﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27925-1021/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>27 925</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel> Bestrijding internationaal terrorisme</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">1021</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 19 mei 2026</al>
            <al>Op 14 april publiceerde BNN-VARA programma BOOS een online aflevering, in samenwerking met onderzoek platform Investico, over de gevolgen van de Nederlandse wapeninzet in Hawija op 2-3 juni 2015. De aflevering stelt dat er concrete informatie beschikbaar is om individuele slachtoffers van het Nederlandse bombardement in 2015 te identificeren, en stelt dat deze mogelijkheden onvoldoende zijn benut. Uw Kamer heeft verzocht om een reactie op deze aflevering. Met deze brief geeft het kabinet invulling aan dit verzoek.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Nederlandse deelname <nadruk type="vetcur">Operation Inherent Resolve</nadruk></tussenkop>
            <al>In januari 2014 rukte de gewelddadige terreurgroep Islamitische Staat (ISIS) op in Irak en Syrië. De Iraakse regering verzocht na de snelle opmars van ISIS en de dreigende situatie in Bagdad om steun van de internationale gemeenschap voor de oorlog tegen ISIS. Hierop werd een <nadruk type="cur">coalition of the willing</nadruk> gevormd, die onder de naam <nadruk type="cur">Operation Inherent Resolve </nadruk>(OIR) handelde onder operationele leiding van de VS. In de artikel 100-brief van 24 september 2014 kondigde het kabinet aan dat Nederland per oktober 2014 zou gaan deelnemen aan OIR.<noot id="ID-1250022-d40e93" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-27925-506" soort="document" status="actief">27 925, nr. 506</extref>, 24 september 2014</noot.al></noot> Nederland droeg uiteindelijk gedurende twee inzetperiodes bij aan de luchtcampagne van OIR, van oktober 2014 tot en met juni 2016 en gedurende heel 2018. In totaal voerden de Nederlandse F16’s in deze twee periodes circa 3000 missies uit, en zette daarbij meer dan 2100 keer wapens in.</al>
            <al>De luchtaanval in Hawija maakte onderdeel uit van de Nederlandse inzet in Irak. Hoewel het kabinet van oordeel is dat de aanval rechtmatig was, is het vreselijk dat daarbij desondanks onbedoeld burgerslachtoffers zijn gevallen en veel schade is ontstaan. Het kabinet betreurt dit en heeft hiervoor excuses aangeboden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Overwegingen vrijwillige tegemoetkomingen inzake luchtaanval Hawija</tussenkop>
            <al>De afgelopen jaren zijn verschillende Ministers van Defensie met de Kamer in gesprek gegaan over de luchtaanval in Hawija. De vraag wat Defensie voor de slachtoffers en nabestaanden kon doen is daarin een terugkerend en belangrijk onderdeel van het gesprek geweest.</al>
            <al>Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, heeft het kabinet de opties in kaart gebracht voor een vrijwillige vergoeding aan (de nabestaanden van de) slachtoffers en/of gemeenschap.<noot id="ID-1250022-d40e114" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-27925-753" soort="document" status="actief">27 925, nr. 753</extref>, 2 oktober 2020</noot.al></noot> Defensie heeft in 2020 gekozen om vrijwillig de getroffen gemeenschap tegemoet te komen in de vorm van projecten in Hawija.<noot id="ID-1250022-d40e124" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-27925-753" soort="document" status="actief">27 925, nr. 753</extref>, 2 oktober 2020</noot.al></noot> Twee projecten ter waarde van bijna 4,5 miljoen euro zijn in respectievelijk 2022 en 2023 afgerond.<noot id="ID-1250022-d40e134" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-27925-937" soort="document" status="actief">27 925, nr. 937</extref>, 17 mei 2023</noot.al></noot> In de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Sorgdrager is in 2025 aangekondigd dat Defensie de mogelijkheden onderzoekt aanvullende middelen beschikbaar te stellen voor de gemeenschap.<noot id="ID-1250022-d40e144" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-27925-985" soort="document" status="actief">27 925, nr. 985</extref>, 14 maart 2025</noot.al></noot> In het debat over het rapport van de commissie Sorgdrager op 15 mei 2025 heeft Defensie toegezegd circa 10 miljoen euro beschikbaar te maken voor aanvullende projecten. De invulling hiervan wordt op dit moment vormgegeven. Voormalig Minister van Defensie Brekelmans heeft in januari van dit jaar een bezoek gebracht aan Hawija. Tijdens dit bezoek heeft hij met verschillende belanghebbenden gesproken over de noden en wensen van de gemeenschap. Deze behoeften zullen in de besteding worden meegenomen.</al>
            <al>Het kabinet heeft destijds besloten niet over te gaan tot het uitkeren vrijwillige vergoedingen op individueel niveau. Uw Kamer is de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd over de overwegingen hieromtrent. In de aflevering van BOOS ligt de nadruk op de praktische aspecten van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een vergoedingentraject op individueel niveau. Het kabinet benadrukt echter dat het besluit om niet over te gaan tot individuele tegemoetkoming is genomen op basis van verschillende overwegingen.</al>
            <al>Allereerst is een algemeen geldend principe dat in het geval van een legitieme krijgshandeling onder het humanitair oorlogsrecht tijdens een gewapend conflict Nederland wel verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk is voor de gevolgen van een wapeninzet. Het kabinet stelt dat de aanval op de ISIS-autobommenfabriek in de nacht van 2 op 3 juni 2015 rechtmatig was, omdat deze in overeenstemming met het humanitair oorlogsrecht werd uitgevoerd. Ook is meegenomen in het besluit dat het vrijwillig aanbieden van vergoedingen op individueel niveau de verwachting zou wekken dat er ook bij toekomstige, legitieme wapeninzet – die correct en binnen de kaders van het humanitair oorlogsrecht wordt uitgevoerd – een vrijwillige vergoeding op individueel niveau zou volgen. Dit terwijl er in dit geval geen sprake is van aansprakelijkheid en er daarom geen reden is om van het uitgangspunt af te wijken, om zo geen onterechte verwachtingen voor de toekomst te scheppen. Daarnaast gelden in deze casus verschillende praktische bezwaren, waardoor het kabinet het nog altijd zeer moeilijk acht om op een verantwoorde wijze individuele tegemoetkoming te realiseren. Zo is het 10 jaar na de aanval haast onmogelijk om te achterhalen wie in Hawija welke schade heeft ondervonden door de secundaire explosie en om, conform de motie Fritsma<noot id="ID-1250022-d40e160" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-29521-453" soort="document" status="actief">29 521, nr. 453</extref>, 22 december 2022</noot.al></noot>, (voormalige) ISIS-sympathisanten hiervan uit te sluiten.<noot id="ID-1250022-d40e170" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-27925-985" soort="document" status="actief">27 925, nr. 985</extref>, 14 maart 2025</noot.al></noot></al>
            <al>Gelet op bovenstaande overwegingen en het besluit om over te gaan tot vrijwillige compensatie van de gemeenschap, zijn er dan ook geen stappen ondernomen om tot concrete vormgeving of uitvoering van een individueel tegemoetkomingstraject te komen. Defensie heeft dan ook geen onderzoek gedaan naar persoonsdossiers van individuele slachtoffers, waar in de BOOS-aflevering naar wordt verwezen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Algemeen beleid vrijwillige tegemoetkomingen</tussenkop>
            <al>Het uitgangspunt van het optreden van Defensie is altijd om materiële nevenschade en/of burgerslachtoffers te voorkomen. Als er toch schade optreedt, dan bekijkt Defensie per geval wat Defensie kan betekenen voor slachtoffers en/of nabestaanden. Defensie is echter niet verplicht tot compensatie voor burgerslachtoffers. Dat kan anders zijn in geval van onrechtmatig geweldgebruik of een rechterlijke uitspraak.</al>
            <al>Het beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige financiële compensatie (zogenoemde ex-gratia betalingen) is het leveren van maatwerk.<noot id="ID-1250022-d40e191" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-36200-X-11" soort="document" status="actief">36 200 X, nr. 11</extref>.</noot.al></noot> Vrijwillige compensatie kan verschillende vormen aannemen en zal telkens nauwkeurig moeten worden afgestemd op de aard van de wapeninzet en geleden schade, binnen de context van het desbetreffende conflict. Deze variabelen zijn in elke situatie anders. Indien de coalitie, waarin door Defensie wordt opgetreden, compensatiebeleid heeft, wordt dit gevolgd. Bij het ontbreken daarvan wordt maatwerk toegepast. Het is tevens voorgekomen dat na een rechterlijke uitspraak Nederland alsnog individuele schadevergoedingen heeft toegekend, zoals eerder door Defensie is gedaan naar aanleiding van rechtszaken die zijn aangespannen door slachtoffers en/of nabestaanden uit Srebrenica (Bosnië) en Chora (Afghanistan).</al>
            <al>Tenslotte wijs ik u op de lopende rechtszaak die slachtoffers en nabestaanden van de wapeninzet in Hawija hebben aangespannen tegen de Nederlandse Staat. In deze zaak buigt de rechtbank zich over de vraag of de gevolgen van de wapeninzet in Hawija te wijten zijn aan onrechtmatig handelen door de Staat. Defensie wacht de uitspraak van de rechtbank af.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Defensie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.</voornaam>
              <achternaam>Yeşilgöz-Zegerius</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>