﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29237-48/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST99149</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 237</nummer>
      <naam>Afrika-beleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>48</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE EN VOOR
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>23 juni 2006</datum></al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>In onze brief van 18 november 2005 (Kamerstuk 29 237, nr. 27)
hebben wij u geïnformeerd over het regeringsbesluit de VN-missie in Soedan
(UNMIS) te versterken met een Nederlandse bijdrage van 15 militaire waarnemers,
15 politiefunctionarissen en enkele stafofficieren in Zuid-Soedan.</al>
      <al>Met de brief van 7 april 2006 (kamerstuk 29 237, nr. 38) hebben
we u geïnformeerd over de resultaten van de verkenningsmissie die van
18 tot en met 23 maart jl. werd uitgevoerd. De voornaamste bevinding
van deze missie was dat aan de voorwaarden tot uitzending was voldaan en de
Regering de verwachting uitsprak dat de waarnemers in twee groepen uitgezonden
konden worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals in de brief van 7 april gemeld, heeft de VN te kennen gegeven
de Nederlanders in het gehele zuidelijke deel van Soedan in te willen zetten.
In het AO van 13 april jl. heeft de Regering aangegeven de modaliteiten
van ontplooiing nader te willen bezien op basis van de ervaringen van de eerste
uitgezonden groep waarnemers alsmede van informatie van de VN.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het licht van de wens van de VN de waarnemers ook in andere sectoren
in te kunnen zetten en gezien de ervaringen van de eerste groep waarnemers
is besloten een nieuwe missie uit te sturen om na te gaan of ook in de sectoren
2 tot en met 6 aan de voorwaarden voor uitzending van militaire waarnemers
en politiefunctionarissen wordt voldaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van 29 mei tot en met 8 juni jl. werd deze derde verkenningsmissie
naar Soedan uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van deze missie is de
Regering van mening dat ingestemd kan worden met de dringende wens van de
VN om de Nederlandse militaire waarnemers en politiefunctionarissen ook te
kunnen plaatsen in de sectoren 2 tot en met 6. </al>
      <tuskop letat="vet">Stand van zaken</tuskop>
      <al>Sinds begin maart zijn reeds twee stafofficieren geplaatst op de hoofdkwartieren
te Khartoem en te Juba. Nederland overweegt daar nog enkele stafofficieren
aan toe te voegen. Op 22 april is een groep van zeven militaire waarnemers
uitgezonden. Vijf van de zeven zijn werkzaam in sector 1, de overige twee
zijn geplaatst bij het hoofdkwartier UNMIS te Khartoem.</al>
      <tuskop letat="vet">De verkenningsmissie</tuskop>
      <al>Van 29 mei tot en met 8 juni jl. heeft een Nederlandse verkenningsmissie
nagegaan of ook in de sectoren 2 tot en met 6 van UNMIS de beschermingseenheden
volledig zijn ontplooid en of de medische voorzieningen toereikend zijn. Hiernaast
is aandacht besteed aan de logistieke faciliteiten ter plekke. Zowel het <nadruk type="cur">Force Headquarter</nadruk> (FHQ) als alle relevante locaties (12)
in sectoren 2 tot en met 6 zijn aangedaan. Er is gesproken met alle sectorcommandanten, <nadruk type="cur">Heads of Office</nadruk> en een groot aantal andere functionarissen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voornaamste bevindingen van de verkenningsmissie zijn:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. De beschermingsmacht is in alle sectoren op sterkte. De missie heeft
kunnen constateren dat sinds de laatste verkenningsmissie van maart jl. veel
vooruitgang is geboekt en dat UNMIS thans voor 90% is ontplooid. Alleen
de beschermingsmacht voor teamsite Bor in sector 3 is nog niet ontplooid.
De VN is voornemens Bor zo snel mogelijk te voorzien van een adequate beschermingsmacht.
De veiligheidssituatie laat toe dat militaire waarnemers en politiefunctionarissen
in Bor conform VN veiligheidsvoorschriften zonder beschermingsmacht kunnen
patrouilleren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>2. De medische voorzieningen zijn in opbouw en op vrijwel alle sites toereikend.
Echter, op de teamsites Bor en Aweil voldoen de medische voorzieningen nog
niet aan de VN standaard. Totdat de medische voorzieningen op deze teamsites
op het gewenste niveau zijn zullen er geen Nederlandse militaire waarnemers
en politiefunctionarissen worden geplaatst. De geconstateerde kleine leemten
op de overige teamsites kunnen afdoende ondervangen worden door de medische
training en uitrusting die de Nederlandse militairen ter voorbereiding op
de missie krijgen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>3. Over het algemeen voldoet de logistieke ondersteuning. Indien nodig
zullen de Nederlandse militairen worden uitgerust met additionele Nederlandse
middelen, zoals laptops en satelliet telefoons.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>4. De leefomstandigheden zijn zwaar ten gevolge van het hete en vochtige
klimaat, de gezondheidsrisico’s en de sobere huisvesting. In voorkomend
geval zullen de Nederlandse militaire waarnemers en politiefunctionarissen
worden geïnstrueerd te kiezen voor accommodatie op een VN-kamp in plaats
van daarbuiten. De VN onderkent eveneens de voordelen van verblijven op VN-kampen
en is voornemens alle hoofdkwartieren en teamsites in te richten met woon-
en werkcontainers. Zodra deze faciliteiten gereed zijn zullen alle VN medewerkers
worden verplicht hiervan gebruik te maken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan de hand van bovenstaande bevindingen zal de Regering gevolg geven
aan de wens van de VN om de Nederlandse militaire waarnemers en politiefunctionarissen
ook in de sectoren 2 tot en met 6 te plaatsen. Totdat de medische voorzieningen
op de genoemde twee teamsites op het gewenste niveau zijn zullen
op deze 2 teamsites geen Nederlandse militaire waarnemers en politiefunctionarissen
worden geplaatst.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>B. R. Bot</naam>
        <functie>De Minister van Defensie,</functie>
        <naam>H. G. J. Kamp</naam>
        <functie>De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,</functie>
        <naam>A. M. A. Van Ardenne-Van der Hoeven</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>