﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27914-2/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST58665</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 914</nummer>
      <naam>Interdepartementaal beleidsonderzoek: Toekomst van het arbeidsmarktbeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>2</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 7 januari 2002</datum>
      <al>De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> heeft op 22 november 2001 overleg gevoerd met minister Vermeend van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">–</nadruk> de brief van 7 september 2001 inzake
het kabinetsstandpunt over het IBO-rapport Toekomst van het arbeidsmarktbeleid
(27 914, nr. 1);</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">–</nadruk> de deelonderzoeken in het kader van
de evaluatie van de WIW (SOZA-01-762).</al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Spoelman</nadruk> (PvdA) merkt op dat het arbeidsmarktinstrumentarium
moet worden aangepast vanwege de gewijzigde economische omstandigheden en
wijzigingen in de uitvoering van het sociale stelsel. In het interdepartementaal
beleidsonderzoek (IBO) is helaas alleen gekeken naar de effecten van de uitstroom
naar regulier werk en niet naar het welbevinden van de mensen in de gesubsidieerde
arbeid en wat deze arbeid de maatschappij oplevert.</al>
      <al>Het arbeidsmarktbeleid kent twee doelstellingen. De eerste is, mensen
zo snel mogelijk minder afhankelijk te laten zijn van uitkeringen door hen
duurzaam aan werk te helpen. Dat doel is de laatste tijd bereikt voor een
grote groep mensen, zelfs voor hen die langdurig op een uitkeringen aangewezen
waren. Hiertoe zijn tal van instrumenten ingezet, die echter zeer divers zijn,
hetgeen niet bijdraagt aan de effectiviteit van de instrumenten en het bereiken
van het doel. De regelingen beconcurreren elkaar. Het is voor een werkgever
aantrekkelijk een WIW-baan (Wet inschakeling werkzoekenden) om te zetten in
een ID-baan (instroming en doorstroming). De WIW is namelijk gericht op uitstroom
naar regulier werk, terwijl mensen in een ID-baan mogen blijven werken. Bovendien
krijgen werkgevers nog eens geld toe. Het belang van de werkzoekende staat
daarbij niet voorop.</al>
      <al>Het beleid is gericht op een aantal tevoren, ook met de Kamer, afgesproken
trajecten, terwijl het alleen gericht zou moeten zijn op het aan het werk
helpen van zoveel mogelijk mensen. Het zou echter kortzichtig zijn de regelingen,
ondanks de onvolkomenheden, af te schaffen, omdat nog steeds grote
groepen mensen door middel van werkervaring, eventueel in combinatie met scholing
weer aan het werk geholpen kunnen en moeten worden.</al>
      <al>De tweede doelstelling van het arbeidsmarktbeleid is om mensen die nooit
zullen doorstromen naar regulier werk, omdat zij daarvoor niet geschikt zijn,
een permanente, beschermde werkplek te bieden. Voor hen zijn twee regelingen
ontwikkeld. Voor mensen met een lichamelijke, psychische of geestelijke handicap
is er de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Voor mensen met een sociale handicap
is er de ID-regeling. Regulier werk is voor hen geen optie, omdat zij bijvoorbeeld
de druk van een bedrijf niet aankunnen. Voor hen is aangepast werk nodig,
ook vanuit sociaal oogpunt vanwege de zingeving voor de betreffende persoon
en diens omgeving. Betaalde arbeid is niet alleen belangrijk vanwege de inkomsten,
maar ook omdat arbeid garant staat voor een geaccepteerde maatschappelijke
positie. Het is de plicht van de samenleving deze mensen perspectief te bieden.
Het moet wel zinvol werk zijn, want het routinematige werk van de sociale
werkvoorziening is voor deze groep minder geschikt.</al>
      <al>De ID-regeling is bedacht in een andere economische situatie. Er zijn
destijds functies gecreëerd voor mensen die op de huidige arbeidsmarkt
regulier aan de slag kunnen. Mensen konden vaak meer, maar er waren onvoldoende
reguliere banen. In sommige gevallen is de functie aangepast aan het niveau
van de werknemer, met name academici. Dergelijke functies dienen te worden
omgezet in reguliere banen. Er moet nu gesubsidieerde arbeid aangeboden worden
voor de moeilijkst te bemiddelen groep. Voor hen zijn er onvoldoende functies,
terwijl andere plekken bezet worden gehouden door mensen die met wat extra
begeleiding zouden kunnen uitstromen naar regulier werk.</al>
      <al>Mevrouw Spoelman is ervan overtuigd dat de arbeidsmarktinstrumenten hun
nut en noodzaak bewezen hebben, maar zij moeten wel worden aangepast aan de
toekomstige ontwikkelingen. Gesubsidieerd werk zal nodig blijven, enerzijds
om ervaring op te doen, anderzijds om mensen een beschutte, nuttige werkplek
te bieden. Enkele gemeenten hebben inmiddels interessante plannen ontwikkeld
en experimenteren daarmee. Dat alles moet een beleidskader vormen dat wordt
opgesteld door de Raad voor werk en inkomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP) merkt op dat uit het IBO-rapport
blijkt dat ID-banen een onmisbare aanvulling zijn geworden op het werk in
de publieke dienstverlening en dat WIW'ers vaak hetzelfde werk doen als hun
niet gesubsidieerde collega's. De openbare veiligheid, het onderwijs, de zorg-
en welzijnssector draaien voor een belangrijk deel op deze banen. Dit werk
is eerder wegbezuinigd als reguliere baan, maar via deze regeling teruggekomen.</al>
      <al>Als ID-banen volwaardige banen zijn, dan hoort daar ook een volwaardige
beloning bij. Mensen in de WIW worden echter zo'n 20% à 30% onderbetaald.
De reden is dat WIW-banen geënt zijn op een 32-urige werkweek en gekoppeld
aan het minimumloon. Bij de ID-banen speelt hetzelfde. Het duurt heel erg
lang voordat men 130% van het minimumloon betaald krijgt. Ondanks werk komen
de mensen zo niet uit de armoede. Mensen moeten beloond worden naar het niveau
van hun functie.</al>
      <al>Hoewel WIW- en ID-banen zijn bedoeld om werkervaring op te doen en uit
te stromen naar regulier werk, blijkt uit het IBO-onderzoek dat de uitstroom
uit de WIW slechts 20% is en uit de ID nog geen 6%. De SP heeft zelf onderzoek
gedaan naar de uitstroom. Gebleken is dat als mensen lang een gesubsidieerde
baan hebben, de kans groot is dat zij er niet meer uit komen. Bovendien zijn
werkgevers er vaak op uit mensen in die banen te houden, ook al is uitstroom
binnen het bedrijf mogelijk, omdat er een financiële vergoeding tegenover
staat. De combinatie van onderbetaling en het gevangen blijven
zitten in banenplannen, noemt de heer De Wit gesubsidieerde uitbuiting.</al>
      <al>Hij steunt de conclusie van het IBO-rapport dat gesubsidieerde banen moeten
worden omgezet in reguliere. Degenen met een reguliere baan moeten de garantie
krijgen dat zij deze baan behouden. Het kabinetsstandpunt is echter niet duidelijk.
Wil de minister de mogelijkheden van de Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten
(REA) verruimen en op deze mensen van toepassing verklaren?</al>
      <al>Er zullen altijd mensen blijven die aangewezen zijn op gesubsidieerde
arbeid. Kunnen de criteria voor de WSW worden verruimd, zodat deze regeling
meer mogelijkheden biedt aan mensen die nog niet toe zijn aan een reguliere
baan? Is detachering buiten de WSW een mogelijkheid?</al>
      <al>De beloning van WIW- en ID-banen moet verhoogd worden tot ten minste 130%
van het minimumloon. Zijn voorkeur gaat uit naar functieloon. De suggestie
uit het IBO-rapport om de speciale afdrachtskorting (SPAK) om te zetten in
een inkomensafhankelijke arbeidskorting is een belangrijk middel om het armoedeprobleem
op te heffen. Mensen die uitstromen naar een reguliere baan moeten de garantie
krijgen dat zij kunnen terugkeren naar een meer beschermde omgeving.</al>
      <al>De minister schrijft dat het IBO-rapport geen aanleiding geeft tot een
apart kabinetsstandpunt over de WSW. Is de minister bereid tot een apart overleg
over de WSW, aangezien daar al vier jaar niet meer over is gesproken?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Van Gent</nadruk> (GroenLinks) benadrukt dat
de werknemers in de gesubsidieerde banen belangrijk werk verrichten dat niet
gemist kan worden. Het gesubsidieerde werk mag dan ook niet afgeschaft worden,
integendeel er moet meer in geïnvesteerd worden. Een deel van de gesubsidieerde
arbeid kan echter omgezet worden in reguliere banen. Voorheen waren het ook
reguliere banen die zijn wegbezuinigd en nu goedkoop terugkomen. Dat is geen
goed arbeidsmarktbeleid. Heroverweging van het huidige arbeidsmarktbeleid
is noodzakelijk. Gesubsidieerde arbeid is niet zozeer een economisch als wel
een maatschappelijk vraagstuk. De maatschappelijke functie van gesubsidieerde
arbeid is groot en moet gewaardeerd worden.</al>
      <al>Er zullen altijd groepen op de arbeidsmarkt zijn die het in een reguliere
baan niet redden. Zij hebben extra steun en begeleiding nodig. Als zij ondanks
alle steun op de reguliere arbeidsmarkt geen plek vinden, dienen ook zij voor
een goed inkomen een plek te behouden op de arbeidsmarkt. Ook de werkgevers
hebben daarin een taak te vervullen. De overheid heeft voor deze groep een
maatschappelijke verantwoordelijkheid door het creëren van gesubsidieerde
banen.</al>
      <al>Het IBO signaleert veel knelpunten in het arbeidsmarktinstrumentarium.
Om die op te lossen dient het huidige instrumentarium te worden heroverwogen.
Een van de interessante aanbevelingen is dat werk moet lonen. Om werken aantrekkelijk
te maken, dient de armoedeval vermeden te worden. De aanbeveling, de fiscale
stimulering van de vraag naar lager gekwalificeerde arbeid af te schaffen
en om te zetten in een verhoging van de arbeidskorting of een introductie
van een inkomensafhankelijk earned income tax credit (EITC) klinkt mevrouw
Van Gent als muziek in de oren. Het kabinet stelt ook dat werk moet lonen,
maar maakt niet duidelijk hoe dat verder uitgewerkt wordt. Wil de minister
daarop ingaan?</al>
      <al>In haar visie zou het goed zijn als tweederde van de ID-banen, de vroegere
Melkertbanen, worden omgezet in reguliere banen. In de collectieve sector
is een aantal jaren geleden flink gesneden. Door het creëren van Melkertbanen
kreeg de collectieve sector extra arbeidskrachten. In wezen zijn het echter
reguliere banen die als zodanig betaald moeten worden. Het beschikbare geld
moet voor een deel worden ingezet om van de ID-banen reguliere banen te maken.
Hoe denkt de minister daarover? </al>
      <al>Zij maakt zich zorgen over de budgetten voor de gesubsidieerde arbeid.
In de conceptverkiezingsprogramma's van VVD en CDA wordt een voorschot genomen
op verlaging van deze budgetten. Deze middelen dienen onverkort te worden
ingezet voor de doelgroep en de sectoren die hun werk waarderen. Er dient
een duidelijke regeling voor gesubsidieerde arbeid te komen. Aan de WSW, de
WIW en de resterende ID-banen dient in een regeling met drie fases vorm te
worden gegeven, zodat het geheel overzichtelijker wordt. De WSW dient hierbij
nadrukkelijk te worden betrokken. Moet de werking van de WSW worden verruimd?</al>
      <al>De mensen die in de gesubsidieerde banen werken, hebben recht op meer
zekerheid voor hun toekomst. Hun positie moet worden verbeterd. Is het kabinet
bereid met een toekomstvisie op dit gebied te komen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD) constateert dat de arbeidsmarktinstrumenten
ter discussie worden gesteld als gevolg van het grote succes van het gevoerde
paarse werkgelegenheidsbeleid. Door een consequent sociaal-economisch beleid
te voeren, is de omvang van de werkloze beroepsbevolking sterk gedaald en
zelfs lager dan het aantal vacatures. Zelfs een deel van de vacatures voor
de lagere en elementaire beroepen is moeilijk te vervullen.</al>
      <al>Bijzonder veel waardering heeft hij voor het rapport van de IBO-werkgroep
over de arbeidsmarktinstrumenten, waarin niet getracht wordt de kool en de
geit te sparen.</al>
      <al>Sinds 1994 is het budget voor het arbeidsmarktinstrumentarium verdubbeld,
terwijl de doelgroep is verkleind. De conclusie is dan ook dat het budget
kan worden verlaagd. Op grond van de opgedane ervaringen moeten deze instrumenten
in een veranderde arbeidsmarkt zodanig worden bijgesteld dat voor de huidige
doelgroep het meest bereikt kan worden.</al>
      <al>De heer Kamp merkt op de beschermde werkgelegenheid (WSW) buiten beschouwing
te laten, omdat hij voor deze groep mensen geen verlaging van het budget wil
en hij ook nog niet toe is aan een andere opzet. De voorstellen van de werkgroep
om een duidelijke scheiding te maken tussen de klassieke sociale werkplaatsen
en brede reïntegratiebedrijven zijn interessant. Een apart overleg over
de WSW lijkt zinvol.</al>
      <al>De hoofdvraag is hoe je mensen aan het werk krijgt die kunnen werken,
geen werk hebben, niet aangewezen zijn op de sociale werkvoorziening, maar
zich nog niet op eigen kracht kunnen redden. Voor de doelgroep moet werken
nodig en lonend zijn. Alleen de inzet van arbeidsmarktinstrumenten is onvoldoende.
Uitkeringsinstanties functioneren vaak zo dat werken niet nodig is. Daarnaast
wordt door de armoedeval werken soms niet lonend. Daarom moet zowel de armoedeval
worden aangepakt als een koppeling worden gelegd tussen de inzet van arbeidsmarktinstrumenten
en het noodzakelijk maken van werken. Uitvoeringsinstanties zijn de gemeenten
en de uitvoeringsinstellingen die worden samengevoegd tot het uitvoeringsinstituut
voor de werknemersverzekeringen (UWV).</al>
      <al>De volgende aanbevelingen van de werkgroep dienen te worden omgezet in
beleid. 1. De inzet van arbeidsmarktinstrumenten dient te worden gekoppeld
aan sancties. Als mensen mogelijkheden krijgen en zij worden geprikkeld om
daarvan gebruik te maken, dan blijkt in de praktijk dat op die manier de beste
resultaten worden bereikt. 2. Scholing en werk dienen gelijk op te gaan. 3.
Gemeenten moeten meer beleidsvrijheid krijgen en meer geld. Als zij resultaten
boeken, moeten zij daarvan zelf profiteren. Het financiële belang van
de gemeenten bij de uitvoering van de Bijstandswet dient op 50% gebracht te
worden. 4. De fasering vooraf dient te worden afgeschaft, omdat zij contraproductief
is. Enkele grote gemeenten bezoeken mensen in fase 4 en krijgen een groot
percentage binnen een jaar aan regulier werk.</al>
      <al>Wie werken kan, niet op de sociale werkvoorziening is aangewezen en om
een uitkering vraagt, moet vanaf het begin met een combinatie van bemiddeling,
hulp, controle en sancties worden aangezet tot het zoeken, aanvaarden en behouden
van werk. De armoedeval mag niet als een feit worden geaccepteerd.</al>
      <al>Het maximale budget voor de ID-banen is vastgelegd in het regeerakkoord.
Uitgaande van het eindbedrag kan eenderde deel van het budget voor de ID-banen
worden verlaagd, omdat de doelgroep is verkleind, terwijl het budget sinds
1994 is verdubbeld. Van het restant van het budget kan eenderde deel onder
nader te bepalen voorwaarden naar de gemeenten worden overgeheveld. De gemeenten
kunnen de maatschappelijk nuttige extra werkgelegenheid in de publieke sector
die zij de afgelopen jaren hebben gecreëerd in stand houden. Hieraan
zijn nadere voorwaarden verbonden, opdat de doelgroep die met deze middelen
aan het werk is gekomen, niet opzij wordt gezet, maar zijn baan kan behouden.
Het resterende eenderde deel van het ID-budget kan tegelijk met het WIW-budget
in zijn geheel naar de gemeenten die het kunnen gebruiken voor eigen beleid
om een maximaal resultaat te bereiken en voor het instandhouden van werkervaringsplaatsen.</al>
      <al>De minister dient ervoor te zorgen dat een echte reïntegratiemarkt
tot stand komt. Op deze markt mogen geen toetredingsbelemmeringen zijn. Bedrijven
moeten vrij zijn hun diensten op die markt aan te bieden. Wel dient er een
strikte scheiding te zijn tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers om te voorkomen
dat gemeenten het werk geven aan bedrijven die zij zelf aansturen. Opdrachtgevers
dienen volledige keuzevrijheid te hebben. Wil de minister er met hulp van
de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) voor zorgen dat de reïntegratiemarkt
op gang komt?</al>
      <al>Het is wenselijk het totaalbudget, dat verlaagd kan worden, in de toekomst
te koppelen aan de omvang van de doelgroep en wel zodanig dat er geen negatieve
incentive van uitgaat, dat wil zeggen dat niemand gestimuleerd wordt om de
doelgroep groot te houden om zoveel mogelijk geld binnen te krijgen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Verburg</nadruk> (CDA) spreekt haar waardering
uit voor het rapport van het IBO, waarin verschillende arbeidsmarktbeleidsinstrumenten
tegen het licht worden gehouden. De kabinetsreactie op het rapport stelt haar
echter teleur. Door te gemakkelijk bij sommige aanbevelingen aan te tekenen
dat zij reeds beleid zijn, maakt de minister duidelijk dat hij deze kabinetsperiode
niet meer van plan is het arbeidsmarktbeleid en -instrumentarium te vernieuwen
en te verbeteren. Het is jammer dat de minister zo afhoudend reageert en slechts
opmerkt dat hij veel herkent als bestaand beleid en dat het rapport een goede
basis vormt voor verder denkwerk over het arbeidsmarktbeleid. De minister
kiest ervoor op de handen te blijven zitten in plaats van een begin te maken
met het kappen in het oerwoud van regelingen en subsidies.</al>
      <al>Het kabinet gaat niet echt in op het voorstel van de werkgroep om de WIW
af te schaffen en gemeenten de ruimte te geven binnen het Fonds werk en inkomen
(FWI) meer maatwerk te leveren, gericht op plaatsing in reguliere banen. Volstaan
wordt met te wijzen op de agenda voor de toekomst waarin met gemeenten afspraken
zijn gemaakt. Het integreren van de WIW in het FWI maakt daarvan echter geen
onderdeel uit. Waarom schuift de minister dat voor zich uit naar een volgende
kabinetsperiode? Gemeenten zijn in toenemende mate verantwoordelijk en geven
aan dit te willen en aan te kunnen. Zij moeten wel op resultaten kunnen worden
afgerekend. Daartoe dienen de volgende stappen te worden genomen.</al>
      <al>1. een FWI met ruimte voor de gemeente;</al>
      <al>2. uitstroom naar een duurzame, normale baan moet lonen;</al>
      <al>3. sluitende aanpak van werklozen;</al>
      <al>4. een daarop afgestemd, consequent sanctiebeleid.</al>
      <al>Er is geen reden hiermee tot een volgende kabinetsperiode te wachten.</al>
      <al>Hoewel de werkgroep concludeert dat langdurige trajecten van scholing
en begeleiding nauwelijks de positie op de arbeidsmarkt aantoonbaar versterken,
komt het kabinet niet verder dan het voornemen de fase-indeling nog eens nader
te bestuderen. De fase-indeling is echter een belemmering voor de werkzoekende.
Fase-indeling moet een middel zijn en geen doel op zichzelf. Is de minister
bereid de fase-indeling los te laten en te kiezen voor de benadering die de
werkgroep aangeeft, namelijk werkende weg een plaats vinden op de arbeidsmarkt?</al>
      <al>Zij betreurt het dat het kabinet het voorstel om de ID-banen voor maatschappelijk
onmisbaar werk om te zetten in gewone banen en de rest onder te brengen in
het FWI afwijst en doorschuift naar een nieuw regeerakkoord. Voor haar is
dit de kern van het beleid. Veel ID-banen zijn in de plaats gekomen van banen
die eerder zijn wegbezuinigd. Mensen in de ID-banen blijven hangen op het
niveau van 130% tot 150% van het minimumloon. Maatschappelijk zinvol werk
moet worden omgezet in reguliere banen. Gewoon werk moet gewoon worden gewaardeerd,
zonder Melkertplafonds. Er moeten geen nieuwe ID-banen meer worden gecreëerd
en er moet een vacaturestop komen voor de ID-banen die vrijkomen doordat iemand
uitstroomt.</al>
      <al>De armoedeval vormt een grote belemmering om weer aan de slag te komen.
Kamerbreed is men het erover eens dat dit probleem dringend moet worden opgelost.
De minister verwijst in zijn reactie op het IBO-rapport alleen maar naar een
gedachtewisseling over het rapport Verkenning, belasting en premieheffing.
Voorts verwijst hij naar de meerjarige aanpak van de armoedeval waartoe het
kabinet heeft besloten. Hoe gaat die aanpak eruit zien? Of wordt de oplossing
van de armoedeval net als de aanpak van de gesubsidieerde arbeid doorgeschoven
naar een volgend kabinet?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Bakker</nadruk> (D66) merkt op dat gesubsidieerde
arbeid belangrijk was, is en blijft, niet per se in de huidige omvang of in
dezelfde vorm. Hoewel door de creatie van Melkertbanen het uitkeringsgeld
zeer productief is ingezet, heeft hij wel kritiek op de vormgeving van deze
banen. Er is te weinig ingezet op doorstroming, omdat steeds is benadrukt
dat het ging om gewone banen voor bijzondere doelgroepen. Voorts is er te
weinig geïnvesteerd in mensen. De onderkant van de arbeidsmarkt is geheel
gecollectiviseerd. Het gevolg daarvan is dat te weinig geprofiteerd kon worden
van de gunstige economische situatie van de laatste jaren om de mensen in
een veel groter tempo te laten doorstromen. De situatie is nu dat al deze
additionele banen, hoe nuttig ook, tot een soort apartheid op de arbeidsmarkt
hebben geleid en een armoedeval. Door gebrek aan perspectief ontstaat demotivatie,
een hoog ziekteverzuim, vooral in de grote steden en een grote uitstroom uit
de WIW in de WAO. De conclusie kan dan ook niet anders luiden dan dat het
nodige moet veranderen. Hij sluit zich aan bij de woorden van lof voor het
IBO-rapport.</al>
      <al>De heer Bakker steunt het voorstel de SPAK te veranderen in een EITC,
omdat dit de mogelijkheid biedt de armoedeval te verkleinen. Dat geldt ook
voor het conjunctuurbestendig maken van het aantal additionele banen, want
als er grote arbeidsmarktproblemen zijn, zijn daar meer van nodig. Er moet
meer worden geïnvesteerd in doorstromen. Dat betekent investeren in mensen.
Onmisbare functies dienen te worden omgezet in reguliere banen. De opstap
is een ID-baan, maar daarna dient men door te stromen naar regulier werk.
Iemand met een ID-baan dient binnen dat bedrijf ook voorrang te hebben bij
sollicitaties. Belangrijk zijn incentives voor betrokkenen, gemeenten en werkgevers.
Er moet een einde komen aan het indelen in fases van mensen. Gekozen moet
worden voor een persoonlijke benadering en profilering.</al>
      <al>De heer Bakker is teleurgesteld in het regeringsstandpunt. Het IBO-rapport
behelst een goede verkenning van de mogelijkheden en een beleidsagenda. Van
de regering mag meer verwacht worden dan een nadere oriëntatie, nadere
verkenning en dergelijke. Voor de komende kabinetsformatie dient
een richting ontwikkeld te worden, zodat beleidsopties kunnen worden voorbereid
die over een halfjaar snel kunnen worden ingezet.</al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de minister</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> antwoordt dat het IBO-rapport
op verzoek van de regering is geschreven als verkenning van het arbeidsmarktinstrumentarium
in het licht van de huidige en toekomstige arbeidsmarkt. Een deel van het
instrumentarium dateert uit een periode waarin de arbeidsmarkt totaal verschilde
van de huidige. Het is hem opgevallen dat de leden van de commissie het rapport
zeer toejuichen en in hun verkiezingsprogramma's daar een voorschot op hebben
genomen. Het werkgelegenheidsbeleid van het paarse kabinet is het meest succesvolle
in Europa geweest. Toch heeft het kabinet onderzocht of het gevoerde beleid
wellicht nog beter kan in het licht van de toekomstige arbeidsmarkt. Een deel
van de aanbevelingen van de werkgroep is reeds bestaand beleid. Vervolgens
worden er wel accenten gelegd. Een aantal van die accenten/beleidswijzigingen
zal door dit kabinet worden voorbereid. Het kabinet blijft dus niet op de
handen zitten, maar bereidt wel degelijk nieuw beleid voor, zodat een nieuwe
regering daarmee meteen aan de slag kan. Zes maanden voor de verkiezingen
kunnen geen ingrijpende beleidswijzigingen meer worden doorgevoerd. Het is
ook niet mogelijk, omdat er verplichtingen zijn aangegaan, bijvoorbeeld voor
het aantal ID-banen dat aan gemeenten is toegekend.</al>
      <al>De minister wijst erop dat toen met de studie in de zomer van 2000 werd
begonnen, de wereld er heel anders uitzag. De arbeidsmarkt was oververhit.
Inmiddels neemt de krapte op de arbeidsmarkt af. De langjarige voorspellingen
van het CPB zijn achterhaald. Het is de vraag of de voorspelde 1,5% groei
volgend jaar gehaald kan worden. Er moet dan ook rekening mee gehouden worden
dat de werkloosheid zal oplopen.</al>
      <al>Het ideaal blijft een reguliere baan. Daarnaast blijven gesubsidieerde
banen in een aantal gevallen nodig, maar de vraag is in welke omvang en in
welke vorm. Ook mag er niet al te veel bureaucratische rompslomp aan verbonden
zijn. Intern wordt gewerkt aan de aanbeveling van de werkgroep om de vorm
van de ID-banen te veranderen. Het is teleurstellend dat er zo weinig doorstroming
is. Kennelijk zijn daarvoor te weinig prikkels.</al>
      <al>De minister antwoordt dat er geen apart kabinetsstandpunt komt over de
WSW, omdat de knelpunten in een afzonderlijk algemeen overleg met de Kamer
zullen worden besproken.</al>
      <al>Hij erkent dat de uitvoering van de WIW beter kan. Het is belangrijk consequent
te zijn in het aanbieden van werk. De nadruk moet liggen op werk. Is dat niet
mogelijk dan is de combinatie van werk en leren verreweg het beste. De ervaring
heeft geleerd dat het beter lukt mensen aan de slag te krijgen als zij niet
al te lang alleen maar scholing krijgen, maar dat combineren met werk. De
kans is dan groot dat zij heel snel naar de reguliere arbeidsmarkt kunnen
worden toegeleid. Als er een passend aanbod wordt gedaan, is er aan beide
kanten sprake van rechten en verplichtingen. Een consequent en consistent
sanctiebeleid maakt daarvan deel uit. In de Agenda van de toekomst is dit
met de VNG overeengekomen. Er zal op worden toegezien dat de sancties worden
toegepast. Als het niet gebeurt, zal hij gebruik maken van zijn bevoegdheden
om dat af te dwingen. Hij wijst in dat verband op het brede onderzoek naar
de werking van de sociale diensten. De Kamer kan daar binnenkort een overzicht
van verwachten. Er zijn 504 gemeenten doorgelicht. Dat onderzoek is erop gericht
duidelijk te maken dat bijstand uitsluitend bedoeld is en blijft voor mensen
die het echt nodig hebben. Mensen die kunnen werken, moeten dat ook doen.
Zij worden geactiveerd, krijgen scholing en ondersteuning bij het zoeken van
werk. Wie daaraan niet meewerkt, moet het maar voelen.</al>
      <al>Als in het IBO-rapport staat dat de prikkelwerking moet worden verstevigd, dan is dat reeds onderdeel van het huidige beleid. Wie dat ontkent,
maakt een karikatuur van het werkgelegenheidsbeleid van het kabinet. Wie het
rapport een pluim geeft, maar vervolgens het werkgelegenheidsbeleid totaal
wil veranderen, had dat eerder te kennen moeten geven. Dat geldt ook voor
het verzoek de gemeenten meer ruimte te geven. De minister wijst erop dat
er inmiddels bij de Kamer een wetsvoorstel ligt om de beleidsruimte voor de
gemeenten te vergroten, zodat zij op ruime schaal kunnen experimenteren. Het
FWI biedt daartoe ook ruimte. Hij stelt vast dat een brede meerderheid in
de Kamer achter het gevoerde beleid staat en dat hij het regeerakkoord uitvoert.
Als de werkgroep met een aanbeveling komt die veel verder gaat dan het regeerakkoord,
worden er wel de voorbereidingen voor getroffen. De minister zegt toe dat
de aanbevelingen rond de kabinetsformatie uitgewerkt zullen klaarliggen, zodat
er gebruik van gemaakt kan worden.</al>
      <al>De minister denkt niet aan verruiming van de Wet REA. Als iemand in aanmerking
komt voor functieloon, is de beste oplossing een normale baan, want betrokkene
kan blijkbaar die functie uitoefenen. Hij hoort dan niet thuis in een gesubsidieerde
baan.</al>
      <al>Een bepaald aantal gesubsidieerde banen zal ook in de toekomst nodig blijven.
Nederland is daarin niet uniek, want alle Europese landen hebben dergelijke
banen. Deze gesubsidieerde banen zijn niet alleen maatschappelijk, maar ook
economisch van belang. De opzet is ze effectiever en doelmatiger te maken.</al>
      <al>De minister wijst erop dat bij afschaffing van de SPAK de loonkosten voor
relatief laagopgeleide werknemers zullen stijgen. Die loonkostenstijging zal
vooral gevoeld worden door het midden- en kleinbedrijf (MKB). De gedachte
de SPAK af te schaffen, is al eerder geopperd. Het MKB heeft daarop meteen
negatief gereageerd. De aanbeveling van de IBO-groep is genuanceerder, namelijk
de SPAK vraagen aanbodgestuurd te gebruiken. Bij het najaarsoverleg bleek
wel dat het de werkgevers hoofdzakelijk om de loonkosten ging en niet om het
belang van de werknemers.</al>
      <al>Er is de afgelopen jaren een begin gemaakt met de aanpak van de armoedeval.
Het kabinet had daarvoor f.6000 per werknemer uitgetrokken, maar de Kamer
heeft daarvan f.5000 gemaakt. Met de VNG wordt overleg gevoerd over een gemeentelijke,
ondersteunende regeling, waarom bij de motie-Noorman-den Uyl was gevraagd.
De opzet is tot een landelijke, uniforme regeling te komen die uitsluitend
geldt voor mensen zonder arbeidsmarktperspectief. Als inkomensondersteuning
uitsluitend wordt toegekend aan deze categorie, betekent dat een verkleining
van de armoedeval. Daarnaast is in het verleden al voorgesteld, de arbeidskorting
te verhogen. Dit draagt mede bij aan verkleining van de armoedeval. Desgevraagd
antwoordt de minister dat er inderdaad geen incentive moet komen op niet kunnen
werken.</al>
      <al>Het hele financiële gebouw van het arbeidsmarktbeleid is opgebouwd
rond de fase-indeling. Hij erkent dat van de fase-indeling een vorm van stigmatisering
kan uitgaan. De fase-indeling wordt nu te rigide gehanteerd. De minister zegt
toe de mogelijkheden van een andere opzet te bekijken en voor te bereiden.
Het is niet mogelijk de resultaten hiervan voor 1 maart naar de Kamer te zenden.
Met de VNG is al gesproken over een effectievere vorm van de fase-indeling.</al>
      <al>Het kabinet handelt de beleidsvoornemens, vastgelegd in het regeerakkoord
af. Dat geldt ook voor de ID-banen. Een van de aanbevelingen uit het IBO-rapport
is een deel van de ID-banen regulier te maken. Deze keuze zal door een nieuw
kabinet gemaakt moeten worden. Het huidige kabinet zal een verkenning naar
de vormgeving van de ID-banen uitvoeren. De vraag die daarbij moet worden
betrokken, is om welke functies het moet gaan en wat de budgettaire consequenties
ervan zijn. De voors en tegens zullen op een rijtje worden gezet, zodat aan
de hand daarvan een keuze kan worden gemaakt. De minister voelt er echter
niets voor vooruitlopend op een herijking van het beleid, met
de grenzen van de beloning voor ID-banen te gaan schuiven.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
        <naam>Terpstra,</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
        <naam>Nava</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel
(D66), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Van Lente (VVD),
Van Dijke (ChristenUnie), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP),
Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Balkenende (CDA), Van Gent (GroenLinks),
Smits (PvdA), Verburg (CDA), Bussemaker (PvdA), Spoelman (PvdA), Örgü
(VVD), Van der Staaij (SGP), Santi (PvdA), Wilders (VVD), Snijder-Hazelhoff
(VVD), Depla (PvdA), Bolhuis (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes
(D66), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop
(ChristenUnie), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Ten Hoopen
(CDA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Rosenmöller (GroenLinks),
Schoenmakers (PvdA), Dankers (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Middel (PvdA), Weekers
(VVD), Van Walsem (D66), Oudkerk (PvdA), De Vries (VVD), Van Splunter (VVD),
Van der Hoek (PvdA), Hamer (PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>