﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="lyst">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28310-3/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST61289</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>28 310</nummer>
      <naam>Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het
gemeentefonds voor het jaar 2002 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>3</nummer>
      <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 19 april 2002</datum>
      <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel,
heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>De Cloe</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>De Gier</naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer kan de Tweede Kamer zicht krijgen op de aangekondigde
aanvullende structurele dekking van het amendement-Luchtenveld c.s. (Kamerstukken
II 2001/2002, 28 000B)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de structurele dekking van dit amendement vanaf 2003 wordt de
Tweede Kamer bij Miljoenennota 2003 geïnformeerd.</al>
      <tuskop letat="vet">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Nu blijkt dat de automatisering van de Centra voor
Werk en Inkomen (CWI) voorlopig niet kan worden ingevoerd, zullen de gemeenten
dubbel werk moeten doen in plaats dat een besparing optreedt. Zal de al eerder
ingeboekte besparing voor 2002 nu ook worden gecompenseerd voor dit jaar?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. Met de VNG is afgesproken dat alleen voor de jaren 1999–2001
een compensatie voor de niet-gerealiseerde efficiencywinst plaatsvindt. Vanaf
het jaar 2002 wordt een efficiencywinst van € 22,3 miljoen geraamd.
Eerder was voor de jaren 2002 en volgende al rekening gehouden met een efficiencywinst
van € 20,5 miljoen. Aanvullend op dit bedrag wordt vanaf 2002 € 1,8
miljoen extra uit het fonds genomen. De afspraak met de VNG houdt tevens in
dat er voor de jaren na 2001 geen evaluatieonderzoek meer zal plaatsvinden
naar de realisaties.</al>
      <tuskop letat="vet">3, 4 en 7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom worden de kosten voor gemeenten, die voortvloeien
uit het wetsvoorstel Dualisering van het gemeentebestuur, in het bijzonder
als het gaat om de kosten die samenhangen met het aanstellen van raadsgriffiers
en het instellen van gemeentelijke rekenkamers, gedeeltelijk (de helft) in
plaats van volledig vergoed?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Geldt de keuze om de helft van de kosten die gemeenten
maken op basis van de wet Dualisering van het gemeentebestuur alleen voor
het jaar 2002?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering zo nauwkeurig mogelijk aangeven hoe
het bedrag van € 10 667 000 dat in 2002 aan het Gemeentefonds
wordt toegevoegd ter vergoeding van de kosten die gemeenten maken als gevolg
van de Wet Dualisering van het gemeentebestuur, is opgebouwd?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de toevoeging van bedragen aan het gemeentefonds in verband met de
kosten van dualisering is uitgegaan van de berekening van deze kosten, die
ten grondslag ligt aan de claim die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
in dit verband heeft ingediend bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Daarbij zijn op dit moment alleen die kosten in aanmerking genomen die door
de VNG zijn opgevoerd voor de verplichte griffier met verdere ambtelijke ondersteuning,
en de verplichte invoering van een onafhankelijke rekenkamer dan wel een andere
invulling van de rekenkamerfunctie. Voor het eerste heeft de VNG een bedrag
geclaimd van € 28,2 miljoen, en voor het tweede van € 13,5
miljoen. Uitgegaan is van de helft van die kosten, dus € 14,1 miljoen
voor de griffier en € 6,8 miljoen voor de rekenkamerfunctie.</al>
      <al>De Wet Dualisering Gemeentebestuur is op 6 maart 2002 ingegaan. Voor zowel
de griffie als de rekenkamer(functie) geldt een invoeringstermijn. Voor de
griffier, plus zijn eventuele ambtelijke ondersteuning, loopt die termijn
tot 7 maart 2003; de rekenkamer(functie) dient uiterlijk per 1-1-2006 tot
stand te zijn gebracht. Verder zijn bepaalde aannames gedaan met betrekking
tot de snelheid van invoering. Dat heeft geleid tot de volgende invulling
tot en met 2006: Griffier en ambtelijke ondersteuning, in 2002 twee derde
van € 14,1 miljoen en vanaf 2003 € 14,1 miljoen;
Rekenkamerfunctie: in 2002 de helft van € 6,8 miljoen; in 2003 70%;
in 2004 80% in 2005 90% en in 2006 100%, dus € 6,8 miljoen. Aan
de hand van de uitslag van de monitor zal een definitieve beslissing
worden genomen over de hoogte van de aan het gemeentefonds toe te voegen bedragen.</al>
      <tuskop letat="vet">5 en 6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke termijn zal de monitoring van het wetsvoorstel
dualisering gemeentebestuur beginnen en worden beëindigd? Hoe zal de
monitoring er naar verwachting in grote lijnen uitzien?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer zal het model voor monitoring van de kosten
die gemeenten maken als gevolg van de wet Dualisering van het gemeentebestuur
gereed zijn? Wordt dit model aan de Tweede Kamer voorgelegd en zo ja, wanneer?
Wordt ook de VNG betrokken bij de ontwikkeling van dit model voor monitoring?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment wordt een voorstel voor de aanpak van de te houden monitor
ontwikkeld. Zeer binnenkort zal hierover contact worden opgenomen met de VNG
teneinde daarover afspraken te maken. Daarbij zal ook een afspraak worden
gemaakt over de termijn die de monitor in beslag zal nemen. Voor het zomerreces
zal aan de Tweede Kamer worden bericht voor welke aanpak zal worden gekozen.</al>
      <tuskop letat="vet">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunnen gemeenten het bedrag dat zij uit het Gemeentefonds
verkrijgen ter vergoeding van de kosten die zij maken voor het uitvoeren van
de dualisering van het gemeenbestuur, vrij aanwenden of is deze vergoeding
geoormerkt voor bepaalde categorieën van kosten die gemeenten maken voor
de dualisering?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het geld dat aan het gemeentefonds word toegevoegd in verband met de kosten
van dualisering is voor de gemeenten vrij aanwendbaar.</al>
      <tuskop letat="vet">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering het rapport over de kosten die voortvloeien
uit het wetsvoorstel Dualisering van het gemeentebestuur (werkgroep BZK/VNG
onder voorzitterschap van de heer Schouten) aan de Kamer doen toekomen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er heeft over de kosten ambtelijk technisch overleg plaatsgevonden tussen
BZK, Financiën en de VNG. Dit overleg stond onder voorzitterschap van
de plaatsvervangend directeur-generaal Openbaar Bestuur, de heer Schouten.
Wellicht doelen de leden van de Vaste Commissie BZK hierop. Het overleg heeft
niet geleid tot een rapport.</al>
      <tuskop letat="vet">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">De laatste tijd doet de regering een beroep op gemeenten
om een (aanzienlijk) deel van de kosten voor de uitvoering van bepaalde wettelijke
taken voor eigen rekening te nemen. Dat geldt onder andere voor de kosten
die voor gemeenten voortvloeien uit de dualisering van het gemeentebestuur,
de onderwijshuisvesting en de vergoeding voor raadsleden en wethouders. Is
hier sprake van een nieuwe beleidslijn of beleidsvoornemen om gemeenten voortaan
gedeeltelijk zelf te laten bijdragen aan de uitvoering van wettelijk opgelegde
taken? Zo ja, waarop is dit voornemen gebaseerd? Bestaat er een relatie en
zo ja, welke tussen de eventuele beleidslijn en de omvang van het accres van
het Gemeentefonds?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Leidraad voor het Rijk was en is artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet:
het Rijk stelt de kosten vast en geeft de bekostigingswijze (waaronder begrepen
de dekking) aan. Bij de afweging rond de bekostiging van taakmutaties door
gemeenten spelen vervolgens verschillende afwegingen een rol,
zoals de eigen verantwoordelijkheid op het betreffende beleidsterrein en de
budgettaire mogelijkheden van zowel het Rijk als de gemeenten. Op een aantal
beleidsterreinen is daarom de keuze gemaakt dat de mutaties niet alleen door
een toevoeging door het Rijk aan het gemeentefonds bekostigd hoeven te worden,
maar dat ook van gemeenten zelf een inspanning kan worden gevraagd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vergelijkbaar daarmee is de discussie die vorig jaar – meewegend
de relatief hoge reële accressen op het gemeentefonds – met de
gemeenten is gevoerd over de prioriteitsstelling rond de inzet van deze accressen.
Dit heeft er onder andere toe geleid dat een deel van de accressen wordt verdeeld
via de verdeelmaatstaven voor onderwijshuisvesting – gecombineerd met
de toevoeging van € 45 miljoen door het Rijk – om daarmee
een extra inzet voor onderwijshuisvesting mogelijk te maken. De VNG heeft
in het bestuurlijk overleg van 3 april jl. aangegeven zich niet tegen deze
gerichte inzet van het accres te verzetten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een vraag die kan rijzen bij deze benadering is wanneer het accres opraakt.
Daarbij is het Financieel overzicht gemeenten, dat in het kader van het Plan
van aanpak transparantie (Plavat) tot stand is gebracht, van belang. In het
Financieel overzicht wordt een beeld gegeven van de gerealiseerde en verwachte
gemeentelijke inkomsten- en uitgaven/kostenontwikkelingen. Daarmee ontstaat
een indruk van het bestaan of juist het ontbreken van een evenwicht tussen
inkomsten en uitgaven/kosten. Dat geldt zowel terugkijkend als vooruitkijkend.
Het Financieel overzicht gemeenten is een nieuw instrument, waarmee in de
relatie Rijk–gemeenten en kabinet–parlement op basis van financiële
gegevens tot een oordeel kan worden gekomen over de financiële verhouding
(zie mijn brief van 19 april 2002, kenmerk FO2002/U64644, waarbij de 3e voortgangsrapportage
Plavat, inclusief het Financieel overzicht gemeenten aan de Tweede Kamer is
gezonden).</al>
      <tuskop letat="vet">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welk bedrag moeten gemeenten in de onderwijshuisvesting
wegens onderwijsvernieuwing steken? (Deze vraag is mede ingegeven door de
brief die de ministers eerder (vorig jaar) over dit onderwerp aan de Kamer
zonden.) Is over het door de gemeenten vanuit het accres te investeren bedrag
ook overeenstemming bereikt met de VNG?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In haar brief van 14 september 2001 over onderwijshuisvesting heeft de
staatssecretaris van OCenW, mw. Adelmund, aangegeven uit te gaan van kosten
van onderwijskundige vernieuwingen ad € 113 miljoen, te bekostigen
uit het gemeentefonds door een toevoeging aan dat fonds van € 45
miljoen respectievelijk een prioritaire aanwending van het gemeentefondsaccres
van € 68 miljoen (zie Kamerstukken II 2000/01, 27 400 VIII
en 27 400 B, nr. 99).</al>
      <al>Bij Voorjaarsnota heeft het Kabinet besloten structureel € 45
miljoen voor schoolgebouwen beschikbaar te stellen, teneinde deze te kunnen
aanpassen aan onderwijskundige ontwikkelingen. Daarnaast wordt € 68
miljoen uit het accres, gefaseerd in 5 gelijke tranches over de periode 2002
t/m 2006, aan het cluster Zorg toegevoegd. De onderwijshuisvesting maakt deel
uit van dat cluster. Met deze € 113 miljoen kunnen gemeenten hun
schoolgebouwen aanpassen aan de eisen van deze tijd.</al>
      <al>De VNG heeft in het bestuurlijk overleg van 3 april jl. aangegeven zich
niet tegen deze gerichte inzet van het accres te verzetten.</al>
      <al>Overigens zij opgemerkt dat door de gedecentraliseerde opzet van de onderwijshuisvesting
gemeenten zelf besluiten over de bestemming van de gemeentefondsmiddelen.
Het kabinet heeft bij zijn besluitvorming overwogen dat de € 113
miljoen aan onderwijskundige ontwikkelingen zal worden besteed. Deze overtuiging
is gebaseerd op het overleg dat met de VNG is gevoerd, het feit
dat gemeenten de afgelopen jaren de beschikbare middelen hebben ingezet voor
onderwijshuisvesting, en het voornemen van de VNG om de modelverordening onderwijshuisvesting
aan deze (budgettaire) afspraken aan te passen. </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA),
voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66),
Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66),
Rijpstra (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld
(VVD), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks),
Kant (SP), Balemans (VVD), De Swart (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Slob
(ChristenUnie), Pitstra (GroenLinks) en Horn (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen
(CDA), Bakker (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Dittrich
(D66), Cherribi (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA),
Cornielje (VVD), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA),
Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Van Splunter (VVD), Nicolaï (VVD),
Wijn (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), Rabbae (GroenLinks) en Kuijper (PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>