﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29237-58/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2006-2007</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="v2_9__3.8" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST106520</ordernr>
    <vergjaar>2006-2007</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 237</nummer>
      <naam>Afrika-beleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>58</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE EN VOOR
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>13 april 2007</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij informeren wij u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties, conform artikel 100 lid 1 van de Grondwet en aan de
hand van het Toetsingskader 2001 over het besluit van de regering om de Nederlandse
personele bijdrage aan de VN-vredesmissie in Soedan (UNMIS) van vijftien militaire
waarnemers, vijftien politiefunctionarissen en enkele staffunctionarissen,
met één jaar voort te zetten. Tevens informeren wij u, in vervolg
op eerdere brieven aan uw Kamer, over de in dit kader relevante ontwikkelingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 18 november 2005 heeft de regering besloten de VN-missie in Soedan
(UNMIS) voor een periode van één jaar te versterken met vijftien
militaire waarnemers, vijftien politiefunctionarissen van de Koninklijke marechaussee
en enkele staffunctionarissen (Kamerstuk 29 237 nr. 27). Het regeringsbesluit
tot deelname aan UNMIS kon niet eerder worden uitgevoerd dan nadat was vastgesteld
dat de voorziene beschermingseenheden volledig waren ontplooid en medische
voorzieningen adequaat waren. De ontplooiing van het Nederlandse personeel
is daarom gefaseerd uitgevoerd. De eerste militaire waarnemers zijn in april
2006 vertrokken naar Soedan. Eind juni waren alle militaire waarnemers en
politiefunctionarissen ter plaatse.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts bent u in 2006 geïnformeerd over het besluit van de minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om in UNMIS maximaal vier civiele
politiefunctionarissen in te zetten. Deze vier civiele politiefunctionarissen
zijn sinds januari 2007 uitgezonden naar Soedan, en voeren dezelfde taken
uit als de uitgezonden leden van de Koninklijke Marechaussee die zij hebben
vervangen. Zij maken sindsdien deel uit van de groep van vijftien Nederlandse
politiefunctionarissen binnen UNMIS.</al>
      <tuskop letat="vet">Het besluit tot voortzetting van de deelneming</tuskop>
      <al>De UNMIS-missie is 24 maart 2005 van start gegaan en heeft als belangrijkste
taak toe te zien op de naleving van het vredesakkoord tussen Noord- en Zuid-Soedan,
de <nadruk type="cur">Comprehensive Peace Agreement</nadruk> (CPA). De naleving
van dit alomvattende vredesakkoord is essentieel voor de bevordering van duurzame
veiligheid en stabiliteit, voor succesvolle wederopbouw en het vertrouwen
van de Zuid-Soedanese bevolking in een democratisch tot stand gekomen bestuur.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De implementatie van de CPA vordert langzaam. Dit komt onder andere doordat
de situatie in Darfur de Soedanese politieke aandacht voor de CPA heeft overschaduwd.
Aangezien de vrede en stabiliteit in Zuid- en Noord-Soedan van belang is voor
de stabiliteit in het land en de buurlanden, is en blijft het ondersteunen
van UNMIS nodig. De Nederlandse deelname aan UNMIS past in het Nederlands
beleid, waarbij de uitvoering van de CPA wordt ondersteund door een zo geïntegreerd
mogelijke inzet van diplomatieke, financiële en militaire middelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>UNMIS bestaat thans uit circa 10 000 geüniformeerde medewerkers
en circa 3 000 burgers. De VN wenst continuering van de Nederlandse personele
bijdrage aan UNMIS, die gewaardeerd is omwille van zijn hoogwaardige kwaliteit.
In het licht van het bovenstaande heeft de regering besloten de Nederlandse
bijdrage aan UNMIS van vijftien militaire waarnemers, vijftien politiefunctionarissen
en enkele staffunctionarissen te verlengen voor een periode van één
jaar.</al>
      <tuskop letat="vet">Politieke aspecten</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Comprehensive Peace Agreement</tuskop>
      <al>Op 9 januari jongstleden werd het tweejarig bestaan van de CPA gevierd,
in aanwezigheid van President Bashir en Vice-President Salva Kiir. Vooral
op strategische onderdelen verloopt de implementatie moeizaam, zoals de demarcatie
van de Noord-Zuid grenslijn, de verdeling van de olie-opbrengsten, het maken
van afspraken over het olierijke Abyei grensgebied, het opheffen van <nadruk type="cur">Other Armed Groups</nadruk> en de vorming van de zogenaamde <nadruk type="cur">Joint Integrated Units</nadruk>, die uiteindelijk de kern van het
Soedanese eenheidsleger moeten vormen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voortgang van de implementatie van de CPA wordt gemonitord in de zogenaamde <nadruk type="cur">Assessment and Evaluation Commission</nadruk> (AEC), waarin ook
UNMIS en Nederland zijn vertegenwoordigd. Deze commissie en de aan onderdelen
van de CPA gerelateerde werkgroepen komen regelmatig bijeen om de voortgang
en knelpunten in de implementatie te bespreken. De <nadruk type="cur">Soedanese
People’s Liberation Movement</nadruk> (SPLM) wijst regelmatig op het
gebrek aan bereidheid van de <nadruk type="cur">National Congress Party</nadruk>
(NCP) om de CPA te implementeren. Tegelijkertijd heeft de SPLM zich voornamelijk
gericht op het consolideren van de eigen regeringsstructuur in Zuid-Soedan
en minder op CPA-implementatie. Het recente voornemen van de SPLM om nadrukkelijker
aanwezig te zijn in Khartoem, waar de partij deel uitmaakt van de regering
van Nationale Eenheid, is een positieve ontwikkeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De komende jaren zijn echter van onverminderd belang voor de implementatie
van het vredesakkoord, mede met het oog op de te houden verkiezingen in 2008
of 2009 en de voltooiing van de terugtrekking van de troepen van de beide
partijen.</al>
      <tuskop letat="cur">De rol van de operatie (UNMIS) in het politieke proces</tuskop>
      <al>De UNMIS-eenheden in de verschillende sectoren beschikken over een goede informatiepositie waardoor ze de partijen bij de CPA kunnen aanspreken
op hun verantwoordelijkheden. De actieve inzet van UNMIS vertegenwoordigers
in commissies die toezicht houden op de uitvoering van de CPA, zoals de <nadruk type="cur">Ceasefire Political Commission</nadruk> en de <nadruk type="cur">Ceasefire Joint Military Commission</nadruk>, heeft ertoe geleid dat deze
organen naar behoren functioneren. Hierdoor is het oplaaien van gewelddadigheden
verschillende malen voorkomen. Naast de toezichthoudende rol op de uitvoering
van de CPA verleent de VN-missie (technische) assistentie aan de lokale autoriteiten
op gebieden als mensenrechten, ontwapening, demobilisatie en re-integratie
(<nadruk type="cur">het Disarmament, Demobilisation and Re-integration –
of DDR-proces</nadruk>), <nadruk type="cur">rule of law</nadruk> en de terugkeer
van vluchtelingen. Daarnaast hebben de bezoeken van militaire waarnemers aan
gemarginaliseerde gebieden een positieve uitwerking op het vertrouwen van
de lokale bevolking in UNMIS en daarmee in de internationale gemeenschap.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De positie van UNMIS heeft in de loop van 2006 te lijden gehad onder de
spanningen in Darfur en het vroegtijdig vertrek van de VN Speciaal Vertegenwoordiger
Jan Pronk. De VN-missie wordt als gevolg hiervan kritischer gevolgd door de
autoriteiten in Khartoem en heeft minder politieke manoeuvreruimte op centraal
niveau. De spoedige aanstelling van een nieuwe Speciaal Vertegenwoordiger
is in dit kader onontbeerlijk. Nederland probeert dit via diplomatieke kanalen
te bevorderen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het zuiden van Soedan wordt UNMIS meer dan in Khartoem als een partner
gezien. De veiligheidssituatie staat bovenaan de agenda van de Zuid-Soedanese
regering. De toegang tot de autoriteiten is goed en de samenwerking is intensief.</al>
      <tuskop letat="vet">Humanitaire situatie</tuskop>
      <al>Decennia van burgeroorlog hebben de ontwikkeling van Zuid-Soedan volledig
gefrustreerd. Er is nog steeds een enorm gebrek aan basisvoorzieningen voor
de bevolking in grote delen van het Zuiden. Humanitaire hulp blijft de komende
jaren dan ook onmisbaar in Zuid-Soedan. Het vredesakkoord en het tot stand
komen van de regering van Nationale Eenheid vormen een unieke kans op duurzame
en vreedzame ontwikkeling in Zuid-Soedan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Nederlandse budget voor humanitaire hulp aan Soedan is het laatste
jaar sterk gegroeid. Soedan is de grootste ontvanger van Nederlandse humanitaire
hulp. De Nederlandse noodhulp voor Soedan bedroeg in 2006 € 53,7
miljoen. Van dit bedrag is € 42,6 miljoen besteed via het VN noodhulp
fonds (CHF), een kleine € 5 miljoen via VN-organisaties in Tsjaad,
en de rest via NGO’s. Prioriteiten is hierbij het voorzien in voedsel,
basisgezondheidszorg, water &amp; sanitaire voorzieningen en bescherming.
UNMIS helpt bij het scheppen van de voorwaarden – zoals veiligheid –
om deze hulp zo goed mogelijk in te zetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bovenop de humanitaire noden van de huidige bewoners van het Zuiden, komen
die van de ongeveer vier miljoen Zuid-Soedanese ontheemden, van wie er in
2006 zo’n 850 000 zijn teruggekeerd. Duizenden zullen in 2007 dat
voorbeeld volgen. Zo’n 90 000 ontheemden zullen daarbij hulp van
de VN ontvangen. De VN schatten dat een half tot anderhalf miljoen mensen
in de nabije toekomst al of niet uit eigener beweging zal terugkeren. Een
belangrijke voorwaarde die deze ontheemden zelf stellen voor terugkeer, is
de veiligheid onderweg en op de plaats van bestemming. De aanwezigheid van
UNMIS kan in dit kader een doorslaggevende rol spelen.</al>
      <tuskop letat="vet">Wederopbouw in Zuid-Soedan</tuskop>
      <al>Het zuiden van Soedan is, twee jaar na de ondertekening van de CPA, nog
steeds in opbouw. De lokale overheid en het parlement functioneren inmiddels,
evenals verschillende commissies op belangrijke gebieden als corruptiebestrijding
en mensenrechten. Door de verbeterde veiligheidssituatie is de terugkeer van
vluchtelingen en ontheemden op gang gekomen en groeit de bedrijvigheid. Desalniettemin
verloopt het wederopbouwproces trager dan gewenst, mede gegeven het feit dat
de capaciteit van de overheid beperkt is, de noden nog steeds groot zijn en
de omvang van het gebied enorm. Hoewel de toegenomen veiligheidssituatie een
positieve ontwikkeling is, blijft het uitkeren van het langverwachte vredesdividend
aan de bevolking een kernzaak voor de komende jaren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De internationale gemeenschap steunt de wederopbouw in het zuiden op grote
schaal. Naast de steun die wordt verleend door de VN-instanties en via het
door de Wereldbank beheerde <nadruk type="cur">Multi-Donor Trust Fund</nadruk>(MDTF),
zijn er verschillende bilaterale donoren actief. Nederland heeft met Denemarken,
Noorwegen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk in mei 2006 een gezamenlijk kantoor
geopend (het <nadruk type="cur">Joint Donor Office</nadruk>), van waar uit
de steun voor het wederopbouwproces wordt gecoördineerd. Nederland kanaliseert
het grootste deel van zijn wederopbouw steun via het MDTF voor Zuid-Soedan.
Voor de periode 2005–2007 bedraagt deze steun € 75 miljoen.
Nederland draagt eenzelfde bedrag bij aan het MDTF voor Noord-Soedan. Ook
ondersteunt Nederland een aantal andere wederopbouwinitiatieven op substantiële
wijze, bijvoorbeeld het UNDP-VK-NL Strategisch Partnerschap met € 10
miljoen in 2006. Daarnaast zal Nederland in 2007 nog eens € 3 miljoen
beschikbaar stellen voor het leveren van basisvoorzieningen, dit met het oog
op het belang van snelle uitkering van het vredesdividend.</al>
      <tuskop letat="cur">Hervorming van de lokale veiligheidssector</tuskop>
      <al>Op het gebied van veiligheid resten er na twee jaar implementatie van
de CPA nog aanzienlijke problemen. De implementatie van een aantal van de
belangrijke veiligheidsgerelateerde bepalingen van de CPA loopt achter op
schema en met het opbouwen van veiligheidsstructuren in Zuid-Soedan is nog
slechts een bescheiden begin gemaakt. Gezien de lange duur van het conflict
en de omvang van de uitdagingen mag dit weinig verbazing wekken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het mandaat van UNMIS richt zich logischerwijs met name op de veiligheidsbepalingen
in de CPA, die ingaan op de volgende onderwerpen: het DDR proces; het formeren
van geïntegreerde strijdkrachten middels de opzet van <nadruk type="cur">Joint Integrated Units</nadruk> (JIUs) en een <nadruk type="cur">Joint Defence
Board</nadruk> (JDB); het integreren van <nadruk type="cur">Other Armed Groups</nadruk> (OAGs) in genoemde JIUs en de herpositionering van de <nadruk type="cur">Soedanese Armed Forces</nadruk> (SAF) en <nadruk type="cur">Soedan People’s
Liberation Army</nadruk> (SPLA).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het door middel van het DDR proces terugbrengen van de omvang van de SAF
en SPLA heeft forse vertraging opgelopen. Een belangrijk punt van aandacht
hierbij is dat een gedeelde UNMIS-SPLA visie en een gedeelde UNMIS –
SAF visie op het doel en de omvang van DDR nog ontbreken. Het succes van het
DDR proces zal nauw samenhangen met politieke voortgang op de dossiers over
de JIU’s en de grensdemarcatie van Abyei en de olierijke gebieden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vorming van de <nadruk type="cur">Joint Integrated Units</nadruk> heeft
eveneens vertraging op gelopen. Momenteel zijn ze voor slechts 75%
gevormd. Van echte integratie is nog geen sprake. Zo is er bijvoorbeeld geen
gezamenlijke (trainings)doctrine. De vrees bestaat dat de deadline
van 9 juli 2007 voor de completering van de formatie van JIUs niet gehaald
zal worden, waardoor de SAF en SPLA een legitiem excuus zouden verkrijgen
om taken zoals het bewaken van de olievelden in eigen hand te houden. Het
is dan ook nodig dat UNMIS politiek èn militair aandacht blijft besteden
aan het tot stand komen van de JIU’s. Nederland tracht UNMIS hierin
ter zijde te staan door zijn inspanningen binnen de AEC. De Nederlandse bijdrage
aan UNMIS ondersteunt de positie van Nederland in de AEC politiek en instrumenteel.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er zijn op het moment nog talrijke zogenaamde <nadruk type="cur">Other
Armed Groups</nadruk> actief in met name Zuid-Soedan. Dit vormt één
van de grote gevaren voor verdere CPA implementatie. De deadline voor hetzij
het ontwapenen en demobiliseren van deze groepen, hetzij het integreren ervan
in de SPLA of SAF is officieel verlopen op 9 januari 2006. Verdere ontwapeningsinspanningen
moeten gepaard gaan met grote zorgvuldigheid, mede met het oog op tribale
spanningen. In Malakal ontstonden in november 2006 gevechten tussen de SAF
en aan hen gelieerde OAGs en de SPLA, waarbij tenminste 150 strijders en burgers
omkwamen. De <nadruk type="cur">Ceasefire Joint Military Committee</nadruk>
van UNMIS speelde een cruciale rol in de oplossing van dit conflict. Dit incident,
de meest serieuze schending van het staakt-het-vuren sinds 2002, maakte zowel
de explosiviteit van de OAG-problematiek duidelijk èn de cruciale rol
die UNMIS vervult als stabiliserende factor wanneer zulke spanningen tot uitbarsting
komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts dient vermeld te worden dat de herpositionering van SAF en SPLA
ten noorden en ten zuiden van de grens van 1/1/1956 grotendeels op schema
ligt. UNMIS monitort deze herpositionering als neutrale partij. Nederlandse
militaire waarnemers dragen hier significant aan bij.</al>
      <tuskop letat="vet">Regionale dimensie</tuskop>
      <al>In het geïntegreerde buitenlands beleid is de Hoorn van Afrika een
prioritaire regio. Deze regio wordt van oudsher gekenmerkt door grensoverschrijdende
conflicten, onder meer tussen Eritrea en Soedan en tussen Soedan en Oeganda.
Sinds de ondertekening van een vredesakkoord tussen de Soedanese regering
van Nationale Eenheid en de rebellenbeweging <nadruk type="cur">Eastern Front</nadruk> op 14 oktober 2006 is de situatie in Oost-Soedan, dat grenst
aan Eritrea, gestabiliseerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op initiatief en door bemiddeling van de vice-president van Zuid-Soedan,
Riak Machar, vinden sinds juli 2006 vredesbesprekingen plaats tussen de regering
van Oeganda en de rebellenbeweging <nadruk type="cur">Lord’s Resistance
Army</nadruk> (LRA). Deze besprekingen zijn sinds december 2006 in een impasse
geraakt. Door inspanningen van de Speciaal Gezant van de SGVN voor de door
de LRA getroffen gebieden, oud-president Chissano, is echter het vooruitzicht
ontstaan dat de vredesbesprekingen in Juba op korte termijn zullen worden
hervat in aanwezigheid van waarnemers uit onder meer de DRC en Kenia. Het
aantal geweldsincidenten in het zuidelijke deel van Soedan is sinds de aanvang
van de besprekingen met de LRA gedaald. Wel blijven tribale spanningen en
het opereren van <nadruk type="cur">Other Armed Groups</nadruk> zorgen voor
instabiliteit in deze regio.</al>
      <tuskop letat="vet">Mandaat</tuskop>
      <al>Het huidige mandaat van UNMIS loopt tot mei 2007 en was aanvankelijk vooral
gericht op het naleven van de CPA. Het is met de aanvaarding van de VN Veiligheidsraad
resolutie 1706 van 31 augustus 2006 uitgebreid met het doel om de implementatie
van het <nadruk type="cur">Darfur Peace Agreement</nadruk> te ondersteunen.
De Soedanese regering heeft zich hier echter tot dusverre tegen weten
te verzetten. Naar verwachting wordt het UNMIS mandaat verlengd.</al>
      <tuskop letat="vet">Deelnemende landen</tuskop>
      <al>Op 28 februari jl. droegen naast Nederland de volgende EU-lidstaten
militairen of politiefunctionarissen bij aan UNMIS: België, Denemarken,
Duitsland, Finland, Griekenland, Polen, het Verenigd Koninkrijk, Roemenië
en Zweden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts droegen op dat moment de volgende landen militairen of politiefunctionarissen
bij: Argentinië, Australië, Bangladesh, Bosnië Herzegovina,
Benin, Bolivia, Botswana, Brazilië, Cambodja, Canada, China, Ecuador,
Egypte, El Salvador, Fiji, Gabon, Gambia, Ghana, Guatemala, Guinee, India,
Indonesië Jamaica, Jordanië, Kenia, Kroatië, Kirgizië,
Malawi, Mali, Maleisië, Moldavië, Mongolië, Namibië, Nepal,
Nieuw Zeeland, Nigeria, Noorwegen, Pakistan, Paraguay, Peru, de Filipijnen,
Zuid-Korea, Rusland, Rwanda, Samoa, Sri Lanka, Tanzania, Thailand, Turkije,
Oeganda, de Oekraïne, Jemen, Uruguay, Vanuatu, de Verenigde Staten, Zambia,
Zimbabwe en Zuid-Afrika.</al>
      <tuskop letat="vet">Militaire aspecten</tuskop>
      <al>Zowel de status van de militairen als de taken en de bevelsstructuur zijn
ongewijzigd gebleven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De uitvoering van de taken van de UNMIS verloopt volgens plan. De militaire
waarnemers voeren hun werkzaamheden uit in kleine teams waar ook vertegenwoordigers
van de voormalige strijdende partijen deel van uitmaken. De waarnemers richten
zich voornamelijk op het in kaart brengen van de militaire situatie en integratie
van de voormalige rebellen. Zij rapporteren hun waarnemingen aan de <nadruk type="cur">Force Commander</nadruk>. De politiefunctionarissen brengen de
lokale politiefunctionarissen basisvaardigheden bij en geven hiernaast workshops
over onder andere mensenrechten. Dit werk wordt in Zuid-Soedan bemoeilijkt
door de beperkte capaciteiten van de lokale autoriteiten, die dit proces zo
veel mogelijk moeten leiden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In verband met de afronding van de uitvoering van haar taken in Oost-Soedan
(Kassala) en efficiëntie- en kostenoverwegingen heeft UNMIS haar streven
om 750 militaire waarnemers in te zetten naar beneden bijgesteld tot 625 waarnemers.
Vooralsnog is onduidelijk of de VN ook het aantal politiefunctionarissen in
UNMIS wil aanpassen. Desondanks wenst de VN de Nederlandse personele bijdrage
aan UNMIS op het huidige niveau te handhaven.</al>
      <tuskop letat="vet">Medische voorzieningen</tuskop>
      <al>De inzet van Nederlandse militairen in alle sectoren van UNMIS was en
is verbonden aan twee heldere voorwaarden, namelijk de ontplooiing van voldoende
beschermingseenheden en de aanwezigheid van medische verzorging op een aanvaardbaar
niveau. In de Kamerbrief van juni 2006 is medegedeeld dat alle <nadruk type="cur">teamsites</nadruk> van de sectoren waar de Nederlanders worden ingezet aan
deze voorwaarden voldoen, uitgezonderd de <nadruk type="cur">teamsites</nadruk>
Bor en Aweil waar de medische voorzieningen niet aan de VN standaard voldoen
(29 237, nr. 48). Totdat deze voorzieningen op het gewenste niveau zijn,
zullen op deze <nadruk type="cur">teamsites</nadruk> geen Nederlandse militaire
waarnemers en politiefunctionarissen worden geplaatst. Hoewel de medische
voorzieningen op de desbetreffende locaties zijn verbeterd, is het gewenste
niveau nog niet bereikt en zal hieraan vooralsnog worden vastgehouden.</al>
      <tuskop letat="vet">Veiligheidsaspecten</tuskop>
      <al>De veiligheidssituatie in Zuid-Soedan is de afgelopen maanden relatief
stabiel gebleven.</al>
      <al>Dreiging gaat uit van lokale (intercommunale) conflicten, alsook van de
aanwezigheid van mijnen. De grootste dreiging voor het UNMIS personeel gaat
op dit moment uit van de voortdurende aanwezigheid van eerdergenoemde LRA
beweging, die er van verdacht wordt om, ook nu het vredesbesprekingen voert,
gewelddadigheden niet te schuwen. Er is aandacht voor de problematiek omtrent
de LRA, maar het dreigingsbeeld is grotendeels onveranderd. Ook voor de komende
periode worden geen significante veranderingen in het dreigingsbeeld verwacht.</al>
      <tuskop letat="vet">Financiën</tuskop>
      <al>De uitgaven die gemoeid zijn met een verlenging met twaalf maanden van
de Nederlandse bijdrage aan UNMIS worden geraamd op circa € 1,5
miljoen, uitgaande van 34 uitgezonden personen. Deze additionele uitgaven
komen ten laste van de structurele voorziening «uitvoeren crisisbeheersingsoperaties»
van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>M. J. M. Verhagen</naam>
        <functie>De Minister van Defensie,</functie>
        <naam>E. van Middelkoop</naam>
        <functie>De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,</functie>
        <naam>A. G. Koenders</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>