﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29367-5/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2003-2004</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST72962</ordernr>
    <vergjaar>2003-2004</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 367</nummer>
      <naam>Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 mede naar aanleiding van
het Belastingplan 2004</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>5</nummer>
      <titel>VERSLAG</titel>
      <datum>Vastgesteld 10 december 2003</datum>
      <al>De vaste commissie voor Financiën<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>, belast
met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer
als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag
afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling
van het voorstel van wet voldoende voorbereid.</al>
      <tuskop letat="vet">Inhoudsopgave Blz.</tuskop>
      <al>– Inleiding 1</al>
      <al>– Algemeen 2</al>
      <al>– Specifieke uitgaven 3</al>
      <al>– Verzilveringsproblematiek 5</al>
      <al>– Budgettaire en inkomenseffecten 5</al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>De leden van de fractie van de PvdA hebben met instemming kennisgenomen
van het voorliggende wetsvoorstel. Wel zijn deze leden van mening dat indien
in een eerder stadium serieus naar de problemen die mensen met relatief lage
inkomens en hoge kosten – zoals de chronisch zieken en gehandicapten –
hebben in verband met de cumulatieve effecten van het beleid van de regering,
was gekeken een novelle als nu voorligt niet nodig was geweest.</al>
      <al>Bovendien zijn deze leden van mening dat ook met deze voorstellen slechts
voor een hele kleine groep enig soelaas wordt geboden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks hebben met grote interesse kennisgenomen
van onderhavig wetswijziging. Zij spreken hun waardering uit voor de open
en flexibele houding van de staatssecretaris van Financiën. Zij verwelkomen
de novelle als een nieuwe stap in de goede richting.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van D66 vinden compensatie van de inkomenseffecten
voor gehandicapten en chronisch zieken van groot belang en hebben dan ook
met zeer veel belangstelling kennisgenomen van de novelle op het
Belastingplan 2004. De koopkrachtontwikkeling van de genoemde groepen is de
afgelopen week in diverse Kamervergaderingen uitgebreid besproken. In het
belang van een vlotte behandeling van het wetsvoorstel zien de leden van de
D66-fractie af van verdere schriftelijke vragen en opmerkingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie waarderen de snelheid waarmee de
regering heeft willen werken aan een aanpassing van de regeling Buitengewone
Uitgaven. De gevolgde procedure, waarbij een novelle wordt ingediend nog voordat
het te wijzigen wetsvoorstel de Eerste Kamer is gepasseerd, mag een novum
heten. De leden van de ChristenUnie-fractie menen dat deze unieke procedure
gerechtvaardigd is, gelet op de omvang van de negatieve inkomenseffecten voor
chronisch zieken en gehandicapten, en de hoeveelheid mensen die erdoor wordt
getroffen, zoals bij brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
d.d. 26 november en 3 december bekend werd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het voorstel van wet dat beoogt tegemoet te komen aan de inkomenseffecten
van de verschillende door de regering genomen maatregelen. Bij alle bezuinigingen
moet volgens deze leden voorop staan dat kwetsbare groepen als chronisch zieken,
gehandicapten en ouderen zoveel mogelijk worden ontzien. In dit licht kunnen
zij dan ook instemmen met het voorliggende voorstel.</al>
      <tuskop letat="vet">Algemeen</tuskop>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks merken op dat zij uitermate ongelukkig
zijn met de gehele gang van zaken rondom de koopkracht van chronisch zieken
en gehandicapten. Het heeft te lang geduurd voordat het kabinet de juiste
gegevens over de koopkracht van deze groep op tafel heeft gelegd. Van een
heldere regie was in verschillende debatten met betrekking tot de inkomenspositie
van chronisch zieken en gehandicapten geen sprake. Zo het kabinet zelf geen
nadrukkelijke interesse had in de gevolgen van de kabinetsmaatregelen voor
deze groep, zou het kabinet na de algemeen politieke beschouwingen toch bekend
moeten zijn geweest met de grote interesse die veel kamerfracties op dit punt
ten toon hadden gespreid? Kan de regering aangeven wat het kabinet geleerd
heeft van deze ongelukkige gang van zaken?</al>
      <al>Deze leden hopen niet dat er binnen het kabinet, zoals het weekblad Elsevier
afgelopen week suggereert, weer gedacht wordt over herinvoering van een soort
van Torentjesoverleg. Wel hopen deze leden in ieder geval dat het kabinet
lering trekt uit de ongelukkige gang van zaken en concludeert: «dit
was eens maar nooit weer». Welke les trekt het kabinet zelf uit deze
gang van zaken voor komend jaar? Zij kunnen zich overigens voorstellen dat
ook de staatssecretaris van Financiën weinig gelukkig was met het gebrek
aan regie tussen de betreffende ministers. Is dat zo?</al>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks vragen of de regering de analyse
van deze leden deelt dat de oorsprong van de problematiek ligt in het nalaten
van heldere koopkrachtinformatie over de grote groep chronisch zieken en gehandicapten
bij de Miljoenennota. Deze leden begrijpen niet waarom bij het opstellen van
het beleidspakket voor het komend jaar het kabinet zélf niet wil weten
wat de voorstellen voor deze groep betekenen. Deze leden menen dat het kabinet
een verkeerd signaal geeft als zij voor volgend jaar opnieuw de route kiest
om op Prinsjesdag alleen te verwijzen naar de standaardkoopkrachtplaatjes
van het CPB. Deze plaatjes geven nauwelijks informatie over de gevolgen van
de maatregelen bij VWS voor de groep chronisch zieken en gehandicapten. Zij
vragen de regering toe te zeggen, dat volgend jaar anders en beter te doen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat niet eerder
uit regeringsstukken was gebleken hoe de inkomenseffecten eruit zagen ten
gevolge van de opeenstapeling van niet-generieke bezuinigingen op het ziekenfondspakket,
de huursubsidie, de eigen bijdragen AWBZ, de kinderopvang, het lokale inkomensbeleid
en de tegemoetkomingsregeling chronisch zieken en gehandicapten. Geeft de
regering met de verschillende maatregelen ter verzachting van de negatieve
inkomenseffecten impliciet te kennen dat de omvang en de reikwijdte daarvan
haar niet eerder was gebleken? Waarom heeft de regering de spreiding van de
niet-generieke inkomenseffecten pas zo laat nader onderzocht?</al>
      <al>Voor hun beoordeling van deze novelle verwijzen de leden van de ChristenUnie-fractie
naar de motie-Rouvoet c.s., ingediend bij de Algemene Politieke Beschouwingen
(29 200, nr.28), waarin gevraagd werd om uitbreiding van de tegemoetkomingsregeling
wanneer mocht blijken dat deze onvoldoende soelaas biedt voor chronische zieken
en gehandicapten ter compensatie van de niet-generieke bezuinigingsmaatregelen.
Nu uit de gepresenteerde «puntenwolken» en koopkrachtcijfers is
gebleken dat dit inderdaad niet het geval is, waardeert de ChristenUnie-fractie
het dát de regering met een aanpassing is gekomen. Dit neemt niet weg
dat bij deze leden over deze aanpassing, in samenhang met de maatregelen in
de bijzondere bijstand en de eigen bijdrage AWBZ, nog vragen leven. De leden
van de ChristenUnie-fractie zijn er niet van overtuigd dat deze maatregelen
in samenhang het gewenste resultaat hebben voor de meest kwetsbare groepen
in onze samenleving. Zij verwijzen hiervoor naar de brief van de minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 8 december, waaruit blijkt dat nog
altijd 28 000 chronisch zieken en gehandicapten op minimumniveau en 171 000
chronisch zieken en gehandicapten tussen minimum en modaal er meer dan 1%
in koopkracht op achteruit gaan. Daarvan ondervinden 89 000 mensen zelfs
een koopkrachtverlies van meer dan 2%. De leden van de ChristenUnie-fractie
vinden deze effecten nog steeds in flagrant contrast staan met de opmerkingen
van de regering dat de marges zijn bepaald op een koopkrachtverlies tussen
0 en 1%, waarbij iets extra's zou worden gedaan voor de kwetsbaarste groep.
De leden van de ChristenUnie-fractie gaan ervan uit dat de beloofde extra
inspanning dan ook tot voldoende resultaat moet leiden, hetgeen in hun ogen
nog niet het geval is.</al>
      <tuskop letat="vet">Specifieke uitgaven</tuskop>
      <al>De leden van de fractie van de SP vragen of een indicatie kan worden gegeven
van het aantal chronisch zieken dat met de verruimde definitie van specifieke
kosten meer dan € 300 van deze kosten heeft?</al>
      <al>Deze leden vragen wat zijn de budgettaire kosten zijn van verruiming van
de specifieke kosten met fysiotherapie voor chronisch zieken die maximaal
de eerste negen behandelingen zelf hoeven te betalen? Wat zijn in vergelijking
hiermee de budgettaire kosten van het in het pakket laten van fysiotherapie
voor deze groep (maximaal de eerste negen behandelingen zelf betalen)?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks verwelkomen de uitbreiding van
de definitie van de specifieke kosten. Tijdens de behandeling van de zesde
nota van wijziging BP 2004 was de brief van de minister van VWS betreffende
de nieuwe eigen bijdrage AWBZ nog pas net beschikbaar. Ook de koopkrachtgevolgen
van de extra eigen bijdrage voor extramurale zorg waren nog nauwelijks in
beeld. Nu deze in volle omvang bekend zijn, voelen de leden van de fractie
van GroenLinks zich gesterkt in hun verzet tegen de hogere eigen bijdrage
AWBZ, maar stellen tot hun genoegen vast dat alle eigen bijdragen als specifieke
kosten worden aangemerkt.</al>
      <al>De zesde nota van wijziging op het Belastingplan 2004 is zodanig ingericht
dat sprake is van budgettaire neutraliteit. De leden van de fractie van GroenLinks vertrouwen erop dat naar beste inzicht gerekend is aan de
zesde nota van wijziging. Zij benadrukken evenwel – en naar zij aannemen
is de regering ook die mening toegedaan – dat de zesde nota niet tot
een besparing mag leiden. Daarom hebben de leden van GroenLinks hierover al
eerder vragen gesteld. De staatssecretaris van Financiën meldde destijds
schriftelijk dat de introductie van de nieuwe vermenigvuldigingsfactor 80
miljoen euro kost. Dit geeft deze leden zicht op de totale som in aanmerking
te nemen specifieke kosten. Dat zou bij een marginaal tarief van gemiddeld
20% – is dat een juiste veronderstelling? – leiden tot een grondslag
van specifieke kosten ter waarde van (80 x 60% x 20%) = 666 miljoen euro.
Is deze rekensom correct? Zo ja, hoe verhoudt deze geschatte in aanmerking
te nemen som specifieke kosten zich tot de specifieke kosten die in 2001 werden
opgegeven (143 miljoen euro), waarbij een correctie in verband met de nieuwe
definitie specifieke kosten tot een bedrag van ca. 260 miljoen leidt. Is deze
correctie correct?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij zesde nota van wijziging is binnen de buitengewone uitgaven een categorie
specifieke uitgaven geïntroduceerd. Deze categorie wordt in deze novelle
uitgebreid met het medische deel van de eigen bijdragen voor extramurale AWBZ-zorg,
en de farmaceutische hulpmiddelen. De leden van de fractie van de Christen-Unie
vragen bevestiging dat eigen bijdragen die PGB-houders moeten betalen voor
AWBZ-zorg ook onder de gekozen definitie vallen. Tevens vragen deze leden
bevestiging dat zelfzorgmedicijnen op recept zijn inbegrepen bij de farmaceutische
hulpmiddelen.</al>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of ook de contributies voor
patiëntenverenigingen niet onder de specifieke uitgaven zouden moeten
vallen, aangezien ook dit in overwegende mate uitgaven zijn die voornamelijk
door chronisch zieken en gehandicapten worden gedaan. Zij verwijzen hiervoor
tevens naar het pleidooi van de CG-Raad.</al>
      <al>Hoe groot schat de regering de groep van mensen in die eigenlijk niet
aangemerkt kunnen worden als chronisch ziek of gehandicapt, maar wel de inkomensdrempel
van 11,2% zullen behalen, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie?
Een rekenvoorbeeld: een belastingplichtige – alleenverdiener –
met een verzamelinkomen (voor toepassing buitengewone uitgaven) van € 25 000
koopt in 2004 een bril van € 310. Daarnaast betaalt de belastingplichtige
nog een bedrag van € 2 800 aan premies ziektekostenverzekering
voor zichzelf en zijn gezin. De bril wordt aangemerkt als hulpmiddel in de
zin van het nieuwe art. 6.20a. De belastingplichtige komt door de aanschaf
van de bril in aanmerking voor het chronischziekenforfait en voor toepassing
van de vermenigvuldigingsfactor. De bril van € 310 leidt dan tot
een bedrag aan buitengewone uitgaven van € 310 + € 189
(vermenigvuldigingsfactor) + € 757 (forfait) = € 1 256.
Doordat de drempel voor aftrek buitengewone uitgaven al is bereikt door de
betaalde premies voor de ziektekostenverzekering (zoals vaak het geval is),
levert de aanschaf van deze bril van € 310 bij een tarief van 38,4%
een fiscaal voordeel op van € 482.</al>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen een reactie van de regering
op de onderzoeksgegevens van Nivel, waaruit blijkt dat slechts zo'n 20–25%
van de chronisch zieken deze specifieke kosten heeft, en dat slechts de helft
daarvan specifieke uitgaven heeft hoger dan 250 euro. Heeft de regering er
van tevoren rekening mee gehouden dat de groep die er als gevolg van de zesde
nota van wijziging op vooruit zou gaan zo gering zou kunnen zijn? Zo nee,
geven deze cijfers de regering aanleiding om de systematiek van de regeling
Buitengewone Uitgaven op termijn nader toe te spitsen, zo vragen de leden
van de ChristenUnie-fractie. </al>
      <tuskop letat="vet">Verzilveringsproblematiek</tuskop>
      <al>In het kader van dit voorstel hebben de leden van de PvdA-fractie nog
een vraag ten aanzien van de tegemoetkomingsregeling ter oplossing van de
verzilveringsproblematiek. In het Belastingplan 2004 (29 210) wordt in
artikel I onderdeel Rc in artikel 6.2b Wet IB 2001 geregeld dat een negatief
bedrag in verband met buitengewone uigaven bij beschikking «op verzoek
van de belastingplichtige» wordt vastgesteld. In de brief van 11 november
2003 van de staatssecretaris (29 210, nr. 72) wordt opgemerkt dat de
belastingplichtige niets hoeft te doen om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming
wegens verzilveringsproblemen.</al>
      <al>Waarom zo vragen deze leden staat in artikel 6.2b IB 2001 dan «op
verzoek van de belastingplichtige»? Wordt het tegemoetkomingsbedrag
automatisch door de belastingdienst uitgekeerd?</al>
      <al>Deze leden vragen hoe en wanneer de verzilveringsregeling wettelijk wordt
vastgelegd, afgezien van hetgeen geregeld is in art. 6.2b IB 2001? Zij gaan
er vanuit dat deze regeling nog voor het Kerstreces bij de Kamer is. Kan de
regering dit bevestigen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks vragen of de verwachting gerechtvaardigd
is, dat in 2004 de in aanmerking te nemen specifieke kosten inderdaad ruim
660 miljoen bedragen? Hoe groot is het «risico», dat deze grondslag
niet wordt «gehaald», waardoor de fiscus per saldo bespaart op
deze zesde nota? Indien voornoemde rekensom onjuist is, kan de staatssecretaris
dan zijn eigen berekening specificeren? gl8 Is bij een mogelijke besparing
ook sprake van een – al dan niet gelijke – doorwerking naar de
verzilveringsregeling? Indien in 2004 aan specifieke kosten 100 miljoen minder
fiscaal wordt gepresenteerd dan geprognosticeerd, wat zijn in dat geval de
budgettaire gevolgen van een lagere aftrekpost specifieke uitgaven en minder
aansprak op de verzilveringsregeling?</al>
      <al>Tenslotte signaleren deze leden tot hun tevredenheid dat de regering de
vermenigvuldigingsfactor licht verhoogt. Dit zou vaker mogen gebeuren, deze
leden hadden reeds eerder een nog hogere vermenigvuldigingsfactor voorgesteld.
Is dit een politieke voorbode voor de nabije toekomst, zo vragen deze leden
verheugd? Gaan we dit vaker meemaken?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het zo is dat de verzilveringsproblematiek
pas geheel wordt opgelost voor het jaar 2005, wanneer de Tegemoetkomingsregeling
betrokken kan worden bij de Voorlopige belastingteruggaaf. De belastingteruggave
over 2003 kan pas medio 2004 worden geïncasseerd. Zij vragen of de regering
als gevolg hiervan geen problemen verwacht bij de doelgroep in de eerste helft
van 2004, nu veel bezuinigingsmaatregelen voelbaar worden per 1 januari 2004.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De toelichting meldt dat de onderhavige regeling uitsluitend tegemoet
komt aan personen met specifieke uitgaven. Er wordt geen aandacht besteed
aan het verzilveringsprobleem, zo constateren de leden van de fractie van
de SGP. Kan de regering nader toelichten wat de effecten van het wetsvoorstel
hierop zijn? Kunnen de groepen die vooral te maken hebben met de twee nieuwe
posten dit forfait voor specifieke uitgaven ook daadwerkelijk verzilveren?
Is er een inschatting te geven van het aantal mensen dat met dit probleem
zou worden geconfronteerd?</al>
      <tuskop letat="vet">Budgettaire en inkomenseffecten</tuskop>
      <al>De leden van de PvdA-fractie willen graag weten of de inkomensgevolgen
van de effecten van de door deze fractie bij het Belastingplan 2004 ingediende
amendementen ten aanzien van de buitengewone uitgaven kunnen worden
berekend, zodat zij zich een beeld kunnen vormen voor eventuele toekomstige
aanpassingen in deze regeling?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de SP-fractie vragen welke groepen er na de wijziging in
deze novelle op achteruit gaan. Hoe groot zijn deze groepen en hoe groot zijn
de inkomenseffecten als gevolg van de fiscale wijzigingen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks blijven ongelukkig met de uitkomst
van het totale koopkrachtbeeld, ook nu het kabinet met aanvullend, verzachtend
beleid is gekomen bij maatregelen betreffende de eigen bijdragen AWBZ, de
bijzondere bijstand en onderhavige belastingnovelle. Deze leden constateren
dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vorige week in zijn eerste
termijn behandeling van de begroting SZW heeft gesteld, dat hij niet wenst
dat het koopkrachtbeeld na dit aanvullende herstelpakket negatieve inkomenseffecten
laat zien van -2, -3, -4, -5% enz. De leden van de GroenLinks-fractie constateren
dat dit feitelijk wél het geval is (hierbij wordt verwezen naar de
brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 8 december
2003) en zijn dan ook teleurgesteld dat het kabinet toch tevreden lijkt met
het resulterende koopkrachtbeeld. Hoe rijmt de regering deze uitkomst met
de eerder uitlatingen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierboven is al door de leden van de fractie van GroenLinks vermeld dat
het kabinet tevreden lijkt met de uitkomst van het totale koopkrachtbeeld.
De leden van de GroenLinks-fractie zijn dat zeker niet en hebben daarom voorgesteld
om tot een «Robin Hoodheffing» te komen. Deze leden willen mensen
met een inkomen boven 100 000 euro eenmalig extra belasten zodanig dat
de 700 000 huishoudens die een inkomen hebben tot 111% WML voor het jaar
2004 € 500 extra kunnen krijgen via de gemeenten. Deze «Robin
Hoodheffing» corrigeert het, in de ogen van de leden van de GroenLinks-fractie
onacceptabele, koopkrachtbeeld voor het jaar 2004. Voor latere jaren willen
deze leden weer dat de regering zich hoofdverantwoordelijk voelt voor het
inkomensbeleid en de gewenste koopkrachteffecten. Middels het gebruikelijke
belastinginstrumentarium en niet via de gemeenten (bijzondere bijstand), moet
het Rijk zorgdragen voor een evenwichtig koopkrachtbeeld en rechtvaardig inkomensverhoudingen
in Nederland. De leden van de fractie van GroenLinks zijn in principe van
mening dat bijzondere bijstand beperkt moet blijven tot maatwerk, maar dat
kan alleen als het kabinet een verantwoordelijk inkomensbeleid voert met daadwerkelijk
oog voor de minima en de chronisch zieken en gehandicapten. Zij vragen de
regering een reactie op het voorstel van de Robin Hoodheffing.</al>
      <al>De leden van de fractie van GroenLinks vragen naar de gevolgen van de
verruimde aftrek van specifieke kosten voor de inkomenspositie van mensen
met een bijstandsuitkering en/of een inkomensafhankelijke regeling, zoals
kwijtschelding gemeentelijke lasten, huursubsidie e.d. Is het waar dat in
een aantal gevallen deze mensen de teruggave, die soms aanzienlijk kan zijn,
meteen weer inleveren door korting op de bijstandsuitkering en/of lagere/geen
kwijtschelding, huursubsidie e.d.? Bij toepassing van welke inkomensafhankelijke
regelingen speelt dit probleem? Kan de regering garanderen dat de ruimere
fiscale compensatie alsmede de verzilveringsregeling in 2004 ook daadwerkelijk
in de portemonnee van deze groep chronisch zieken en gehandicapten terecht
komt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de zesde nota van wijziging op het Belastingplan is de vermenigvuldigingsfactor
beperkt tot de specifieke uitgaven, en vóór de drempel van 11,2%
geplaatst. De vermenigvuldigingsfactor wordt in deze novelle verhoogd van
1,6 naar 1,65. Wat is het budgettaire beslag van een verdere verhoging van
de vermenigvuldigingsfactor naar respectievelijk 1,7, 1,8, 1,9 en 2,0, zo
vragen de leden van de ChristenUnie-fractie? Zij zouden hiervan
graag een tabel zien opgenomen worden in de nota naar aanleiding van het verslag.</al>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie zouden graag weten hoe groot de groep
is die tot nu toe aanspraak maakte op het chronisch ziekenforfait, en hoeveel
mensen hiervan na de wijzigingen van het Belastingplan zoals nu voorgesteld
gebruik zullen maken.</al>
      <al>De leden van de ChristenUnie-fractie informeren voorts hoe groot volgens
de regering het negatieve koopkrachteffect is van het niet meer van toepassing
zijn van de vermenigvuldigingsfactoren op de totale buitengewone uitgaven
voor de groep chronisch zieken en gehandicapten op minimumniveau en tussen
minimum en modaal? Deelt de regering de opvatting van deze leden dat in gevallen
waarin de betrokkene gebruik maakt van het ouderenforfait of het arbeidsongeschiktheidsforfait,
per saldo altijd een negatief inkomenseffect optreedt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de SGP-fractie zijn van mening dat – zo snel als op
een verantwoorde manier mogelijk is – in het volgende kalenderjaar de
effecten van de door de regering genomen maatregelen in samenspraak met de
bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport kritisch geëvalueerd moeten worden – dit conform
de door het lid Van der Vlies ingediende motie bij de begroting van SZW<voetref refid="v7.1" nr="1"></voetref>. Mensen die te maken hebben met onbedoelde en onvoorziene
sterk negatieve inkomenseffecten die onvoldoende gecompenseerd worden, zullen
alsnog tegemoet gekomen moeten worden. Is de regering bereid zich hiervoor
in te zetten?</al>
      <al>Voor de langere termijn verdient het volgens de leden van de SGP-fractie
aanbeveling de verschillende forfaits inzake buitengewone uitgaven kritisch
tegen het licht te houden in samenhang met het inkomensbeleid van de beide
eerder genoemde departementen. Zij hebben namelijk de indruk dat mede door
de vele verschillende inkomensmaatregelen de daadwerkelijke effecten op de
inkomens van huishoudens onduidelijk zijn. De maatregelen die nu aan de orde
zijn, zijn een noodmaatregel. Op de langere termijn zal een structurele oplossing
gevonden moeten worden. Graag zien zij de inzet van de regering hiervoor.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Tichelaar</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Berck</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:</al>
    <al>Leden: Van der Vlies (SGP), Giskes (D66), Crone (PvdA), De Grave (VVD),
Hofstra (VVD), De Haan (CDA), Bussemaker (PvdA), Vendrik (GL), Halsema (GL),
Kant (SP), Eurlings (CDA), Blok (VVD), ten Hoopen (CDA), Ondervoorzitter,
Smits (PvdA), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Tichelaar (PvdA),
Voorzitter, Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée
tot Babberich (CDA), van Loon-Koomen (CDA), Fierens (PvdA), Aptroot (VVD),
Blom (PvdA), Heemskerk (PvdA) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (CU), Bakker (D66), Koenders (PvdA), Van Beek (VVD),
Balemans (VVD), Kortenhorst (CDA), van Nieuwenhoven (PvdA), Duyvendak (GL),
Van Gent (GL), De Ruiter (SP), Mosterd (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma
(CDA), Dijsselbloem (PvdA), Omtzigt (CDA), Eerdmans (LPF), Noorman-den Uyl
(PvdA), van Bommel (SP), De Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), Rambocus
(CDA), Samsom (PvdA), Luchtenveld (VVD), Smeets (PvdA), Douma (PvdA) en De
Vries (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.1" nr="1">
    <al>Kamerstukken II, 2003–2004, 29 200 XV, nr. 61.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>