﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27834-29/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2002-2003</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST68041</ordernr>
    <vergjaar>2002-2003</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 834</nummer>
      <naam>Criminaliteitsbeheersing</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>29</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 13 mei 2003</datum>
      <al>De vaste commissie voor Justitie<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> heeft op
24 april 2003 overleg gevoerd met minister Donner van Justitie over <nadruk type="vet">de brief van de minister van Justitie d.d. 10 maart 2003 inzake
het inzetten van criminele burgerinfiltranten in de bestrijding van terroristische
acties (27 834, nr. 28)</nadruk>.</al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Çörüz</nadruk> (CDA) gaat
in principe akkoord met de beleidswijziging om in het geval van terrorismebestrijding
gebruik te kunnen maken van criminele burgerinfiltranten. De aanslagen van
11 september 2001 nopen tot heroverweging van de middelen die politie en justitie
ter beschikking staan om adequaat op te treden tegen terrorisme. Een verbod
op de inzet van criminele burgerinfiltranten mag internationale samenwerking
op het vlak van terrorismebestrijding niet frustreren. De te volgen procedure,
waarbij goedkeuring is vereist van het College van procureurs-generaal en
de minister van Justitie, biedt voldoende waarborgen dat criminele burgerinfiltranten
slechts als ultimum remedium worden ingezet.</al>
      <al>De minister stelt in de brief dat hij de motie-Kalsbeek (25 403,
23 251, nr. 33), die de inzet van criminele burgerinfiltranten verbiedt,
«ten principale» ter discussie wil stellen. De heer Çörüz
benadrukt echter dat criminele burgerinfiltranten alleen mogen worden ingezet
in het kader van terrorismebestrijding. In andere gevallen moet de motie-Kalsbeek
onverkort van kracht blijven. Internationale terrorisme-onderzoeken waarbij
criminele burgerinfiltranten worden ingezet op Nederlandse bodem, moeten te
allen tijde onder verantwoordelijkheid vallen van een Nederlandse officier
van justitie. Aangezien terroristen meestal ideologische doelen nastreven,
is het de vraag of «gewone» criminelen, die heel andere motieven
hebben, wel geschikt zijn om te infiltreren in terroristische organisaties.</al>
      <al>De Algemene Rekenkamer concludeerde in het op 10 april 2003 verschenen
rapport Uitwisseling van opsporings- en terrorisme-informatie dat het nieuwe
systeem voor de uitwisseling van informatie over terrorisme tussen politiediensten
nauwelijks van de grond is gekomen. Bovendien zou er door slechte
samenwerking aan slagvaardigheid worden ingeboet. Hoe wil de minister deze
problemen oplossen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Cornielje</nadruk> (VVD) meent dat de opvattingen
over de inzet van criminele burgerinfiltranten door de gebeurtenissen van
11 september 2001 en de intensivering van terrorismebestrijding zijn veranderd.
Hij ondersteunt daarom de nieuwe beleidsrichting die het kabinet voorstelt.
Aangezien de inzet van criminele burgerinfiltranten echter risico's met zich
meebrengt, moet er snel een deugdelijke en zo nodig wettelijke regeling worden
ontworpen. Wordt de inzet van criminele burgerinfiltranten in andere gevallen
dan terrorismebestrijding absoluut uitgesloten? De voorwaarden dat de inzet
van een politie-infiltrant niet mogelijk is, andere opsporingsmethoden geen
resultaat opleveren en actie dringend vereist is, vindt de heer Cornielje
te vaag geformuleerd.</al>
      <al>Is aan de vijf in de brief genoemde criteria voldaan bij het door de minister
gehonoreerde rechtshulpverzoek? Het is niet fraai dat de Tweede Kamer pas
achteraf is geïnformeerd over de inzet van deze infiltrant. Aangezien
oud-minister van Justitie Korthals al in 2001 aangaf een beleidswijziging
te overwegen, was het beter geweest deze aan te kondigen alvorens daadwerkelijk
een criminele burgerinfiltrant in te zetten. Waarom is dit niet gebeurd? De
procedure voorziet op dit moment niet in het inlichten van de Tweede Kamer
over de inzet van criminele burgerinfiltranten. Hoe zal de Kamer de minister
in de toekomst kunnen controleren op dit punt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP) wil vooralsnog vasthouden
aan de motie-Kalsbeek. Hij vraagt om nadere informatie over de zaak waarin
de minister heeft besloten een criminele burgerinfiltrant in te zetten, zodat
kan worden beoordeeld of het wenselijk is af te wijken van de motie-Kalsbeek
en de aanbevelingen van de commissie-Van Traa. In de praktijk is gebleken
dat de inzet van criminele burgerinfiltranten grote risico's met zich meebrengt:
men heeft de infiltrant niet in de hand, het levert niet veel bruikbare informatie
op, de infiltrant wordt er alleen zelf beter van en de regie ligt niet in
handen van het openbaar ministerie.</al>
      <al>Wat voor personen zullen als criminele burgerinfiltrant worden ingeschakeld
bij terrorismebestrijding? Wat zullen de bevoegdheden zijn van criminele burgerinfiltranten
en hoe denkt de minister hen in de hand te houden? Het gaat te ver om criminele
burgerinfiltranten in te zetten voor het vergaren van bewijzen tegen verdachten
van terrorisme. De bestrijding van terrorisme is in de eerste plaats een taak
van de AIVD. Uit de brief van de minister blijkt dat de inzet van criminele
burgers wel is toegestaan in het kader van pseudo-koop of pseudo-dienstverlening.
Is dat niet voldoende? Verstaat de minister onder «opsporingsonderzoek»
ook buitenlandse opsporingsonderzoeken? Worden ook in deze gevallen de vijf
in de brief genoemde criteria gehanteerd?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Eerdmans</nadruk> (LPF) stemt in met de voorgestelde
beleidswijziging. Hoe denkt de minister echter de risico's weg te nemen die
destijds aanleiding waren voor de Kamer om een verbod uit te vaardigen op
de inzet van criminele burgerinfiltranten? Het gevaar bestaat dat de Nederlandse
staat door de inzet van infiltranten meewerkt aan het beramen van terroristische
aanslagen in plaats van deze te verijdelen. Hoe wil de minister voorkomen
dat een proces tegen terroristen afketst op de inzet van criminele burgerinfiltranten?</al>
      <al>De minister maakt in zijn brief onderscheid tussen strafrechtelijk onderzoek
en het werk van de AIVD. Kan dit onderscheid in het geval van terrorismebestrijding
echter wel worden gemaakt? Moet er voor de inzet van criminele burgerinfiltranten
altijd sprake zijn van een internationaal rechtshulpverzoek? Het is tenslotte
denkbaar dat er in Nederland een terroristische aanslag wordt
voorbereid, zonder dat het buitenland daaraan te pas komt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Straub</nadruk> (PvdA) is van mening dat de
minister in zijn brief niet voldoende argumenten aanvoert om de motie-Kalsbeek
opzij te schuiven. Zijn er concrete aanwijzingen dat de bestrijding van terroristische
organisaties stagneert bij handhaving van de motie-Kalsbeek? Wordt Nederland
aantrekkelijker voor terroristen als de Kamer voet bij stuk houdt? Hij is
niet overtuigd door het argument dat Nederland door het verbod op de inzet
van criminele burgerinfiltranten internationaal uit de pas loopt. Hoe heeft
de minister de bestaande juridische mogelijkheden in de Wet op de inlichtingen-
en veiligheidsdiensten afgewogen tegen de nadrukkelijke uitspraak van de Kamer?</al>
      <al>In de brief wordt onvoldoende ingegaan op de in de motie-Kalsbeek genoemde
risico's van inzet van criminele burgerinfiltranten. Hoe wil de minister deze
risico's beperken? Aangezien terrorisme en georganiseerde misdaad soms moeilijk
van elkaar te onderscheiden zijn, bestaat het risico dat criminele burgerinfiltranten
onder het mom van terrorismebestrijding breder worden ingezet. Hoe wil de
minister dit voorkomen? De strijd tegen het internationaal terrorisme mag
niet ontaarden in een heksenjacht. Uit onderzoek naar de aanslagen van 11
september 2001 is gebleken dat de daders op wilden gaan in de samenleving.
Het criminele verleden van een burgerinfiltrant lijkt daarom eerder een nadeel
dan een voordeel om aansluiting te vinden bij een terroristische organisatie.</al>
      <al>Over de inzet van een criminele burgerinfiltrant in het kader van een
internationaal rechtshulpverzoek stelt de heer Straub de volgende vragen:</al>
      <al>– Wanneer heeft de minister toestemming verleend voor de daadwerkelijke
inzet van een criminele burgerinfiltrant?</al>
      <al>– Welk land deed dit verzoek?</al>
      <al>– Heeft de inzet de gewenste resultaten opgeleverd?</al>
      <al>– Oud-minister Korthals zei in 2001 dat hij in geval van twijfel
geen toestemming zou geven. Had de minister in dit geval geen twijfels?</al>
      <al>– Hoe wil de minister toetsen of het bij een internationaal rechtshulpverzoek
inderdaad gaat om een vermoedelijke terroristische organisatie?</al>
      <al>– Wordt bij deze toets de aanleidinggevende informatie betrokken
of worden alleen de handelingen in Nederland getoetst aan het Nederlandse
recht?</al>
      <al>– Kan worden gewaarborgd dat een criminele burgerinfiltrant infiltreert
in de terroristische organisatie zelf en niet betrokken raakt bij georganiseerde
criminaliteit die als bron van inkomsten dient?</al>
      <al>De minister wekt de indruk dat de beleidswijziging is doorgevoerd voordat
de Kamer op de hoogte is gesteld en dat zou niet fraai zijn. Hoe gaat de minister
het nieuwe beleid juridisch vormgeven? Wordt de aanwijzing ingetrokken waarin
het verbod op de inzet van criminele burgerinfiltranten is omgezet? Hoe wordt
recht gedaan aan de motie-Kalsbeek als de inzet van criminele burgerinfiltranten
zou worden toegestaan in het kader van terrorismebestrijding? Onder zeer bijzondere
omstandigheden kan de inzet van criminele burgerinfiltranten nodig zijn en
in dergelijke gevallen is rapportage aan de Kamer noodzakelijk. Wil de minister
een voorstel doen voor een periodieke rapportage aan de Kamer?</al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de minister</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> gaat niet werken met een reservoir
van criminele burgers die van tijd tot tijd infiltreren, maar met informanten
die al betrokken zijn bij een terroristische organisatie. Er is in zo'n geval
geen sprake van een vooropgezet plan, maar van een toevallige samenloop van
omstandigheden. Het is dan ook goed denkbaar dat criminele burgerinfiltranten
worden ingezet in het kader van een internationaal rechtshulpverzoek. </al>
      <al>Het is wettelijk toegestaan om in bijzondere omstandigheden criminele
burgerinfiltranten in te zetten. De Kamer heeft zich echter uitgesproken tegen
de inzet van dergelijke infiltranten en de regering heeft dat beleid gevolgd.
De motie-Kalsbeek richtte zich voornamelijk tegen het afbreukrisico dat de
inzet van criminele burgerinfiltranten met zich meebrengt bij het opsporen
en vervolgen van betrokkenen. De nadruk bij terrorismebestrijding ligt alleen
niet op het oppakken en vervolgen van verdachten, maar op het voorkomen van
een misdrijf. Waar mogelijk wordt gekozen voor andere methoden, zoals politie-infiltratie,
maar daarvoor ontbreekt in sommige gevallen de tijd. De minister wil zijn
medewerking aan een internationaal rechtshulpverzoek in de toekomst niet hoeven
weigeren omdat hij geen criminele burgerinfiltranten mag inzetten. De inzet
van criminele burgerinfiltranten blijft strikt beperkt tot terrorismebestrijding.
Bij de bestrijding van gewone criminaliteit ligt de nadruk op het veroordelen
van verdachten en in dat geval blijven de risico's die ten grondslag lagen
aan de motie-Kalsbeek overeind. De minister wil criminele burgerinfiltratie
niet op voorhand beperken tot internationale rechtshulpverzoeken, want als
de voorbereidingen tot terroristisch handelen in Nederland plaatsvinden, zal
eveneens alles in het werk moeten worden gesteld om het misdrijf te voorkomen.</al>
      <al>Sinds de commissie-Van Traa zijn de technische middelen om infiltranten
onder controle te houden sterk verbeterd. Dat neemt niet weg dat infiltratie
van criminelen risico's met zich meebrengt, maar op voorhand is niet te zeggen
hoe die risico's uitgesloten kunnen worden. Criminele burgerinfiltranten zullen
echter maar zeer sporadisch worden ingezet en waar mogelijk zullen andere
methoden worden gevolgd. Over de in de brief genoemde zaak kan de minister
geen nadere informatie verstrekken omdat het onderzoek, dat weliswaar in Nederland
is afgerond, in het buitenland nog loopt. Het is om veiligheidsredenen niet
mogelijk om de Kamer direct over iedere zaak in te lichten, maar de minister
kan in de CTC-rapportage in geabstraheerde vorm ingaan op de gevallen waarin
criminele burgerinfiltranten zijn ingezet. De AIVD houdt zich bezig met het
verzamelen van informatie en kan niet actief betrokken zijn bij het opsporen
van strafbare feiten en terroristisch handelen. In geval van een internationaal
rechtshulpverzoek wordt de benodigde informatie geleverd door een buitenlandse
mogendheid en speelt de AIVD geen rol.</al>
      <al>Voordat wordt besloten in te gaan op een internationaal rechtshulpverzoek
wordt getoetst of aan alle voorwaarden wordt voldaan. Er hoeft niet per definitie
sprake te zijn van een opsporingsonderzoek in Nederland, want dit kan ook
in het buitenland lopen. Pseudo-koop en pseudo-dienstverlening zijn geen vormen
van criminele burgerinfiltratie en vallen derhalve niet onder de motie-Kalsbeek.
Men heeft zich in het verleden wel eens beholpen met deze methoden, maar zij
voldoen niet als alternatief. Een infiltrant moet betrokken zijn bij de voorbereidingen
voor een terroristische handeling, maar hoeft niet zelf een terrorist te zijn.
De infiltrant kan bijvoorbeeld ook een wapenhandelaar zijn. Er wordt gekozen
voor een persoon die in de gegeven situatie het meest voor de hand ligt. De
informatie-uitwisseling over terrorisme werkt niet optimaal, maar er wordt
op dit moment gewerkt aan verbeteringen.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Çörüz</nadruk> (CDA) wil weten
wie de leiding over het onderzoek heeft als een buitenlandse mogendheid in
het kader van een rechtshulpverzoek een criminele burgerinfiltrant inzet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Cornielje</nadruk> (VVD) is verheugd dat de
inzet van criminele burgerinfiltranten wettelijk geregeld is. Het Handboek
voor de opsporingspraktijk zal echter aangepast moeten worden. Wil de minister
deze aanpassingen ter kennisgeving sturen aan de Kamer? In het geval van een
rechtshulpverzoek is het misschien niet altijd mogelijk om alle
in de brief genoemde criteria toe te passen. Gebeurt dit wel als er criminele
burgerinfiltranten worden ingezet op eigen initiatief? De heer Cornielje is
blij met de toezegging dat de Kamer via de Centrale toetsingscommissie in
geabstraheerde vorm periodiek wordt ingelicht. Als het onderzoek is afgerond,
zou de Kamer echter nader over de zaak moeten kunnen worden geïnformeerd,
zodat zij kan beoordelen of er zorgvuldig is gehandeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Wit</nadruk> (SP) vindt het risico dat infiltranten
niet in de hand gehouden kunnen worden voldoende reden om het plan van de
minister af te wijzen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Eerdmans</nadruk> (LPF) is blij dat de minister
niet uitsluit dat criminele burgerinfiltranten ook zonder internationale rechtshulpverzoeken
worden ingezet. Loopt een eventueel strafproces tegen verdachten van terrorisme
geen afbreukrisico door de inzet van criminele burgerinfiltranten? Kan de
AIVD gebruik maken van criminele burgerinfiltranten bij zijn werkzaamheden
in Nederland?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Straub</nadruk> (PvdA) vindt dat er nog te
weinig mogelijkheden zijn om de inzet van criminele burgerinfiltranten te
toetsen. Hoe gaat de minister onderscheid maken tussen terrorismezaken en
gewone criminaliteit? Wil de minister dat de Kamer de motie-Kalsbeek intrekt?
De heer Straub is bang dat criminele burgerinfiltranten toch, onder het mom
van terrorismebestrijding, zullen worden ingezet in gewone strafzaken. Daarom
benadrukt hij dat de motie-Kalsbeek maximaal gewaarborgd moet blijven voor
gewone delicten. Waarom heeft de AIVD volgens de minister zo weinig mogelijkheden?
De AIVD heeft veel eerder zicht op terroristische netwerken dan de politie.
Bovendien kan de AIVD zaken volgens de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
in uitzonderlijke gevallen onmiddellijk mondeling overdragen aan Justitie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> benadrukt dat Nederland de leiding
heeft over operaties die plaatsvinden op Nederlands grondgebied. De praktijk
heeft uitgewezen dat criminele burgerinfiltratie in uitzonderlijke gevallen
wenselijk is. Hij verwacht dat de inzet van criminele burgerinfiltranten een
hoge uitzondering zal blijven. In de CTC-rapportage zal over deze inzet, in
geabstraheerde vorm, informatie worden geven. Als de Kamer daaraan behoefte
heeft, kan zij vertrouwelijk nader geïnformeerd worden. Het gewijzigde
Handboek voor de opsporingspraktijk zal de Kamer ter kennisgeving worden toegestuurd.
De door de minister geschetste procedurele waarborgen zijn mede bedoeld om
ervoor te zorgen dat de inzet van criminele burgerinfiltranten met grote zorgvuldigheid
zal geschieden. De inzet van criminele burgerinfiltranten vindt echter plaats
in het kader van een opsporingsonderzoek en dat betekent dat steeds zal moeten
worden afgewogen of er wordt ingegrepen of niet. De AIVD kan die afweging
niet maken, omdat hij zich alleen bezighoudt met het verkrijgen van informatie.
Dat betekent dat de AIVD niet handelend kan optreden bij de uitvoering van
een internationaal rechtshulpverzoek.</al>
      <al>Een infiltratie kan uit de hand lopen, maar als je niet infiltreert loop
je het risico helemaal niet op de hoogte te zijn van een ophanden zijnde aanslag.
De inzet van criminele burgerinfiltranten vergroot inderdaad het afbreukrisico
in geval van een strafproces. Hoewel de inzet van criminele burgerinfiltranten
wettig is, is het als bewijsmiddel relatief gemakkelijk aantastbaar. Het voorkomen
van een gepland misdrijf is echter het belangrijkste doel van terrorismebestrijding
en niet het voor de rechter brengen van verdachten. De minister past niet
alleen in nationale zaken, maar ook in geval van een internationaal rechtshulpverzoek
de vijf in de brief genoemde criteria toe. Als er betere methoden zijn, wordt
hierover met de betrokken buitenlandse mogendheden gesproken en zullen deze
worden toegepast. Ook in dat geval is de inzet van een criminele
burgerinfiltrant een ultimum remedium. De Kamer is niet met opzet laat geïnformeerd
over de beleidswijziging. De vorige minister heeft de plannen tijdens zijn
demissionaire bewind niet uit kunnen voeren. De huidige minister werd pas
met het dossier geconfronteerd toen het bewuste rechtshulpverzoek werd gedaan.
Naar aanleiding daarvan heeft hij de Kamer middels de brief van 10 maart jongstleden
op de hoogte gebracht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk> vat samen dat de Kamer via de
periodieke CTC-rapportage op geabstraheerde wijze geïnformeerd zal worden
over de inzet van criminele burgerinfiltranten. Voorts zal de minister de
Kamer de aanpassingen van de bijzondere opsporingsbevoegdheden in het Handboek
voor de opsporingspraktijk doen toekomen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,</functie>
        <naam>Van de Camp</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Justitie,</functie>
        <naam>Pe </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), voorzitter, De Vries (PvdA),
Van Heemst (PvdA), Dittrich (D66), Vos (GroenLinks), Cornielje (VVD), Rouvoet
(ChristenUnie), Kamp (VVD), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Rietkerk (CDA),
Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Örgü (VVD), Çörüz
(CDA), Verbeet (PvdA), ondervoorzitter, Lazrak (SP), Wolfsen (PvdA), Tonkens
(GroenLinks), Jan de Vries (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Eerdmans (LPF),
Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), Straub (PvdA), Nijs (VVD) en Griffith
(VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Hoeven (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA),
Van der Laan (D66), Halsema (GroenLinks), Nicolaï (VVD), Van der Staaij
(SGP), Blok (VVD), Kalsbeek (PvdA), Van Velzen (SP), De Pater-van der Meer
(CDA), Tjon-A-Ten (PvdA), Ormel (CDA), Remkes (VVD), Jager (CDA), Van Heteren
(PvdA), Vergeer-Mudde (SP), Arib (PvdA), Karimi (GroenLinks), Buijs (CDA),
Sterk (CDA), Nawijn (LPF), Joldersma (CDA), Hermans (LPF), Van Dijken (PvdA),
Rijpstra (VVD) en Hirsi Ali (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>