﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28192-34/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST80563</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>28 192</nummer>
      <naam>Drugssmokkel Schiphol</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>34</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>25 oktober 2004</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de aanbiedingsbrief bij de 5e Voortgangsrapportage drugssmokkel Schiphol
van 24 oktober 2003 is het rapport «De Nederlandse Drugsmarkt»,
dat ik u hierbij aanbied<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>, aangekondigd. Het rapport
is later afgerond dan destijds werd voorzien. Ook is het nog om een reactie
voorgelegd aan diverse diensten.</al>
      <tuskop letat="vet">Aanleiding</tuskop>
      <al>Het rapport «De Nederlandse Drugsmarkt» is door de dienst
NRI van het KLPD in opdracht van het ministerie van justitie opgesteld. Aanleiding
was dat over de rol van Nederland in de internationale drugsmarkt geen duidelijk
beeld bestaat, terwijl door andere landen en buitenlandse organisaties –
vaak op basis van eigen rapportages – geregeld uitspraken hierover worden
gedaan. Niet alleen is de informatievoorziening over de aard en omvang van
de drugscriminaliteit in ons land niet optimaal, maar ook wordt deze problematiek
doorgaans slechts op deelgebieden – zoals met betrekking tot de cocaïnesmokkel
op Schiphol – in beeld gebracht. Daar komt nog bij dat het hier gaat
om een illegale markt, die logischerwijs moeilijk in kaart te brengen is.
Tegen die achtergrond wordt met het voorliggende rapport beoogd om –
met alle voorbehouden die moeten worden gemaakt – een aanzet te geven
voor een actueel samenhangend beeld van de drugscriminaliteit.</al>
      <tuskop letat="vet">Opzet en waardering onderzoek</tuskop>
      <al>Zoals de titel van het rapport reeds duidelijk maakt, wordt gepoogd te
komen tot een kwantificering van de diverse facetten van de Nederlandse drugsmarkt,
en wel door de gehele keten van import, export, productie en consumptie in
beeld te brengen. Dit geldt zowel voor drugs van buitenlandse origine, die
in Nederland worden aangetroffen, als voor drugs die in Nederland geproduceerd
worden.</al>
      <al>Bij de opzet van het rapport moeten enkele kanttekeningen worden geplaatst. </al>
      <al>De studie richt zich specifiek op Nederland, waardoor de Europese context
op de achtergrond blijft. Het rapport is voorts gebaseerd op een (kwantitatieve)
schatting, aangezien over de bovengenoemde elementen maar in beperkte mate
harde gegevens bestaan. Deze schatting is zoveel mogelijk gebaseerd op onderzoeken
en gegevens van gespecialiseerde Nederlandse – zoals het toenmalige
Kernteam Zuid-Nederland – Unit Synthetische Drugs en het KLPD –
en van buitenlandse instanties – zoals het Europees Monitoring Centrum
voor Drugs en Drugsverslaving in Lissabon en het UNODC in Wenen. Het geschetste
beeld is echter ook deels gebaseerd op indicatoren en aannames.</al>
      <al>Voorts is het onderzoek kwantitatief van aard; het richt zich op het in
kaart brengen van de omvang van drugsstromen, -gebruik en -productie en uitdrukkelijk
niet op kwalitatieve aspecten zoals de kenmerken van smokkelmethoden en eigenschappen
van de actoren. Het bovenstaande brengt met zich mee dat in het rapport geen
absolute uitspraken worden gedaan en geen specifieke cijfers worden genoemd.
Er wordt met bandbreedtes gewerkt. Aan het rapport kan derhalve – zoals
de onderzoeker ook zelf stelt – geen absolute waarde worden toegekend.</al>
      <tuskop letat="vet">Belangrijkste conclusies</tuskop>
      <al>Op basis van een gekwantificeerde schatting komt het rapport tot de volgende
hoofdconclusies:</al>
      <al>• Nederland neemt voor synthetische drugs een dominante positie in
op de EU-drugsmarkt, en wel primair als productieland;</al>
      <al>• Voor heroïne, cocaïne en cannabis is Nederland voor West-Europa
een belangrijk doorvoer- en distributieland;</al>
      <al>• Met betrekking tot cannabis vervult Nederland zowel een productie-
als een transitofunctie (dit laatste heeft dan betrekking op cannabis van
buitenlandse herkomst);</al>
      <al>• Verondersteld wordt dat tenminste eenderde deel van de wereldmarkt
voor XTC wordt bevoorraad vanuit Nederland;</al>
      <al>• Samengevat kan worden gesteld dat grote drugsstromen via Nederland
verlopen.</al>
      <tuskop letat="vet">Beleidsimplicaties en acties</tuskop>
      <al>Het rapport sluit aan bij het beeld dat in algemene zin reeds bekend is
en wordt ook herkend door de operationele diensten aan wie het rapport is
voorgelegd. Ook de bevindingen met betrekking tot de drugscriminaliteit in
het recent gepubliceerde Nationale Dreigingsbeeld zware of georganiseerde
criminaliteit gesignaleerd (NDB), dat tevens ingaat op werkwijzen en methodieken
van criminele organisaties, sluiten hier op aan.</al>
      <al>De studie, die weliswaar geen directe aanknopingspunten geeft voor nieuwe
specifieke interventies, onderstreept weer eens dat de rol van Nederland op
het onderhavige terrein niet moet worden onderschat. Dit beeld is ook reeds
aanleiding geweest voor de intensivering van de aanpak van de drugscriminaliteit,
die de afgelopen jaren op diverse onderdelen in gang is gezet en ook de komende
tijd verder zal worden ontwikkeld.</al>
      <al>• Met betrekking tot de aanpak van de XTC criminaliteit is in 2001
met de nota «Samenspannen tegen XTC» een belangrijke intensivering
in gang gezet. Het daarop gebaseerde vijfjaren plan, dat loopt tot en met
2006, werpt – zoals ook is gemeld in mijn brief van 31 maart 2004
(TK 2003–2004 23 760, nr. 17) – zijn vruchten af.</al>
      <al>• Om de cocaïne smokkel via de luchthaven Schiphol in te dammen
zijn vergaande maatregelen genomen. Naast de invoering van de zogenaamde 100%
controles, richt de aandacht van de opsporingsdiensten zich ook nadrukkelijk
op de organisaties achter deze smokkel. Over de resultaten met
betrekking tot het Schipholbeleid wordt uw Kamer stelselmatig door middel
van Voorgangsrapportages geïnformeerd.</al>
      <al>• Nederland streeft naar verbreding van de aanpak van de bestrijding
van de cocaïnesmokkelen heeft – met het organiseren van een internationale
werkconferentieconcrete stappen gezet om te komen tot samenwerking met andere
EU landen. De richting die Nederland heeft ingezet, namelijk het meer in internationaal
dan wel Europees verband aanpakken van de drugsproblematiek, ligt in de lijn
van de bevinding in het rapport dat eigenlijk niet moet worden gesproken van
een <nadruk type="cur">Nederlandse</nadruk> drugsmarkt; er is veeleer sprake
van een Europese drugsmarkt, waarin Nederland een schakel is voor doorvoer
naar een eindbestemming in andere Europese landen.</al>
      <al>• De uitvoering van de Cannabisbrief die het kabinet in april van
dit jaar heeft gepresenteerd is voortvarend ter hand genomen. De bestrijding
van de grootschalige teelt van Nederwiet is daarbij een speerpunt.</al>
      <al>• Tenslotte kan worden vermeld dat de internationale drugshandel
een van de gebieden is die, onder meer in de aanwijzing van aandachtsgebieden
voor de Nationale Recherche, een vervolg krijgt bij de uitwerking het Nationaal
Dreigings Beeld.</al>
      <tuskop letat="vet">Vervolg</tuskop>
      <al>Terwijl het rapport in grote lijnen een goed beeld geeft van de positie
van Nederland in de mondiale drugsmarkt, zijn – zoals reeds gezegd –
in methodologische zin enige kanttekeningen te plaatsen bij dit rapport. De
onderzoeker heeft deels gebruik kunnen maken van concrete data, maar heeft
zich daarnaast ook deels gebaseerd op hypotheses en aannames. Uit het rapport
komt naar voren dat een verdere verbeterslag in de drugsgerelateerde informatievoorziening
op diverse fronten noodzakelijk is. In dit opzicht is in deze richting reeds
een stap gezet met het justitiehoofdstuk dat is opgenomen in de Nationale
Drugsmonitor. Ook verbetering van de registratie door de politie van drugsvangsten
is relevant en voorts is dit rapport zelf een belangrijke stap om een beter
zicht te krijgen op de drugsmarkt. Van belang is wel om met alle beperkingen
die er op dit terrein zijn, dit instrumentarium verder te ontwikkelen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Justitie,</functie>
        <naam>J. P. H. Donner </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>