﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29362-AS/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>29 362</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Modernisering van de overheid</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">AS</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 12 juni 2026</al>
            <al>Werk aan Uitvoering richt zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening. Voor mensen en bedrijven is dat de plek waar de overheid vooral zichtbaar wordt: aan het loket, online, telefonisch of in contact met publieke dienstverleners. Juist die ervaringen bepalen in belangrijke mate het vertrouwen in de overheid. Veel gaat goed, maar het kan en moet beter.</al>
            <al>Binnen de publieke dienstverlening zien we hardnekkige knelpunten in regels, beleid, samenwerking en besluitvorming. In de uitvoering is dagelijks zichtbaar waar beleid in de praktijk schuurt. Het programma Werk aan Uitvoering is opgezet om deze patronen te doorbreken en zo bij te dragen aan een slagvaardige overheid: een overheid die beter samenwerkt, sneller knelpunten oplost en publieke dienstverlening merkbaar verbetert.</al>
            <al>Werk aan Uitvoering is inmiddels uitgegroeid tot een brede beweging van beleidsmakers, publieke dienstverleners, toezichthouders, medeoverheden en politici die gezamenlijk werken aan begrijpelijkere, snellere en beter uitvoerbare dienstverlening voor professionals én toegankelijkere dienstverlening voor mensen en bedrijven. Dat vraagt om langdurige inzet. Daarom loopt het programma van 2021 tot en met 2031 en is jaarlijks € 600 miljoen beschikbaar voor ministeries en publieke dienstverleners<noot id="ID-1253825-d40e72" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, <extref doc="kst-29362-308" soort="document" status="actief">29362–308</extref></noot.al></noot>.</al>
            <al>Met deze voortgangsrapportage geef ik uw Kamer inzicht in de stappen die het afgelopen jaar zijn gezet om de publieke dienstverlening voor mensen en bedrijven merkbaar te verbeteren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Waar staat het programma nu?</tussenkop>
            <al>Werk aan Uitvoering bestaat nu vijf jaar en de impact van de beweging is zichtbaar. We zien dat publieke dienstverleners dankzij de WaU-middelen hun dienstverlening op een andere manier hebben weten in te richten, waardoor bijvoorbeeld doorlooptijden zijn verkort. Dit is het geval bij de forensische opsporing bij zedenzaken van de Politie en het accreditatieproces van de Raad voor Accreditatie. De Politie heeft met het aanstellen van procescoördinatoren en administratieve medewerkers binnen de tien regionale politie-eenheden werkprocessen en samenwerkingen efficiënter gemaakt. De tijd die nodig is voor forensisch onderzoek in zedenzaken daalde gemiddeld van 50 naar 34 dagen. Daarmee vergroot het de kans dat daders van zedenzaken sneller worden opgespoord en draagt daardoor bij aan betere ondersteuning van slachtoffers.</al>
            <al>De Raad voor Accreditatie heeft de doorlooptijd verkort door te investeren in het vernieuwen van de digitale infrastructuur. Hierdoor zijn de administratieve lasten voor bedrijven afgenomen en blijft meer ruimte over voor maatwerk en inhoudelijk contact.</al>
            <al>Ook zijn er publieke dienstverleners die, met behulp van de beschikbaar gestelde middelen, hun dienstverlening hebben uitgebreid. Een voorbeeld hiervan is het Kadaster. Het Kadaster registreert van oorsprong wie eigenaar is van gronden of gebouwen. Door de investering in een datamodel kan het Kadaster nu ook monitoren in hoeverre de woningbouwopgave te realiseren is, en mogelijke oorzaken aanwijzen wanneer de realiteit achterblijft bij de gestelde ambities. Het datamodel maakt inzichtelijk welke obstakels er boven- en ondergronds zijn en houdt daarbij ook rekening met factoren als toekomstig overstromingsgevaar. Deze ruimtelijke informatie helpt overheden, bedrijven en maatschappelijke partijen om realistischer te plannen en ondersteunt een toekomstbestendige inrichting van de schaarse ruimte in Nederland.</al>
            <al>Daarnaast zijn er initiatieven gestart die bruikbaar zijn voor alle publieke dienstverleners en ministeries. Een voorbeeld is de verdere ontwikkeling van de Uitvoeringstoets. Het doel is om voor de uitvoeringstoets instrumenten te creëren die zorgen voor meer duidelijkheid, en een betere samenwerking. In het vierde kwartaal van 2025 is gestart met de werkgroep «handreiking en oplegger» die een handreiking met begrippenlijst ontwikkelt en gaat experimenteren met een oplegger. Hiermee wordt gewerkt aan meer duidelijkheid voor Kamerleden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Welke lessen trekken we uit deze voortgangsrapportage?</tussenkop>
            <al>We zien dat organisaties met WaU-middelen concrete verbeteringen realiseren in hun eigen dienstverlening. Tegelijkertijd laten de ervaringen zien dat structurele verbetering vaak vraagt om samenwerking over organisatie- en domeingrenzen heen. Juist daar blijken hardnekkige belemmeringen in financiering, gegevensdeling en besluitvorming zichtbaar. Al lukt het niet alle organisaties even goed om structurele verbeteringen te realiseren met de tijdelijke WaU-middelen. Ook zien we dat organisaties nog maar beperkt lukt om organisatie- of domeinoverstijgend samen te werken, terwijl juist die samenwerking belangrijk is om publieke dienstverlening voor mensen en bedrijven eenvoudiger en samenhangender te maken.</al>
            <al>Het lukt wel bij organisaties die vergelijkbaar zijn, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Deze toezichtorganisaties ontwikkelen en financieren gezamenlijk toepassingen die mensen stap voor stap door regels heen leiden. Regels veranderen namelijk voortdurend. Dat maakt het voor mensen en bedrijven vaak lastig om te weten aan welke regels zij precies moeten voldoen. Daarom ontwikkelen de NVWA en ILT toepassingen die direct helpen bij dat soort vragen, én breder inzetbaar zijn.</al>
            <al>Maar dergelijke samenwerkingen blijken vaak de uitzondering op de regel. Binnen de Rijksoverheid werkt men veelal aan opgaven binnen hun eigen organisatie of domein. Dit komt deels door de manier waarop de financiering binnen de Rijksoverheid geregeld is. Middelen worden vaak toegekend aan specifieke organisaties en afdelingen, maar zelden aan overkoepelende opgaven waaraan meerdere organisaties werken. Hier is ruimte voor verbetering, ook in het licht van de huidige taakstelling. De taakstelling creëert een momentum om Rijksbreed met elkaar te bepalen welke prioritering we hanteren en waar we gezamenlijk mee gaan stoppen.</al>
            <al>Dat vraagt om scherpe gezamenlijke keuzes, zowel politiek als bestuurlijk, over wat de overheid wél en niet meer doet. Zonder gezamenlijke prioritering ontstaat het risico dat organisaties, beleidsdirecties en uitvoerders ieder afzonderlijk keuzes maken, terwijl de beschikbare capaciteit en uitvoeringskracht daar in de komende jaren steeds minder ruimte voor laten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Hoe werken we samen met anderen aan het toepassen van deze lessen?</tussenkop>
            <al>Binnen de WaU-beweging zetten we in op deze gezamenlijkheid. Een goed voorbeeld van een organisatie-overstijgend en gezamenlijk initiatief is de vereenvoudigingsaanpak (voorheen: Actieagenda Vereenvoudiging) en de jaarlijkse Vereenvoudigingswet. De vereenvoudigingsaanpak is een werkwijze om voorstellen over vereenvoudiging volgens een vaste wijze en ritmiek uit te werken en in scherpte ter besluitvorming voor te leggen. De aanpak (voor het ontwikkelen van voorstellen en het bespreken van dilemma’s) en de wet (voor politieke besluitvorming en daadwerkelijke realisatie van vereenvoudiging) versterken elkaar. Minder en simpeler beleid en regelgeving geeft inwoners en bedrijven lucht, maakt uitvoeringsorganisaties effectiever en efficiënter en zorgt dat de overheid betere dienstverlening kan leveren. Daarnaast helpt vereenvoudiging publieke dienstverleners om voorspelbaarder, sneller en consistenter te werken.</al>
            <al>Een ander voorbeeld zijn de trialogen over actuele vraagstukken die we tijdens de Dag van de Publieke Dienstverlening in gezamenlijkheid met uw Kamer op woensdag 17 juni 2026 organiseren. Een trialoog is een gesprek waarin politiek, beleid en uitvoering bewust samenkomen om een vraagstuk te verkennen. Het idee daarachter is dat voor mensen en bedrijven de overheid één geheel is. Door eerder met elkaar in gesprek te gaan over dilemma’s en keuzes, kunnen we de kans vergroten dat beleid uiteindelijk beter uitvoerbaar en effectiever voor mensen en bedrijven is.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Wat helpt bij beter uitvoerbare publieke dienstverlening?</tussenkop>
            <al>De ervaringen binnen Werk aan Uitvoering laten zien dat verbetering van publieke dienstverlening niet alleen vraagt om inzet van uitvoeringsorganisaties en departementen, maar ook om voortdurende aandacht voor uitvoerbaarheid, eenvoud en samenwerking in het politieke en wetgevende proces.</al>
            <al>Ook uw Kamer speelt daarin, als medewetgever en controleur, een belangrijke rol. Op basis van ervaringen uit beleid en uitvoering zien wij een aantal elementen die kunnen bijdragen aan beter uitvoerbare en beter uitlegbare publieke dienstverlening.</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Uitvoerbaarheid en eenvoud als integraal onderdeel van afwegingen</nadruk>
                </al>
                <al>Niet als sluitstuk van beleid, maar als volwaardig onderdeel van politieke besluitvorming: wat betekent een voorstel voor de uitvoering? Wat vraagt dit van professionals? Hoe werkt dit uit voor mensen en bedrijven?</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Ruimte voor het gesprek vóór besluitvorming</nadruk>
                </al>
                <al>Juist in een vroege fase kunnen dilemma’s, uitvoeringsconsequenties en alternatieven beter gezamenlijk worden verkend: geef ruimte voor vroegtijdige uitvoerbaarheidstoetsing, benut gesprekken tussen politiek, beleid en uitvoering, bijvoorbeeld via trialogen en gebruik instrumenten zoals sneltoetsen en uitvoeringstoetsen om keuzes beter te onderbouwen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Bewust omgaan met complexiteit</nadruk>
                </al>
                <al>Complexiteit ontstaat vaak stap voor stap: een aanvullende voorwaarde, een uitzondering, een extra controle of beleidsregel. Afzonderlijk kunnen dergelijke keuzes begrijpelijk zijn, maar in samenhang kunnen zij de uitvoerbaarheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid van het stelsel onder druk zetten.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Tot slot</tussenkop>
            <al>Het verbeteren van de publieke dienstverlening is geen eenmalige opgave, maar een continu proces van leren, samenwerken en vereenvoudigen. De ervaringen binnen Werk aan Uitvoering laten zien dat blijvende verbetering alleen mogelijk is wanneer politiek, beleid, uitvoering en toezicht elkaar eerder weten te vinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor uitvoerbare en begrijpelijke oplossingen.</al>
            <al>Systemisch leren is daarbij geen doel op zich, maar een middel om verandering te realiseren. Door ervaringen uit de praktijk te vertalen naar verbeteringen in werkwijzen, samenwerking en besluitvorming, werken we aan een overheid die uitvoerbaar beleid maakt, betrouwbare dienstverlening levert en slagvaardig kan inspelen op knelpunten in de praktijk.</al>
            <al>De WaU-beweging blijft zich de komende jaren inzetten om deze ontwikkeling verder te versterken. Niet alleen door concrete verbeteringen in de uitvoering mogelijk te maken, maar ook door samenwerking, vereenvoudiging en uitvoeringsbewustzijn structureel te verankeren binnen de overheid. Alleen door gezamenlijk te blijven werken aan eenvoudiger, beter uitvoerbaar en beter samenhangend beleid kunnen we bouwen aan een overheid die doet wat zij belooft en die mensen en bedrijven daadwerkelijk ondersteunt.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
            <naam>
              <voornaam>E. van der</voornaam>
              <achternaam>Burg</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>