﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29200-V-87/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2003-2004</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST77418</ordernr>
    <vergjaar>2003-2004</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 200 V</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken (V) voor het jaar 2004</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>87</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>10 juni 2004</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Graag bied ik u hierbij, mede namens de Minister van Economische Zaken,
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van
Justitie, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
en de Staatssecretaris van Economische Zaken de reactie aan op uw verzoek
van 27 april 2004 (kenmerk 04-BuZa-27) uitvoeriger te worden geïnformeerd
over de bij de regering aanwezige kennis over de toenmalige betrokkenheid
van Urenco Nederland BV bij de ontwikkeling van nucleaire wapens in een aantal
landen, waaronder Pakistan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De eerdere brief die wij hierover aan de Kamer zonden op 5 april
jl. (kamerstuk 29 200-V nr. 72) wordt door de Commissie gekenschetst
als uiterst karig, maar aan het op 29 februari 1980 aan de Tweede Kamer
toegezonden eindrapport (kamerstuk 16 082, nr. 2) van de ambtelijke werkgroep
die deze kwestie diepgaand heeft onderzocht, valt niets toe te voegen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dat neemt niet weg, dat de regering nog steeds de ontvreemding destijds
van ultracentrifugegeheimen door A.Q. Khan als een zeer ernstige zaak beschouwt,
met gevolgen die pas de laatste jaren in hun volle omvang zichtbaar zijn geworden.
De ernst van de zaak brengt mee dat de regering gehouden was en is om er alles
aan te doen te voorkomen dat een dergelijke gebeurtenis nogmaals plaatsvindt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In deze brief wordt uiteengezet welke stappen daartoe zijn gezet en welke
resultaten daarbij zijn geboekt. In de eerste plaats wordt ingegaan op de
verbeterde veiligheidsmaatregelen die door Urenco Nederland BV zijn ingevoerd,
dit in goede samenwerking met de relevante Nederlandse overheidsorganen. In
de tweede plaats wordt ingegaan op de inlichtingen- en opsporingsactiviteiten
die erop gericht zijn te voorkomen dat vanuit Nederland gevoelige en/of dual-use
technologie geëxporteerd wordt naar landen waar een risico van proliferatie
bestaat. Tot slot wordt kort ingegaan op het onderzoek naar de zogenaamde
internationale «nucleaire zwarte markt», waaraan Nederland
een bijdrage levert, met ondermeer als concreet oogmerk het lopende IAEA-onderzoek
naar de Iraanse ontwikkelingen te ondersteunen.</al>
      <tuskop letat="vet">Beveiliging Urenco Nederland BV</tuskop>
      <al>De hogergenoemde ambtelijke werkgroep heeft destijds in het kader van
zijn werkzaamheden tevens een evaluatie opgesteld van de bestaande beveiligingsvoorschriften,
gebaseerd op en voortvloeiend uit het Verdrag van Almelo. Uit het eindrapport
van de ambtelijke werkgroep bleek dat deze beveiligingsvoorschriften op zich
afdoende zouden zijn geweest, mits zij adequaat waren nageleefd. Derhalve
werd vooral versterking van de controle op de naleving van deze voorschriften
noodzakelijk geacht, met vervolgens rapportage aan de door het Verdrag van
Almelo ingestelde Gemengde Commissie van overheidsvertegenwoordigers uit de
drie Urenco-landen. Met het oog op versterking van deze controle werden enkele
additionele maatregelen aanbevolen en bij Urenco geëffectueerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de precieze inhoud van deze maatregelen kunnen evenwel geen mededelingen
worden gedaan omdat door openbaarmaking de staatsveiligheid zou kunnen worden
geschaad. In algemene zin werd de fysieke beveiliging geoptimaliseerd en de
toegangscontrole adequater vorm gegeven. Ook werd het «need to know»
principe met een grotere nauwkeurigheid toegepast, waardoor de kring van deskundigen
met kennis over de ultracentrifugetechnologie in zijn totaliteit werd beperkt.
Alle relevante functies binnen Urenco zijn voorts aangewezen als vertrouwensfuncties.
De AIVD doet hiervoor de veiligheidsonderzoeken.</al>
      <al>Een verdere maatregel is het houden van intake-gesprekken met alle nieuwe
medewerkers, en het voeren van uitgebreide exit-gesprekken bij beëindiging
van het dienstverband. Tenslotte wordt buitengewoon veel aandacht besteed
aan het beveiligingsbewustzijn van de medewerkers, zodat ongewenst gedrag
tijdig kan worden onderkend.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het toezicht op de beveiliging gebeurt door de beveiligingsfunctionaris
bij Urenco alsmede van de zijde van de overheid door de ambtenaar die verantwoordelijk
is voor het toezicht op de uitvoering van rubricerings- en beveiligingsmaatregelen
als voorzien in het Verdrag van Almelo. Laatstgenoemde functie ressorteerde
tot 1 januari 2002 onder de minister van EZ. De taken zijn evenwel sinds
die datum overgedragen aan het ministerie van VROM, in casu de functie van
coördinator Nucleaire Beveiliging en Safeguards van het Inspectoraat-Generaal
VROM.</al>
      <tuskop letat="vet">Voorkoming export dual-use technologie</tuskop>
      <al>Nederland werkt sinds vele jaren intensief mee aan de effectieve tenuitvoerlegging
en verscherping van het internationale exportcontrolestelsel op nucleair terrein.
Daarbij kan in de eerste plaats verwezen worden naar de uitbreiding van de
nucleaire controlelijst (Zanggercommittee/NSG) met een sectie ultracentrifuge
verrijkingstechnologie. Mede op Nederlands initiatief is de controle op «nucleaire»
dual use goederen in 1992 sterk uitgebreid met het dual-use regime van de
Nuclear Suppliers Group.</al>
      <al>Over de implementatie van deze wetgeving kan worden gemeld dat, indien
er aanwijzingen bestaan dat met een transactie een bijdrage geleverd kan worden
aan een nucleair programma, de regering steevast de wettelijk mogelijkheden
inzet om die transactie te voorkomen. Daarvoor is ook op ad-hoc basis het
In- en uitvoerbesluit strategische goederen enkele malen aangepast en ook
is sinds 1996 regelmatig gebruik gemaakt van het zogenaamde «catch-all»
instrument (zie de antwoorden van de Minister van Economische Zaken op kamervragen
van het lid Karimi d.d. 12 en 15 februari 2004 met kenmerk
1007 respectievelijk 1211 en de brief aan de kamer van 26 maart 2004,
met kenmerk EZ04000159).</al>
      <al>De AIVD ondersteunt het Nederlandse beleid door het verstrekken van adviezen
en het onderkennen van pogingen om in of via Nederland materiaal of kennis
te verwerven ten behoeve van een programma van massavernietigingswapens. De
FIOD-ECD verricht in het kader van zijn toezichthoudende en opsporingsbevoegdheid
regelmatig onderzoek bij bedrijven en heeft in geval van overtreding van de
exportcontrolewetgeving ook enkele malen zaken overgedragen aan de officier
van Justitie. Indien strafbare feiten aan het licht komen, kan een strafvervolging
tegen de betreffende personen worden ingesteld. Zo is er thans een strafzaak
aanhangig bij de rechtbank Alkmaar tegen twee personen en twee ondernemingen
die worden verdacht van overtreding van de In- en uitvoerwet en het In- en
uitvoerbesluit strategische goederen. Uit het onderzoek zijn diverse strafbare
feiten naar voren gekomen, welke zouden zijn gepleegd in de periode van januari
1999 tot december 2002. Het gaat hierbij om de verdenking dat goederen die
voor tweeërlei gebruik kunnen worden aangewend, zgn. «dual use»
goederen, zonder vergunning zijn geëxporteerd. Daarnaast zouden ook andere
goederen waarvoor de Minister van Economische Zaken een vergunningsplicht
in het leven heeft geroepen, zonder de vereiste vergunningen zijn geëxporteerd.
Op 13 mei 2004 heeft de meervoudige economische kamer van de rechtbank
te Alkmaar een aanvang gemaakt met de behandeling van de strafzaak. In de
media is hier uitvoerig over bericht.</al>
      <tuskop letat="vet">Nucleaire «zwarte markt»</tuskop>
      <al>Bij het onderzoek naar proliferatie van massavernietigingswapens richten
de AIVD en MIVD zich voornamelijk op landen als Iran, Noord-Korea en Pakistan.
Niet alleen wordt er informatie ingezameld over de stand van hun wapenprogramma's,
ook wordt onderzoek gedaan naar de samenwerking tussen de «landen van
zorg» op het gebied van ontwikkeling, productie en verwerving van massavernietigingswapens.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen van het lid Wilders
ingezonden op 29 januari 2004 met kenmerk 2030407130, verleent de regering
medewerking aan het IAEA om aard en omvang van de thans aan het licht komende
netwerken in kaart te brengen en te onderzoeken of, en zo ja in hoeverre,
ook Nederlandse staatsburgers bij deze praktijken betrokken zijn. Daartoe
wordt zowel door de AIVD als de MIVD onderzoek gedaan. De resultaten daarvan
zijn reeds bij een tweetal gelegenheden ter beschikking gesteld aan het IAEA.
De Commissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer
is hiervan op de hoogte gebracht op 11 maart 2004.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast wordt informatie afkomstig uit AIVD- en MIVD-onderzoek gedeeld
met de andere landen die lid zijn van de exportcontroleregimes in het zogenaamde
inlichtingenoverleg. Ook bestaan directe contacten met veiligheids- en inlichtingendiensten
in partnerlanden, waarlangs informatie over concrete situaties wordt uitgewisseld,
met als oogmerk de goede tenuitvoerlegging van de voorschriften uit de exportcontroleregimes
te bevorderen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>B. R. Bot</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>