Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201027925 nr. 392

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 392 MOTIE VAN HET LID PETERS C.S.

Voorgesteld 21 april 2010

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat er in Afghanistan grote behoefte bestaat aan politietrainers en -opleiders voor civiele politietaken die EUPOL uitvoert, zoals «community policing» en recherche, met name buiten de hoofdstad;

constaterende, dat conform de artikel 100-procedure het primaat voor de besluitvorming random de uitzending van militairen, waaronder de Kmar, bij het kabinet ligt;

overwegende, dat het nog geruime tijd duurt voordat er een missionair kabinet is, terwijl op dit moment intensivering van de samenwerking op het gebied van training en opleiding van civiele politie voorwerp van bespreking is tussen EUPOL en ISAF;

overwegende, dat het wenselijk is dat Nederland na terugtrekking van de Task Force uit Uruzgan actief betrokken blijft bij de wederopbouw van Afghanistan, ook op het gebied van veiligheid, en dat internationale partners ten spoedigste op de hoogte worden gebracht van de wijze waarop Nederland daaraan in ieder geval invulling kan geven, terwijl een nieuw kabinet de ruimte moet worden gelaten om te besluiten over eventuele aanvullende betrokkenheid;

verzoekt de regering deze behoefte op het gebied van civiele politietraining en -opleiding in Afghanistan in kaart te brengen en de Kamer conform het toetsingskader te informeren hoe Nederland daarin mogelijk kan voorzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

Peters

Pechtold

Haverkamp

Nicolaï

Voordewind

Van der Staaij