29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr.160 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Ontvangen ter Griffie op 11 maart 2014.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 8 april 2014.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 9 april 2014.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 maart 2014

Begin 2013 heb ik u tussentijds geïnformeerd over de voortgang en de monitoring van de kleinschalige uitrol van de slimme meter (Kamerstuk 29 023 nr. 140). Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer over de eindresultaten van de kleinschalige uitrol. Tevens stel ik u in het kader van artikel 95la van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 42a in de gelegenheid om kennis te nemen van de ontwerp-AMvB grootschalige uitrol op afstand uitleesbare energiemeter 1. De termijn van deze procedure eindigt vier weken na de bekendmaking van het ontwerpbesluit in de Staatscourant.

Algemeen beeld

Op 1 januari 2012 is de kleinschalige uitrol van slimme meters van start gegaan2. Naast het verkrijgen van meer inzicht in het eigen verbruik en de mogelijkheden om energie te besparen biedt de slimme meter de consument als voordeel dat meterstanden niet meer handmatig hoeven worden doorgegeven en dat processen voor het wisselen van leverancier, verhuizen en de jaarnota makkelijker worden voor de consument. Ook zorgt de slimme meter voor efficiënter netbeheer en faciliteert de slimme meter toekomstige (slimme) netten. Tussen januari 2012 en december 2013 zijn op bijna 600.0003 adressen slimme meters geplaatst door de netbeheerders. Het percentage slimme meters dat in die periode is geweigerd is 1,7% en het aantal meters dat administratief is uitgezet – er worden dan geen meetgegevens op afstand uitgelezen en de meter functioneert als conventionele meter – is 0,6% van het totaal aantal geplaatste meters.

De kleinschalige uitrol was bedoeld om ervaring op te doen met de uitrol van slimme meters, eventuele knelpunten vroegtijdig te signaleren en op te lossen en waar nodig aanvullende maatregelen te nemen zodat een grootschalige uitrol van slimme meters zo efficiënt en effectief mogelijk verloopt. De uitrol is gemonitord door de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die met name gekeken heeft naar eventuele belemmeringen voor het verder opvoeren van het tempo van de uitrol en consumententevredenheid. Daarnaast heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) de ervaringen met betrekking tot energiebesparing en de marktontwikkeling voor energiebesparingsdiensten onderzocht.

Het beeld is dat de uitrol goed verloopt. ACM heeft geen fundamentele problemen kunnen vaststellen die aanleiding geven om de start van de grootschalige uitrol uit te stellen. Uit de rapportages van ACM en RVO.nl blijkt dat de gebruikswaarde van de slimme meter door de consument, bijvoorbeeld voor energiebesparing, verbeterd kan worden4. De energiebesparingsmonitor van RVO.nl geeft aan dat de besparingen zoals geprognosticeerd in de maatschappelijke kosten-batenanalyse van KEMA 20105 op dit moment nog niet behaald worden. Gezien het stadium van de uitrol was dat op dit moment ook nog niet de verwachting. De pilots tonen aan dat het besparingspotentieel aanwezig is en ook wordt in de marktmonitor nog ruimte voor verbetering gesignaleerd. Door te waarborgen dat de regionale netbeheerder alle partijen die diensten willen aanbieden non-discriminatoir van informatie over de uitrolplanning voorziet, moet een gelijk speelveld ontstaan op de energiebesparingsmarkt. Hierdoor zullen de condities voor het aanbieden van energiebesparingsdiensten verbeteren. Ook dient de consument betere informatie te krijgen over de mogelijkheden van de slimme meter voor energiebesparing en moet een robuuste langjarige uitrolplanning van slimme meters investeerders in diensten meer zekerheid geven.

Op basis van de ervaringen die zijn opgedaan tijdens de kleinschalige uitrol en de resultaten van de monitoringsonderzoeken heb ik besloten om de grootschalige uitrol van slimme meters in Nederland te starten per 1 januari 2015. Het ontwerpbesluit grootschalige uitrol op afstand uitleesbare energiemeter regelt daarom dat eind 2020 aan alle Nederlandse huishoudens slimme meters zijn aangeboden. Dit biedt marktpartijen zekerheid over hun investeringen. Netbeheerders hebben voorbereidingen getroffen om de slimme meter grootschalig aan te bieden en geven aan dat hun organisaties er klaar voor zijn.

Hieronder ga ik nader in op de bevindingen van de afgelopen periode en de aandachtspunten ter verbetering van de efficiëntie en effectiviteit van de grootschalige uitrol en de maatregelen die ik neem om aan de aanbevelingen opvolging te geven. Tevens geef ik inzicht in de resultaten van het onderzoek naar de weigeroptie zoals ik heb toegezegd bij de behandeling van de Warmtewet in de Tweede Kamer op 30 januari 2013 (Handelingen II 2012/13, nr. 46, item 6, blz. 39–64). Tenslotte licht ik een aanpassing in het besluit Metereisen toe waarmee wordt geregeld dat de verplichte eis dat slimme meters voorzien zijn van een schakelfunctionaliteit komt te vervallen.

Resultaten monitoring kleinschalige uitrol

1. Resultaten en aanbevelingen monitor en Consumentenbarometer ACM

ACM heeft de uitrol van slimme meters gemonitord in de periode januari 2012 tot en met juli 2013 en daarbij onder andere gebruik gemaakt van signalen van consumenten, marktpartijen en belanghebbenden. ACM concludeert dat het kleinschalig aanbieden van de slimme meter door de regionale netbeheerders op hoofdlijnen goed verloopt en consumentvriendelijk wordt uitgevoerd. ACM geeft aan dat netbeheerders en leveranciers zijn voorbereid op het opvoeren van het tempo van de uitrol en heeft geen fundamentele problemen kunnen vaststellen tijdens de kleinschalige uitrol die reden zijn om de start van de grootschalige uitrol uit te stellen. Het complete rapport is als bijlage bij deze brief gevoegd.

ACM ziet een paar aandachtsgebieden waar tijdens de grootschalige uitrol verbeteringen moeten worden gerealiseerd. Het eerste betreft het verbeteren van de gebruikswaarde van de slimme meter voor de consument. De consument moet een ruimer aanbod van energiebesparingsdiensten krijgen en beter geïnformeerd worden over de mogelijkheden van de slimme meter voor energiebesparing. ACM is van mening dat het opvoeren van het tempo van de uitrol noodzakelijk is om het aanbod van energiebesparingsdiensten, en het gebruik ervan door consumenten, te stimuleren. ACM beschouwt een gelijk speelveld op de dienstenmarkt daarbij als een noodzakelijke randvoorwaarde. Daarvan is op dit moment onvoldoende sprake omdat marktpartijen niet op de hoogte zijn van de uitrolplanning van slimme meters. Daarnaast vindt ACM het belangrijk dat de netbeheerders een robuuste langjarige uitrolplanning ontwikkelen, die transparant en up-to-date is, zodat leveranciers en onafhankelijke dienstaanbieders (ODA’s) betere investeringsbeslissingen kunnen nemen. ACM merkt in dit kader op dat het gratis verstrekken van displays en/of diensten door netwerkbedrijven investeringen van andere marktpartijen onzeker maakt en daardoor ten koste gaat van het level playing field in de markt.

Ten tweede vindt ACM het belangrijk dat consumenten optimaal geïnformeerd zijn over de privacyrechten en bescherming die het wettelijk kader biedt, bijvoorbeeld bij consumenten die energiebesparingsdiensten afnemen. Om consumenten in staat te stellen hun rechten daadwerkelijk toe te kunnen passen, moeten ze weten waar ze op moeten letten bij het afnemen van energiebesparingsdiensten. ACM zal daarom voor de start van de grootschalige uitrol een checklist op ConsuWijzer publiceren, die zal ingaan op zaken waar de consument op moet letten bij het verlenen van expliciete toestemming rondom het intensief uitlezen van meetgegevens.

Ten slotte heeft de toezichthouder twee aandachtspunten benoemd rond de implementatie van wet- en regelgeving. Het eerste punt betreft de verplichting dat de consument expliciet toestemming moeten geven voor het op afstand uitlezen van zijn slimme meter indien deze vaker dan in de wet genoemde standaardsituaties wordt uitgelezen. Daar is sprake van indien de consument zijn energieverbruik intensief wil monitoren. Deze toestemming geeft de consument aan de leverancier of een andere marktpartij in de vorm van een klantmandaat. Netbeheerders en leveranciers zijn verplicht om over de naleving hiervan te rapporteren in hun jaarverslag en op hun website. Deze verplichting is in 2013 door ACM in de informatiecode Elektriciteit en Gas uitgewerkt waardoor pas in 2014 door ACM kan worden vastgesteld hoe deze rapportageverplichting wordt ingevuld door netbeheerders en leveranciers.

Het tweede punt betreft het Besluit kostenoverzicht energie waarin is bepaald dat leveranciers vanaf 1 januari 2012 verplicht zijn om consumenten met een slimme meter een tweemaandelijks kostenoverzicht voor beter inzicht in het verbruik te sturen. ACM constateerde in haar eerste monitor6 dat het versturen van de tweemaandelijkse kostenoverzichten vertraagd op gang was gekomen. Dit werd mede veroorzaakt door een aantal technische opstartproblemen. Het afgelopen jaar is het aantal consumenten toegenomen dat een kostenoverzicht ontving. Medio 2013 ontving 76% van de consumenten met een slimme meter een tweemaandelijks kostenoverzicht. ACM heeft met de leveranciers die medio 2013 nog geen kostenoverzichten verstuurden afgesproken dat zij dit vanaf 1 januari 2014 alsnog doen.

2. Resultaten en aanbevelingen besparingsmonitor RVO.nl

RVO.nl heeft tijdens de kleinschalige uitrol een besparingsmonitor uitgevoerd om inzicht te krijgen in de besparingsmogelijkheden van de slimme meter. In de besparingsmonitor zijn drie aspecten onderzocht:

  • 1. Effectmonitor: energiebesparing door de slimme meter in combinatie met het tweemaandelijks kostenoverzicht;

  • 2. Potentieelmonitor: energiebesparing door alternatieve op de slimme meter aan te sluiten informatiesystemen;

  • 3. Marktmonitor: beschrijving van de ontwikkeling van het marktaanbod van besparingsproducten en -diensten voor de slimme meter.

De besparingsmonitor is als bijlage bij deze brief gevoegd.

Het doen van algemeen geldende uitspraken over de besparingseffectiviteit van de slimme meter op basis van onderzoek tijdens de kleinschalige uitrol is lastig. De slimme meter is immers nog betrekkelijk onbekend bij de consument en het aanbod van energiebesparingsproducten en -diensten verkeert in een pril stadium. Om toch inzicht te krijgen in de besparingseffectiviteit van de slimme meter in combinatie met het tweemaandelijks kostenoverzicht is een wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek kende een aantal beperkingen. Om tot een voldoende grote populatie te komen om betrouwbare uitspraken te kunnen doen was het nodig om de analyse uit te voeren bij consumenten die al voor 2012 een slimme meter geïnstalleerd hadden gekregen. Daarnaast is het vanaf begin 2012 daadwerkelijk aanbieden van de kostenoverzichten, zoals hierboven aangegeven, niet bij alle leveranciers even goed van start gegaan en bevatten de verbruiksoverzichten het eerste jaar van aanbieding – vanwege het gebrek aan historische data – nog niet alle relevante informatie. Desondanks is getracht zo goed mogelijk inzicht te geven in de besparingseffectiviteit van de slimme meter in combinatie met tweemaandelijkse terugkoppeling van het verbruik.

Tijdens de kleinschalige uitrol is een jaarlijkse besparing van 0,9% op gas gerealiseerd door consumenten met een slimme meter die een tweemaandelijks kostenoverzicht ontvangen. Over de besparingen op elektriciteit kunnen vanwege een te hoge spreiding van de resultaten geen betrouwbare uitspraken worden gedaan. In vergelijking met de maatschappelijke kosten- en batenanalyse uit 2010 (Kamerstukken, 31 374 nr. 37) lijken de besparingen achter te blijven maar gelet op de hiervoor genoemde beperkingen is deze uitkomst niet onverwacht.

Uit kwalitatief onderzoek komt naar voren dat het gebruik en de kwaliteit van de verbruiksoverzichten beter kunnen. Actieve aanbieding leidt tot meer gebruik van de kostenoverzichten dan wanneer het kostenoverzicht alleen passief wordt aangeboden, bijvoorbeeld via een link naar een website. In de nieuwe Energie-efficiëntierichtlijn is de eis opgenomen dat leveranciers aan consumenten gedetailleerde gegevens over het verbruik (dag-, week-, maand- en jaarbasis, tot drie jaar terug) beschikbaar moeten stellen. De kwaliteit en de toegankelijkheid van verbruiksinformatie zal hierdoor aanzienlijk toenemen.

Daarnaast laat de potentieelmonitor op basis van onderzoek en diverse pilots zien dat er voldoende potentie zit in alternatieve op de slimme meter aan te sluiten informatiesystemen zoals displays of besparingsapps. De effectiviteit van het instrument wordt vergroot als het in praktische zin aansluit op de behoeften van individuele consumenten. Een aandachtspunt is dat er op basis van de pilots op dit moment een beperkte bereidheid bij consumenten lijkt te zijn om geld te besteden aan deze energiediensten of -producten.

De marktmonitor laat zien dat de energiedienstenmarkt nog in een pril stadium verkeert en dat de condities op die markt verbeterd kunnen worden om te stimuleren dat een breed en laagdrempelig marktaanbod van energiediensten beschikbaar is. Drie zaken zijn daarbij van belang. Ten eerste moet informatie over de uitrol van slimme meters non-discriminatoir en gelijktijdig voor alle marktpartijen beschikbaar zijn. Ten tweede dient er een transparante uitrolplanning te komen zodat het moment van plaatsing van de slimme meter optimaal benut kan worden om diensten voor energiebesparing bij de consument onder de aandacht te brengen. Tot slot is het van belang het marktaanbod te blijven monitoren teneinde tijdig te kunnen constateren of alle relevante doelgroepen optimaal bediend worden met energiebesparingsdiensten of dat eventueel aanvullende maatregelen nodig zijn.

Vooruitblik grootschalige uitrol

Transparante uitrolplanning

De netbeheerders hebben conform het conceptbesluit grootschalige uitrol op afstand uitleesbare energiemeter de plicht om alle huishoudens eind 2020 een slimme meter aangeboden te hebben. Om dat te bereiken hebben zij een meerjarige planning opgesteld. Het is belangrijk dat deze meerjarige planning wordt nagekomen en leveranciers van energiebesparingsdiensten duidelijkheid biedt voor hun investeringen. Aangezien een hoge penetratie van slimme meters de markt voor aan de slimme meter gelieerde producten en diensten stimuleert en zekerheid biedt hebben de netbeheerders op mijn verzoek de uitrolplanning versneld. Deze is opgenomen in de toelichting bij het ontwerpbesluit. De netbeheerders zullen tijdens de grootschalige uitrol jaarlijks over de voortgang van de uitrol en de acceptatiegraad bij consumenten aan ACM en EZ rapporteren. Hoewel het weigerpercentage tijdens de kleinschalige uitrol zeer beperkt is, blijft het monitoren van het weigerpercentage ook tijdens de grootschalige uitrol een belangrijke indicator voor de efficiëntie van de uitrol en zal een oplopend percentage een indicator kunnen zijn voor aanvullende maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie.

Gelijk speelveld voor energiediensten

De belangrijkste aanbevelingen van ACM en RVO.nl zien op het gebied van het verbeteren van de energiebesparingsdienstenmarkt. Belangrijkste pijlers voor het verbeteren van de condities op die markt zijn het verstrekken van transparante uitrolplanningen door de netbeheerders en het creëren van een gelijk speelveld. In het wettelijk kader is geregeld dat netbeheerders gereguleerde taken hebben en geen zaken mogen doen in concurrentie (het concurrentieverbod). Het netwerkbedrijf mag dat wel mits het infrastructureel en aanverwant is, maar de netbeheerder mag hem niet bevoordelen. De netbeheerder moet informatie die een commercieel voordeel kan opleveren, non-discriminatoir ter beschikking stellen aan alle marktpartijen. De ACM ziet hierop toe. In aanvulling hierop heb ik aan de energiesector gevraagd om concrete afspraken te maken over onder meer het verstrekken van transparante uitrolplanningen en deze vast te leggen in een convenant. De sector heeft hier enthousiast op gereageerd en toegezegd het convenant voor de zomer uit te werken. Het convenant zorgt ervoor dat voor alle marktpartijen op hetzelfde moment de korte termijnplanning transparant is, zodat partijen die energiebesparingsdiensten willen aanbieden rondom de plaatsing vooraf op de hoogte zijn waar meters geplaatst gaan worden opdat zij de consument tijdig kunnen informeren over energiebesparingsdiensten. Op die manier kan optimaal gebruik worden gemaakt van het momentum dat ontstaat bij de plaatsing van slimme meters. Dit is in lijn met de voorgenomen implementatie van de Energie-efficiëntierichtlijn, waarbij zal worden geregeld dat de netbeheerder de consument bij de installatie van de slimme meter op niet-discriminatoire wijze informeert over de mogelijkheden van de slimme meter. Concreet betekent dit dat de netbeheerders bij de plaatsing informatie overhandigen waarin de consument wordt geïnformeerd over de gebruiksmogelijkheden van de slimme meter en waar hij wordt verwezen naar een overzicht van energiebesparingsdiensten en producten. Deze werkwijze draagt bovendien bij aan het creëren van een gelijk speelveld tussen marktpartijen omdat voor alle marktpartijen op hetzelfde moment de korte termijn planning transparant is. Ten slotte heeft er een consultatie plaatsgevonden over de herziening van de Elektriciteits- en Gaswet. Op basis daarvan wordt bezien in hoeverre rollen en taken van de netwerkbedrijven verder moeten worden aangescherpt.

Derdenplaatsing

Ik ben in gesprek met netbeheerders en de installatiebranche om afspraken te maken over de installatie van slimme meters door andere partijen dan de netbeheerders, zogenaamde derdenplaatsing. Deze wens speelt met name in de installatiebranche en is een mogelijkheid die de wet ook biedt. In de praktijk betekent dit dat installateurs de slimme meter die de netbeheerders gebruiken op eigen initiatief bij consumenten kunnen plaatsen, zodat zij bijvoorbeeld een slimme meter kunnen aanbieden aan hun klanten op het moment dat de klant een nieuwe cv-ketel installeert. Indien dit op een betrouwbare en efficiënte manier vorm gegeven wordt sta ik hier positief tegenover. De planning is erop gericht dit overleg rond de zomer afgerond te hebben.

Motie kwartierwaarden

Uit het monitoringsonderzoek van ACM blijkt dat de uitrol van de slimme meter goed verloopt maar dat de uitdaging met name zit in het vergroten van de gebruikswaarde van de slimme meter voor consumenten. Daarover gaat ook de motie Jansen/Leegte die zich richt op het introduceren van contractvormen op basis van kwartierwaarden (Kamerstuk 31 239, nr. 160). De gedachte achter de motie is dat kwartierwaarden als zogenoemde «killer-app» een soepele uitrol van slimme meters vereenvoudigen. Om meer inzicht te krijgen in de wenselijkheid, mogelijkheden en belemmeringen voor het invoeren van dynamische tarieven is overleg gevoerd met energieleveranciers en experts die de afgelopen jaren betrokken waren bij proeftuinen op het gebied van dynamische tarieven. Alle partijen zijn het erover eens dat dynamische tarieven een belangrijke en interessante mogelijkheid voor kleinverbruikers kunnen zijn in combinatie met de slimme meter. Tegelijkertijd is het op dit moment niet een toepassing die direct en breed toegepast kan worden. Hiervoor moeten eerst de achterliggende administratieve processen voor kleinverbruikers geschikt gemaakt worden om te kunnen werken met dynamische tarieven. Dit zogenaamde Pantheon-project is in een samenwerkingsverband tussen netbeheerders en leveranciers in gang gezet.

Het is van belang dat de randvoorwaarden om contractvormen op basis van dynamische tarieven zinvol mogelijk te maken zo snel mogelijk worden ingevuld en dat komende tijd nog meer ervaring wordt opgedaan in proeftuinen en experimenten. Daarom is in het Energieakkoord afgesproken dat energieleveranciers en netbeheerders in 2014 experimenten gaan doen met dynamische tarieven. Ik vind het van belang dat alle betrokken partijen dit voortvarend oppakken en zal dit actief volgen.

Onderzoek weigeroptie

Naar aanleiding van mijn toezegging aan de Tweede Kamer bij de behandeling van de Warmtewet op 30 januari 2013 is onderzocht of het kostenefficiënter is om de mogelijkheid te laten vervallen dat slimme meters worden geweigerd en in plaats daarvan uitsluitend administratief uit kunnen worden gezet. Slimme meters die administratief uitstaan functioneren als conventionele meters. Op basis van onderzoek, waarbij naast slimme elektriciteits- en gasmeters ook warmtemeters zijn betrokken en dat is uitgevoerd door DNV KEMA7, heb ik besloten om de weigeroptie niet af te schaffen.

De conclusie van het onderzoek is dat er vanuit het oogpunt van kostenefficiëntie geen reden is om de weigeroptie af te schaffen. Voor elektriciteit- en gasmeters leidt het afschaffen van de weigeroptie bij een geprognosticeerd weigerpercentage van 2% tot een minderopbrengst van 29 miljoen euro, omdat bij consumenten die normaliter zouden weigeren een op afstand uitleesbare meter wordt opgehangen die administratief wordt uitgezet. Dit betekent dat de meerkosten voor de aanschaf en plaatsing van een slimme meter wel worden gemaakt, maar dat de baten niet volledig worden gerealiseerd omdat de meter functioneert als een conventionele meter.

Ook zal er altijd een percentage consumenten over conventionele meters beschikken omdat tijdens de kleinschalige uitrol immers de mogelijkheid is geboden om de slimme meter te weigeren. Bovendien zullen er tijdens de grootschalige uitrol situaties zijn waarbij conventionele meters blijven hangen, bijvoorbeeld als consumenten herhaaldelijk niet thuis zijn of niet open doen. Dit brengt met zich mee dat netbeheerders naast de systemen voor slimme meters in elk geval ook voorzieningen zullen moeten treffen om conventionele meters te kunnen beheren (uitlezing, verwerking van meterstanden).

Specifiek voor warmtemeters zijn de verwachte verschillen tussen het behouden of afschaffen van de weigeroptie nihil. In tegenstelling tot elektriciteit en gas is er voor warmte geen verplichte uitrol van op afstand uitleesbare meters. Het staat leveranciers vrij om al dan niet een slimme warmtemeter aan te bieden. Wel bestaat voor consumenten de weigeroptie. In de warmtemarkt worden naar schatting op reguliere basis 24.000 meters per jaar vervangen. Door de diversiteit van meters op de warmtemetermarkt zal het afschaffen van de weigeroptie geen invloed hebben op het ondersteunen van verschillende metertypen en dus ook geen efficiëntievoordelen bieden.

Tot slot speelt het belang van keuzevrijheid voor de consument een rol bij de afweging om de weigeroptie niet af te schaffen. Voorafgaand aan de introductie van de slimme meter is intensief overleg gevoerd met het parlement over het belang van keuzevrijheid voor de consument. Uiteindelijk is een weloverwogen keuze gemaakt om consumenten te allen tijde de vrijheid te bieden om een slimme meter te kunnen weigeren. Het onderzoek dat is uitgevoerd geeft geen aanleiding om dit uitgangspunt te verlaten.

Verwijderen schakelfunctionaliteit

Het voorliggende conceptbesluit regelt naast de grootschalige uitrol van slimme meters dat de thans bestaande eis dat slimme meters voorzien zijn van een schakelfunctionaliteit komt te vervallen. Belangrijkste reden hiervoor is dat de relatieve meerwaarde van de schakelfunctie met dusdanig veel onzekerheid is omgeven dat dit niet opweegt tegen de kosten en mogelijke veiligheidsrisico’s op termijn. Dit volgt uit overleg met betrokken stakeholders en aanvullend onderzoek dat ik door DNV KEMA8 heb laten verrichten op basis van twijfels die tijdens de kleinschalige uitrol zijn geuit over veiligheid, nut en noodzaak van de schakelfunctie. Ondanks alle eisen die de netbeheerders stellen en maatregelen die zij hebben genomen om de privacy en security van de slimme meters te waarborgen blijven er altijd restrisico’s aanwezig, met name op het gebied van cybersecurity. Bovendien brengen eventuele veiligheidsincidenten of negatieve beeldvorming rondom de schakelfunctie een risico met zich mee voor de acceptatiegraad en daarmee het behalen van de beoogde baten van de maatschappelijke business case. Het verwijderen van de schakelfunctionaliteit betekent wel dat de baten, zoals efficiënter af- en heraansluiten en prepaiddiensten ook niet behaald kunnen worden. Het vervallen van de verplichte functionaliteit betekent concreet dat de nieuwe meterversie die vanaf 1 januari 2015 wordt uitgerold niet meer voorzien zal zijn van een schakelfunctionaliteit. Voor meters die reeds zijn uitgerold of in 2014 worden uitgerold geldt dat deze nog wel beschikken over deze functionaliteit. Hiervoor blijven dezelfde eisen gelden wat betreft de veiligheid en de communicatie over de status van deze functie op de meter. Met netbeheerders is de afspraak gemaakt dat de meters met schakelfunctionaliteit die tot nu toe zijn opgehangen via de firmware zodanig worden aangepast dat de schakelfunctionaliteit permanent is uitgeschakeld. Daar waar een firmware aanpassing op de huidige geïnstalleerde slimme meters niet mogelijk is, zal periodiek door de netbeheerders een risicoanalyse worden uitgevoerd.

Tot slot

Samenvattend constateer ik dat de uitrol van slimme meters goed verloopt en dat er geen belemmeringen zijn om de grootschalige uitrol te starten. De slimme meter biedt de consument voordelen op het gebied van energiebesparing en gemak op het gebied van administratieve processen. Tevens draagt het bij aan efficiënter netbeheer en slimme netten.

Ik ga er vanuit dat met de concrete afspraken tussen netbeheerders en marktpartijen de samenwerking bij de uitrol van slimme meters effectiever wordt, zodat consumenten optimaal bediend worden met aan de slimme meter gerelateerde producten en diensten, in het bijzonder met betrekking tot energiebesparing. Ik zie daarom ook met vertrouwen de start van de grootschalige uitrol van slimme meters per 1 januari 2015 tegemoet.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Tijdens de kleinschalige uitrol is de slimme meter aangeboden in de situaties die de Europese richtlijn energie-efficiëntie (Richtlijn 2006/32/EG) voorschrijft, zoals bij nieuwbouw, renovatie, op eigen verzoek van de consument (zogenaamde prioriteitsplaatsingen) en bij reguliere vervanging

X Noot
3

Opgave van Netbeheer Nederland

X Noot
4

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
5

Intelligente meters in Nederland, een herziene financiële analyse en adviezen voor beleid. KEMA juli 2010. Hierin worden voor energiebesparing door indirecte feedback de volgende percentages geprognosticeerd: gemiddeld 3,7% voor elektriciteit en 3,2% voor gas

X Noot
6

Monitorrapportage 2012 kleinschalige aanbieding slimme meter (ACM), Een eerste beeldvorming van de uitrol van de slimme energiemeter in Nederland, d.d. 18 februari 2012

X Noot
7

Review weigeroptie voor de slimme (warmte) meter, DNV KEMA, dd 22 januari 2014 (beschikbaar op www.rijksoverheid.nl )

X Noot
8

Schakelfunctie onder de loep, nader verkenning van de maatschappelijke kosten en baten van de schakelmogelijkheid in de slimme meter, DNV KEMA, dd 27 augustus 2013 (beschikbaar op www.rijksoverheid.nl )

Naar boven