﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28743-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2002-2003</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST65869</ordernr>
    <vergjaar>2002-2003</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>28 743</nummer>
      <naam>Verlenging Structuurschema Buisleidingen</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE MINISTER
VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage, <datum>17 december 2002</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met deze brief berichten wij u, mede namens de Minister van Verkeer en
Waterstaat, dat wij voornemens zijn met toepassing van artikel 2b van de Wet
op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) een herziening van het Structuurschema
Buisleidingen (hierna: SBUI) voor te bereiden. Deze herziening beoogt de geldigheidsduur
van dit plan te verlengen en zal aan de Ministerraad ter vaststelling worden
voorgelegd. Daarbij wordt de zogeheten «verkorte» procedure toegepast
(artikel 2b, derde lid, van de WRO), waarbij geen toepassing wordt gegeven
aan het bepaalde in artikel 2a, tweede tot en met vijfde lid, van de WRO.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter toelichting op dit voornemen merken wij op dat bij brief van 12 juli
1985 (Kamerstukken II, 1984–1985, 17 375, nrs. 37–38) u de
tekst werd aangeboden van het «Structuurschema Buisleidingen»,
zoals vastgesteld na de parlementaire behandeling. Bij brieven van 28 februari
1991 (Kamerstukken II, 1990–1991, 22 020, nr. 1) en van 7 maart
1995 (Kamerstukken II, 1994–1995, 24 110, nr. 1), werd de geldigheidsduur
van het SBUI telkens voor een periode van vijf jaren verlengd.</al>
      <al>Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State van 8 januari 1998, AB 1998, 194 (Maastricht Airport), is
de Wet rechtskracht diverse planologische kernbeslissingen vastgesteld. Die
wet betreft ook de rechtskracht van de planologische kernbeslissing SBUI.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De geldigheidsduur van het SBUI loopt op grond van artikel 1, eerste lid,
onder d, in samenhang met artikel 2, onder f, van de Wet rechtskracht diverse
planologische kernbeslissingen tot 30 december 2003. Het is de bedoeling dat
de materie van het SBUI onderdeel gaat uitmaken van het meeromvattende Nationaal
Verkeer en Vervoerplan (hierna: NVVP). De Minister van Verkeer en Waterstaat
heeft uw Kamer bij brief van 22 augustus 2000 (Kamerstukken II, 1999–2000,
26 018, nr. 3) geïnformeerd over dit voornemen. Het SBUI is vervolgens
geïntegreerd in het NVVP, waaraan uw Kamer echter –
om andere redenen – goedkeuring heeft onthouden. Er dreigt dus een leemte
te ontstaan. Daarom zijn wij voornemens in deze leemte te voorzien door het
SBUI zonder inhoudelijke aanpassingen met vijf jaren te verlengen, onder het
openhouden van de mogelijkheid dat in het geval de buisleidingen een plaats
krijgen in het NVVP, het SBUI komt te vervallen zodra het NVVP rechtskracht
krijgt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Economische Zaken,</functie>
        <naam>J. G. Wijn</naam>
        <functie>De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,</functie>
        <naam>H. G. J. Kamp</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>