﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28828-163/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>28 828</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Fraudebestrijding in de zorg</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">163</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 8 juni 2026</al>
            <al>De kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg staan centraal in
                  ons zorgstelsel. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat zorg beschikbaar is voor
                  wie dat nodig heeft, dat zorgverleners handelen vanuit professionaliteit en
                  integriteit en dat publieke middelen terechtkomen bij passende zorg voor cliënten.
                  Dat vertrouwen vormt de basis van het solidariteitsbeginsel waarop ons zorgstelsel
                  rust.</al>
            <al>Zorgfraude gaat ten koste van zorg aan en ondersteuning van mensen. Het kabinet
                  vindt dat onverteerbaar. Geld dat bedoeld is voor zorg aan patiënten en cliënten
                  hoort in de zorg terecht te komen en niet in de zakken van fraudeurs en
                  criminelen. Het is onacceptabel dat mensen die afhankelijk zijn van zorg minder,
                  verkeerde of zelfs helemaal geen zorg ontvangen, terwijl daar wel publiek geld
                  voor wordt ontvangen. Iedere euro die wegvloeit door fraude kan niet worden
                  besteed aan goede en passende zorg. Fraude in de zorg is daarmee niet alleen een
                  financiële kwestie, maar raakt direct aan de kwaliteit, veiligheid en
                  toegankelijkheid van zorg voor kwetsbare cliënten.</al>
            <al>Het kabinet maakt zich grote zorgen over de toenemende mate waarin ondermijnende
                  criminaliteit zich nadrukkelijker manifesteert binnen (delen van) de zorgketen.
                  Criminele netwerken maken misbruik van publieke middelen voor fraude, witwassen en
                  andere vormen van georganiseerde criminaliteit. Daarbij worden kwetsbare mensen
                  soms doelbewust geronseld, uitgebuit of onder druk gezet. Dat is volstrekt
                  ontoelaatbaar. Deze verwevenheid van zorg en criminaliteit schaadt niet alleen
                  cliënten, maar zet ook de veiligheid van zorgverleners en het vertrouwen in het
                  zorgstelsel onder druk. Het kabinet acht een realistische blik op de aanwezigheid
                  van ondermijnende criminaliteit binnen de zorgketen noodzakelijk. Fraude mag nooit
                  lonen.</al>
            <al>Tegelijkertijd wil dit kabinet benadrukken dat het overgrote deel van de
                  zorgverleners dagelijks met grote inzet, deskundigheid en integriteit werkt aan
                  goede en passende zorg. De aanpak van zorgfraude is daarom ook in hun belang,
                  zodat zij in veiligheid hun werk kunnen doen en publieke middelen terechtkomen
                  waar ze horen: bij de zorg voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Leeswijzer</tussenkop>
            <al>Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de versterkte aanpak van
                  zorgfraude. Achtereenvolgens gaat deze brief in op de maatregelen die specifiek
                  gericht zijn op het voorkomen, signaleren, stoppen en bestraffen van zorgfraude.
                  Daarnaast plaatst het kabinet de aanpak van zorgfraude in de bredere context van
                  de hervormingen binnen het zorgstelsel die bijdragen aan een integere, houdbare en
                  toekomstbestendige zorg. Als laatste reageert het kabinet op een aantal moties en
                  toezeggingen en wordt toegelicht hoe uitvoering wordt gegeven aan de afspraken uit
                  het coalitieakkoord.</al>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Aanpak van fraude kan alleen samen</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Met de middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wil het
                     kabinet, samen met alle betrokken partners, de aanpak van zorgfraude
                     substantieel versterken<noot id="ID-1253100-d40e71" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Vanaf 2027 komt er € 10 mln beschikbaar vanuit het AZWA voor de
                           aanpak van zorgfraude, oplopend tot € 50 mln in 2030.</noot.al></noot>. Een versterkte en samenhangende aanpak vereist:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>een integrale aanpak en multidisciplinaire samenwerking tussen de
                           verantwoordelijke ketenpartners, omdat geen enkele partner zorgfraude
                           alleen kan terugdringen. Partijen moeten de krachten (kunnen)
                           bundelen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>strengere toetsing aan de poort, om te voorkomen dat malafide
                           zorgaanbieders in de zorg actief worden.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>versterking van de bestuurs- en strafrechtelijke operatie door
                           substantiële capaciteitsuitbreiding.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>het verder verbeteren van de gegevensuitwisseling tussen
                           ketenpartners.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>meer daadkracht in de uitvoering, door maximaal gebruik te maken van
                           bestaande bevoegdheden.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>maatschappelijke verantwoording van de resultaten van de aanpak.</al>
                </li>
              </lijst>
              <al>Bij de aanpak van zorgfraude zijn vele partners in de gehele zorgsector
                     betrokken, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden. Naast
                     het Ministerie van VWS zijn bijvoorbeeld branche- en beroepsorganisaties,
                     aanbieders van zorg en ondersteuning, zorgverzekeraars, zorgkantoren,
                     gemeenten, toezichthouders en opsporingsdiensten betrokken bij de aanpak van
                     zorgfraude. Geen van deze partners kan zorgfraude alleen terugdringen. Niet met
                     alléén toezicht of opsporing en ook niet met alléén wetgeving of subsidies. Een
                     integrale benadering is dus noodzakelijk: van preventie en vroegsignalering tot
                     toezicht, handhaving en opsporing.</al>
            </al-groep>
            <al-groep>
              <al>De praktijk laat zien dat malafide aanbieders bewust gebruikmaken van
                     versnippering tussen domeinen, organisaties en diens bevoegdheden. Daarom zet
                     het kabinet in op vernieuwende vormen van multidisciplinaire samenwerking,
                     waarbij toezichthouders en opsporingsinstanties zoveel mogelijk gezamenlijk
                     opereren. Goede ervaringen met het Multidisciplinair Operationeel Plan
                        (MOP)<noot id="ID-1253100-d40e97" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>De IGJ, Recherche Zorgfraude (NLA), NZa, NLA Toezicht – team
                           arbeidsmarktfraude, de Belastingdienst, de Politie, Gemeenten Rotterdam,
                           Den Haag, Amsterdam en Arnhem zijn bij de betreffende recente «MOP»
                           betrokken.</noot.al></noot> laten zien dat deze werkwijze leidt tot sneller en effectiever optreden
                     bij complexe fraudesignalen. Het kabinet vindt het van belang dat deze vorm van
                     samenwerking structureler wordt ingezet en verder wordt versterkt. Een
                     belangrijk onderdeel van de versterkte aanpak is het voorkomen dat malafide
                     aanbieders in de zorg actief worden. Daarom zal dit kabinet de toetredingseisen
                     verder aanscherpen. De bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak wordt
                     geïntensiveerd, waardoor meer zaken kunnen worden opgepakt.</al>
              <al>De versterkte aanpak vraagt ook om daadkracht in de uitvoering. Binnen de
                     huidige wet- en regelgeving bestaan vaak nu al meer mogelijkheden dan in de
                     praktijk worden benut. Het is daarom belangrijk dat bestaande bevoegdheden en
                     instrumenten maximaal worden ingezet om fraude tegen te gaan. Tot slot wil het
                     kabinet ook jaarlijks de resultaten van de aanpak monitoren. Hiertoe zal dit
                     kabinet samen met de betrokken partners afspraken maken.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Voorkomen van zorgfraude</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">2.1</nr>
                <titel>Strenger aan de poort, sterker voor de zorg</titel>
              </kop>
              <al>Een belangrijk onderdeel van de versterkte aanpak is het voorkomen dat
                     malafide aanbieders zich kunnen vestigen of na eerdere overtredingen opnieuw
                     kunnen starten in de zorg. De huidige inrichting van het stelsel blijkt
                     hiervoor nog onvoldoende effectief. Grote groepen aanbieders zijn eerder,
                     vanwege andere belangen zoals administratieve lasten, uitgezonderd van
                     standaard screening of toetsing en een uniforme norm bij toetreding ontbreekt.
                     Het kabinet werkt daarom aan een wetsvoorstel om de toetredingseisen te
                     versterken. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in 2028 kan worden
                     aangeboden aan de Tweede Kamer.</al>
              <al>Uitgangspunt is een eenduidige norm en toets voor alle nieuwe en herstartende
                     aanbieders van Zvw- en Wlz-zorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en
                     zorg gefinancierd vanuit persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Integriteit van de
                     aanbieder krijgt daarin een prominentere plaats.</al>
              <al>Hoewel, afhankelijk van risico’s en uitvoerbaarheid, differentiatie in de
                     wijze en intensiteit van toetsing mogelijk moet blijven, mag geen enkele
                     aanbieder een minimale toets op risico’s voor rechtmatigheid en kwaliteit
                     kunnen ontlopen. Zonder het doorstaan van deze toets mag een aanbieder niet
                     starten of herstarten. Daarnaast is het van belang dat ook na toelating
                     blijvend wordt voldaan aan de gestelde eisen.</al>
              <al>Het kabinet richt daarom een zo effectief mogelijke vergunningplicht in voor
                     alle zorgaanbieders die onder de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) vallen.
                     De huidige vergunningplicht geldt in hoofdzaak voor instellingen binnen de Wlz
                     en Zvw, inclusief pgb-gefinancierde zorg, maar niet voor solisten en
                     onderaannemers. Daarnaast zet het kabinet in op een vergunningplicht voor
                     aanbieders van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, waarbij zoveel
                     mogelijk wordt aangesloten bij de voorwaarden van de Wtza-vergunning. Daarbij
                     worden de lessen die zijn opgedaan met de huidige vergunningplicht nadrukkelijk
                     betrokken.</al>
              <al>Van personen die verantwoordelijk zijn voor de besteding van publiek zorggeld
                     en de aansturing van zorgorganisaties mag worden verwacht dat zij aantoonbaar
                     voldoen aan basale integriteitseisen. Daarom wordt de integriteitstoetsing
                     verder verstevigd door het verplicht stellen van een Verklaring Omtrent het
                     Gedrag (VOG) bij vergunningaanvragen en relevante wijzigingen in bestuur of
                     eigendom. Het voornemen is dat deze verplichting gaat gelden voor eigenaren,
                     bestuurders, interne toezichthouders en leden van de dagelijkse leiding.</al>
              <al>Daarnaast zet het kabinet in op een meer structurele en risicogerichte
                     toepassing van de Wet Bibob om malafide partijen beter uit de zorg te weren. Zo
                     treft het CIBG maatregelen om Bibob vaker en gerichter toe te passen bij
                     vergunningsaanvragen. Ook gemeenten hebben de afgelopen jaren, onder meer via
                     de Proeftuin Aanpak Zorgfraude, ervaring opgedaan met de inzet van Bibob binnen
                     het zorgdomein. De positieve ervaringen en resultaten worden met ondersteuning
                     vanuit AZWA landelijk verspreid, zodat gemeenten beter in staat worden gesteld
                     het Bibob-instrument toe te passen. Daarnaast wordt onderzocht hoe zorgkantoren
                     de wet Bibob effectief kunnen toepassen bij de inkoop van Wlz gecontracteerde
                     zorg.</al>
              <al>Met deze maatregelen werkt het kabinet toe naar een uniforme en stevige toets
                     voor nieuwe en herstartende aanbieders, waarbij integriteit nadrukkelijk
                     onderdeel vormt van de beoordeling. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet om
                     malafide aanbieders te weren uit het zorgdomein.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">2.2</nr>
                <titel>Meer fysieke controles bij toetreding</titel>
              </kop>
              <al>Voorafgaand aan de vergunningverlening gaat het kabinet inzetten op fysieke
                     toetsing op integriteit en voorlichting bij (risicovolle) nieuwe en
                     herstartende zorgaanbieders. Dit betreffen onder andere «Welkom in de zorg»-
                     gesprekken bij nieuwe aanbieders. Deze gesprekken betreffen een fysieke
                     toetsing waarbij diverse partijen gezamenlijk optrekken en eventuele risico’s
                     eerder worden gesignaleerd en aangepakt. Hierdoor ontstaat beter zicht op de
                     vraag of aanbieders daadwerkelijk aan de vergunningseisen voldoen en blijft de
                     toetsing niet beperkt tot uitsluitend een papieren beoordeling. Deze gesprekken
                     vinden plaats onder leiding van het CIBG ten behoeve van de
                     vergunningverlening. Komend half jaar wordt dit traject verder uitgewerkt om
                     hier in 2027 mee van start te gaan.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">2.3</nr>
                <titel>Vergroten van bewustwording en alertheid</titel>
              </kop>
              <al>Het voorkomen van zorgfraude begint bij alertheid en weerbaarheid in de
                     zorgsector. Vertrouwen is een belangrijk fundament van ons zorgstelsel, maar we
                     mogen niet naïef zijn: er wordt misbruik gemaakt van zorggeld en criminele
                     partijen proberen voet aan de grond te krijgen in de zorg. Daarom zet het
                     kabinet samen met branche- en beroepsorganisaties in op het vergroten van de
                     kennis over fraude en ondermijning in de zorg, zodat signalen sneller worden
                     herkend en gedeeld. Daartoe worden onder meer kennissessies georganiseerd en
                     wordt de kennisuitwisseling binnen de sector versterkt. Daarnaast verkennen het
                     Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Ministerie van VWS en branche- en
                     beroepsorganisaties de mogelijkheid van een bewustwordingscampagne. Deze
                     campagne zal zich richten op de zorgsector, om de alertheid en weerbaarheid ten
                     aanzien van fraude en ondermijnende criminaliteit te vergroten.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">2.4</nr>
                <titel>Verbeterde gegevensdeling</titel>
              </kop>
              <al>Gegevensuitwisseling tussen ketenpartners blijft een cruciaal onderdeel van de
                     bestrijding van zorgfraude. Fraudeurs opereren vaak domeinoverstijgend en in
                     meerdere gemeenten. Het is daarom essentieel dat betrokken partijen op een
                     zorgvuldige wijze informatie kunnen delen. Met de inwerkingtreding van de Wet
                     bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) op 1 januari 2025 zijn
                     hardnekkige knelpunten in de gegevensdeling opgelost. Dit laat onverlet dat
                     verdere ontwikkeling van wet- en regelgeving ter verbetering van de
                     gegevensdeling nodig blijft.</al>
              <al>Het kabinet zet in op een aantal aanvullende maatregelen. Daarbij wordt onder
                     meer gewerkt aan:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Regelgeving die het mogelijk maakt dat gemeenten, zorgverzekeraars en
                           zorgkantoren gegevens met elkaar kunnen uitwisselen tijdens lopende
                           fraudeonderzoeken, zoals na ontvangst van een verrijkt signaal door de
                           Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude (hierna: St. IKZ).</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>De Verzamelwet gegevensverwerking IV (hierna: de Verzamelwet) wordt
                           voorbereid. Onderdeel hiervan is een uitbreiding van de reikwijdte van de
                           Wbsrz naar de forensische zorg. Met deze uitbreiding wordt de
                           informatiepositie van de Minister van JenV als inkoper van forensische
                           zorg in lijn gebracht met die van andere zorginkopende partijen die al
                           onder de Wbsrz vallen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Een ander onderdeel van de Verzamelwet is een wijziging van de Wtza op
                           grond waarvan de gegevensdeling tussen het CIBG, de IGJ, de NZa,
                           zorgverzekeraars en zorgkantoren wordt verbeterd. Zo kunnen de IGJ en de
                           NZa het volledig ingevulde aanvraagformulier van de aanvrager voor een
                           toelatingsvergunning ontvangen. Dat stelt de IGJ en de NZa nog beter in
                           staat om na te gaan of er bij hen gegevens bekend zijn die voor het CIBG
                           van belang zijn voor al dan niet verlenen of intrekken van een
                           toelatingsvergunning. Ook wordt met dit wetsvoorstel voor de IGJ, NZa,
                           zorgverzekeraars en zorgkantoren inzichtelijk wanneer een vergunning is
                           geweigerd, dan wel ingetrokken en om welke redenen. Dat helpt deze
                           partijen bij de uitvoering van hun wettelijke taken.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Er wordt gesproken met onder andere de politie en het CIBG over een
                           mogelijke deelname aan St. IKZ. Besluitvorming over een eventuele
                           uitbreiding van St. IKZ volgt in het kader van de evaluatie van de Wbsrz
                           in 2027. Hiermee geeft het kabinet tevens uitvoering aan de afspraak uit
                           het coalitieakkoord.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Vanuit de politie is aangegeven dat zij binnen hun onderzoeken frequent
                           informatie opdoet die raakvlakken heeft met zorgfraude. Deze informatie
                           kan behulpzaam zijn voor meerdere partners binnen de Taskforce
                           Integriteit Zorgsector (hierna: de TIZ) bij de uitvoering van hun
                           wettelijke taak ten aanzien van de aanpak van zorgfraude<noot id="ID-1253100-d40e184" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>De volgende partijen zijn verenigd in de TIZ: Nederlandse
                                 Zorgautoriteit (NZa), Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd
                                 (IGJ), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Nederlandse
                                 Arbeidsinspectie (NLA), Belastingdienst, Openbaar Ministerie (OM),
                                 Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Sociale Verzekeringsbank
                                 (SVB), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie
                                 van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).</noot.al></noot>. Op dit moment is er geen wettelijke grondslag voor de politie om
                           dergelijke informatie te delen met TIZ-partners. Het Ministerie van
                           J&amp;V werkt aan een machtigingsbesluit voor de wet politiegegevens,
                           waarin de grondslag wordt opgenomen voor het delen van dergelijke
                           informatie met enkele TIZ-partners.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Onlangs heeft de ministerraad ingestemd met het voorstel om de NZa en
                           IGJ als ontvanger van risicomeldingen toe te voegen aan het Besluit
                           controle op rechtspersonen (Bcr). Door deze wijziging kunnen de NZa en
                           IGJ ook signalen van misbruik van rechtspersonen in de zorgsector
                           ontvangen. De informatiedeling en bestrijding van criminele activiteiten
                           binnen de zorgsector wordt hierdoor effectiever.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Met de Wbsrz ligt er een wettelijke basis voor gemeenten,
                           zorgverzekeraars en zorgkantoren om elkaar voor frauderende
                           zorgaanbieders te waarschuwen via het Waarschuwingsregister zorgfraude.
                           Daarmee heeft VWS de noodzakelijke wet- en regelgeving op orde gebracht
                           om gegevensdeling via het Waarschuwingsregister mogelijk te maken. Het
                           registratiesysteem zelf is op dit moment echter nog in ontwikkeling en
                           nog niet operationeel. De verdere implementatie en ingebruikname ligt bij
                           gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Zij gaan aan de slag met de
                           praktische inrichting en toepassing van het register, met ondersteuning
                           vanuit het Ministerie van VWS.</al>
                </li>
              </lijst>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="cur">
              <nr status="officieel">2.5</nr>
              <titel>Meer transparantie op declaratie</titel>
            </kop>
            <al>In het AZWA is afgesproken dat verkend wordt of, en hoe, de
                  declaratievoorschriften kunnen worden aangepast, zodat het vermelden van de
                     AGB-code<noot id="ID-1253100-d40e208" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Een AGB-code (Algemeen Gegevens Beheer-code) is een unieke landelijke
                        code in Nederland waarmee zorgverleners, praktijken en instellingen worden
                        geïdentificeerd. Deze code is noodzakelijk voor het declareren van zorg bij
                        verzekeraars, het afsluiten van contracten en administratieve processen,
                        beheerd door <extref doc="https://www.google.com/url?sa=i&amp;source=web&amp;rct=j&amp;url=https://www.vektis.nl/agb-register&amp;ved=2ahUKEwiSp5GXnqWUAxUo0QIHHZ1aC-wQy_kOegYIAQgAEAM&amp;opi=89978449&amp;cd&amp;psig=AOvVaw0d4pN4VeY3si__n-TJ4Xi-&amp;ust=1778176602428000" soort="URL" status="actief">Vektis</extref>.</noot.al></noot> en naam van onderaannemer verplicht wordt op declaraties. Als voor
                  zorgverzekeraars inzichtelijk wordt wie de zorg daadwerkelijk levert, kunnen zowel
                  de inkopende partijen als de toezichthouders beter zicht krijgen op de kwaliteit
                  en rechtmatigheid van de geleverde zorg. Momenteel voert ZN een (juridische)
                  haalbaarheidsanalyse uit, waarbij ook de gevolgen voor de regeldruk bezien
                  worden.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="cur">
              <nr status="officieel">2.6</nr>
              <titel>Verbeterde ketensamenwerking</titel>
            </kop>
            <al>Samenwerking binnen de TIZ is essentieel voor een effectieve en samenhangende
                  aanpak van zorgfraude. De betrokken partners richten zich, ieder vanuit de eigen
                  verantwoordelijkheid, nadrukkelijk op (nieuwe) samenwerkingsvormen van malafide
                  aanbieders. De inzet is om meer operationele resultaten te behalen door
                  gezamenlijk op te treden, kennis te delen en van elkaar te leren. Dit gebeurt
                  onder andere door in te zetten op een nieuwe governance. Wat de praktijk nodig
                  heeft, vormt het uitgangspunt van de nieuwe governance structuur. Tevens wordt een
                  onafhankelijk kernbureau ingericht, voor centrale ondersteuning van de TIZ. Het
                  kernbureau krijgt een opzet vergelijkbaar met die van de FEC-raad (Financieel
                  Expertise Centrum). De nieuwe gremia, die voortkomen uit de nieuwe governance
                  structuur, gaan deze zomer van start. Onlangs zijn bijvoorbeeld goede ervaringen
                  opgedaan met het werken volgens het Multidisciplinair Operationeel Plan (MOP),
                  zoals eerder genoemd. Een MOP bestaat uit een cyclisch en deels herhalend proces.
                  Eerst worden alle relevante actoren en handhavingspartners in kaart gebracht en
                  betrokken. Vervolgens worden per actor doelen vastgesteld, interventies afgestemd
                  en uitgevoerd, waarna partners de resultaten rapporteren aan de kerngroep MOP.
                  Indien doelen niet worden bereikt, worden interventies bijgesteld; zodra de
                  integrale doelstelling is behaald, volgt een rapportage. Dit blijkt een effectieve
                  vorm van integrale samenwerking om complexe vraagstukken aan te pakken waarbij
                  alle noodzakelijke expertises samenkomen. Hierdoor kan sneller en effectiever
                  worden ingegrepen bij fraudesignalen.</al>
            <al>In het coalitieakkoord is opgenomen dat bij de politie een Taskforce zorgfraude
                  wordt opgericht. Het is van belang dat eerst duidelijkheid wordt verkregen over
                  het doel, de positionering, de reikwijdte en de governance van een eventuele
                  taskforce in relatie tot bestaande initiatieven of (overleg)gremia. De Minister
                  van JenV onderzoekt dit en is hierover in gesprek met relevante partners. Zodra
                  deze nadere duiding er is, wordt de Kamer geïnformeerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Stoppen en bestraffen van zorgfraude</titel>
            </kop>
            <al>Naast het voorkomen van zorgfraude door malafide aanbieders te weren aan de
                  poort, verstevigt het kabinet ook de aanpak van zorgfraude zelf.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">3.1</nr>
                <titel>Intensivering bestuursrechtelijke aanpak</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Het is van belang om snel en doeltreffend op te treden wanneer
                        toezichthouders fraude constateren. Daarom wordt de bestuursrechtelijke
                        aanpak van zorgfraude geïntensiveerd. Deze maatregel wordt momenteel nader
                        uitgewerkt.</al>
                <al>Beoogd is dat een deel van de AZWA-middelen wordt ingezet voor de
                        uitbreiding van de toezichtscapaciteit, zodat toezichthouders vaker en
                        gerichter – en daar waar nodig in gezamenlijkheid – gebruik kunnen maken van
                        hun handhavingsinstrumentarium. Denk bijvoorbeeld aan het geven van een
                        aanwijzing, het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke
                        boete. De IGJ en de NZa kunnen ook gegevens verstrekken aan het CIBG die
                        relevant zijn voor het weigeren of intrekken van een Wtza-vergunning bij
                        bestaande en/of herstartende aanbieders door het CIBG.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">3.2</nr>
                <titel>Intensivering strafrechtelijke aanpak</titel>
              </kop>
              <al>In aanvulling op de bestuursrechtelijke aanpak wordt ook het strafrechtelijk
                     optreden tegen zorgfraude versterkt. Ernstige en georganiseerde vormen van
                     zorgfraude, evenals ondermijnende criminaliteit binnen de zorg, vereisen een
                     krachtige strafrechtelijke reactie. Voornemen is o.a. om een deel van de
                     AZWA-middelen in te zetten voor de uitbreiding van de opsporingscapaciteit van
                     de recherche zorgfraude bij de NLA, zodat meer verdachten van zorgfraude en
                     ondermijning in de zorg kunnen worden opgespoord en vervolgd. Deze middelen
                     zorgen tevens voor extra vervolgingscapaciteit bij het Functioneel Parket (FP)
                     van het OM. Ter vergroting van de effectiviteit wordt, naast het intensiveren
                     van strafrechtelijke onderzoeken, ingezet op het versterken van de
                     ketensamenwerking via een gerichte multidisciplinaire aanpak. Daarnaast wordt
                     ingezet op een nauwere samenwerking tussen de recherche zorgfraude en de
                     politie zodat expertise op het gebied van zorgfraude, ondermijning en
                     georganiseerde criminaliteit over en weer kan worden benut en gezamenlijk
                     effectiever kan worden opgetreden tegen complexe zorgcriminaliteit. Hierbij
                     wordt in 2027 gestart met de intensivering van de samenwerking met de politie
                     Midden Nederland.</al>
              <al>Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de afspraak uit het
                     coalitieakkoord om zorgfraudeurs vaker strafrechtelijk te vervolgen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">3.3</nr>
                <titel>Verslechterde informatiepositie toezichthouders bij
                        micro-zorgaanbieders</titel>
              </kop>
              <al>Vanaf 1 januari 2025 is de openbare jaarverantwoording voor micro
                        zorgaanbieders<noot id="ID-1253100-d40e268" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Een micro-zorgaanbieder heeft twee opeenvolgende boekjaren voldaan
                           aan minimaal twee van de drie eisen:</noot.al><noot.al>• Balanstotaal van maximaal 450.000 euro;</noot.al><noot.al>• Netto-omzet van maximaal 900.000 euro;</noot.al><noot.al>• Minder dan 10 medewerkers.</noot.al></noot>, waaronder eerstelijnszorgaanbieders, wijkverpleging, kleinschalige
                     instellingen voor gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg, in omvang
                     beperkt. Ook wordt de openbare jaarverantwoording vanaf 1 januari 2025 slechts
                     gedeeltelijk openbaar gemaakt, maar wel voor het toezicht en onderzoek aan
                     partijen verstrekt.<noot id="ID-1253100-d40e283" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2023/24, <extref doc="kst-36357-14" soort="document" status="actief">36 357, nr.
                              14</extref>. (Amendement lid Bushoff over een proportionele
                           jaarverantwoording ter vermindering van de administratieve lasten voor
                           micro zorgaanbieders).</noot.al></noot> Hiermee zijn de grootste knelpunten voor deze groep opgeheven. In de
                     fraudetoets signaleert de NZa echter wel, dat het risico op fraude bij micro
                     zorgaanbieders mogelijk hoger kan zijn. Dit hangt samen met het feit dat onder
                     het microregime minder informatie over de bedrijfsvoering openbaar wordt
                     gemaakt. Hierdoor kan het voor toezichthouders lastiger zijn om zicht te houden
                     op deze zorgaanbieders en kunnen partijen, die misbruik willen maken, zich
                     relatief makkelijker onder de radar bewegen.<noot id="ID-1253100-d40e294" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Uitvoeringstoets concept-wijzigingsregeling openbare
                           jaarverantwoording WMG (micro-zorgaanbieders) en uitbreiding
                           Wtza-vergunning, te raadplegen via
                           puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_771950_22/.</noot.al></noot></al>
              <al>Deze keuze voor een beperktere informatieverplichting vloeit voort uit
                     politieke besluitvorming, waarbij, via een amendement van het lid Bushoff
                     (GL-PvdA) gekozen is voor een vermindering van administratieve lasten en meer
                     vertrouwen in zorgaanbieders. Het kabinet blijft in afstemming met betrokken
                     partijen monitoren of de balans tussen regeldruk en een goede informatiepositie
                     voldoende behouden blijft.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>De aanpak van zorgfraude in bredere context</titel>
            </kop>
            <al>Naast de specifieke maatregelen gericht op het voorkomen, signaleren en
                  bestrijden van zorgfraude, draagt ook een bredere set aan hervormingen binnen het
                  zorgstelsel bij aan het vergroten van de weerbaarheid tegen fraude en oneigenlijk
                  gebruik van zorggeld. Het kabinet wil benadrukken dat fraude niet met één
                  afzonderlijke maatregel kan worden opgelost. In het coalitieakkoord en de
                  beleidsbrief van VWS zijn verschillende maatregelen aangekondigd die primair
                  gericht zijn op het toegankelijk, betaalbaar en houdbaar houden van de zorg, maar
                  die tegelijkertijd ook bijdragen aan het verkleinen van frauderisico’s.</al>
            <al>Zo zet het kabinet met de inzet op passende zorg nadrukkelijk in op het
                  terugdringen van niet-passende en niet-effectieve zorg. Door scherper vast te
                  leggen welke zorg bewezen effectief en passend is, beroepsrichtlijnen te
                  actualiseren en zorgaanbieders en zorgverleners hier sterker op aan te spreken,
                  ontstaat meer zicht op afwijkende zorgverlening en declaratiepatronen. Ook de
                  verstevigde rol van het Zorginstituut, de NZa en de IGJ bij het toetsen, monitoren
                  en handhaven van passende zorg draagt hieraan bij. Deze inzet is primair gericht
                  op kwaliteit en houdbaarheid van de zorg, maar beperkt tegelijkertijd de ruimte
                  voor misbruik van zorgmiddelen.</al>
            <al>Duidelijke en aangescherpte normen voor verantwoord ondernemerschap in de zorg
                  dragen eveneens bij aan het tegengaan van aanbieders die met verkeerde intenties
                  actief zijn in de zorg. Deze randvoorwaarden voor integere bedrijfsvoering,
                  financiële transparantie, winstuitkering en vergunningsverlening en -intrekking
                  zijn opgenomen in het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en
                  jeugdhulpaanbieders (Wibz). Voor de zomer wordt uw Kamer geïnformeerd over de
                  voorgenomen aanscherpingen van dit wetsvoorstel.</al>
            <al>Ook versterkt het kabinet het instrument van de contractering door onder meer het
                  beëindigen van de vergoedingsverplichting van niet-gecontracteerde zorg. Het
                  kabinet wil benadrukken dat er geen directe relatie bestaat tussen
                  ongecontracteerde zorg en fraude. Tegelijkertijd blijkt uit de uitvoeringspraktijk
                  dat binnen ongecontracteerde zorg sprake kan zijn van grotere risico’s op
                  onrechtmatigheden. Bij ongecontracteerde zorg ontbreken immers afspraken tussen
                  zorgverzekeraars en aanbieders over onder meer kwaliteit, doelmatigheid,
                  informatie-uitwisseling en controle. Ook hebben zorgverzekeraars daar beperktere
                  mogelijkheden om vooraf voorwaarden te stellen en achteraf controles uit te
                  voeren. Door contractering te versterken en zorgverzekeraars een sterkere
                  informatiepositie te geven, krijgen zij meer mogelijkheden om passende zorg de
                  norm te maken én om opvallende declaratie- of zorgpatronen sneller te signaleren
                  en waar nodig in te grijpen.</al>
            <al-groep>
              <al>Verder wordt in het coalitieakkoord ingezet op het verkennen van zorg in
                     natura als voorliggende leveringsvorm ten opzichte van het persoonsgebonden
                     budget (pgb).</al>
              <al>Het pgb zou een bewuste keuze moeten zijn, maar dit is niet altijd het geval.
                     Door een bewuste keuze van het pgb wordt beoogd ook het risico op kwetsbare
                     situaties binnen het pgb-domein te verkleinen.</al>
            </al-groep>
            <al>De aanpak van zorgfraude staat daarmee niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit
                  van een bredere beweging naar een zorgstelsel waarin passende zorg, transparantie,
                  kwaliteit, publieke verantwoording en doelmatige inzet van zorggeld centraal
                  staan.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <titel>Moties en toezeggingen</titel>
            </kop>
            <al>Met dank aan de indieners van de moties voor het onder de aandacht brengen van
                  een aantal onderwerpen, geeft het kabinet reactie op een aantal moties en doet het
                  kabinet een aantal toezeggingen gestand.<noot id="ID-1253100-d40e337" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Dit betreft toezeggingen TZ202603-080 en TZ202603-082.</noot.al></noot></al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.1</nr>
                <titel>Moties over verbeterde gegevensuitwisseling</titel>
              </kop>
              <al>In het kader van de begrotingsbehandeling zijn diverse moties aangenomen die
                     zien op het verbeteren van de gegevensuitwisseling. Dit betreft een tweetal
                     moties van de leden Van Brenk (50Plus) en Wendel (VVD). In de ene motie wordt
                     de regering verzocht te onderzoeken hoe zorgverzekeraars informatie over
                     frauderende zorgorganisaties met elkaar kunnen delen.<noot id="ID-1253100-d40e350" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26 <extref doc="kst-36800-XVI-152" soort="document" status="actief">36 800 XVI, nr.
                              152</extref>.</noot.al></noot> In de andere motie wordt verzocht om informatiedeling over zorgfraude
                     mogelijk te maken tussen het IKZ en relevante partners.<noot id="ID-1253100-d40e361" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26 <extref doc="kst-36800-XVI-115" soort="document" status="actief">36 800 XVI, nr.
                              115</extref>.</noot.al></noot> In een motie van het lid Struijs (50Plus) wordt verzocht om mogelijk te
                     maken dat gemeenten informatie over frauderende zorgorganisaties aan elkaar
                     mogen doorgeven.<noot id="ID-1253100-d40e372" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26 <extref doc="kst-36800-VII-57" soort="document" status="actief">36 800 VII, nr.
                              57</extref>. Deze motie is n.a.v. de begrotingsbehandeling van het
                           Ministerie van BZK aangenomen.</noot.al></noot></al>
              <al-groep>
                <al>Zoals aangegeven in §2.4 biedt de Wbsrz een wettelijke basis voor
                        gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren om elkaar voor frauderende
                        zorgaanbieders te waarschuwen via het Waarschuwingsregister zorgfraude.</al>
                <al>Zoals eerder benoemd, ligt de wettelijke basis er voor gemeenten,
                        zorgverzekeraars en zorgkantoren om elkaar voor frauderende zorgaanbieders
                        te waarschuwen. Het registratiesysteem zelf is nog in ontwikkeling en
                        daardoor nog niet operationeel. De verdere implementatie en ingebruikname
                        ligt bij gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Zij gaan aan de slag
                        met de praktische inrichting en toepassing van het register, met
                        ondersteuning vanuit het Ministerie van VWS.</al>
              </al-groep>
              <al>Zorgverzekeraars en zorgkantoren gebruiken daarnaast het Extern
                     Verwijzingsregister; een waarschuwingssysteem waarmee financiële instellingen
                     elkaar waarschuwen voor bij hen bekende fraudeurs. Ook verplicht de Wbsrz
                     betrokken instanties om signalen van zorgfraude te delen met het IKZ.</al>
              <al>In aanvulling hierop werkt dit kabinet aan verbeterde gegevensdeling tijdens
                     lopende fraudeonderzoeken, dus na ontvangst van een verrijkt signaal van het
                     IKZ, tussen gemeenten onderling en met zorgverzekeraars en zorgkantoren (zie
                     §2.4).</al>
              <al>Met bovengenoemde maatregelen komt dit kabinet tegemoet aan de genoemde
                     moties.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.2</nr>
                <titel>Motie over signalen van fraude in de mond- en tandzorg</titel>
              </kop>
              <al>In het kader van de begrotingsbehandeling is een motie van de leden Van Brenk
                     (50Plus) en Wendel (VVD) aangenomen met het verzoek om signalen van mogelijke
                     misstanden en fraude in de mond- en tandzorg binnen de Wet langdurige zorg
                     onder de aandacht te brengen van de IGJ, als startpunt voor een doelgerichte
                        aanpak.<noot id="ID-1253100-d40e402" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-36800-XVI-151" soort="document" status="actief">36 800 XVI, nr.
                              151</extref>.</noot.al></noot></al>
              <al>Het kabinet onderschrijft het belang van goede mondzorg voor kwetsbare
                     ouderen. Juist voor deze groep is kwalitatief goede en toegankelijke mondzorg
                     essentieel voor de algehele gezondheid en kwaliteit van leven. Tegelijkertijd
                     zijn signalen van mogelijke misstanden en oneigenlijk gebruik van middelen
                     zorgwekkend en onwenselijk. De genoemde signalen zijn onder de aandacht
                     gebracht bij de IGJ. De inspectie heeft een onafhankelijke rol in het toezicht
                     op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en kan, voor zover de signalen hierop
                     betrekking hebben, passende maatregelen treffen. Daarnaast heeft het kabinet
                     deze signalen onder de aandacht gebracht van de NZa, gezien haar rol in het
                     toezicht op de integere en professionele bedrijfsvoering van zorgaanbieders en
                     haar toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door
                     zorgkantoren.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.3</nr>
                <titel>Motie over inzet van het strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De leden Wendel (VVD) en Van Brenk (50Plus) hebben de regering in een motie
                     verzocht om in haar overleggen met het OM expliciet te spreken over de inzet
                     van het strafrecht in de bestrijding van zorgfraude.<noot id="ID-1253100-d40e421" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-36800-XVI-114" soort="document" status="actief">36 800 XVI, nr.
                              114</extref>.</noot.al></noot></al>
              <al>Zoals toegelicht in §3.2 wordt met de AZWA-middelen o.a. de inzet van het
                     strafrecht geïntensiveerd. De inzet van het strafrecht is onderdeel van de
                     reguliere overleggen met het OM. Hiermee komt het kabinet tegemoet aan deze
                     motie.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.4</nr>
                <titel>Moties over het versterken van de aanpak van zorgfraude en het
                        terugvorderen van zorggeld</titel>
              </kop>
              <al>Het lid Bushoff (GL-PvdA) heeft samen met de leden Van Dijk (CDA), Van Brenk
                     (50Plus), Kostíc (PvdD), El Abassi (DENK), Bikker (CU), Coenradie (JA21) en
                     Claassen (PVV) in een motie verzocht om in de begroting van 2027 een concrete
                     doelstelling op te nemen om ten minste 1% van het totaalbedrag aan zorgfraude
                     voor de zorg te behouden en halfjaarlijks te rapporteren over de voortgang en
                     het behouden budget<noot id="ID-1253100-d40e440" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2025/26, <extref doc="kst-36800-XVI-179" soort="document" status="actief">36 800 XVI, nr.
                              179</extref>.</noot.al></noot>. Daarnaast hebben de leden Bushoff (GL-PvdA) en Tielen (VVD) in een
                     andere motie verzocht om een wettelijke «claw back»-regeling in te voeren
                     waarmee zorggeld kan worden teruggevorderd bij fraude, wanbestuur en onterecht
                     uitgekeerde winsten in de zorg<noot id="ID-1253100-d40e451" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2024/25, <extref doc="kst-33578-158" soort="document" status="actief">33 578, nr.
                              158</extref>.</noot.al></noot>. Aanleiding hiervoor zijn gevallen waarbij bestuurders zichzelf zouden
                     hebben verrijkt met publiek geld, terwijl bestaande mogelijkheden om gelden
                     terug te halen of vervolging in te stellen tekortschieten.</al>
              <al-groep>
                <al>Het kabinet deelt nadrukkelijk de ambitie van de Kamer om zorgfraude
                        steviger aan te pakken en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk zorggeld
                        daadwerkelijk beschikbaar blijft voor patiënten en cliënten. Zorggeld hoort
                        in de zorg terecht te komen en niet bij fraudeurs of criminelen. Daarbij
                        vindt het kabinet het van belang dat zowel de effectiviteit van de
                        fraudebestrijding als de mogelijkheden om onterecht verkregen zorggeld terug
                        te halen verder worden versterkt.</al>
                <al>Tegelijkertijd constateert het kabinet dat de motie over het behouden van
                        1% van het totaalbedrag aan zorgfraude in de huidige vorm ingewikkeld
                        uitvoerbaar is. Zoals eerder met de Kamer gedeeld, betreft de genoemde € 10
                        miljard een grove schatting van het OM, waarvoor geen sluitende onderbouwing
                        beschikbaar is. Verschillende onderzoeken hebben laten zien dat de totale
                        omvang van zorgfraude niet nauwkeurig vast te stellen is. Daardoor ontbreekt
                        een objectieve en verifieerbare basis om hieraan een exact percentage of
                        financieel resultaat te koppelen. Ook is het in de praktijk moeilijk om
                        opbrengsten rechtstreeks toe te rekenen aan afzonderlijke maatregelen of
                        specifieke inspanningen van partijen. Daarnaast zijn
                        terugvorderingstrajecten vaak langdurig en juridisch complex en zijn
                        middelen in veel gevallen al verdwenen of moeilijk traceerbaar.</al>
              </al-groep>
              <al>Dat neemt niet weg dat het kabinet het van groot belang vindt dat de impact
                     van de aanpak van zorgfraude zo inzichtelijk mogelijk wordt gemaakt. Daarom
                     wordt, in afstemming met betrokken partijen, gewerkt aan een samenhangend
                     pakket van prestatie-indicatoren (KPI’s) om de voortgang en effectiviteit van
                     de maatregelen beter te monitoren. Daarbij wordt enerzijds gekeken naar
                     indicatoren die inzicht geven in financiële resultaten, zoals terugvorderingen,
                     voorkomen schade en stopgezette onrechtmatige declaraties. Anderzijds wordt
                     nadrukkelijk gekeken naar indicatoren die de inzet en versterking van de aanpak
                     zichtbaar maken, zoals intensivering van toezicht, samenwerking tussen
                     partijen, het aantal signalen, controles, interventies en
                     opsporingsonderzoeken.</al>
              <al>De NZa beschikt als toezichthouder reeds over verschillende formele
                     handhavingsinstrumenten, waaronder het opleggen van bestuurlijke boetes en het
                     terugvorderen van geldsommen. Deze middelen vloeien terug naar de algemene
                     middelen van het Rijk dan wel het Zorgverzekeringsfonds. Over de mogelijkheden
                     voor het terugvorderen van uitgekeerde winsten wordt uw Kamer nader
                     geïnformeerd in de Kamerbrief over het vervolg van de Wet integere
                     bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), die vóór het zomerreces
                     wordt verzonden.</al>
              <al>Met deze aanpak wil het kabinet de Kamer periodiek beter inzicht geven in de
                     voortgang en effectiviteit van de aanpak van zorgfraude en in de mogelijkheden
                     om onterecht besteed zorggeld terug te halen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.5</nr>
                <titel>Toezegging over witwassen crimineel geld met pgb’s</titel>
              </kop>
              <al>De zorgsector is, door het arbeidsintensieve karakter en de hoeveelheid geld
                     die daarmee gemoeid is, kwetsbaar voor misbruik door criminelen. Daarbij kan
                     ook sprake zijn van het witwassen van crimineel geld. Op dit thema wordt
                     ingegaan in een artikel uit de Telegraaf van 28 maart jl., getiteld «Ziek van
                     drugsgeld». De Vaste Kamercommissie heeft het kabinet om een reactie gevraagd.
                     De opsporingsdienst van de NLA doet onderzoek naar zorgfraude en constateert
                     dat witwas-activiteiten primair plaatsvinden rondom organisaties waar
                     geldstromen bij elkaar komen. Het pgb kan onderdeel uitmaken van deze
                     geldstromen en is in zijn aard niet meer, of minder, geschikt voor het
                     witwassen van crimineel geld dan andere financieringsvormen in de zorg.
                     Onderzoek laat zien dat witwasconstructies vaak onderdeel uitmaken van complexe
                     netwerken en omvangrijke geldstromen. Het pgb kan binnen bepaalde netwerken een
                     rol spelen als onderdeel van deze geldstromen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.6</nr>
                <titel>Toezegging over Suwinet en het gebruik door gemeenten</titel>
              </kop>
              <al>Tijdens de begrotingsbehandeling van VWS heeft het kabinet toegezegd om de
                     vraag van het lid Coenradie (JA21) te beantwoorden over Suwinet en de aanpak om
                     zorgfraude op gemeentelijk niveau heel rap op te pakken, zoals in de gemeente
                     Rotterdam wordt gedaan. Suwinet wordt door gemeenten gebruikt voor de
                     uitvoering van hun wettelijke taken op het gebied van werk, inkomen en sociale
                     zekerheid. Voor de bestrijding van zorgfraude wordt Suwinet op dit moment niet
                     ingezet. Het kabinet gaat verkennen of het gebruik van gegevens uit Suwinet
                     daaraan kan bijdragen en beziet daarbij wat het nut en de noodzaak is van deze
                     gegevens, bovenop wat nu al mogelijk is. Deze verkenning zal naar verwachting
                     eind van dit jaar zijn afgerond.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop kopopmaak="cur">
                <nr status="officieel">5.7</nr>
                <titel>Stand van zaken evaluatie Wtza</titel>
              </kop>
              <al>Op 1 januari 2022 is de Wtza in werking getreden. De Wtza bevat de
                     verplichting om binnen vier jaar na de inwerkingtreding een verslag naar de
                     Tweede Kamer te zenden over de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze wet
                     in de praktijk. Deze wettelijke verplichting wordt ook wel aangeduid als de
                     evaluatieverplichting. Een jaar na de inwerkingtreding van de Wtza is een
                     zogenoemde invoeringstoets uitgevoerd en is gekeken naar de eerste ervaringen
                     van de Wtza in de praktijk.<noot id="ID-1253100-d40e493" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2023/24, <extref doc="kst-34768-67" soort="document" status="actief">34 768, nr.
                              67</extref>.</noot.al></noot> Deze invoeringstoets heeft geleid tot een aantal aanpassingen in de
                     Wtza en in onderliggende regelgeving. Zo waren er bijvoorbeeld signalen dat de
                     eis voor intern toezicht als niet proportioneel wordt ervaren door instellingen
                     in de eerstelijns- en kleinschalige zorg, gezien de verhouding tot het aantal
                     zorgverleners. Vervolgens zijn in 2024 mogelijke oplossingsrichtingen verkend.
                     Naar aanleiding van deze verkenning is per 1 juli 2025 het Uitvoeringsbesluit
                     Wtza gewijzigd. Met de wijziging is geregeld dat een bepaalde groep kleine(re)
                     instellingen in de eerstelijns- en kleinschalige zorg niet bij meer dan 25
                     zorgverleners, maar pas bij meer dan 50 zorgverleners over een interne
                     toezichthouder moet beschikken.<noot id="ID-1253100-d40e504" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al><extref doc="stb-2025-147" soort="document" status="actief">Staatsblad 2025, nr. 147</extref>.</noot.al></noot></al>
              <al>Het is op dit moment niet opportuun om de Wtza te laten evalueren door een
                     onafhankelijk onderzoeksbureau. De Wtza is immers nog volop in beweging.
                     Daarnaast is een aantal wijzigingen van de Wtza van zeer recente datum, zoals
                     bijvoorbeeld de hierboven genoemde wijziging van het intern toezicht. Zoals in
                     de voorliggende brief is toegelicht, is het kabinet voornemens om diverse
                     stappen te zetten om de werking van de Wtza de komende tijd verder te
                     verbeteren. Het kabinet wil daarom een jaar na inwerkingtreding van de
                     voorgenomen wijzigingen van de Wtza een onafhankelijk evaluatieonderzoek laten
                     doen naar de werking van de Wtza inclusief de nieuwe aanscherpingen ervan. De
                     verwachting is dat in 2029 de externe evaluatie uitgevoerd gaat worden.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">6.</nr>
              <titel>Tot slot</titel>
            </kop>
            <al>Met deze brief heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de versterkte en
                  samenhangende aanpak van zorgfraude. De komende periode blijft het kabinet werken
                  aan verdere versterking van de weerbaarheid en integriteit van het zorgstelsel.
                  Zoals benoemd, wordt uw Kamer vóór het zomerreces nader geïnformeerd over de
                  voorgenomen aanscherpingen van de Wibz, die eveneens bijdragen aan het beter weren
                  van malafide partijen en het beschermen van publiek zorggeld.</al>
            <al>Samen met alle betrokken partners blijft het kabinet zich inspannen om fraude in
                  de zorg en ondersteuning zoveel mogelijk te voorkomen, sneller te stoppen en
                  effectief te bestraffen. Zorggeld moet terechtkomen waar het voor bedoeld is: bij
                  goede en passende zorg voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.</al>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,</functie>
            <naam>
              <voornaam>W.R.C.</voornaam>
              <achternaam>Sterk</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>