Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627925 nr. 598

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 598 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 september 2016

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van het lid Omtzigt (CDA), aan Minister President Rutte tijdens het plenair debat over de uitkomsten van de Europese Top van 28 en 29 juni 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 104, item 33). Tijdens het debat is verzocht om een schriftelijke reactie op drie resoluties van parlementaire organen en een rapport van de onafhankelijke Onderzoekscommissie van de VN Mensenrechtenraad inzake Syrië over genocide en ISIS. In deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Genocide als internationaal misdrijf

Genocide behoort tot de zwaarste categorie misdrijven die het recht kent, en is om die reden wel de «crime of crimes» genoemd. De definitie van genocide is vastgelegd in het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide uit 1948. Deze definitie luidt als volgt:

«In dit Verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:

  • a. het doden van leden van de groep;

  • b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;

  • c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;

  • d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;

  • e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.»

Het verdrag bepaalt dat genocide een internationaal misdrijf is, en verplicht de staten die partij zijn bij het verdrag om dit misdrijf te voorkomen en te bestraffen. Uit jurisprudentie van het Internationaal Gerechtshof blijkt dat de verplichting om genocide te voorkomen een inspanningsverplichting is en geen resultaatsverplichting: een staat moet alle maatregelen nemen die redelijkerwijs beschikbaar zijn om genocide zo veel mogelijk te voorkomen. De verplichting om genocide te bestraffen houdt volgens het Hof in dat staten genocide strafbaar moeten stellen en verdachten op hun eigen grondgebied moeten vervolgen. In Nederland biedt de Wet Internationale Misdrijven de grondslag voor dergelijke vervolging.

Resoluties en rapport

Op de vraag of ISIS genocide pleegt hebben verschillende (internationale) parlementaire organisaties bevestigend geantwoord. Ook roept de resolutie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa lidstaten op om hun positieve verplichtingen onder het verdrag na te komen door alle noodzakelijke maatregelen te nemen om genocide te voorkomen. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN en de VN missie in Irak UNAMI stellen in een recent rapport over wreedheden gepleegd door ISIS tegen Yezidi’s dat «many of the crimes committed by ISIL may amount to war crimes, crimes against humanity, and possibly genocide. This remains to be subject to the determination of an independent and competent court.»1 Het Kabinet deelt dit standpunt.

Er bestaat geen enkele twijfel over dat ISIS op systematische wijze grove mensenrechtenschendingen pleegt. Het Kabinet heeft meerdere malen gesteld dat ISIS hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk is voor zeer ernstige misdrijven, zoals genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. De vaststelling of er in juridische zin sprake is van genocide is echter voorbehouden aan de rechter. Dit is in lijn met de verplichting in het Genocideverdrag om genocide te bestraffen. Dit impliceert immers een strafrechtelijk proces waarin het uiteindelijke oordeel over de vraag of er genocide is gepleegd aan de rechter is.

Het Kabinet hecht er aan het belang van het voorkomen en bestraffen van ernstige internationale misdrijven te onderstrepen. De intensieve Nederlandse diplomatieke, militaire en humanitaire inzet in Irak en Syrië draagt daaraan bij.

Strijd tegen ISIS

Nederland neemt sinds oktober 2014 deel aan de internationale anti-ISIS coalitie die ISIS in zowel Irak als Syrië bestrijdt. Dat gebeurt onder andere door training van de Iraakse Special Forces en Koerdische Peshmerga. Op 28 juni jl. zijn de Nederlandse F-16»s teruggetrokken vanwege onderhoudsredenen en training van vliegers. België heeft sindsdien de F-16 inzet voor de duur van één jaar overgenomen. De niet-militaire aanpak van de coalitie bestaat uit het tegengaan van Foreign Terrorist Fighters, propaganda en financiering voor ISIS en stabilisatie van op ISIS heroverde gebieden. Coalitielanden komen in werkgroepen bij elkaar om de aanpak op deze thema’s overeen te komen. Nederland is van alle werkgroepen lid en is tevens co-voorzitter van de Foreign Terrorist Fighters-werkgroep.

Alleen een evenwichtige aanpak van repressie en preventie kan de vicieuze cirkel van radicalisering naar gewelddadig extremisme en terrorisme doorbreken. Door plaatsing van regionale veiligheidscoördinatoren op zes ambassades maakt het

Kabinet vroege signalering van radicalisering in derde landen mogelijk. Nederland blijft ook bijdragen aan capaciteitsopbouw, om te zorgen dat deze landen in de toekomst zelf beter in staat zijn om de dreiging het hoofd te bieden.

Bredere inzet in Syrië en Irak

ISIS is een gewelddadig symptoom van een bredere problematiek van conflict, geweld, uitsluiting en ongelijkheid in de regio. Nederland zet daarom in de eerste plaats in op een politieke oplossing voor het conflict, via onze rol in de International Syria Support Group, door steun aan de VN-gezant voor Syrië en door het faciliteren van deelname van de gematigde Syrische oppositie aan vredesbesprekingen. In Syrië zelf probeert Nederland bij te dragen aan enige mate van leefbaarheid, door steun aan gematigde krachten, de Vrije Syrische Politie, burger-hulpverleners, en inspanningen gericht op stabilisatie. Doel hiervan is een nieuw machtsvacuüm, verdergaande vluchtelingenstromen en de invloed van extremisten tegen te gaan. Nederland levert sinds het uitbreken van de crisis ook een significante humanitaire bijdrage van 418 miljoen euro.

In Irak zet Nederland onder andere in op verzoening, om te bevorderen dat Irakezen vreedzaam naast elkaar kunnen leven, vrij van uitsluiting op grond van geloofsovertuiging of onderdrukking door terroristische groeperingen. Ook zet Nederland zich in voor het verbeteren van de positie van LGBT in Irak en steunt Nederland een project met blijf-van-mijn-lijf huizen voor vrouwen. Inzet op stabilisatie in Irak is nodig om ervoor te zorgen dat ontheemde Irakezen snel en veilig terug kunnen keren naar hun woongebieden. Nederland draagt in dit kader circa 10 miljoen euro bij aan ontmijningsactiviteiten via UNMAS, ontmijning NGO’s en trainingen van de Peshmerga alsmede 25 miljoen euro voor een eerste herstel van basisvoorzieningen via de VN Funding Facility for Stabilisation.

Tegengaan van straffeloosheid

Nederland blijft zich bovendien onverkort inzetten voor de strijd tegen straffeloosheid in de regio, door bijvoorbeeld training te verzorgen voor partijen die bewijsmateriaal van internationale misdrijven verzamelen. Zo steunt Nederland het Syria Justice and Accountability Centre ten behoeve van toekomstige verantwoording voor misdaden door het Assad-regime, ISIS en andere groeperingen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


X Noot
1

Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights and United Nations Assistance Mission for Iraq – Human Rights Office, A Call for Accountability and Protection: Yezidi Survivors of Atrocities Committed by ISIL, 18 augustus 2016.