Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201127859 nr. 42

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 april 2011

Naar aanleiding van het verzoek van het lid Koopmans (CDA) treft u hierbij aan een reactie op het bericht van RTL dat Nederland ongeveer 400 000 spookburgers kent.

Spookburgers

Het feit dat de GBA mensen kent die wel een adres hebben, er niet wonen en vervolgens als geëmigreerd worden beschouwd (VOW), is een direct gevolg van de wettelijk gekozen systematiek. Immers, indien geconstateerd wordt dat een ingezetene niet meer woont op het adres waar hij of zij stond ingeschreven en onvindbaar is, wordt de bijhouding opgeschort, maar de gegevens worden niet verwijderd (hij blijft altijd behouden in de GBA). Het is daarmee de keuze geweest van de wetgever om personen wel in te schrijven maar niet meer uit te schrijven op het moment dat bijhouding van persoonsgegevens niet meer mogelijk is omdat een voor de overheid bereikbaar adres van de betrokken persoon in Nederland ontbreekt. Registratie vertrokken onbekend waarheen vindt pas plaats op het moment dat een gemeente heeft onderzocht of hij elders in de gemeente of in een andere gemeente een nieuw adres heeft en dat onderzoek geen resultaat heeft opgeleverd. De gemeente wordt in dit onderzoek ondersteund door afnemers van de GBA, omdat afnemers terugmelden op het moment dat deze afnemers wel in het bezit zijn van informatie over de verblijfsplaats van de betrokkene. Het aantal VOW personen is daarmee volgens de systematiek van de wet GBA een opgebouwd restant van personen die tijdelijk in Nederland hebben verbleven en het vertrek naar het buitenland ten onrechte niet hebben gemeld. Het overgrote gedeelte van deze personen heeft een andere dan de Nederlandse nationaliteit. Een (klein) gedeelte van dit aantal zal uiteraard personen betreffen die nog wel in Nederland verblijven, maar waarvan de huidige verblijfplaats onbekend is. De systematiek van verplicht gebruik en terugmelden, is er echter op gericht om deze mensen zo snel als mogelijk wel opnieuw met een bekend adres in de GBA in te schrijven. Een burger heeft er nu eenmaal belang bij ingeschreven te staan in de GBA op het moment dat hij een beroep wil doen op een dienst, een uitkering of een toelage van de overheid.

Kwaliteit GBA

De afgelopen jaren is een groot aantal acties in gang gezet om de kwaliteit van de GBA te verbeteren (actieplan kwaliteit). Hierop aansluitend zal ik in het wetsvoorstel BRP een bepaling opnemen die als grondslag kan dienen om een uitwisseling of vergelijking van gegevens tussen registraties binnen de overheid mogelijk te maken. De vergelijking of uitwisseling van gegevens kan dan voor de ambtenaar burgerzaken als signaal dienen om te bezien of een burger in gebreke is met het doen van aangifte van verblijf en deze gegevens na het instellen van een gedegen feitelijk adresonderzoek alsnog – eventueel ambtshalve – in de GBA moeten worden opgenomen. Uiteraard zal ik in het voorstel aandacht geven aan de kaders die de Wet GBA en de Wet bescherming persoonsgegevens aan de uitwisseling of vergelijking van dergelijke bestanden stellen. Ook zal ik afnemers gericht benaderen om het proces van terugmelden verder te verbeteren, met als doel de kwaliteit en het aantal terugmeldingen te verhogen.

Ten slotte zal ik conform de planning van het actieplan Kwaliteit GBA van juni 2008, het actieplan dit jaar evalueren. Onderdeel van deze evaluatie is dat in nauwe samenwerking met VNG, NVVB, gemeenten en afnemers wordt vastgesteld wat het actieplan aan resultaten heeft opgeleverd én welke vervolgacties nodig zijn, (bijvoorbeeld wat terugmelden of overige specifieke voorlichting betreft). Onderdeel van de evaluatie is ook de stand van de invoering van de GBA als basisregistratie en de betrouwbaarheid daarvan. Ik zal uw Kamer nog dit jaar over de uitkomsten van de evaluatie en de vervolgstappen informeren.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner