﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28989-33/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST97233</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>28 989</nummer>
      <naam>Cultuurnota 2005–2008</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>33</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>8 mei 2006</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het kader van de tweede termijn van het Algemeen Overleg over de Museumnota «Bewaren
om teweeg te brengen» d.d. 19 april 2006 heeft u mij gevraagd u
te informeren over de volgende vragen. De beantwoording van deze vragen treft
u hierbij aan.</al>
      <tuskop letat="vet">1. Overzicht financiering voormalige rijksmusea</tuskop>
      <al>In het overzicht (bijlage 1) zijn de cijfers voor het jaar 2004 weergegeven
m.b.t. de subsidies incl. huurvergoeding, de subsidies excl. huurvergoeding,
de totale baten, de exploitatiesaldi, de entreegelden en de bezoekaantallen<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. Het overzicht sluit op een totaal subsidiebedrag van € 147 035 441,
inclusief huurvergoedingen (€ 39 885 302) en incidentele
subsidies(€ 26 073 431). Exclusief huurvergoedingen en
incidentele subsidies bedraagt het totaal € 81 076 708.
Het budget voor huurvergoedingen is volledig structureel verplicht. Het budget
voor incidentele subsidies (investeringen Rijksmuseum) is niet structureel
beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Overzicht verzekeringspremies</tuskop>
      <al>Tevens stuur ik u (bijlage 2)<sup>1</sup> een overzicht van de verzekeringspremies
van de voormalige rijksmusea over 2004 en 2005. Het aantal bezoeken door buitenlanders
aan de rijksmusea treft u in dezelfde bijlage aan.</al>
      <al>Uit dit overzicht blijkt dat de rijksmusea in 2004 en 2005 aan verzekeringspremies
in totaal € 811 000 respectievelijk € 876 000
kwijt waren. Overigens zal het bedrag aan betaalde verzekeringspremies in
2006 vermoedelijk substantieel hoger gaan uitvallen als gevolg van de Rembrandt-Caravaggio
tentoonstelling. Naar schatting zal het totaal aan verzeke- ringspremies incidenteel
tussen de € 1 en € 2 mln komen te liggen dit jaar. Tentoonstellingen
als die van Rembrandt-Caravaggio zijn te vergelijken met de grote van Gogh-tentoonstellingen
en de Vermeer-tentoonstelling van enige jaren terug en zijn tamelijk uitzonderlijk.</al>
      <al>Uit het overzicht van het aantal bezoeken in 2005 blijkt dat naar schatting ruim 45% van de bezoeken aan de rijksmusea wordt afgelegd door
buitenlandse bezoekers. Het zijn vooral het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum
die veel buitenlandse bezoekers trekken maar ook de andere kunstmusea zoals
Kröller-Müller en het Mauritshuis trekken relatief veel buitenlandse
bezoekers.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Museumkaart voor inburgeraars</tuskop>
      <al>In de eerste termijn heb ik de toezegging gedaan de kamer te informeren
over de kosten van een museumkaart voor inburgeraars.</al>
      <al>In 2005 hebben ongeveer 30 000 personen het Nederlands staatsburgerschap
verworven. Volgens de taxatie van de IND zal dit aantal de komende jaren ongeveer
constant blijven. De Stichting Museum Jaarkaart rekent € 25 per
museumjaarkaart. Een gratis museumkaart gedurende een jaar voor alle nieuwe
Nederlanders gaat dus op jaarbasis € 750 000 structureel kosten.
Dit bedrag is op dit moment noch op de cultuurbegroting noch op de justitiebegroting
beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Juridische haalbaarheid gratis toegang via bijlage
bij belastingformulieren</tuskop>
      <al>In de tweede termijn is het voorstel aan de orde gekomen om gratis toegang
voor de rijksmusea te regelen via het belastingcircuit. Dit voorstel om tegelijkertijd
met de belastingdocumenten aan de belastingplichtige in Nederland een toegangspas
voor de rijksmusea te verlenen voor zijn hele gezin, is in strijd met het
non-discriminatiebeginsel in EU-verband. Het voorstel leidt weliswaar niet
direct tot discriminatie omdat er geen sprake is van een nationaliteitscriterium;
het discrimineert wel indirect omdat het criterium belastingplicht in Nederland
materieel tot hetzelfde resultaat leidt als het nationaliteitscriterium. Een
dergelijke indirecte discriminatie is verboden vanuit het oogpunt van Europees
recht. Juist op het terrein van het culturele erfgoed heeft de Europese rechter
nog recent, in 2005, een uitspraak gedaan. Bij die uitspraak is een Italiaanse
overheidsmaatregel om gratis toegang te verlenen in strijd met het EU-verdrag
verklaard. Hiermee heeft de Europese rechter bevestigd dat toeristen uit andere
lidstaten op basis van het EU-verdrag aanspraak moeten kunnen maken op gebruik
van dezelfde overheidsvoorzieningen, i.c. gratis toegang tot erfgoedcollecties,
als de inwoners van de eigen lidstaat.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Indirecte discriminatie zou eventueel gerechtvaardigd kunnen worden uit
een oogpunt van samenhang met het belastingstelsel. De redenering zou dan
kunnen zijn dat het voordeel van gratis toegang voor belastingplichtigen in
Nederland gerechtvaardigd kan worden uit het feit dat belastingplichtigen
bijdragen aan de kosten voor het instandhouden van de betreffende voorziening,
i.c. het behoud van de rijkscollecties. Deze redenering is evenwel –
gelet op de jurisprudentie van het Hof – in casu niet houdbaar. Voor
een geslaagd beroep op deze uitzondering is vereist dat een rechtstreeks verband
wordt aangetoond tussen de belastingheffing en de toepassing van het tariefvoordeel.
In het onderhavige geval is dit verband er niet, omdat er voor rijksmuseale
instellingen geen specifiek financieringssysteem bestaat. De rijksmuseale
instellingen ontvangen, evenals de overige cultuurinstellingen, subsidie in
het kader van een Cultuurnota. De rijksmuseale instellingen kunnen, net als
alle andere cultuurinstellingen, in aanmerking komen voor een instellingssubsidie
in een exploitatietekort, met als doel om hen in staat te stellen een vierjarig
beleidsplan uit te voeren dat vanuit het oogpunt van cultuurbeleid relevant
wordt geacht. De subsidie houdt geen verband met de belastingheffing. </al>
      <tuskop letat="vet">Afsluitende opmerkingen</tuskop>
      <al>Los van voornoemde Europees-rechtelijke belemmeringen, merk ik het volgende
op:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gratis toegang verlenen tot de voormalige rijksmusea zal de dragende pijler
van het museumbeleid – de Museumjaarkaart, een initiatief van de musea
zelf – onderuit halen. Vierhonderd musea van groot tot klein, van rijksmusea
tot provinciale, gemeentelijke en particuliere musea, verspreid over het hele
land zijn aangesloten bij deze kaart. Internationaal is er altijd veel belangstelling
geweest voor dit unieke instrument, dat men in Europa en daarbuiten niet kent.
Deze kaart zorgt ervoor dat men voor weinig geld vaak naar het museum kan
gaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bovendien zal de verlening van gratis toegang tot de voormalige rijksmusea
de marktpositie van de overige musea nadelig beïnvloeden. Juist voor
kleinere musea voorzie ik grote gevolgen, omdat zij veel van hun (vaste) publiek
dreigen kwijt te raken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als het er in financiële zin weinig toedoet of een museum veel of
weinig publiek binnenhaalt, valt een belangrijke prikkel voor het cultureel
ondernemersschap weg. De situatie gaat dan lijken op die van vóór
de verzelfstandiging van de rijksmusea, toen deze musea hun entreegelden moesten
afdragen aan rijksschatkist. Daardoor was er weinig stimulans om zoveel mogelijk
publiek binnen te halen. Integendeel, veel publiek werd soms uitsluitend gezien
als een kostenfactor, omdat bijvoorbeeld de inrichting harder slijt door intensiever
gebruik en de kosten van bewaking omhoog gaan zonder dat daar inkomsten tegenover
staan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik wil de musea in staat stellen een kwalitatief hoogstaand aanbod te
ontwikkelen en aantrekkingskracht uit te oefenen, ook op de nieuwe doelgroepen
die ik beoog. Dan zal het publiek graag bereid zijn om voor deze attractieve
musea een financiële bijdrage te leveren. Dat is de kern van mijn beleid.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,</functie>
        <naam>M. C. van der Laan </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>