﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29237-27/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST92269</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 237</nummer>
      <naam>Afrika-beleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>27</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE EN VOOR
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>18 november 2005</datum></al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>In onze brief van 25 april 2005 (kamerstuk 29 237, nr. 19) inzake
de verzoeken aan Nederland om assistentie bij de VN-missie in Soedan, UNMIS,
hebben wij u kennis gegeven van een onderzoek naar de mogelijkheden om daaraan
deel te nemen. Dit onderzoek richtte zich op deelneming in EU-verband. In
antwoord op schriftelijke vragen van het lid Koenders (PvdA) van 11 maart
2005 (Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2004–2005, nr. 1153) hebben
wij u eerder gemeld dat ook andere verzoeken van de VN werden bestudeerd.
In beide gevallen betrof dit een kennisgeving overeenkomstig het Toetsingskader
2001. Tijdens het algemeen overleg van 10 augustus jl. hebben wij u medegedeeld
dat het onderzoek naar de wenselijkheid en de mogelijkheid van een bijdrage
aan de uitvoering van resolutie 1590 van de VN-Veiligheidsraad met Nederlandse
militaire waarnemers en politiefunctionarissen aan UNMIS nog in volle gang
was.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 2 september 2005 bent u vervolgens geïnformeerd (Kamerstuk
2004–2005 29 237/22 831, nr. 23) over de missie van Defensie
en Buitenlandse Zaken die van 27 augustus tot 6 september 2005 het
bedoelde onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden waaronder Nederland
een bijdrage aan UNMIS zou kunnen leveren.</al>
      <tuskop letat="vet">Kern van het besluit</tuskop>
      <al>Gezien art. 100 van de Grondwet, heeft de regering besloten UNMIS te versterken
met een Nederlandse bijdrage van dertig militairen in Zuid Soedan, voor de
duur van één jaar. Het betreft 15 militaire waarnemers en 15
politiefunctionarissen. De inzet zal plaatshebben in de zuidelijke sector
met als hoofdstad Juba. Ook zullen enkele stafofficieren worden aangeboden
voor functies in de hoofdkwartieren te Khartoem en Juba. Uitzending van de
15 militaire waarnemers zal niet eerder geschieden dan nadat is vastgesteld
dat de voorziene beschermingseenheden volledig zijn ontplooid
en medische voorzieningen zijn zeker gesteld. De regering is in beginsel bereid
de vijftien politiefunctionarissen beschikbaar te stellen voor de politiemissie
van UNMIS in diezelfde sector. Alvorens tot uitzending zal worden overgegaan,
zullen echter met de beschermingsmacht aanvullende afspraken moeten worden
gemaakt over de beveiliging en de medische ondersteuning.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering heeft het besluit tot deelname aan de onderhavige vredesondersteunende
missie onder leiding van de VN in Soedan genomen na een zorgvuldige afweging
van de aandachtspunten van het Toetsingskader 2001 (23 591/26 454,
nr. 7). In deze brief wordt het kabinetsbesluit nader toegelicht aan de hand
van deze aandachtspunten.</al>
      <tuskop letat="vet">Gronden voor het besluit tot deelneming</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">VN Verzoek tot Nederlandse deelneming aan UNMIS.</nadruk>
Met de aanvaarding van resolutie 1590 door de VN Veiligheidsraad op 24 maart
jl. is de instelling van UNMIS een feit geworden. UNMIS bestaat uit een stabilisatiemacht
van 10 000 militairen, waaronder 750 militaire waarnemers. UNMIS heeft
als belangrijkste taak toe te zien op de naleving van het vredesakkoord –
de <nadruk type="cur">Comprehensive Peace Agreement</nadruk> (CPA) –
dat op 9 januari 2005 werd gesloten. Daarnaast is een politiemacht van
715 man voorzien. In de praktijk zal het merendeel van de troepen worden ingezet
in de zuidelijke helft van Soedan.</al>
      <al>Nederland heeft zich bij herhaling voorstander betoond van het sturen
van VN-troepen naar Soedan en heeft het desbetreffende besluit van de VN Veiligheidsraad
dan ook onderschreven. Het <nadruk type="cur">Department of Peace Keeping
Operations</nadruk> (DPKO) van de VN heeft Nederland in januari 2005 verzocht
aan UNMIS met militaire waarnemers en politie-functionarissen bij te dragen.
Dit verzoek is ook aan andere VN-Iidstaten gedaan. Het verzoek van de Speciale
Vertegenwoordiger van de SGVN (oud-minister Pronk) om de inzet van waarnemers
uit EU-Ianden bracht Nederland ertoe in EU-kader na te gaan of andere lidstaten
de intentie hadden waarnemers te sturen. Ondanks de pogingen van Nederland
om tot een gecoördineerde inzet van waarnemers in EU-verband te komen,
hebben Denemarken en Italië besloten tot een bijdrage op nationale basis.
Duitsland heeft op 22 april 2005 de beslissing genomen 50 militaire waarnemers
te leveren. Hieraan zijn twee heldere voorwaarden verbonden, namelijk de ontplooiing
van voldoende beschermingseenheden en de aanwezigheid van medische verzorging
op een aanvaardbaar niveau.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">Nederlandse deelneming.</nadruk> Nederland is als lid
van de Troika-plus (Italië, Nederland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk
en de Verenigde Staten) betrokken bij de onderhandelingen tussen Noord en
Zuid Soedan en heeft het alomvattend vredesakkoord op 9 januari jl. mede
ondertekend. Nederland geniet het vertrouwen van zowel de regering van Soedan
als van de <nadruk type="cur">Sudanese People’s Liberation Movement</nadruk>(SPLM).</al>
      <al>Nederland probeert binnen bredere internationale inspanningen de vrede
te bestendigen door druk uit te oefenen op zowel de regering in Khartoem als
op de SPLM om een spoedige en volledige implementatie van het alomvattend
vredesakkoord te bewerkstelligen. Als lid van de op 30 oktober jl. opgerichte <nadruk type="cur">Assessment and Evaluation Commission</nadruk>(AEC) die toeziet
op de uitvoering van de CPA, zal Nederland ook op dit terrein een actieve
rol gaan vervullen. De volledige uitvoering van de CPA is niet alleen van
belang voor Noord en Zuid Soedan, maar zal ook een positieve uitstraling hebben
op heel Soedan, inclusief de conflicten in Darfur en Oost Soedan. Gezien de
speciale relatie die Nederland onderhoudt met Soedan, de betrokkenheid van
Nederland bij de vredesprocessen en de vooraanstaande rol die Nederland speelt
binnen het wederopbouwproces, is eerder dit jaar besloten te onderzoeken of
de inzet van Nederlandse militaire waarnemers en politiefunctionarissen
in de VN-vredesmissie in Soedan mogelijk zou zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede op grond van de bevindingen van deze missie, komt de regering tot
de volgende conclusies:</al>
      <al>– De Soedanese partijen, alsmede de VN, willen graag dat Nederland
deel uitmaakt van UNMIS;</al>
      <al>– Nederlandse deelname betreft de uitzending van onbewapende militaire
waarnemers en enkele stafofficieren, niet van militaire eenheden;</al>
      <al>– De voorgestelde duur van de bijdrage met Nederlandse waarnemers
is één jaar en de uitzending kan beginnen zodra toereikende
beschermingseenheden en medische voorzieningen volledig zijn ontplooid. Naar
verwachting is dat voor de militaire waarnemers begin 2006 het geval;</al>
      <al>– Ook de politiefunctionarissen kunnen pas worden uitgezonden en
ingezet als aan bovenstaande voorwaarden is voldaan. Omdat de VN daarvoor
op dit moment nog geen garanties geven, vergt dit een extra inspanning, inclusief
mogelijk een Nederlandse vervolgmissie naar de regio. Onder voorwaarde dat
de extra inspanningen het beoogde resultaat zullen hebben, heeft dit besluit
ook betrekking op deze groep;</al>
      <al>– De VN zijn bereid tegemoet te komen aan de Nederlandse wens om
alle Nederlandse waarnemers te ontplooien in één sector, te
weten sector I in Zuid Soedan (Juba). De regering kiest daarvoor om de volgende
redenen:</al>
      <al>– het politieke belang van Juba als toekomstige hoofdstad van Zuid
Soedan;</al>
      <al>– de concentratie van de Nederlandse aanwezigheid en ontwikkelingssamenwerking
in dat gebied;</al>
      <al>– Nederland zal samen met Noorwegen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk
een <nadruk type="cur">Joint donor Office</nadruk> in Juba opzetten dat begin
2006 operationeel zal zijn;</al>
      <al>– de investeringen van Nederland in het Zuiden zullen aanzienlijk
zijn; de inzet van militaire waarnemers (en politiefunctionarissen) zal de
totale inzet voorzien van samenhang;</al>
      <al>– het <nadruk type="cur">International Military Advisory Team</nadruk> (IMAT)
zal ook in Juba werkzaam zijn. Dit team zal de <nadruk type="cur">Government</nadruk> of <nadruk type="cur">National Unit</nadruk>y assisteren bij de ontwikkeling
van reguliere, professionele en onpartijdige strijdkrachten. Nederland draagt
met twee militairen reeds bij aan IMAT. Zij zullen naar verwachting eind november
naar Soedan afreizen;</al>
      <al>– de relatieve stabiliteit in sector 1 bevordert de mogelijkheden
voor de Nederlanders om hun taken met succes te kunnen uitvoeren;</al>
      <al>– de ligging en de kwaliteit van de beschikbare infrastructuur in
sector 1 maken een toereikende logistieke ondersteuning mogelijk.</al>
      <tuskop letat="vet">Politieke aspecten</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Historische achtergrond van het conflict</tuskop>
      <al>Sinds de onafhankelijkheid van 19 december 1955 zijn de spanningen
tussen Noord en Zuid Soedan geleidelijk opgelopen, leidend tot een langdurige
en complexe burgeroorlog, met slechts een onderbreking tussen 1972 en 1983.
Het land was verdeeld in een islamitisch Noorden, grotendeels beheerst door
de Soedanese (islamitische) overheid, en het deels christelijke, deels animistische
Zuiden dat vooral in handen was van de rebellenbeweging SPLM. Het conflict
tussen de regering en de SPLM werd verder gecompliceerd door (al dan niet
tribale) lokale conflicten. Daarnaast speelde de vondst van olie in met name
Zuid Soedan een belangrijke rol in het slepende conflict. </al>
      <tuskop letat="cur">Het vredesproces</tuskop>
      <al>Na eerdere mislukte pogingen begonnen in 1993 nieuwe vredesonderhandelingen
tussen Noord en Zuid onder auspiciën van de <nadruk type="cur">Intergovernmental
Authority on Development</nadruk> (IGAD). Deze onderhandelingen leidden in
2002 tot de ondertekening van het zogenaamde Machakos Protocol, een principeakkoord
over het <nadruk type="cur">recht</nadruk>op zelfbeschikking voor het Zuiden
en over de scheiding van staat en religie. In 2003 en 2004 werd een aantal
deelakkoorden gesloten op het gebied van militaire en veiligheidsaangelegenheden,
de verdeling van de welvaart (in het bijzonder de inkomsten uit de oliewinning),
de verdeling van de macht tussen Noord en Zuid en de positie van drie betwiste
gebieden die geen deel uitmaken van het administratief-bestuurlijke Zuid Soedan
(te weten Nuba Mountains, Southern Blue Nile en Abyei). De diverse akkoorden
werden op 5 juni 2004 officieel ondertekend in Nairobi waarna de eindbesprekingen
werden hervat. Nederland was als lid van de Troika-plus nauw betrokken bij
de onderhandelingen, die uiteindelijk hebben geleid tot een alomvattend vredesakkoord,
de CPA, dat op 9 januari 2005 werd ondertekend. Nederland was medeondertekenaar
van dit <nadruk type="cur">document.</nadruk> De belangrijkste punten uit
de CPA zijn:</al>
      <al>– In 2008 worden nationale verkiezingen gehouden;</al>
      <al>– De sharia is niet van toepassing op Zuid Soedan en op niet-moslims
in het noorden;</al>
      <al>– Zuid Soedan krijgt tijdens de interim-periode van 6,5 jaar zelfbeschikkingsrecht,
waarna in 2011 een referendum wordt gehouden over onafhankelijkheid;</al>
      <al>– De opbrengsten uit de oliewinning worden evenredig verdeeld tussen
het Noorden en Zuiden.</al>
      <tuskop letat="cur">Implementatie van het vredesakkoord</tuskop>
      <al>De uitvoering van de CPA heeft enige vertraging opgelopen door het onverwachte
overlijden van SPLM-Ieider John Garang, maar is niet fundamenteel in gevaar
gekomen. Zo is de transitie van zijn opvolger Salva Kiir als president van
het Zuiden en vice-president in het kabinet van nationale eenheid zonder problemen
verlopen. Eind augustus zijn het nationale parlement en de senaat voor het
eerst bijeengekomen en 20 september is de regering van nationale eenheid
benoemd. De besprekingen over de grondwet van Zuid Soedan zijn eveneens voltooid
en het parlement van Zuid Soedan is op 29 september geïnaugureerd.
Daarnaast is onlangs het zuidelijke kabinet benoemd. Het zuiden zal niet alleen
aan de uitvoering van het CPA moeten werken, maar ook aan een dialoog met
de groeperingen in het zuiden die zich niet vertegenwoordigd voelden in de
CPA. Salva Kiir heeft verklaard hieraan prioriteit te willen geven. Nederland
ondersteunt deze dialoog. De oprichting van de AEC is eveneens een belangrijke
mijlpaal. De AEC, waar Nederland lid van is, moet toezicht houden op de uitvoering
van de CPA. Ondanks alle positieve ontwikkelingen moet er voortdurend voor
worden gewaakt dat de uitvoering van de CPA wordt gefrustreerd.</al>
      <tuskop letat="cur">De rol van de militaire operatie (UNMIS) in het politieke
proces</tuskop>
      <al>De regering van Soedan en de SPLM zijn in de CPA overeengekomen dat de
VN zullen toezien op de naleving van de CPA in Soedan. UNMIS is essentieel
om druk te houden op de uitvoering van de CPA door te verifiëren dat
de partijen hun toezeggingen nakomen. UNMIS ziet er ook op toe dat de afspraken
in de CPA op militair gebied worden uitgevoerd. UNMIS speelt, kortom, een
cruciale rol bij de handhaving van vrede en veiligheid in Soedan.</al>
      <al>Het uiteindelijke doel is een stabiel Soedan waarbij de politieke en economische macht op een eerlijke en transparante wijze is verdeeld tussen
de verschillende bevolkingsgroepen en waarbij op een democratische wijze wordt
beslist over de uiteindelijke status van Zuid Soedan.</al>
      <tuskop letat="vet">Economische situatie</tuskop>
      <al>Het langdurige conflict, droogte, milieudegradatie, emigratie, het ontbreken
van <nadruk type="cur">pro-poor</nadruk> economisch beleid, de vermindering
van de koopkracht en de lokale handel en het verzet tegen bepaalde economische
activiteiten van vrouwen vormen een belemmering voor de duurzame en rechtvaardige
economische ontwikkeling in Soedan. Desondanks beschikt het land over een
aanzienlijk economisch potentieel. Met de beschikbare landbouwgronden en de
mogelijkheden tot irrigatie zou het land in de eigen voedselbehoefte moeten
kunnen voorzien. Het economische potentieel van Soedan is echter niet benut.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De export van aardolie vormt de laatste jaren de belangrijkste inkomstenbron
voor Soedan en heeft geleid tot economische groei, echter tot dusver uitsluitend
in het Noorden. Sinds het begin van de olie-exploitatie in 1999 is de productie
steeds gestegen en de verwachting is dat de productie aan het eind van dit
decennium op ongeveer een miljoen vaten per dag zal liggen. De overheid heeft
op grond van aanbevelingen in 2001 een <nadruk type="cur">oil savings account</nadruk>(OSA) opgericht, waarin olie-inkomsten worden gestort die uitstijgen
boven het budget van dat jaar. Op die manier bouwt de overheid een reserve
op voor slechtere tijden. Een dergelijke regeling is ook onderdeel van de
CPA. Ondanks de economische groei vanwege de olie-export gaat Soedan gebukt
onder grote schulden. Nederland en andere schuldeisers hebben aangekondigd
pas tot kwijtschelding bereid te zijn wanneer een oplossing voor het conflict
in Darfur is bereikt.</al>
      <tuskop letat="vet">Humanitaire situatie</tuskop>
      <al>Decennia van burgeroorlog hebben de ontwikkeling van Zuid Soedan volledig
gefrustreerd. Het ontbreekt de bevolking in grote delen van het Zuiden aan
vrijwel alles. Ondanks het feit dat het vredesakkoord een unieke kans op duurzame
en vreedzame ontwikkeling biedt, zal humanitaire hulp onmisbaar blijven totdat
er werkelijk resultaten zijn geboekt met de wederopbouw in Zuid Soedan. Het
Nederlandse budget voor humanitaire hulp aan Soedan is het laatste jaar sterk
gegroeid. Soedan is de grootste ontvanger van Nederlandse humanitaire hulp.
De Nederlandse noodhulp voor Soedan bedroeg in 2005 € 49,5 miljoen.
Van dit bedrag is € 43 miljoen besteed via de VN en het ICRC, de
rest via (Internationale) NGO’s. De prioriteiten zijn voedsel, basisgezondheidszorg
en water &amp; sanitaire voorzieningen en protectie. UNMIS kan een belangrijke
rol spelen door de voorwaarden te scheppen om deze hulp zo goed mogelijk te
laten verlopen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Boven op de humanitaire noden van de huidige bewoners van het Zuiden,
komen die van ruim vier miljoen ontheemden die op het punt staan naar het
Zuiden terug te keren. De VN schatten dat alleen al het komende jaar ten minste
580 000 mensen zullen terugkeren. Een belangrijke voorwaarde die de ontheemden
zelf stellen, is veiligheid onderweg naar en op de plaats van bestemming.
UNMIS kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ondersteuning van de veilige
terugkeer van een van de grootste ontheemdenpopulaties in de wereld. </al>
      <tuskop letat="vet">Wederopbouw in Zuid Soedan</tuskop>
      <al>Jaren van verwaarlozing en marginalisering zijn in veel gebieden in Soedan
een aanhoudende bron van onvrede en onrust. Het is van groot belang dat de
bevolking wordt duidelijk gemaakt wat de vrede haar oplevert. Voor duurzame
vrede en stabiliteit in geheel Soedan is de wederopbouw en de ontwikkeling
van gemarginaliseerde gebieden dan ook cruciaal. De oorlog heeft in het gehele
land grote schade en economische en sociale achteruitgang veroorzaakt en de
noden zijn hoog. De Joint Assessment Mission (JAM), uitgevoerd door de Soedanese
regering en de SPLM, in samenwerking met de Wereldbank en de VN, schatte de
totale noden voor de eerste fase van het wederopbouwproces (2005–2007)
op $ 7,9 miljard. Hiervan zou $ 2.6 miljard door donoren moeten worden opgebracht.
Tijdens de donorconferentie in Oslo op 11 en 12 april 2005 heeft Nederland € 175
miljoen voor drie jaar toegezegd. Met de installatie van een nieuwe regering
in Soedan is de eerste tranche van deze middelen ter beschikking gekomen.
Uiteraard zal de voortzetting van de steun afhangen van de vooruitgang bij
de uitvoering van het CPA.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse steun is onderdeel van een geïntegreerd beleid en
zal de verschillende dimensies van het wederopbouwproces omvatten. Voor een
groot deel zullen de middelen worden gekanaliseerd via de twee Multi-Donor
Trust Funds, voor het Noorden en voor het Zuiden, die zich vooral richten
op de opbouw en hervorming van het bestuur en op sociaal-economische aspecten
van wederopbouw, zoals het herstel van basisvoorzieningen en de aanleg van
vitale infrastructuur. Daarnaast zal Nederland ook ondersteuning bieden op
het gebied van vrede en veiligheid, waaronder vredesopbouw, demobilisatie,
de ontwapening en reïntegratie van oud-strijders en de hervorming van
de veiligheidssector. Ook de beoogde inzet van militaire waarnemers en politiefunctionarissen
ten behoeve van UNMIS maakt deel uit van deze geïntegreerde aanpak.</al>
      <tuskop letat="vet">Regionale dimensie</tuskop>
      <al>In het geïntegreerde buitenlands beleid is de Hoorn van Afrika een
prioritaire regio. In deze regio steunen rebellengroeperingen en milities
in buurlanden elkaar over en weer. Dit geldt onder andere voor het grensgebied
tussen Eritrea en Soedan en tussen Soedan en Oeganda. Het bezoek van de waarnemend
minister van Buitenlandse Zaken van Eritrea op 22 en 23 oktober aan Soedan
kan worden gezien als een belangrijke stap in de richting van normalisering
van de Soedanees-Eritrese betrekkingen. Minister van Buitenlandse Zaken Lam
Akol heeft een tegenbezoek van een Soedanese delegatie toegezegd. Tussen Soedan
en Oeganda is in beginsel afgesproken dat het Oegandese leger (UPDF) een rol
mag spelen in Zuid Soedan bij de bestrijding van de LRA op Soedanees grondgebied.
Beide landen onderzoeken op dit moment hoe de LRA ten noorden van de «rode
lijn» (100 km noordelijk van de grens Oeganda/Soedan) kan worden bestreden.
Dit was de belangrijkste uitkomst van het onderhoud tussen de Oegandese minister
van Defensie, Amama Mbabazi, en vice-president Salva Kiir in Khartoem op 7 oktober
jl. Tot slot zijn er politieke spanningen tussen Oeganda, Soedan, Ethiopië
en Egypte over het gebruik en beheer van het water van de Nijl. Vrede in Soedan
is dan ook van essentieel belang voor de stabiliteit in de gehele Hoorn van
Afrika.</al>
      <tuskop letat="vet">Mandaat</tuskop>
      <al>De juridische basis van UNMIS is de VN-Veiligheidsraadresolutie 1590 van
24 maart 2005 die unaniem is aangenomen. De Veiligheidsraad heeft het
mandaat op 23 september jl. met zes maanden verlengd. Het mandaat in
resolutie 1590 is gericht op de uitvoering van het CPA van 9 januari
2005. UNMIS heeft ook tot taak gekregen de missie van de Afrikaanse
Unie in die regio (AMIS) te ondersteunen. De Veiligheidsraad heeft op grond
van hoofdstuk VII van het Handvest uitdrukkelijk bepaald dat UNMIS bij de
uitvoering van haar taken de bevoegdheid heeft alle noodzakelijke maatregelen
te nemen ter bescherming van personeel, gebouwen, installaties en uitrusting
van de VN. Ook heeft UNMIS de bevoegdheid alle noodzakelijke maatregelen te
nemen om de veiligheid en bewegingsvrijheid te verzekeren van humanitaire
hulpverleners en waarnemers en van burgers die direct met geweld worden bedreigd.</al>
      <tuskop letat="vet">Deelnemende landen</tuskop>
      <al>De beschermingsmacht van UNMIS wordt uiteindelijk gevormd door militaire
eenheden in zes sectoren: sector 1 Juba (Bangladesh), sector 2 Wau (Kenia),
sector 3 Malakal (India), sector 4 Nuba gebergte (Egypte), sector 5 Ed Damazin
in Opper Nijl (Pakistan), sector 6 Abiye (Zambia).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Per 1 november jl. waren 703 militaire waarnemers toegezegd aan de
VN, waarvan 151 uit Europa. De waarnemersmissie zal op termijn onder meer
bestaan uit militairen uit Australië, België, Canada, Denemarken,
Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Noorwegen, Polen,
Roemenië en Zweden. Met deze en de overige deelnemende landen zal ter
plaatse zoveel mogelijk worden samengewerkt. Er zijn thans 229 militaire waarnemers
in Soedan aanwezig.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels zijn ca 400 politiefunctionarissen toegezegd waarvan 40 uit
Europa. De politiefunctionarissen worden geleverd door de landen die ook militaire
eenheden leveren alsmede uit Noorwegen, Finland, Zweden, Duitsland, het Verenigd
Koninkrijk, Bosnië en Herzegovina, Russische Federatie en de Oekraïne.
Er zijn thans 164 politiewaarnemers in Soedan aanwezig.</al>
      <tuskop letat="vet">Invloed op de besluitvorming</tuskop>
      <al>Het betreft een operatie onder leiding van een internationale organisatie.
Nederland heeft de VN verzocht tegemoet te komen aan de wens om de waarnemers
en politiefunctionarissen te ontplooien in sector 1 (Juba) omdat de concentratie
van middelen een positieve invloed heeft op het optreden van de waarnemers
in die sector. Daarnaast zal Nederland zowel in Juba als Khartoem staffunctionarissen
aanbieden. In nauwe samenwerking met de andere deelnemende westerse landen
is Nederland in staat, zo nodig, de gezamenlijke belangen bij de VN onder
de aandacht te brengen.</al>
      <tuskop letat="vet">I MILITAIRE ASPECTEN</tuskop>
      <tuskop letat="vet">Haalbaarheid</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Opstelling conflictpartijen</tuskop>
      <al>Er is sprake van een «permissive environment» omdat de voormalige
strijdende partijen instemmen met het CPA en met de komst van de VN. Dit geldt
zowel op nationaal als lokaal niveau. Verwacht wordt dat deze situatie binnen
de voorziene duur van de Nederlandse bijdrage niet verandert. Toch moet incidenteel
rekening gehouden worden met geweld. </al>
      <tuskop letat="cur">Het vereiste militaire vermogen</tuskop>
      <al>UNMIS bestaat uit een civiel deel, een militaire missieinclusief waarnemers
-en een politiemissie. Gezamenlijk worden zij aangestuurd door de speciale
vertegenwoordiger van de SGVN Jan Pronk. UNMIS ontplooit troepen in zes sectoren
in Midden en Zuid Soedan en in één tijdelijke sector in Noord
Soedan (Kassala). De ontplooiing van de troepen heeft vertraging opgelopen
doordat de troepenleverende landen trager dan voorzien eenheden beschikbaar
stellen en vanwege de enorme logistieke inspanningen die het vergt om troepen
over Soedan te verspreiden. Ook het regenseizoen bemoeilijkte de ontplooiing
van troepen. Desondanks wordt verwacht dat de troepen in ieder geval in sector
1 (Juba) uiterlijk in januari 2006 zijn ontplooid. De Joint Monitoring Commission
(JMC) en het Verification and Monitoring Team (VMT), die actief waren in de
Nuba Mountains en in het zuiden van Soedan en waaraan Nederland met civiele
waarnemers heeft bijgedragen, zijn in deze missie opgegaan.</al>
      <tuskop letat="cur">Force protection</tuskop>
      <al>De beschermingsmacht bestaat uit een infanteriebataljon per sector, opererend
in de vorm van nabijbeveiliging, gebiedsbeveiliging en een <nadruk type="cur">Quick Reaction Force</nadruk> (QRF). De beschermingsmacht in sector 1 beschikt
over helikopters voor de snelle verplaatsing van troepen en zij zal vooralsnog
vanuit drie locaties opereren. De beoogde omvang, kwaliteit en professionaliteit
van de <nadruk type="cur">force protection-eenheden</nadruk>in Sector 1 zijn
onder de voorziene omstandigheden toereikend om bescherming te bieden aan
VN-personeel en om de opgedragen taken uit te voeren. Indien de veiligheidssituatie
ernstig verslechtert, zijn er voorzieningen om de Nederlanders uit het gebied
te evacueren (extractie).</al>
      <tuskop letat="vet">Status van de militairen</tuskop>
      <al>De VN onderhandelen met Soedan over een statusovereenkomst voor UNMIS.
In de VN Veiligheidsraadresolutie 1590 is bepaald dat de VN-modelovereenkomst
voor vredesoperaties van toepassing is totdat de nieuwe overeenkomst tot stand
komt. Deze bepaling maakt deel uit van de passage in resolutie 1590 die is
aangenomen onder Hoofdstuk VII van het VN Handvest, waardoor zij bindend is
voor de VN-Iidstaten, inclusief Soedan.</al>
      <tuskop letat="vet">Taken</tuskop>
      <al>De militaire waarnemers zullen hun werkzaamheden uitvoeren in kleine teams
waar vertegenwoordigers van de voormalige strijdende partijen ook deel van
uitmaken. Deze teams kunnen altijd gebruik maken van beveiliging. Zij voeren
gesprekken met betrokken partijen, doen hun waarnemingen en rapporteren daarover
via de VN-Iijn aan de Force Commander.</al>
      <tuskop letat="cur">Geweldsinstructie</tuskop>
      <al>De waarnemers voeren hun taken ongewapend uit. De beschermingsmacht heeft
als taak de waarnemers te beveiligen en mag daarbij geweld gebruiken.</al>
      <tuskop letat="cur">Bevelstructuur</tuskop>
      <al>Militaire waarnemers en politiefunctionarissen maken deel uit van UNMIS.
De militaire waarnemers zijn volledig geïntegreerd in de bevelsstructuur
van de beschermingsmacht, onder eenhoofdige leiding van de sectorcommandant.</al>
      <tuskop letat="cur">De politiemissie</tuskop>
      <al>De politiefunctionarissen kennen een afzonderlijke structuur onder leiding
van de «Police Commissioner», die deel uitmaakt van de staf van
de Speciale Vertegenwoordiger te Khartoem.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan UNMIS zijn inmiddels 400 van de 715 benodigde politiefunctionarissen
toegezegd, waarvan per 1 november 2005 164 politiefunctionarissen
ingezet waren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederlandse politiefunctionarissen zullen worden ingezet als aan de voorwaarden
op het gebied van beveiliging en medische ondersteuning is voldaan. Omdat
de VN daarvoor op dit moment nog geen garanties geven, vergt dit een nadere
inspanning, inclusief mogelijk een Nederlandse vervolgmissie naar de regio.</al>
      <tuskop letat="vet">Risico’s</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Klimaat</tuskop>
      <al>De zware klimatologische omstandigheden vergen goede hygiënische
maatregelen en een aangepaste wijze van optreden.</al>
      <tuskop letat="cur">Mijnen en niet-geëxplodeerde munitie</tuskop>
      <al>De aanwezigheid van mijnen en niet-geëxplodeerde munitie vormt op
veel plaatsen in Soedan een risico waarmee tijdens verplaatsingen rekening
moet worden gehouden. Locaties worden op dit moment door het Mine Action Centre
van de VN (UNMAC) in kaart gebracht. Door het extreme klimaat kunnen landmijnen
instabiel worden.</al>
      <tuskop letat="cur">Irreguliere eenheden</tuskop>
      <al>Irreguliere eenheden bevinden zich voornamelijk in Midden Soedan. In sector
1 vergt de Lord Resistance Army (LRA) nadrukkelijk de aandacht. De LRA bestaat
uit een relatief kleine groep slecht bewapende guerrilla’s die zich
vooral ’s nachts richt op ongewapende burgers. Zij bevinden zich
voornamelijk in het grensgebied tussen Maridi en de Witte Nijl. Het is thans
niet waarschijnlijk dat de LRA zich tegen beschermde VN-militairen zal keren.
Het Oegandese regeringsleger, UPDF voert zowel in Noord Oeganda als in Zuid
Soedan -in nauwe samenwerking met de SPLA en SAF -operaties uit tegen de LRA.
Ook de VN-missie in de Democratische Republiek Kongo (MONUC) heeft het mandaat
om actief tegen LRA-strijders in Noord Kongo op te treden. Het internationale
strafhof heeft onlangs enkele LRA-Ieiders aangeklaagd wegens misdaden tegen
de menselijkheid.</al>
      <tuskop letat="cur">Reguliere eenheden</tuskop>
      <al>De partijen, de GONU (Government of National Unity) en SPLM (Sudan People’s
Liberation Movement) verwelkomen de komst van VN-waarnemers. </al>
      <tuskop letat="vet">Duur</tuskop>
      <al>De Nederlandse bijdrage aan UNMIS is voorzien voor één jaar.
Tot uitzending van de waarnemers wordt overgegaan zodra toereikende beschermingseenheden
en medische voorzieningen volledig zijn ontplooid. Naar verwachting zal dit
in januari 2006 het geval zijn.</al>
      <tuskop letat="vet">Financiering</tuskop>
      <al>De raming van de additionele uitgaven voor Nederland op grond van de bijdrage
die in deze brief is beschreven bedraagt ongeveer 1,5 miljoen euro gedurende
een jaar. Deze uitgaven komen, in overeenstemming met geldende afspraken,
ten laste van het artikel additionele uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties
onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).Op termijn wordt
een deel van deze uitgaven gecompenseerd door de VN. Voorts zal een deel van
de additionele kosten naar verwachting binnen de geldende criteria voor Official
Development Assistance (ODA) vallen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>B. R. Bot</naam>
        <functie>De Minister van Defensie,</functie>
        <naam>H. G. J. Kamp</naam>
        <functie>De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,</functie>
        <naam>A. M. A. van Ardenne-van der Hoeven</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>