﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28663-37/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST86803</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>28 663</nummer>
      <naam>Milieubeleid 2002–2006</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>37</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING
EN MILIEUBEHEER</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>17 mei 2005</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief d.d. 14 december 2004 heb ik u toegezegd met een nadere
toelichting te komen op een aantal aspecten van de Subsidieregeling Maatschappelijke
Organisaties en Milieu. Graag geef ik daaraan met deze brief gevolg.</al>
      <tuskop letat="vet">Module Duurzame Bedrijfsvoering</tuskop>
      <al>Allereerst verheugt het mij u te kunnen meedelen dat, n.a.v. van het overleg
dat ik vorig jaar met de Kamer heb gehad, per 14 maart de inschrijving
voor de nieuwe SMOM-module duurzame bedrijfsvoering is opengesteld (publicatie
in Staatscourant dd 21 maart 2005). Dat betekent dat maatschappelijke
organisaties tot 17 mei voorstellen kunnen indienen gericht op het bevorderen
van duurzame bedrijfsvoering bij overheids- en semi-overheidsorganisaties.
Na beoordeling en onderlinge vergelijking, en een afweging op basis van het
beschikbare budget, zullen naar verwachting de eerste projecten gericht op
duurzame bedrijfsvoering in augustus 2005 van start kunnen gaan.</al>
      <tuskop letat="vet">Een verantwoordelijke samenleving</tuskop>
      <al>Dit kabinet legt het accent op verantwoordelijkheid bij en initiatief
uit de samenleving. En op een luisterende overheid, die maatschappelijke actoren
in staat stelt hun verantwoordelijkheid te nemen. Tot mijn vreugde stel ik
vast dat die verantwoordelijkheid op het terrein van duurzaamheid door steeds
meer maatschappelijke partijen genomen wordt. Ik wijs op het ontstaan van
zogenaamde «partnerships»: samenwerkingsverbanden van één
of meer bedrijven enerzijds en één of meer NGO's anderzijds
waarbij gezamenlijk – maar ieder vanuit zijn eigen positie en verantwoordelijkheid –
wordt gezocht naar oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken. Zulke «partnerships»
hebben hun waarde op nationaal niveau, maar zeker ook in internationaal verband,
bijvoorbeeld daar waar gouvernementele interventie gericht op
duurzaamheid slechts beperkt mogelijk is.</al>
      <al>Onder meer om in deze soort situaties een gelijkwaardige samenwerking
mogelijk te maken, heeft de overheid naar mijn overtuiging een faciliterende
rol ten aanzien van het maatschappelijke middenveld. Ook in het maatschappelijk
debat over duurzaamheid is naar mijn mening het level-playing-field principe
van toepassing: alle gezichtspunten dienen in het debat een vergelijkbare
uitgangspositie te hebben.</al>
      <al>Bij (internationale) samenwerking zoals die bij «partnerships»
en bijvoorbeeld ook in de «transitie-arena's» aan de orde is,
past daarvoor een vorm van ondersteuning die aansluit bij het complexe en
dynamische karakter van die samenwerking. De mogelijkheid van programmafinanciering
binnen de SMOM-regeling, past hier naar mijn mening goed bij vanwege de –
overigens voorwaardelijke – operationele vrijheid die deze subsidievorm
biedt. Hieronder zal ik dit nader aan u toelichten.</al>
      <tuskop letat="vet">Programmafinanciering</tuskop>
      <al>Ik vind het belangrijk om nogmaals – wellicht ten overvloede –
te beklemtonen dat programmasubsidiëring geenszins gelijk te stellen
is aan het geven van exploitatiesubsidies. De SMOM kent geen exploitatiesubsidie
en van een dergelijke vorm van subsidiëring wil ik me ver houden. Die
draagt naar mijn oordeel niet bij aan een vitaal maatschappelijk middenveld,
dat open staat voor ontwikkelingen in de samenleving.</al>
      <al>De SMOM-regeling biedt de mogelijkheid van programmafinanciering aan maatschappelijke
organisaties die zich hebben bewezen op het terrein van duurzame ontwikkeling,
en die in staat zijn vanuit een relatief lange termijn visie te opereren.
Programmasubsidiering biedt organisaties ondersteuning voor een wat langere
periode (maximaal drie jaar) en daarnaast, binnen het kader van het ingediende
programmaplan, enige operationele zelfstandigheid zodat kan worden afgestemd
op actuele ontwikkelingen. Die vorm van subsidiering doet een beroep op vermogen
van organisaties om zelf een strategie en koers te bepalen die gegeven hun
positie in het veld het meest effectief bijdraagt aan duurzame ontwikkeling.
Om organisaties in staat te stellen effectief positie te kiezen op het veelvormige
veld van duurzame ontwikkeling – met welhaast per definitie een lange
termijn karakter – is het niet wenselijk en zinvol telkens op projectniveau
tevoren in detail vast te leggen wat men wel gaat doen en wat niet. Teveel
Haagse regelzucht vooraf, werkt hier naar mijn oordeel contra-productief.
Ook hier dient onnodige of belemmerende bureaucratie te worden vermeden. Dat
betekent overigens niet dat programmasubsidiëring vrijblijvend is: elk
jaar wordt een werkplan overlegd waarin activiteiten worden beschreven, en
dat door mij wordt getoetst aan de criteria voor de SMOM-regeling. Jaarlijks
vindt evaluatie plaats. En, laat daar geen misverstand over bestaan: activiteiten
met een buiten-wettelijk karakter komen vanzelfsprekend niet voor subsidiering
in aanmerking.</al>
      <tuskop letat="vet">Vernieuwing</tuskop>
      <al>Naar aanleiding van de in 2003 uitgevoerde evaluatie van de SMOM-regeling
is met ingang van de SMOM-tender 2004 een aantal wijzigingen in de regeling
doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn er mede op gericht vernieuwing te stimuleren
en beter te kunnen luisteren naar ontwikkelingen in de samenleving. Ten eerste
is de mogelijkheid van programmafinanciering opengesteld voor niet-milieuorganisaties –
voor activiteiten op het gebied van duurzaamheid. Hiermee krijgt de regeling
een meer integraal karakter en ontstaat vernieuwing: ook niet aan het onderwerp
milieu verbonden NGO's worden in staat gesteld zich systematisch met duurzaamheid
bezig te houden.Ten tweede is het projectenbudget specifiek gericht op vernieuwend
initiatief. Organisaties met programmafinanciering kunnen –
anders dan voorheen – slechts meedoen in de tender voor projectsubsidie
met echt vernieuwende projecten. Dat biedt voor de inzet van het projectbudget
ook een evenwichtig afwegingskader dat mogelijkheid biedt voor innovatie:
nieuwe spelers, of vernieuwende initiatieven (naar thema, aanpak, samenwerkingsverband
of doelgroep) hoeven in de tenderafweging voor de projectsubsidiering niet
te«concurreren» met maatschappelijk initiatief dat zich reeds
bewezen heeft, maar worden in een tender onderling vergeleken. Ten derde wordt,
als sluitstuk op beide eerder genoemde wijzigingen, binnen het beschikbare
SMOM budget de hoogte van programmabudget zo gekozen dat voldoende concurrentie
blijft bestaan (tussen onderling goed vergelijkbare «spelers»).
Daardoor en door de openstelling voor niet-milieuorganisaties ontstaat ook
binnen het programmabudget een impuls tot vernieuwing. En ten vierde wordt
bij de beoordeling van alle SMOM-aanvragen nadrukkelijk gelet op de inbreng
van burgers, om te stimuleren dat de activiteiten van maatschappelijke organisaties
aansluiting houden bij ontwikkelingen in de samenleving.</al>
      <al>De regeling zal, ondermeer op deze aspecten, worden gemonitord. Ik meldde
u reeds eerder de ontwikkeling van VBTB indicatoren voor de SMOM-regeling,
die dit jaar voor het eerst in experimentele vorm zullen worden toegepast.
In aansluiting hierop is het mijn voornemen u jaarlijks op de hoogte te stellen
van de subidies die in het kader van de SMOM worden toegekend. Uiteraard ben
ik bereid over deze overzichten met u van gedachten te wisselen en uw bemerkingen
bij de uitvoering van SMOM-regeling te betrekken.</al>
      <tuskop letat="vet">Tenslotte</tuskop>
      <al>De totstandkoming van het huidige milieubeleid is onlosmakelijk verbonden
met de vele initiatieven uit de samenleving die vraagstukken op de agenda
hebben gezet, oplossingen aandroegen, en die burgers, bestuurders, beleidsmakers
en bedrijfsleven er toe hebben aangezet en aanzetten milieuvraagstukken daadwerkelijk
op te lossen. NGO's spelen daarbij een belangrijke katalyserende rol als «knooppunt»
van maatschappelijk initiatief. Daarbij valt te constateren dat de sturingsfilosofie
die ten grondslag ligt aan het milieubeleid in de loop der jaren aanzienlijk
is verbreed. Er kwam steeds meer ruimte voor beleidsontwikkeling <nadruk type="cur">met</nadruk> en in belangrijke mate ook <nadruk type="cur">door</nadruk> de
samenleving. De begrippen «transitie» en «partnership»
zijn hiervan de meeste recente neerslag, als ook het betrekken van burgers
bij de beleidsontwikkeling zoals gebeurd in het programma Beleid met Burgers.
De vernieuwing van de SMOM-regeling en de andere genoemde accenten in het
beleid ten aanzien van NGO's passen naar mijn mening goed in deze veranderende
sturingsfilosofie en bij de traditie van ondersteuning van de civil society
in het maatschappelijk debat over duurzame ontwikkeling.</al>
      <al>In de bijlage vindt u een overzicht van de SMOM-budgetten voor de begrotingsjaren
2003 tot en met 2005. Daaruit blijkt dat er de afgelopen jaren substantieel
op het budget voor de SMOM is gekort. Verdere korting op het SMOM-budget acht
ik niet wenselijk, vanwege de belangrijke betekenis die de vernieuwde regeling
naar mij oordeel heeft bij de verdere ontwikkeling van het beleid en de facilitatie
van maatschappelijk initiatief op het terrein van milieu en duurzaamheid.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,</functie>
        <naam>P. L. B. A. van Geel </naam>
      </ondtek>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE: 1. Budgetten voor SMOM over de jaren<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref></titel>
        <al>2. In 2004 toegekende programma-subsidie<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref></al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>