﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29534-2/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2003-2004</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST75931</ordernr>
    <vergjaar>2003-2004</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 534</nummer>
      <naam>Bekostiging van de rechtspraak</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>2</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>21 april 2004</datum></al>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Op 19 februari jongstleden heb ik u het kabinetsstandpunt gestuurd
over het eindrapport «Met recht gefinancierd».<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> Dit eindrapport is opgesteld naar aanleiding van het zogenaamde «ontwikkelingsgericht
onderzoek» door het onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) naar
de bekostiging van de rechtspraak. In het kabinetsstandpunt heb ik toegezegd
u nader te informeren over de uitkomsten van de besprekingen over de invoering
van het baten-lasten stelsel voor de rechtspraak. Met deze brief kom ik deze
toezegging na.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Historisch perspectief</tuskop>
      <al>Naar aanleiding van de in 1998 aangevangen moderniseringsoperatie van
de rechterlijke organisatie is in 1999 een interdepartementaal beleidsonderzoek
verricht naar de mogelijkheden van een prestatiegerichte bekostiging. Daarbij
is toen onderzocht of de overgang naar een batenlasten stelsel van meerwaarde
zou zijn.<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref> Op deze vraag werd een positief antwoord
gegeven. Invoering van het baten-lasten stelsel voor de rechtspraak werd wenselijk
geacht om beter het verband tussen de gemaakte kosten en de geleverde productie
(de kostprijs) te kunnen vaststellen. Het toenmalige Kabinet heeft in het
kabinetsstandpunt op het IBO-eindrapport «Recht van spreken» aangegeven
de aanbevelingen van het eindrapport in hoofdlijnen over te nemen.<voetref refid="v1.3" nr="3"></voetref> In de wet Raad voor de rechtspraak is dan ook uitgegaan
van de invoering van het baten-lasten stelsel voor de rechtspraak.<voetref refid="v1.4" nr="4"></voetref> Aangezien de invoering van een dergelijk stelsel complex
is, heeft mijn ambtsvoorganger in overleg met de rechterlijke macht besloten
deze niet tegelijk met de invoering van de wet Raad voor de rechtspraak tot
stand te brengen, maar enkele jaren te wachten. In de tussentijd werd nog
het zogenaamde ontwikkelingsgericht onderzoek gehouden.<voetref refid="v1.5" nr="5"></voetref> De uitkomsten van dit onderzoek (het rapport «Met recht gefinancierd»)
heb ik u 19 februari jl. doen toekomen. Ook in dit rapport wordt uitgegaan
van de wenselijkheid van de invoering van het baten-lasten stelsel
voor de rechtspraak.</al>
      <tuskop letat="cur">Baten-lasten stelsel</tuskop>
      <al>Het baten-lasten stelsel is een ander begrotingsstelsel dan het kas-verplichtingenstelsel,
dat thans geldt voor de rechtspraak. In het kas-verplichtingenstelsel worden
de uitgaven geboekt op het moment van betaling. Dit in tegenstelling tot het
baten-lasten stelsel waarin de gemaakte kosten worden gekoppeld aan prestaties
en de kosten worden geboekt op het moment dat die prestaties worden geleverd.
Met behulp van het baten-lasten stelsel worden de kosten dus direct gekoppeld
aan de producten. In samenhang met het resultaatgerichte besturingsmodel biedt
dit de mogelijkheid om de organisatie te sturen en bekostigen op basis van
de prestaties die het levert. Het sturen op geleverde prestaties is een belangrijke
doelmatigheidsprikkel binnen het model.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast schrijft het kas-verplichtingenstelsel voor dat het beschikbaar
budget van een begrotingsjaar in dat desbetreffende jaar moet worden besteed.
Anders gezegd, mogelijk resterend budget mag niet meegenomen worden naar een
volgend begrotingsjaar. In het baten-lasten stelsel is deze ruimte (in beperkte
mate) er wel. Door de (beperkte) mogelijkheid van reservering biedt het baten-lasten
stelsel de mogelijkheid om een buffer te vormen om fluctuaties in de exploitatie
op te vangen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een ander verschil tussen de twee begrotingsstelsels is dat in het baten-lasten
stelsel voor grote investeringen, bijvoorbeeld bij automatiseringsprojecten,
leningen worden afgesloten. Deze leningen kunnen over meerdere jaren worden
afgelost. Anders gezegd, de investering wordt over verschillende jaren afgeschreven.
In het kas-verplichtingenstelsel is dit niet mogelijk en zullen deze investeringen
in één keer gefinancierd moeten worden. Een en ander leidt in
het baten-lasten stelsel tot een grotere flexibiliteit in de bekostiging van
de organisatie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Indien de beoogde regeling op bovengenoemde wijze wordt ingevoerd houdt
dit tevens in dat de rechtspraak voldoet aan de instellingsvoorwaarden van
het Ministerie van Financiën inzake de invoering van een baten-lasten
stelsel. Thans zijn de besprekingen die in overleg met het ministerie van
Financiën en met de Raad voor de rechtspraak zijn gevoerd over de invoering
van het baten-lastenmodel en het in dat kader te hanteren bekostigingsmodel
in een afrondende fase voor wat betreft de cijfermatige invulling van het
model. De resultaten van dit overleg luiden als volgt.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Resultaten besprekingen</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Integrale kostprijs</tuskop>
      <al>De invoering van het baten-lasten stelsel voor de rechtspraak maakt het
mogelijk de rechtspraak te bekostigen op een zo integraal mogelijke kostprijs.
In de overeen te komen prijs per af te handelen rechtszaak zullen daarom componenten
worden opgenomen voor huisvesting, opleiding, automatisering en innovatie.
Tot nu toe worden in het bestaande bekostigingssysteem hiervoor nog aparte
bedragen aan de Raad toegekend. In het nieuwe systeem zullen alleen nog voor
gerechtskosten en een aantal zeer specifieke, kleinere uitgaven aparte bijdragen
worden toegekend.</al>
      <tuskop letat="cur">Vereenvoudiging</tuskop>
      <al>In de voorgenomen nieuwe systematiek zal de bekostiging door het ministerie
van Justitie aan de Raad voor de rechtspraak gebaseerd worden op volume- en
prijsafspraken voor in eerste instantie negen zogenaamde productgroepen. Aan
deze volume- en prijsafspraken liggen de uitkomsten van een goed werkend prognosemodel
ten grondslag. Dit prognosemodel is van cruciaal belang omdat hiermee de onvermijdelijke
werklast voor de rechtspraak wordt gedefinieerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor elk van de negen productgroepen geldt een bepaalde prijs per afgehandelde
zaak. Deze productgroepen zijn:</al>
      <al>• civiel rechtbank,</al>
      <al>• straf rechtbank,</al>
      <al>• bestuur rechtbank,</al>
      <al>• kanton rechtbank,</al>
      <al>• Centrale Raad van Beroep (CRvB),</al>
      <al>• civiel gerechtshof,</al>
      <al>• straf gerechtshof,</al>
      <al>• belasting gerechtshof,</al>
      <al>• College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de nabije toekomst zullen er nog twee productgroepen bij komen, te
weten «vreemdelingen rechtbank» en «belasting rechtbank».
Hiermee wordt een aanzienlijke vereenvoudiging gerealiseerd ten opzichte van
het huidige bekostigingssysteem dat uitgaat van de 48 zaakscategorieën
van het zogenaamde werklastmetingssysteem. De huidige financieringswijze is
op deze wijze te complex en gedetailleerd gebleken. Overigens blijft het systeem
van werklastmeting met 48 zaakscategorieën van belang voor de gerechten
en de Raad voor de rechtspraak. Zo wordt het systeem gebruikt om de nodige
analyses ten aanzien van de zaaksontwikkelingen en zaakssamenstelling te kunnen
uitvoeren. Het te hanteren model voor het prognostiseren van de instroom is
bijvoorbeeld geënt op het stelsel van zaakscategorieën; ook de periodieke
meting van de gemiddelde behandeltijden zal op het niveau van de 48 zaakscategorieën
blijven plaatsvinden. Dit bevordert de betrouwbaarheid van de periodieke herijking
van de per productgroep vast te stellen prijzen per afgehandelde zaak.</al>
      <tuskop letat="cur">Herijking kostprijzen</tuskop>
      <al>De kostprijs van een zaak zal in het nieuwe bekostigingssysteem elke drie
jaar opnieuw worden geijkt en vastgesteld. Bij deze herijking maken de Raad
en de minister van Justitie niet slechts afwegingen over doelmatigheid maar
ook over kwaliteit. Ten grondslag aan de afwegingen liggen gegevens over de
gerealiseerde prijs in de afgelopen periode, wijzigingen in de zaakssamenstelling,
de uitkomsten van tijdschrijfonderzoeken en informatie uit het kwaliteitssysteem
van de rechtspraak. Een dergelijke, in bestuurlijk overleg tot stand gekomen
overeenstemming over de geldende kostprijzen past in de thans geldende bestuurlijke
verhouding.</al>
      <tuskop letat="cur">Verrekensystematiek</tuskop>
      <al>Om meer prikkels voor de gerechten tot prestatie en doelmatigheid in het
systeem op te nemen en ook om de gerechten ruimte te bieden slagvaardig te
kunnen reageren op onverwachte ontwikkelingen in de instroom van rechtszaken
is een verrekensystematiek ontwikkeld voor het geval de rechtspraak (c.q.
de individuele gerechten) met meer of minder zaken worden geconfronteerd dan
in de jaarplannen was afgesproken. Deze verrekensystematiek houdt in dat gerechten
die meer hebben geproduceerd dan afgesproken, voor dat meerwerk een extra
opbrengst ontvangen. Daar tegenover staat dat gerechten die minder
hebben geproduceerd dan afgesproken een financiële afdracht moeten doen.
Verrekening van meer- en minderproductie vindt echter niet plaats tegen de
volledige kostprijs. Het ligt in de rede bij de verrekening een aantal voor
een langere periode vastliggende kosten (bijvoorbeeld huisvestingskosten)
uit te sluiten. Over het precieze verrekenpercentage moeten nog nadere afspraken
worden gemaakt.</al>
      <tuskop letat="cur">Egalisatierekening</tuskop>
      <al>Indien de voorgestane verrekensystematiek zonder meer zou worden toegepast
zou dit budgettaire consequenties kunnen hebben voor de Justitiebegroting
als totaal. Op het moment dat de gerechten gezamenlijk meer zouden produceren
dan met de Raad voor de rechtspraak is afgesproken zou het te verrekenen productieverschil
ten koste dreigen te gaan van de middelen die voor de andere sectoren van
Justitie moeten zijn. Om ongewenste budgettaire consequenties te vermijden
hebben de Raad voor de rechtspraak, de minister van Financiën en ondergetekende
besloten een egalisatierekening te vormen waar de verrekening van productieverschillen
plaatsvindt. In het geval dat meer wordt geproduceerd dan is afgesproken,
gaat dit ten laste van de egalisatierekening. Is het omgekeerde het geval
dan zal de rechtspraak een financiële afdracht doen die ten goede komt
aan de egalisatierekening. De hoogte van de egalisatierekening is tevens het
plafond van de verrekening van meerproductie, dat wil zeggen dat het bedrag
dat voor meerproductie kan worden uitgekeerd nooit hoger zal zijn dan het
bedrag dat totaal op de egalisatierekening staat.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Conclusie</tuskop>
      <al>Met de invoering van het baten-lasten stelsel voor de rechtspraak en het
bijbehorende bekostigingsstelsel met inbegrip van verrekensystematiek en egalisatierekening,
is een meer prestatiegerichte bekostiging van de rechtspraak mogelijk met
meer prikkels voor doelmatigheid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast kan de rechtspraak met het baten-lasten stelsel slagvaardiger
inspelen op onverwachte ontwikkelingen binnen de rechtspraak, met name onverwachte
ontwikkelingen in het aanbod van zaken. Tenslotte bevordert het baten-lasten
stelsel een transparante en zakelijke verhouding tussen de Raad voor de rechtspraak
en de minister van Justitie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is de bedoeling het nieuwe bekostigingssysteem en de invoering van
het baten-lasten stelsel te laten ingaan per 1 januari 2005.</al>
      <tuskop letat="vet">5. Verdere traject</tuskop>
      <al>Naar aanleiding van de resultaten van de besprekingen worden de elementen
van de nieuwe bekostigingssystematiek nader uitgewerkt. Op basis hiervan ben
ik begonnen met het opstellen van een vernieuwde AMvB Besluit financiering
rechtspraak. De verwachting is dat de concept-AMvB, na consultatie van de
daarvoor in aanmerking komende instanties, medio november 2004 conform de
voorhangprocedure zal worden voorgelegd worden aan de Staten-Generaal.</al>
      <al>Daarna volgt advisering van de Raad van State, hetgeen impliceert dat
de vernieuwde AMvB begin 2005 gepubliceerd kan worden in het Staatsblad en
inwerking kan treden.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Justitie,</functie>
        <naam>J. P. H. Donner</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Kamerstukken TK, vergaderjaar 2003–2004, 29 534, nr. 1.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Eindrapport «Recht van spreken», Interdepartementaal beleidsonderzoek
(IBO) naar de bedrijfsvoering Rechtspraak, juli 1999.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.3" nr="3">
    <al>Kamerstukken TK, vergaderjaar 1998–1999, 26 689, nr. 1.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.4" nr="4">
    <al>Kamerstukken TK, vergaderjaar 1999–2000, 27 182, nr. 3, pag.
70.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.5" nr="5">
    <al>Zie Nota van Toelichting bij het Besluit financiering rechtspraak 2002,
Staatsblad 2002, 390, 13 juli 2002, pag. 17.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>