Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201027859 nr. 34

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie

Nr. 34 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 april 2010

In uw brief van 12 maart 2010 (kenmerk 2010Z03972/2010D12772) verzoekt u om de stand van zaken ten aanzien van het wetsvoorstel Basisregistratie personen en de inrichting van het advies- en meldpunt klokkenluiders.

Voor wat betreft het wetsvoorstel Basisregistratie personen kan ik u het volgende melden. Het wetsvoorstel beoogt de huidige wet GBA te vervangen en zal onder meer ook een regeling gaan bevatten voor de registratie van niet-ingezetenen. Over de registratie van niet-ingezetenen is de Kamer geïnformeerd op 2 juli 2009 door middel van een zogenaamde startbrief (Kamerstukken 2008–2009, 27 859, nr. 26). Op dit moment worden de bij de uitvoering van de wet betrokken departementen en uitvoeringsorganisaties ambtelijk over het wetsvoorstel geconsulteerd. In dat kader worden door enkele organisaties ook uitvoeringstoetsen verricht. Tevens is een reactie op het wetsvoorstel gevraagd aan het College bescherming persoonsgegevens, het Adviescollege toetsing administratieve lasten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Na verwerking van de adviezen, reacties en conclusies van de uitvoeringstoetsen zal het wetsvoorstel in de ministerraad worden behandeld en voor advies worden toegezonden aan de Raad van State. Mede afhankelijk van de inhoud van het advies van de Raad van State kan het wetsvoorstel voor hernieuwde behandeling terugkomen in de ministerraad. Mijn streven is er nog steeds op gericht om het wetsvoorstel rond de zomer aan te bieden aan de Kamer.

Over de stand van zaken ten aanzien van de inrichting van het advies- en meldpunt klokkenluiders meld ik u dat de Stichting van de Arbeid en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) op 12 maart jl. een brief hebben gezonden waarin zij reageren op de voornemens met betrekking tot de instelling van een toekomstig advies- en verwijspunt en tevens ingaan op de motie Heijnen (TK 28 844, nr. 39).

De Stichting en de ROP zien het advies- en verwijspunt bij voorkeur als stichting, althans als zelfstandige rechtspersoon, ondergebracht bij de SER. Ik zal hierover op korte termijn overleg hebben met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Spoedig daarna zal ik u nader informeren.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten