29 446 Uitvoering Flora- en Faunawet

Nr. 82 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 maart 2012

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft mij op 16 februari 2012 twee brieven van Stichting Een DIER Een VRIEND gestuurd. In deze brief stuur ik mijn reactie op deze brieven.

In de brieven van 27 januari 2012 en 9 mei 2011 geven EDEV, Faunabescherming en Viervoeters aan dat zij verontrust zijn over de praktijken van de twee zwanendrifters die in Nederland actief zijn. In de brieven wordt ingegaan op de verschillende ontheffingen die de zwanendrifters hebben, wordt melding van mishandeling van knobbelzwanen en wordt gesteld dat er niet wordt gecontroleerd.

Een van de zwanendrifters heeft in 2008 een ontheffing gekregen op artikel 34 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD), zodat hij de dieren kon houden en doden voor de vlees- en donsconsumptie. Deze ontheffing is afgegeven op 1 april 2008 voor een periode van vijf jaar. De ontheffing is afgegeven op basis van de economische afhankelijkheid en de leeftijd van deze persoon. Het ligt niet in de rede om deze ontheffing in 2013 opnieuw af te geven, aangezien de zwanendrifter de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Daarnaast geeft de zwanendrifter zelf aan geen gebruik meer te maken van deze ontheffing.

De zwanendrifters houden hun dieren voor de sierverkoop. Zwanendrifters merken en leewieken hun zwanen en houden ze in hetzelfde gebied, waar ook wilde soortgenoten voorkomen. Om makkelijker te kunnen controleren om welke zwanen het gaat, is aan de zwanendrifters in de afgelopen jaren een ontheffing verleend van de artikelen 9, 10 en 11 van de Flora- en faunawet (Ffw). Deze ontheffing is verleend voor een tijdsvak 4 juni 2008 tot en met 31 maart 2013.

De ontheffing is door de Faunabescherming onder de rechter gebracht en deze heeft mij opdracht gegeven de ontheffing te herzien. De ontheffing is daarop ingetrokken, omdat ook zonder de ontheffing de zwanendrifter zijn beroep kan uitoefenen. In de uitspraak van 29 november 2011 stelt de rechtbank Amsterdam, dat het voor de zwanendrifters mogelijk is om het beroep van zwanendrifter uit te voeren zonder wilde soortgenoten te storen. Wel zal de zwanendrifter worden beperkt in de uitoefening.

Vanaf 1 april 2013 zal het ministerie van EL&I geen ontheffingen meer afgeven aan de zwanendrifters. Dit betekent niet dat het zwanendriften onmogelijk wordt. Het gaat immers om in gevangenschap geboren en gefokte vogels. Hiervoor geldt een vrijstelling van de Ffw (art. 5 Vrijstellingsbesluit). De zwanen die worden geboren uit de zwanen van de zwanendrifter zijn ook in gevangenschap geboren en gefokt. Deze dieren mogen worden geleewiekt en moeten worden voorzien van een pootring. Deze vrijstelling geldt voor elke houder van watervogels. De Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven hebben bevestigd dat het om gefokte vogels gaat. De zwanendrifters zullen wel zeker moeten zijn dat ze hun eigen dieren benaderen.

Het spreekt voor zich dat de zwanendrifters bij behandeling van hun dieren dienen uit te gaan van de algemene bepalingen over dierenwelzijn zoals opgenomen in de GWWD. Het is aan de zwanendrifters om afspraken te maken over het gebruik van de gronden van particulieren.

Ten slotte wordt gesteld dat er niet wordt gecontroleerd of gehandhaafd. Ik kan u melden dat de NVWA in de loop van 2012 onverwachte controles zal uitvoeren bij beide zwanendrifters.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker

Naar boven