﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28973-12/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST81379</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>28 973</nummer>
      <naam>Toekomst van de intensieve veehouderij</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>12</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>10 november 2004</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van de aangenomen motie Koopmans c.s. 28 973 nr.
3, ingebracht tijdens het nota-overleg van 7 juni 2004 (kamerstuk 28 973,
nr. 9) door de leden Koopmans, Oplaat, Van der Vlies en Slob, bericht ik u
als volgt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De motie spreekt over een verlaging van de directe en indirecte kosten
voor de intensieve veehouderij. Een goede zaak dat met deze motie de aandacht
op een enigszins onderbelicht punt in de maatschappelijke en politieke discussie
wordt gevestigd. Immers, duurzame productie van landbouwgoederen kan niet
bestaan zonder een economisch vitale en gezonde productiesector met voldoende
ontwikkelingsperspectieven. Dat geldt ook voor de intensieve veehouderij.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik al aangegeven heb in het nota-overleg van 7 juni beschouw
ik de motie als ondersteuning van mijn beleid. Ik heb indertijd aangegeven
bereid te zijn een aantal zaken nog eens op een rijtje te zetten, zonder daarbij
de indruk te wekken dat daar nog veel nieuwe dingen bij zouden zitten. Ik
streef evenwicht na tussen People, Planet én Profit. In de afgelopen
jaren is hier hard aan gewerkt, er zijn successen geboekt en er staat nog
veel op stapel. In deze brief zal ik in gaan op wat tot nu toe gedaan is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De opsomming in deze brief moet gezien worden in het licht van mijn beleid
dat gericht is op de economische groei van het agrocluster (inclusief de visserijsector)
en de recreatiesector. Het agrocluster levert een bijdrage van 10 procent
aan het totale Bruto Nationaal Product (BNP) en is tevens goed voor circa
10 procent van de arbeidsplaatsen in Nederland. Ondernemers in het agrocluster
en de recreatiesector spelen in toenemende mate een rol in het beheer van
het landelijk gebied. Aan de hand van de thema's i) versterking concurrentiekracht,
ii) ondernemerschap en iii) innovatie wil ik de ondernemers ondersteunen in
het verstevigen van de sterke economische uitgangspositie. Mijn beleid sluit
daarmee aan op de groei-agenda van het kabinet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 19 december 2003 inzake de toekomst van de intensieve
veehouderij heb ik naast mijn toekomstvisie uiteengezet wat mijn conclusies
waren voor de aanpak van de problematiek en de rolverdeling daarbij. Van de
overheid kan worden verwacht dat zij aanspreekbaar is voor het scheppen van
ruimte voor ondernemen en ondernemerschap, het stimuleren en faciliteren van
een duurzame ontwikkeling en het hoeden van zwakke waarden. Daarbij hoort
dat er – binnen de kaders van het voldoen aan maatschappelijke randvoorwaarden –
geen onnodige kostprijsverhoging plaatsvindt als gevolg van overheidshandelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanuit dat perspectief ben ik voortvarend aan de slag gegaan. Ik benoem
hierna de belangrijkste acties met een directe of minder directe relatie tot
de intensieve veehouderij. Allereerst zal ik ingaan op de meer algemene inzet,
waarna ik concreet aangeef wat mijn acties zijn op de verschillende deelterreinen.</al>
      <tuskop letat="vet">Algemeen, ruimte voor ondernemen</tuskop>
      <al>De maatschappelijke randvoorwaarden zijn veelal geborgd in wet- en regelgeving.
Dat is een goede zaak. Minder goed is dat de vorm en de uitwerking in bepaalde
gevallen onnodig belastend is voor burger en bedrijfsleven. Onnodig belastend
in de zin van kosten, maar belangrijker nog in het remmende effect van omvangrijke,
en gedetailleerde wet- en regelgeving op innovatie en ontwikkeling. Het scheppen
van ruimte voor ondernemen via verlichting van administratieve lasten, deregulering
en vernieuwende concepten van normstelling komt tegemoet aan deze problemen
en levert een belangrijke bijdrage aan het aanvaarden van de eigen verantwoordelijkheid
door maatschappelijke partijen. Ik zet hier dan ook krachtig op in en zal
dat in de komende jaren blijven doen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de pakketbrief van 8 april 2004 (Kamerstuk 29 515, nr. 2)
heb ik toegezegd u de voortgang te melden met betrekking tot administratieve
lastenverlichting en de vermindering van de regelgeving. In een separate brief
bericht ik u onder meer over de voortgang met betrekking tot administratieve
lastenverlichting, vermindering van regelgeving, ketenomkering en toezicht
op controle.</al>
      <al>Deze acties hebben ook een direct en positief effect op de sector intensieve
veehouderij.</al>
      <tuskop letat="vet">Concrete acties</tuskop>
      <al>Binnen mijn algemene inzet, heb ik ook op deelterreinen concrete maatregelen
genomen gericht op het vergroten van de ruimte voor ondernemen.</al>
      <tuskop letat="cur">Level playing field</tuskop>
      <al>• Zoals u weet streef ik bij regelgeving naar een Europees level
playing field. In dit kader is het Varkensbesluit aangepast aan de EU-eisen,
waardoor de welzijnseisen in Nederland op een groot aantal punten hieraan
zijn aangepast. Voorheen waren deze eisen in Nederland strenger. Met betrekking
tot de legbatterij zal ik niet vooruitlopen op het tempo van de Europese ontwikkelingen.</al>
      <tuskop letat="cur">Preventiemaatregelen diergezondheid</tuskop>
      <al>• De bezoekersregistratie is afgeschaft per 1 november 2004.
Dit houdt in dat veehouders nu niet langer verplicht zijn een register bij
te houden van alle bedrijfsmatige bezoeken. Per 1 november jl. is de
verplichting tot serologisch onderzoek op de vesiculaire varkensziekte (blaasjesziekte)
afgeschaft. Eveneens is het voorschrift komen te vervallen dat
vervoermiddelen waarmee vier keer evenhoevigen zijn vervoerd, moeten worden
gereinigd en ontsmet op een geregistreerde wasplaats.</al>
      <al>• Naast bovengenoemde maatregelen zal in 2005 uitvoering worden gegeven
aan een verdere integratie van de uitvoering van de Regeling Varkensleveringen
(RVL), I&amp;R-varkens en Regeling Bedrijfscontrole Dierziekten (RBD). Dit
zal administratieve lastenwinst opleveren.</al>
      <al>• De verzamelregelgeving, bestaande uit de 21 dagen quarantaineperiode
en het verzamelverbod voor het laden en het lossen op één bedrijf,
blijft vooralsnog van kracht. Het bedrijfsleven heeft aangegeven deze regelgeving
te willen behouden en verantwoordelijkheid te willen nemen voor een betere
naleving. Daartoe zal het opzetten van een systeem van erkenning en certificering
worden onderzocht. Het georganiseerd bedrijfsleven (primaire sector, handel,
slachterijen en transportsector) zal binnenkort haar ideeën hiervoor
presenteren. Hierna zal ik een beslissing nemen of deze regelgeving, al dan
niet gewijzigd, kan blijven bestaan.</al>
      <tuskop letat="cur">Veterinair overig</tuskop>
      <al>• Zoals bekend werk ik aan een beleid waardoor vaccinatie bij een
uitbraak van MKZ en KVP mogelijk wordt. Voor vogelpest (AI) is helaas nog
geen effectief vaccin voorhanden. Uitgangspunten voor mijn inzet is dat zo
min mogelijk gezonde dieren gedood hoeven te worden bij een uitbraak en de
afzetschade zoveel mogelijk beperkt wordt. Over dit laatste vindt momenteel
met het bedrijfsleven overleg plaats.</al>
      <al>• Per 1 maart 2003 wordt bij vaststelling van BSE het bedrijf
partieel geruimd in plaats van volledig. Het partieel ruimen heeft geleid
tot een sterke reductie van het aantal te ruimen dieren.</al>
      <al>• De BSE-monstername is geprivatiseerd, waardoor de kosten voor het
bedrijfsleven omlaag zijn gegaan.</al>
      <al>• In de periode 1998–2004 is in het kader van een fokprogramma
(LNV, LTO en PVE) een voldoende groot aantal TSE-ongevoelige schapenrammen
beschikbaar gekomen om te kunnen starten met een fokkerij op erfelijke ongevoeligheid
op alle Nederlandse schapenhouderijen. Het bedrijfsleven kan nu op eigen kracht
verder met de preventie van scrapie en BSE. De schapenhouderij zal de vruchten
daarvan spoedig kunnen plukken; bij de verplichte sanering van besmette bedrijven
kunnen veel kosten worden bespaard (minder testen, minder te ruimen gezonde
dieren).</al>
      <al>• Met ingang van 1 juli 2004 is een wijziging van de handelsrichtlijn
voor schapen en geiten (91/68) van kracht op grond waarvan ondermeer een tweede
verzamelslag van slachtdieren mogelijk is op een erkend verzamelcentrum in
een lidstaat van doorvoer. Deze wijziging is overgenomen in de nationale wetgeving.</al>
      <al>• De in EU-regelgeving voorgeschreven klinische keuring is met ingang
van 1 november jl. op een andere wijze vormgegeven. De tot die datum
individuele klinische keuring van de dieren tijdens het laden van de veewagen
is vervangen door een groepsgewijze keuring van mestvarkens en biggen in de
stallen van het verzamelcentrum en de boerderij.</al>
      <tuskop letat="cur">Vee- en Vleeskeuring</tuskop>
      <al>• Op 4 juni 2004 is een convenant gesloten tussen overheid en
bedrijfsleven (PVE en COV). Onderwerp van dit convenant is de overdracht per
1 januari 2006 van onderdelen van de keuring in de roodvleesslachterij
van de VWA aan een privaatrechtelijke keuringsinstantie. Met deze stap wordt
invulling gegeven aan de eigen rol van het bedrijfsleven en het beperken van
lasten door efficiënter te werken.</al>
      <al>• Tevens is een intentieverklaring met de sector getekend om te onderzoeken
of diverse andere activiteiten, die samenhangen met organisatie van vee- en
vleeskeuring, op andere wijze kunnen worden georganiseerd. Dit in het licht
van vermindering van administratieve lasten, deregulering en andere rolverdeling
tussen overheid, bedrijfsleven en burgers.</al>
      <al>• Ik ben voornemens om, samen met de minister van VWS, het financieringsstelsel
van de VWA in de komende maanden door te lichten en op een nieuwe leest te
schoeien. Hierbij zullen de nieuwe Europese en (bestaande) nationale kaders
als uitgangspunt dienen. Ik zal u over de resultaten medio 2005 informeren.</al>
      <tuskop letat="cur">Destructie</tuskop>
      <al>• Dezer dagen informeer ik uw Kamer over de stand van zaken met betrekking
tot de herziening van het destructiebestel. Er zijn in beginsel mogelijkheden
om op een verantwoorde wijze bepaalde marktbelemmeringen uit de destructieregelgeving
te verwijderen. Evenwel zal ik nader onderzoek laten uitvoeren naar de vraag
in hoeverre het reëel is te veronderstellen dat verruiming van de wettelijke
mogelijkheden ook daadwerkelijk leidt tot enige vorm van marktwerking op dit
terrein. Na ommekomst van dit onderzoek zal ik mijn positie ten opzichte van
het vraagstuk van de liberalisering van de destructiemarkt nader bepalen.</al>
      <tuskop letat="cur">Electronische certificering</tuskop>
      <al>• De Europese Commissie heeft een nieuw informatiesysteem, genaamd
Traces (Trade Control and Expert System), opgezet om partijen levende dieren
en risicovolle dierlijke producten in het intracommunautaire handelsverkeer
administratief te kanaliseren.</al>
      <al>Dit systeem vervangt het zogenaamde Animo-systeem zo snel mogelijk. In
een later stadium zullen eveneens andere informatiestromen, zoals geweigerde
partijen, reisplannen en elektronische certificering in het systeem worden
opgenomen. Daarmee vervangt Traces op termijn ook het systeem van de huidige
waardepapieren (voorgedrukte certificaten).</al>
      <al>Traces zal leiden tot een substantiële vermindering van administratieve
lasten voor het bedrijfsleven en van uitvoeringslasten van de VWA/RVV.</al>
      <tuskop letat="cur">Transparantie en eenvoud in de contacten met ondernemers</tuskop>
      <al>• De informatievoorziening, communicatie en voorlichting naar ondernemers
is in de afgelopen jaren sterk verbeterd door het instellen van één
LNV-loket en door de samenvoeging van de uitvoerende diensten van mijn departement
in één directie Regelingen.</al>
      <al>• Het inwinnen van gegevens zal zoveel als mogelijk is, eenmalig
en via de makkelijkste weg geschieden. Een voorbeeld hiervan is de landbouwtelling.</al>
      <tuskop letat="cur">Ruimtelijke ordening</tuskop>
      <al>• In de Agenda Vitaal Platteland en de Nota Ruimte van het kabinet
is het ruimtelijk beleid beschreven en zijn de doelstellingen verwoord. Voor
de intensieve veehouderij is vooral de reconstructie van belang. Binnen de
reconstructiegebieden is de inzet gericht op concentratie van de intensieve
veehouderij in landbouwontwikkelingsgebieden. In deze gebieden heeft deze
sector vestigingszekerheid voor de langere termijn, waardoor de dynamiek in
de sector wordt bevorderd.</al>
      <al>• In overleg met mijn collega van VROM bezie ik de mogelijkheden
om verdere belemmeringen in de ruimtelijke ordening weg te nemen. Hierbij
denk ik aan experimenteerruimte en inbouwen van flexibiliteit en vereenvoudiging
van procedures. In dit kader noem ik u ook het experiment waarin ik een «status
aparte» heb toegekend aan het duurzame en innovatieve project in de
Greenport Venlo «Nieuw Gemengd Bedrijf/California Streaming».
Met deze status aparte wordt beoogd dat bestaande regelgeving dit nieuwe initiatief
niet kan belemmeren. Hierbij gaat het om regelgeving in den brede, dus niet
alleen op het terrein van de ruimtelijk ordening.</al>
      <tuskop letat="cur">Faciliteren en stimuleren</tuskop>
      <al>• Het kabinet heeft ten behoeve van het ondersteunen van het ondernemen
in Nederland verschillende maatregelen getroffen die ook ten goede komen aan
het agrarisch bedrijfsleven. Dit betreft onder meer fiscale maatregelen zoals
beschreven in de beleidsagenda in de begroting van mijn departement (Tweede
Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 29 800 Hoofdstuk XIV, nr. 2).</al>
      <al>De inzet van de fiscale instrumenten komt ook ten goede aan de intensieve
veehouderij.</al>
      <al>• Op 27 oktober 2004 heb ik uw Kamer mondeling ingelicht over
het akkoord wat bereikt is met de Europese Commissie over de steun aan jonge
agrariërs. Dit is een belangrijk akkoord waarmee jonge agrariërs
steun kunnen krijgen bij bedrijfsontwikkeling na overname.</al>
      <al>• Ik heb in mijn brief van 19 december 2003 inzake het debat
intensieve veehouderij de intensieve veehouderij sector uitgenodigd om met
initiatieven te komen. Tevens heb ik aangekondigd enkele maatschappelijke
initiatieven en vernieuwende ketenpilots in de komende jaren actief te steunen.
Ik ben nu bezig de initiatieven te inventariseren en te bezien welke initiatieven,
gegeven de juridische mogelijkheden en de krappe financiële kaders, ik
actief wil steunen.</al>
      <al>• Naast het waarborgen van een hoogkwalitatieve kennisinfrastructuur
voor de agrofoodsector, natuur en platteland, zet ik via specifieke onderzoeksprogramma's
in op een transitie van de veehouderij naar een duurzame productie. Aansprekende
resultaten uit deze programma's zijn bijvoorbeeld het rapport «<nadruk type="cur">Houden van hennen»,</nadruk> de <nadruk type="cur">«atlas
van innoverende melkveehouders»</nadruk> en een 50-tal netwerken van
veehouders die in 2004 zijn gestart met als doel kennisontwikkeling en kennisverspreiding.</al>
      <al>Op het brede terrein van kennis wordt daarnaast aan tal van andere ontwikkelingsgerichte
initiatieven gewerkt.</al>
      <tuskop letat="vet">Tot slot</tuskop>
      <al>Uit het bovenstaande blijkt dat mijn inzet vele facetten kent. Veel is
bereikt en veel zal in de komende jaren nog vrucht dragen. Uitgaande van goed
geborgde maatschappelijke randvoorwaarden is veel mogelijk aan vermindering
van lasten en het vergroten van de ruimte voor ondernemen. De voorgaande opsomming
moet, zoals ik al eerder zei, gezien worden in het kader van mijn bredere
inzet op economische groei van het agrocluster (inclusief de visserijsector)
en de recreatiesector. Ik heb mijn verantwoordelijkheid aanvaard en vul deze
nu in. Het is aan de maatschappelijke partijen om <nadruk type="cur">hun</nadruk>
verantwoordelijkheid te aanvaarden en binnen de geboden ruimte te zorgen voor
een toekomstperspectief. Er zijn gelukkig bemoedigende signalen dat dit serieus
opgepakt wordt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</functie>
        <naam>C. P. Veerman</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>