kwamen voor omscholing en wat was hiervoor
de reden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik heb u in mijn brief van 20 december 2007 (29 538, nr. 68)
geïnformeerd over de besteding van de gelden van de subsidieregeling
2007. De 21 thuiszorgorganisaties die een afwijzing hebben ontvangen zijn
allen afgewezen omdat ze niet op tijd een complete aanvraag hebben kunnen
indienen. Er heeft dus geen afwijzing plaatsgevonden op grond van inhoudelijke
toetsing aan de subsidieregeling. Bijgaand treft u een lijst aan welke organisaties
subsidie hebben aangevraagd (bijlage 1)<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref>. Het
type medewerkers waarvoor subsidie is aangevraagd, betreft voornamelijk
thuishulpen A en/of verzorgingshulpen B. Bij de aanvragen zijn voornamelijk
bijdragen gevraagd voor loonsuppletie (44%), omscholing (24%)
en outplacementactiviteiten (15%).</al>
      <al>Uw vraag op welke wijze de subsidiemiddelen daadwerkelijk zijn ingezet
kan ik op dit moment nog niet beantwoorden. De verantwoording van de wijze
waarop de subsidies aan de 18 thuiszorginstellingen zijn ingezet heeft nog
niet plaatsgevonden. Dit vindt medio 2008 plaats.</al>
      <tuskop letat="rom">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel Mobiele Centra Thuiszorg zijn inmiddels waar
actief?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is een landelijk Mobiltieitscentrum Thuiszorg (MCT). Het MCT opereert
als coördinatiecentrum voor de 12 regionale en 127 lokale servicepunten.</al>
      <tuskop letat="rom">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel mensen hebben zich tot nu toe gemeld bij de
MCT, welke functie en welk opleidingsniveau hadden deze mensen? Hoeveel van
hen hebben een vast dienstverband gekregen en hoeveel een kort dienstverband?
Hoe is de verdeling over de (zorg)sectoren van deze groep?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Mobiliteitscentrum Thuiszorg (MCT) inventariseert op dit moment de
meldingen. Veel van deze trajecten lopen immers nog of zijn van recente datum.
In de derde voortgangsrapportage over de Wmo zal ik u informeren over de meldingen
die bij het MCT zijn binnengekomen.</al>
      <tuskop letat="rom">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is uw reactie op de berichten over de eerste resultaten
Meldpunt (her)indicatie? Wat is uw reactie op het feit dat binnen drie weken
200 mensen gemeld hebben en dat 76% van de melders vindt dat ze door
het indicatiebesluit onvoldoende in staat is zelfstandig een eigen huishouding
te voeren?<voetref refid="v5.1" nr="1"></voetref></nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik ben blij dat er een meldpunt is waar dit soort signalen binnenkomen.
Ik word goed op de hoogte gehouden door het meldpunt. Ik neem de signalen
die daar binnenkomen zeer serieus. Gezien de omvang van het aantal personen
dat een Wmo-beschikking heeft ontvangen in de afgelopen maanden (circa 300 000
mensen), is het belangrijk dat dit meldpunt er is.</al>
      <al>Het is eerst en vooral de gemeente die aanspreekpunt is als mensen het
oneens zijn met de indicatie en de beschikking van de gemeente. Zoals ik in
de tweede voortgangsrapportage over de Wmo (Kamerstukken II 2007–2008,
29 538, nr. 58) heb aangegeven vind ik het van belang dat daar waar
signalen komen dat ondersteuning onvoldoende is, nader onderzoek nodig is.</al>
      <tuskop letat="rom">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bent u nog steeds van mening dat de indicatie per telefoon
kan worden uitgevoerd? Zo ja, waarom? Zo nee, welke maatregelen gaat u treffen
om er voor te zorgen dat alle mensen middels een huisbezoek worden ge(her)indiceerd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik in mijn tweede voortgangsrapportage over de Wmo heb aangegeven
blijkt uit het onderzoek van Research voor Beleid (zomer 2007) dat gemeenten
over het algemeen goed laten indiceren, ook daar waar het de telefonische
indicaties betreft. Ook blijkt uit dit onderzoek dat gemeenten voldoen aan
de compensatieplicht. In veel gevallen worden de indicaties telefonisch gesteld.
Ik vind dit vanuit doelmatigheid en klantperspectief een goed vertrekpunt.
Daarbij is het wel van belang dat gemeenten de signalen van professionals
over de behoefte van cliënten serieus nemen. Maar in het
algemeen is het de vraag of indiceren altijd via formele bureaucratische regels
moet verlopen. Je krijgt dan een lokale AWBZ-bureaucratie gaan opbouwen met
een papierwinkel. Professionals als wijkpleegkundigen, buurtwerkers, vrijwilligersorganisaties
en woningcorporaties kunnen een belangrijke rol spelen.</al>
      <tuskop letat="rom">14 en 15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt het meldpunt herindicatie van de cliëntenverenigingen
onder de aandacht gebracht van de mensen die geherindiceerd worden?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Brengen alle gemeenten mensen op de hoogte van de mogelijkheid
hun ervaringen te melden bij het meldpunt herindicatie en het indienen van
bezwaar tegen de indicatie? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De landelijke belangenverenigingen van cliënten brengen haar leden
op de hoogte van dit meldpunt. Het is ook hun/haar initiatief. Gemeenten wijzen
in het loket en in hun beschikking cliënten op de mogelijkheid van bezwaar
en beroep.</al>
      <tuskop letat="rom">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Heeft u bij uw belronde onder de 77 gemeenten ook gevraagd
naar de waargenomen en onderzochte effecten van de gemeenten voor cliënten?
Zo ja, wanneer kan de Kamer daar verslag van krijgen? Zo neen, waarom niet?
Bent u bereid een nieuwe belronde onder gemeenten en de thuiszorgaanbieders
die de zorg in de gemeenten leveren te laten uitvoeren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de enquête die ik in december 2007 heb gehouden is niet gevraagd
naar de ervaring van cliënten. Wel bleek uit de enquête dat er
nog maar in beperkte mate sprake was van bezwaarschriften. In een breder onderzoek
dat ik op dit laat uitvoeren zal wel de cliënttevredenheid onder de mensen
met een herindicatie worden meegenomen. Over de resultaten van dit onderzoek
zal ik u – zoals reeds aan de Kamer toegezegd – in de derde voortgangsrapportage
informeren. De resultaten van de enquête onder 77 gemeenten uit december
heb ik u met de tussenrapportage meegestuurd.</al>
      <tuskop letat="rom">17 en 18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel mensen wachten met een indicatie op huishoudelijke
zorg? Hoe lang moeten deze mensen gemiddeld wachten? Is deze vraag meegenomen
in de belronde onder de 77 gemeenten? Zo ja, wat was het antwoord? Zo neen,
waarom niet?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Zijn er wachtlijsten voor huishoudelijke zorg? Zo ja,
hoe lang zijn deze? Indien dit niet bekend is, bent u dan bereid daar op korte
termijn onderzoek naar te doen? Zo ja, wanneer kunt u de Kamer daarover inlichten?
Zo neen, bent u bereid in februari 2008 een belronde te doen bij een representatief
aantal zorginstellingen en daar navraag te doen naar wachtlijsten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de enquête zijn geen cijfers over wachttijden gevraagd. Gemeenten
zijn gehouden aan de compensatieplicht en moeten er daarom voor zorgen dat
de wachtlijsten tot een minimum beperkt blijven. Hierover kunnen gemeenten
in hun contracten met zorgaanbieders afspraken maken.</al>
      <tuskop letat="rom">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer kan de Kamer een verslag van het telefonisch
onderzoek dat uw ministerie heeft gedaan onder 77 gemeenten verwachten? Wat
is precies onderzocht en hoe? Welke vragen zijn gesteld en met wie (functie)
is bij de gemeenten gesproken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De resultaten van de enquête zijn met de tussenrapportage Wmo (d.d.
15 februari 2008) meegezonden. </al>
      <tuskop letat="rom">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">U stelt dat u tot de conclusie bent gekomen dat de
gemeenten de herindicaties voortvarend en verantwoordelijk hebben opgepakt?
Op basis van welke gegevens trekt u deze conclusie, en wat verstaat u onder
voortvarend en verantwoordelijk oppakken in deze? Wat is uw definitie van
voorvarend en verantwoordelijk?<voetref refid="v7.1" nr="1"></voetref></nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze conclusie trek ik na de enquête die ik heb laten doen in december
en uit het feit dat er veelvuldig gebruik is gemaakt van de Operatie Herindicatie.
Gemeenten zijn op tijd begonnen met nadenken hoe zij de herindicaties willen
oppakken en hebben er voor gezorgd dat mensen op tijd een Wmo-beschikking
hebben op grond waarvan zij ondersteuning ontvangen.</al>
      <tuskop letat="rom">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel van de 300 000 herindicaties zijn inmiddels
daadwerkelijk uitgevoerd? Hoeveel mensen hebben een voorlopige beschikking
gekregen en waarom?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Iedere overgangscliënt in Nederland heeft een nieuwe beschikking.
Uit de enquête onder gemeenten van december 2007 blijkt dat gemeenten
dat op verschillende manieren hebben opgepakt. Zo is niet elke cliënt
daadwerkelijk opnieuw geïndiceerd. Het merendeel van de gemeenten heeft
bijvoorbeeld gekozen om mensen boven de 75 jaar niet opnieuw te indiceren,
maar een nieuwe beschikking te geven op basis van hun AWBZ-indicatie. Daarnaast
heeft ongeveer eenderde deel van de gemeenten gekozen voor een tijdelijke
ambtshalve beschikking. Dat wil zeggen dat de AWBZ-indicatie nog voor een
bepaalde tijd (bijvoorbeeld tot 1-1-2009) doorloopt. Ik weet niet precies
hoeveel cliënten een ambtshalve beschikking hebben gehad en hoeveel cliënten
daadwerkelijk opnieuw geïndiceerd zijn. Van belang is dat gemeenten zorgvuldig
hebben gehandeld en dat de hulp aan mensen die dit nodig hebben gecontinueerd
kan worden.</al>
      <tuskop letat="rom">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het blijkt dat naar verwachting 35 000 cliënten
geconfronteerd worden met een verhoging van de eigen bijdrage Wmo ten gevolge
van het vervallen van de overgangsregeling. Afgelopen week hebben deze mensen
een brief ontvangen van het CAK. Had dit niet voorkomen kunnen worden? Zo
ja, hoe had dit voorkomen kunnen worden en waarom is dit niet gebeurd? Zo
neen, waarom zijn deze mensen pas afgelopen week van deze verhoging op de
hoogte gebracht?<voetref refid="v7.2" nr="2"></voetref></nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een aantal cliënten heeft na het aflopen van het overgangsrecht inderdaad
te maken met een hogere eigen bijdrage. Het gaat daarbij alleen om overgangscliënten
die in 2007 niet de maximale eigen bijdrage betaalde én in gemeenten
waar sprake is van een hoger uurtarief voor hulp bij het huishouden. Alle
overgangscliënten hebben al eerder, in december 2006, een aankondiging
ontvangen over de overgangsregeling en de daarmee samenhangende eigen bijdrage.
De hoogte van de nieuwe eigen bijdrage kon aan deze groep cliënten pas
bekend gemaakt worden nadat het CAK de nieuwe uurtarieven 2008 voor de Wmo
van de betreffende gemeenten had ontvangen. Deze gegevens heeft het CAK in
januari van deze gemeenten ontvangen. Daarna zijn de cliënten zo snel
mogelijk geïnformeerd over de exacte hoogte van de eigen bijdrage in
2008. Op deze wijze was het mogelijk alleen die cliënten te informeren,
die daadwerkelijk een hogere eigen bijdrage ten gevolge van een hoger tarief
in hun gemeente moeten gaan betalen. </al>
      <tuskop letat="rom">23</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel gemeenten hebben inmiddels aangegeven dat zij
in 2008 te maken krijgen met een te beperkt budget ten gevolge van het objectieve
verdeelmodel? Welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat dit gevolgen
gaat hebben voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de huishoudelijke zorg
aan kwetsbare burgers.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In 2007 is in overleg met de VNG besloten tot invoering van het objectieve
verdeelmodel vanaf 2008. Belangrijk daarbij is dat het herverdeeleffect
van wijzigingen in het gemeentefonds, voor geen enkele gemeente groter mag
zijn dan € 15,00 per inwoner per jaar. Om dit te bereiken is een
suppletieregeling ingesteld die het herverdeeleffect over meerdere jaren uitsmeert.
Deze afspraak is bekrachtigd in het bestuursakkoord met gemeenten.</al>
      <al>Naar aanleiding van het besluit van de invoering van het objectieve model
vanaf 2008 heeft een beperkt aantal gemeenten mij daarover een brief
geschreven. Uit die brieven bleek dat zij vaak niet bekend waren met de suppletieregeling
die in de gemeentefondscirculaire is opgenomen. In mijn antwoord heb ik hen
daar alsnog op gewezen.</al>
      <tuskop letat="rom">24</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het kabinet heeft een commissie ingesteld die de Wmo
gaat evalueren<voetref refid="v8.1" nr="1"></voetref>. Hoe ziet het onderzoek eruit?
Wat is de onderzoeksopzet? Wat gaat onderzocht worden en hoe? Wie hebben plaatsgenomen
in de commissie en waarom is gekozen voor deze mensen? Zijn de vakbonden,
zorginstellingen en vertegenwoordigers van cliënten ook vertegenwoordigd
in deze commissie? Wanneer kan de Kamer de eerste resultaten van de evaluatie
verwachten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Wmo is in artikel 24 opgenomen dat de wet periodiek, telkens na
vier jaar, zal worden geëvalueerd. De eerste evaluatie dient binnen drie
jaar, aan het eind van 2009, aan de Staten-Generaal te worden verzonden. Het
plan van aanpak voor de eerste evaluatie van de Wmo is u bij de tweede voortgangsrapportage
over de Wmo (Kamerstukken II 2007–2008, 29 538, nr. 58) toegezonden.
Op basis van dit plan van aanpak heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau
een onderzoeksvoorstel opgesteld. Gezien de relatief korte periode waarbinnen
deze eerste evaluatie plaatsvindt, concentreert het evaluatie-onderzoek zich
vooral op de totstandkoming, inhoud en uitvoering van het Wmo-beleid van gemeenten
en op de effecten van het gemeentelijk beleid voor de categorie burgers met
beperkingen. Alle verzoeken van de Tweede Kamer die bij de wetsbehandeling
aan de orde zijn geweest zullen worden meegenomen in de evaluatie.</al>
      <al>Het SCP zal bij haar evaluatie ook gebruik maken van reeds beschikbaar
en lopend onderzoek naar de Wmo, zoals bijvoorbeeld de arbeidsmarkteffecten
van de Wmo en het huidige onderzoek naar de effecten van de herindicatie in
de Wmo.</al>
      <al>Ter begeleiding van het onderzoek is een wetenschappelijke begeleidingscommissie
in het leven geroepen almede een klankbordcommissie van vertegenwoordigers
van gemeenten, aanbieders en vragers. In de klankbordcommissie van de evaluatie
van de Wmo, die onder voorzitterschap staat van dhr. H. Simons, zijn vertegenwoordigers
van de VNG en enkele gemeenten, ActiZ, de VGN, de CG-raad, Mezzo, Zorgbelang
Nederland, CSO, en het ministerie van VWS en BZK vertegenwoordigd.</al>
      <tuskop letat="rom">25</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoeveel gemeenten gaan in 2008 (opnieuw) aanbesteden?
Komt er een onderzoek naar in welke mate zij uw aanbevelingen uit verantwoord
aanbesteden overnemen, en in hoeverre er in het bestek rekening gehouden wordt
met de kwaliteit van de zorgverlening en de arbeidspositie van de werknemers
in de huishoudelijke zorg? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van het onderzoek van Research voor Beleid van maart 2007, die
u als bijlage bij de eerste voortgangsrapportage Wmo heeft ontvangen, kan
geconcludeerd worden dat 50% van de gemeenten uiterlijk voor 1-1-2009
opnieuw moet of kan aanbesteden. Van deze gemeenten heeft het merendeel de
optie opgenomen om het contract met één jaar of twee keer één
jaar te verlengen. Nog eens 45% zal uiterlijk voor 1-1-2010 een nieuw
contract afsluiten. Ook bij deze groep geldt dat een optie tot verlenging
is opgenomen.</al>
      <al>Ik wil graag onderzoeken in welke mate de aanbevelingen tot sociaal overwogen
aanbesteden zijn meegenomen bij deze nieuwe aanbestedingsronde.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen VVD-fractie</tuskop>
      <tuskop letat="rom">26, 27 en 28</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In uw brief geeft u aan dat een strikte sluitingsdatum
voor subsidieaanvragen is gehanteerd (15 oktober). Waarom is zo streng
aan die datum vastgehouden, terwijl gelijktijdig de informatieverstrekking
over die subsidiemogelijkheid nog maar nauwelijks voor handen was én
veel gemeenten nog bezig waren met aanbieders in de diverse aanbestedingsronden?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom wordt de 9 mln. euro die blijkens de brief inzetbaar
zou moeten zijn voor 2007 niet (alsnog) ingezet om de 21 afgewezen instellingen,
die niet voor niets een aanvraag indienden, uit de brand te helpen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Als u vasthoudt aan de sluitingsdatum, wat bent u dan
voornemens met de 9 mln. euro te doen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Thuiszorgorganisaties waren tot 15 oktober 2007 in de gelegenheid
om een aanvraag in te dienen. Vervolgens bestond tot 19 november de gelegenheid
om de gegevens aan te vullen.</al>
      <al>Om alles tijdig en vooral zorgvuldig te kunnen aanvullen, beoordelen en
uitgeven in 2007 was het noodzakelijk om deze datum te stellen.</al>
      <al>De 21 instellingen hebben niet (op tijd) voldaan aan de subsidievoorwaarden
2007. Er is daarom ook geen juridische basis op basis waarvan ik over zou
kunnen gaan tot subsidiëring. Als gevolg van het verplichtingen-kasstelsel
dat het Rijk uit hoofde van de Comptabiliteitswet voert, worden onbestemde
middelen ten gunste van het financieringssaldo van het Rijk gebracht. Voor
2008 wordt een nieuwe regeling getroffen met de middelen die met de motie-Van
Geel (Kamerstukken II 2007–2008, 31 200, nr. 16) beschikbaar
zijn gekomen.</al>
      <tuskop letat="rom">29</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre zijn aanbieders die reeds een subsidie
ontvingen, of wellicht nog gaan ontvangen, verplicht op enigerlei wijze verantwoording
af te leggen over de resultaten, die door toedoen van de subsidie behaald
zouden moeten worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontvangers van de subsidie zijn verplicht om de subsidiegelden die
zij hebben ontvangen te verantwoorden.</al>
      <tuskop letat="vet">Vraag PVV-fractie</tuskop>
      <tuskop letat="rom">30</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is de staatssecretaris bereid de 9 mln. euro van de
Subsidieregeling personele gevolgen Wmo in het jaar 2007, die niet is gebruikt
alsnog te gebruiken voor de 21 thuiszorginstellingen waarvan de subsidieaanvragen
buiten behandeling zijn gelaten, omdat zij niet op tijd een complete aanvraag
hebben ingediend?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik verwijs u graag naar het antwoord op vraag 26, 27 en 28. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen ChristenUnie-fractie</tuskop>
      <tuskop letat="rom">31</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Aan welke criteria moeten thuiszorginstellingen voldoen
om voor de subsidieregeling in aanmerking te komen? Is het budget van 20 mln.
euro voldoende beschikbaar en bereikbaar voor thuiszorginstellingen, ook wanneer
zij niet direct in financiële problemen verkeren?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de regeling personele gevolgen Wmo, die is gepubliceerd op 7 augustus
2007 in de Staatscourant (nr. 149) (bijlage 2)<voetref refid="v10.1" nr="1"></voetref>,
zijn de criteria om voor subsidie in aanmerking te komen genoemd. In totaal
is 11 mln euro als subsidie verstrekt. Voor 2008 is er opnieuw geld beschikbaar.
Op grond van de motie-Van Geel is voor 2008 in totaal 40 mln euro beschikbaar.
Over de inzet van deze middelen zal ik u zo spoedig mogelijk informeren.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), Halsema (GL), Kant (SP), Snijder-Hazelhoff
(VVD), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Smeets
(PvdA), voorzitter, Van Miltenburg (VVD), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA),
Koşer Kaya (D66), Willemse-van der Ploeg (CDA), Van der Veen (PvdA),
Schermers (CDA), Van Gerven (SP), Wolbert (PvdA), Heerts (PvdA), Zijlstra
(VVD), Ouwehand (PvdD), Agema (PVV), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Wiegman-van
Meppelen Scheppink (CU) en Vacature (algemeen).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Vendrik (GL), Van Velzen (SP), Neppérus
(VVD), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Verdonk
(Verdonk), Dezentjé Hamming (VVD), Atsma (CDA), Van der Ham (D66), Çörüz
(CDA), Gill’ard (PvdA), Smilde (CDA), Langkamp (SP), Vermeij (PvdA),
Arib (PvdA), Kamp (VVD), Thieme (PvdD), Bosma (PVV), Luijben (SP), Hamer (PvdA),
Ortega-Martijn (CU) en De Wit (SP).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>http://www.zorgwelzijn.nl/nieuws/id5601-103819/thuiszorg_ruilt_25000_vaste_krachten_in_voor_alfahulpen.html</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>http://www.zorgbelang-nederland.nl/index.php?p=29&amp;i=884&amp;s</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.1" nr="1">
    <al>Kerstbrief aan Colleges B&amp;W en projectleiders Wmo DMO/WMO/2822686.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.2" nr="2">
    <al>http://www.vng.nl/eCache/DEF/74/997.html</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v8.1" nr="1">
    <al>http://www.zorgvisie.nl/nieuws/nieuwsoverzicht/nieuwsartikel/HansSimonsEvalueertWmo.htm</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>