﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29214-17/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST100190</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 214</nummer>
      <naam>Subsidiebeleid VWS</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>17</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>28 augustus 2006</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In antwoord op de vragen en wensen van uw Kamer stuurde ik u op 12 mei
2006 een brief met nadere toelichting op de nieuwe subsidieregeling ten behoeve
van het Fonds PGO (kamerstuk 29 214, nr. 16). Op 29 juni 2006
zou ik met uw Kamer overleg voeren over deze brief en de desbetreffende subsidieregeling.
Dit overleg is verschoven naar 30 augustus aanstaande.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de afgelopen periode heb ik diverse signalen uit het veld ontvangen
met het verzoek de regeling nog eens nader te bekijken. Zonder te veel verwachtingen
te willen scheppen, ben ik bereid deze verzoeken nog eens nader te bezien.
Hiervoor heb ik wel tijd nodig.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik vind het wel van groot belang dat organisaties van patiënten,
gehandicapten en ouderen (pgo-organisaties) en het Fonds PGO hierdoor niet
in de problemen komen. In mijn brief van 12 mei heb ik u al gemeld dat
de in 2005 reeds gesubsidieerde organisaties ook in 2006 volgens het «oude»
subsidieregime worden gesubsidieerd en er voor deze organisaties dus geen
materiële wijzigingen zijn. Ik zal aan deze overgangsperiode ook het
jaar 2007 toevoegen. Zo ontstaat er ruimte om de regeling nader te bezien.
Als het, zoals ik verwacht, mogelijk is rond de jaarwisseling tot definitieve
besluitvorming te komen, is er in het jaar 2007 ruim voldoende tijd voor een
zorgvuldige implementatie. Hierdoor creëer ik ruimte om tot een breed
gedragen regeling te komen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>J. F. Hoogervorst </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>