﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="moti">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27925-203/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST94443</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 925</nummer>
      <naam>Bestrijding internationaal terrorisme</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>203</nummer>
      <titel>MOTIE VAN DE LEDEN <lid>VAN AARTSEN</lid> EN <lid>BOS</lid></titel>
      <datum>Voorgesteld 2 februari 2006</datum>
      <al>De Kamer,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>gehoord de beraadslaging,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>gegeven de parlementaire behandeling van artikel 100 van de Grondwet en
de parlementaire praktijk die zich op basis van artikel 100 heeft ontwikkeld;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>van oordeel, dat de parlementaire behandeling van het uitzenden van militairen
overeenkomstig de artikel-100-procedure aanvangt met een eenduidig besluit
van de regering, dat na instemming door de Kamer dan ook daadwerkelijk ten
uitvoer dient te worden gelegd, zoals bij de behandeling van artikel 100 ook
van de zijde van de regering in eerste en tweede termijn in beide Kamers der
Staten-Generaal is gesteld;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>van mening, dat over de aard en reikwijdte van artikel 100 van de Grondwet
geen onduidelijkheid mag bestaat en dat daarom zowel van de kant van de Kamer
in het kader van de werkzaamheden van de werkgroep NRF, als van de kant van
de regering helderheid dient te worden geschapen;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>verzoekt de regering in voorkomende gevallen de Kamer slechts op basis
van een eenduidig besluit een verzoek tot instemming met de uitzending van
militairen op basis van artikel 100 van de Grondwet voor te leggen,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>en gaat over tot de orde van de dag.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van Aartsen</al>
      <al>Bos </al>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>