﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27728-58/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2002-2003</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST67713</ordernr>
    <vergjaar>2002-2003</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 728</nummer>
      <naam>Wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs
en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een
leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra
(regeling leerlinggebonden financiering)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>58</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoetermeer, <datum>17 april 2003</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 23 december jl. is de Wet van 28 november 2002 tot wijziging van de
Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het
voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden
budget en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden
financiering) gepubliceerd in het Staatsblad (2002, 631).</al>
      <al>De inwerkingtreding per 1 augustus a.s. is geregeld met het op 18 februari
jl. verschenen Stb. 54. De ministeriële regeling op basis van artikel
XV waarmee een aantal data in die wet wordt aangepast, is op 19 maart jl.
gepubliceerd in Uitleg OCenW-Regelingen. Daarmee is een belangrijke mijlpaal
bereikt in het kader van het traject Leerlinggebonden Financiering (LGF).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In deze voortgangsrapportage LGF, de vierde inmiddels worden de ontwikkelingen
op het gebied van LGF die het laatste jaar hebben plaatsgevonden geschetst.</al>
      <tuskop letat="vet">Stand van zaken wetgevingstraject</tuskop>
      <al>Op 20 december 2001 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel LGF aanvaard.
De bedoeling was dit wetsvoorstel per 1 augustus 2002 in werking te laten
treden. Na de val van het tweede Kabinet Kok heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel
echter controversieel verklaard waardoor invoering op de beoogde invoeringsdatum
niet meer mogelijk was.</al>
      <al>Nadat een nieuw Kabinet was geformeerd heeft de Eerste Kamer, in het najaar
van 2002 de behandeling van het wetsvoorstel LGF weer opgepakt. Dit heeft
geresulteerd in aanvaarding van het wetsvoorstel op 26 november 2002. In het
overleg met de Eerste Kamer heb ik de volgende toezeggingen gedaan. Er komt,
zoals ook reeds aan de Tweede Kamer toegezegd, een grondige evaluatie van
de invoering van LGF. De eerste resultaten van dit evaluatie-onderzoek moeten
eind 2004 beschikbaar zijn. Dan zal in samenhang met de resultaten van de
evaluatie van het WSNS-beleid bekeken worden of bijstelling van het beleid
wenselijk is. Daarnaast heb ik toegezegd in overleg met de TCAI
(c.q. per 1 augustus a.s de LCTI) te onderzoeken of de indicatiestelling,
met name op het punt van het insturen van de dossiers naar de LCTI, minder
bureaucratisch kan. Indien dit inderdaad mogelijk blijkt wordt de regelgeving
hieromtrent aangepast. Indien een wijziging op dit vlak leidt tot een besparing
bij de landelijke toezichtsfunctie dan, zo heb ik toegezegd, zou ik dit geld
voor LGF willen behouden en in willen zetten voor de nevenvestigingen. Een
derde toezegging op het gebied van de evaluatie is een monitor veiligheid
en pesten van leerlingen met een handicap op een school voor regulier onderwijs
door de Inspectie van het onderwijs. De Inspectie zal hierover tweejaarlijks
rapporteren.</al>
      <al>Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het evaluatieprogramma
LGF. In het voorjaar van 2002 was reeds een inventarisatie gemaakt van alle
vragen met betrekking tot de evaluatie eerste fase LGF die zijn terug te vinden
in de Kamerstukken over leerlinggebonden financiering vanaf 2000. Deze
inventarisatie is geactualiseerd naar aanleiding van het overleg in de Eerste
Kamer en dit geheel wordt nu omgezet in een onderzoeksopzet. Zodra deze opzet
gereed is, wordt de Kamer geïnformeerd over het evaluatieprogramma LGF.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De AMvB's behorende bij de wet van 28 november 2002 heeft u onlangs ter
voorhang aangeboden gekregen. Het betreft twee besluiten: het «Bekostigingsbesluit»
en het Besluit leerlinggebonden financiering waarin onder meer de regio-indeling
nader is uitgewerkt. Verder hebt u de ministeriële regeling met de indicatiecriteria
ontvangen. Vorig jaar heeft u de besluiten reeds in concept ontvangen en is
hierover schriftelijk overleg gevoerd (kamerstukken II 2001–2002, 27 728,
nr. 55 en 56). De schriftelijke vragen naar aanleiding van deze publicaties
zijn onlangs beantwoord.</al>
      <tuskop letat="vet">REC-vorming</tuskop>
      <al>Een vast onderdeel van de voortgangrapportages LGF vormt een stand van
zaken REC-vorming. Vorig jaar is gemeld dat de wegbereiders LGF ondersteuning
boden om ook de laatste knelpunten bij de REC-vorming op te lossen. Deze knelpunten
hadden betrekking op REC's in oprichting in de clusters 2 en 3, die een uitzondering
wensten omdat zij geen vso-voorziening in huis hebben. Deze kwestie is ook
in de Eerste Kamer ter sprake gekomen. Ik heb daar aangegeven dat ik wens
vast te houden aan de samenstellingseisen voor de REC's en geen uitzondering
wil maken wat betreft de aanwezigheid van een vso-voorziening. In het Besluit
Leerlinggebonden Financiering zijn de REC-regio's dan ook zo vastgelegd dat
in alle REC's in de clusters 2 en 3 in elk geval een vso-voorziening doof
respectievelijk lichamelijk gehandicapt aanwezig is. De REC's i.o. die hierdoor
moeten samengaan, hebben de mogelijkheid om door middel van een zogenaamde
kamerstructuur kleinschalige organisatievormen binnen het REC in te richten.
De wegbereiders LGF ondersteunen bij het oplossen van deze laatste knelpunten
zodat op 1 augustus a.s. alle REC's klaar zijn voor de invoering van
LGF.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment wordt er binnen de REC's gewerkt aan de spreidingsplannen.
In deze plannen geven de REC's aan welke scholen overgaan tot verbrede toelating
en welke scholen in welke plaatsen nevenvestigingen gaan inrichten om tot
een evenwichtige spreiding van onderwijsvoorzieningen in de regio te komen.
Voor 1 juni a.s. dienen de REC's deze plannen ter goedkeuring in. In de volgende
voortgangsrapportage LGF informeer ik u graag over het spreidingsbeleid van
de REC's. Over de plannen die de REC's i.o. hebben ten aanzien van de verbrede
toelating en de nevenvestigingen en over de overige ontwikkelingen op het
gebied van de REC-vorming verschijnt binnenkort de voortgangsrapportage van
de wegbereiders, getiteld «De 8e Etappe». Deze rapportage
wordt u na publicatie zo spoedig mogelijk toegestuurd.</al>
      <tuskop letat="cur">Vijfde faciliteringsregeling REC's i.o. schooljaar 2002/2003</tuskop>
      <al>Begin juni 2002 is in Uitleg OCenW-Regelingen de Vijfde faciliteringsregeling
regionale expertisecentra in oprichting voor het schooljaar 2002/2003 gepubliceerd.
Op basis van deze regeling konden REC's i.o. middelen aanvragen om in het
schooljaar 2002/03 te gaan proefdraaien met de wettelijke taken. Op deze wijze
kon worden gewaarborgd dat de voorbereidingen voor de invoering van LGF worden
gecontinueerd en de verworvenheden tot op dat moment verder worden uitgebouwd.
Alle REC's i.o. hebben een aanvraag ingediend voor deze regeling en alle aanvragen
zijn ook gehonoreerd.</al>
      <tuskop letat="cur">Het experiment Gewoon Anders in Almere</tuskop>
      <al>Op dit moment wordt nog overleg gevoerd met de Stichting Gewoon Anders
(SGA) over de aanpassing van het experiment conform artikel XIV van de wet
van 28 november 2002. In overleg met de TCAI wordt hierbij tevens bekeken
op welke wijze in Almere ervaring kan worden opgedaan met functionele indicatiestelling.
Zodra het overleg is afgerond wordt het herziene convenant u toegestuurd.</al>
      <al>Om tot een goede afstemming van het onderwijs in de regio te komen is
het van belang dat de SGA participeert in de REC's in de regio. In cluster
2 en 4 is aan deze samenwerking al in een eerdere fase vorm gegeven en de
SGA maakt dan ook formeel deel uit van deze REC's i.o.. In cluster 3 is de
samenwerking nog niet structureel, binnen de statuten van het REC gerealiseerd.
Hierover vindt nog overleg plaats met het betrokken REC i.o. Naar verwachting
zal het overleg ruim voor de zomervakantie resulteren in concrete, geformaliseerde
afspraken.</al>
      <tuskop letat="cur">Bezwaaradviescommissie indicatiestelling</tuskop>
      <al>In artikel 28b, achtste lid, van de wet van 28 november 2002 staat dat
de REC's die behoren tot één cluster gezamenlijk een adviescommissie
moeten instellen die adviseert over de bezwaarschriften die bij een commissie
voor de indicatiestelling zijn ingediend. De REC-coördinatoren onderzoeken
samen met de wegbereiders op welke wijze dergelijke adviescommissies zo efficiënt
mogelijk vormgegeven zouden kunnen worden. Daarbij wordt op dit moment uitgegaan
van één centrale administratieve ondersteuningseenheid voor
de adviescommissies, die het voorbereidende werk voor haar rekening neemt.
De centrale administratieve eenheid zal zodanig worden ingericht dat deze
qua omvang kan meegroeien en krimpen met het aantal bezwaarschriften.</al>
      <tuskop letat="cur">Positionering educatie binnen Rijksjustitiële jeugdinrichtingen
(RJI's) binnen de REC-vorming</tuskop>
      <al>In de tweede voortgangsrapportage LGF van november 2001 (Kamerstukken
II, 2001/ 2002, 26 629, nr. 14) bent u geïnformeerd over de kaders
waarbinnen de educatieve voorzieningen binnen de Rijks Justitiële Jeugdinrichtingen
(RJI's) gepositioneerd worden binnen de REC-vorming. In het voorjaar 2002
is hieraan, in overleg met de vso-zmok-scholen die het onderwijs zouden gaan
verzorgen en de RJI's, nader invulling gegeven. Als gevolg van het controversieel
verklaren van het wetsvoorstel LGF was het niet mogelijk de overdracht, die
tegelijkertijd met de invoering van LGF zou plaatsvinden, conform de afspraken
te realiseren. Gelet op de fase van voorbereiding op de overdracht en gelet
op het belang om de kwaliteit van het onderwijs in de RJI's te verbeteren,
is de overdracht op basis van de bestaande regelgeving vormgegeven.
Concreet betekent dit dat de periode van 01-08-2002 tot 01-01-2003 is beschouwd
als een overgangsperiode waarin de scholen de verantwoordelijkheid van het
onderwijs hebben overgenomen. Vanaf 1 januari 2003 is, met de overdracht
van het personeel van de RJI's aan de vso-zmok-scholen de overdracht structureel
gerealiseerd.</al>
      <tuskop letat="vet">Indicatiestelling</tuskop>
      <tuskop letat="cur">De Tijdelijke Commissie Advisering Indicatiestelling (TCAI)</tuskop>
      <al>Als gevolg van het uitstellen van de invoering van LGF is ook de instelling
van de Landelijke commissie toezicht indicatiestelling (LCTI) uitgesteld.
Omdat de REC's i.o. wel proefdraaien met onder meer de nieuwe systematiek
van indicatiestelling is de instelling van de Tijdelijke commissie advisering
indicatiestelling (TCAI) verlengd. De TCAI verkent op basis van de ingezonden
dossiers door de (proef)CvI's de werking van de criteria doorlopend. De TCAI
zal bij deze verkenning ook onderzoek uit Noord-Nederland naar de criteria
van cluster 4 in het voortgezet onderwijs betrekken. Naast de activiteiten
met betrekking tot het proefdraaien ondersteunt en begeleidt de TCAI het lopende
schooljaar de commissies voor de indicatiestelling (CvI's) bij de voorbereidingen
op de inwerkingtreding van de indicatiestelling per 1-8-2003. De TCAI spreekt
hiertoe met alle CvI's, houdt scholingsconferenties en legt de laatste hand
aan zaken als het digitale CvI-net en een audit van CvI's rondom de Wet bescherming
persoonsgegevens. Daarnaast bereidt de TCAI zich voor op de instelling van
de Landelijk commissie toezicht indicatiestelling (LCTI).</al>
      <al>De werkgroep advisering instrumentarium indicatiestelling van de TCAI
heeft afgelopen jaar een totaaloverzicht gepubliceerd van de instrumenten
(beschrijving en evaluatie) die gebruikt kunnen worden bij de indicatiestelling.
Dit boek heeft enerzijds tot doel te stimuleren dat de gebruikers vanaf nu
alleen nog maar gebruik maken van transparante, valide en betrouwbare indicatie-instrumenten.
Anderzijds geeft dit boek aanleiding tot het verbeteren van bestaande instrumenten
en waar nodig ontwikkelen van nieuwe instrumenten. Ten behoeve van dit laatste
doel heeft de TCAI een plan van aanpak ontwikkeld. Het overzicht zal vanwege
de veranderingen ten aanzien van de testinstrumenten regelmatig geactualiseerd
worden.</al>
      <tuskop letat="cur">De Landelijke commissie toezicht indicatiestelling (LCTI)</tuskop>
      <al>De LCTI houdt, zoals beschreven in artikel 28e, per 1-8-2003 toezicht
op de hantering van de vastgestelde criteria door de CvI's en adviseert de
minister over de werking van de criteria op basis van dossiers die aangeleverd
worden door de CvI's. Het ligt in de verwachting dat de LCTI in het najaar
van 2003 over voldoende besluiten van de CvI's (dossiers) zal beschikken om
een eerste advies te geven over de werking van de criteria.</al>
      <tuskop letat="cur">Rapportage GION</tuskop>
      <al>In december 2002 is het rapport van het GION verschenen waarin het evaluatie-onderzoek
van de tweede praktijkproef wordt beschreven. Het betreft een wetenschappelijk
onderzoek naar de wijze waarop de indicatiestelling tijdens de praktijkproef
vorm en inhoud heeft gekregen. De resultaten van het onderzoek komen overeen
met de resultaten van het eerder verschenen BUPRIN-onderzoek, dat als bijlage
was gevoegd bij de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II,
2000/2001, 27 728, nr. 7). De TCAI heeft de uitkomsten van dit onderzoek
verwerkt in haar adviezen. </al>
      <tuskop letat="vet">Samenwerkingsprojecten KDC/cluster 3</tuskop>
      <al>In het voorjaar van 2001 zijn 9 REC's die reeds enige ervaring hadden
met de opvang van zeer laag functionerende kinderen gestart met samenwerkingsprojecten
KDC/cluster 3, met als doel de onderwijsmogelijkheden van deze kinderen te
vergroten. Inmiddels doen 15 REC's met in totaal circa 500 kinderen, verspreid
over het hele land mee aan deze projecten. De subsidie voor de samenwerkingsprojecten
tussen Kinderdagcentra en cluster 3 scholen, die met de invoering van LGF,
per 01-08-2002 zou aflopen, is met een jaar verlengd tot 01-08-2003. De scholen
zijn hiermee in de gelegenheid gesteld de geplande producten, waaronder een
aangepast curriculum op te leveren en deze te implementeren in het onderwijs.
Parallel aan de subsidie voor de REC's is door het ministerie van VWS aan
de KDC's projectsubsidie verstrekt voor het realiseren van samenwerking met
het onderwijs (brief ministerie van VWS, d.d. 1-10-2002, <nadruk type="cur">kenmerk DGB/ZVG-2321 806).</nadruk></al>
      <al>In aanvulling op de producten die voortkomen uit de samenwerkingsprojecten,
zijn door de stuurgroep, waarin naast betrokken onderwijs-, ouder- en zorgorganisaties
uit het veld ook de ministeries van OCenW en VWS participeren, model-protocollen
ontwikkeld voor de inzet van zorg in het onderwijs. Deze hebben zowel betrekking
op de inzet van persoonsgebonden budgetten in het onderwijs als op de inzet
van zorg in natura in het onderwijs. De modellen worden landelijk verspreid.</al>
      <al>Daarnaast staat voor medio 2003 nog een onderzoek gepland naar de tevredenheid
van ouders over de deelname van hun kind aan het onderwijs binnen een samenwerkingsproject.
Over de resultaten van dit onderzoek wordt u in een volgende voortgangsrapportage
LGF geïnformeerd.</al>
      <tuskop letat="vet">Onderwijs-zorgarrangementen cluster 4</tuskop>
      <al>In september 2002 zijn de REC's uitgenodigd projecten aan te melden voor
kinderen die (zeer) moeilijk te plaatsen zijn in het onderwijs. Aanleiding
hiervoor is de problematiek van de wachtlijsten in het (voortgezet) speciaal
onderwijs en van de thuiszitters. Uit onderzoek van onder meer het Landelijk
centrum onderwijs en jeugdzorg blijkt dat veel van deze kinderen een complexe
problematiek en een intensieve zorgvraag hebben (zie paragraaf over wachtlijsten
en thuiszitters). Een zorgtraject is daardoor noodzakelijk om plaatsing in
het onderwijs te realiseren. Omdat dergelijke onderwijs-zorgarrangementen
veelal ontbreken, zijn leerlingen met complexe problematiek moeilijk te plaatsen
en verlaten zij, indien plaatsing wel mogelijk was, vaak voortijdig het onderwijs.
Het doel van de projecten is tweeledig: enerzijds het opbouwen van kennis
over de kenmerken en mogelijkheden van kinderen met complexe en moeilijk te
hanteren gedragsproblematiek en anderzijds het ontwikkelen van overdraagbare
modellen hoe deze kinderen onderwijs kunnen volgen met inzet van de zorg.
Per project is hiertoe € 40 000,- beschikbaar gesteld.</al>
      <al>Inmiddels is een achttal samenwerkingprojecten tussen scholen voor speciaal
onderwijs en diverse zorginstellingen van start gegaan. De eerste resultaten,
in de vorm van modellen van onderwijs-zorgarrangementen worden in het najaar
van 2003 verwacht. Alleen die projecten zijn gehonoreerd die volledig aan
de vooraf gestelde criteria voldeden.</al>
      <tuskop letat="vet">Onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen</tuskop>
      <al>In 2000 is in relatie met de voorgenomen invoering van de leerlinggebonden
financiering een onderzoek uitgevoerd naar de taken en functies van het (voortgezet)
speciaal onderwijs. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zijn beleidsvoornemens
geformuleerd. Deze zijn vertaald in een ontwikkelplan dat wordt uitgevoerd
onder coördinatie van de wegbereiders LGF. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontwikkelactiviteiten zijn en worden in nauw overleg met het onderwijsveld
uitgevoerd. Het betreft activiteiten op de terreinen onderwijs, diagnostiek,
ambulante begeleiding en onderzoek. Inmiddels is het grootste deel van de
producten opgeleverd en verspreid. Het gaat onder meer om een handreiking
voor het betrekken van ouders bij het onderwijs in cluster 4, een model en
protocol ambulante begeleiding, bouwstenen voor een kwaliteitsinstrument voor
REC's, good practices op het terrein van klassenmanagement en een handreiking
en model voor de handelingsgerichte diagnostiek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor dit jaar staan onder meer op het programma: een publicatie over good
practices op het terrein van de preventieve ambulante begeleiding in cluster
4, een protocol fasering oudercontacten, een plan van aanpak voor de kwaliteitsverbetering
van het voortgezet speciaal onderwijs en een kwaliteitszorginstrument voor
REC's. Daarnaast zal dit jaar aandacht besteed worden aan de implementatie
van instrumenten op het terrein van de handelingsgerichte diagnostiek en de
vormgeving van arbeidstoeleiding door middel van ondersteuning ter plaatse
en via regionale bijeenkomsten.</al>
      <tuskop letat="vet">Kerndoelen (voortgezet) speciaal onderwijs</tuskop>
      <al>In de artikelen 7 en 8 van de WEC wordt bepaald dat bij AMvB voor het
(voortgezet) speciaal onderwijs kerndoelen zullen worden vastgesteld die voor
de onderwijssoorten kunnen verschillen. Het invoeren van kerndoelen voor het
(voortgezet) speciaal onderwijs maakt het mogelijk het onderwijs doelgerichter
en planmatiger in te richten.</al>
      <al>Door de SLO is in 1999 een voorstel voor kerndoelen voor het onderwijs
aan zeer moeilijk lerenden opgeleverd. Deze zijn inmiddels met het veld besproken
en worden in het najaar in de praktijk getest. In 2000 zijn, eveneens door
de SLO verkenningen uitgevoerd naar de positie van kerndoelen in het (voortgezet)
speciaal onderwijs. Op basis van deze verkenningen worden kerndoelen ontwikkeld
voor alle onderwijssoorten binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs. Concepten
voor kerndoelen voor de clusters 1 en 2 zijn gereed, voorstellen voor aanpassing
kerndoelen voor cluster 4 en cluster 3 (m.u.v. zml-onderwijs) worden nog dit
schooljaar opgeleverd. Op basis van overleg met het betreffende onderwijsveld,
de inspectie en ouderorganisaties zullen deze voorstellen neergelegd worden
in een ontwerp voor een algemene maatregel van bestuur kerndoelen (v)so. Gestreefd
wordt naar invoering van het totale pakket per 1-8-2004.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de ontwikkeling van kerndoelen worden door de SLO leerlijnen en
tussendoelen ontwikkeld voor het onderwijs aan zeer moeilijk lerenden. Concepten
voor de vijf vakgebieden zijn gereed, binnenkort volgen de concepten voor
de leerstofoverstijgende gebieden.</al>
      <tuskop letat="vet">Leermiddelen en ICT</tuskop>
      <al>Ten behoeve van leerlingen in zowel het speciaal onderwijs als het speciaal
basisonderwijs is een impuls gegeven aan het ontwikkelen van materialen op
het terrein van taal en rekenen. Het doel is de kwaliteit van het reken- en
taalonderwijs te verbeteren. Door de CED wordt een nieuwe taalmethode ontwikkeld.
De materialen voor de eerste groepen komen nog dit jaar beschikbaar. Onder
coördinatie van het Freudenthalinstituut wordt samen met CED en KPC gewerkt
aan extra materialen voor realistisch rekenen en de ondersteuning van leerkrachten
bij de invoering daarvan. Daarnaast zullen door SLO en Freudenthalinstituut
bestaande methodes in relatie tot de aard van de handicaps worden gescreend
op gebruiksmogelijkheden in het speciaal (basis)onderwijs.</al>
      <al>Voor het onderwijs aan zeer moeilijk lerenden worden door de SLO specifieke leermiddelen ontwikkeld. Materialen voor 3–7 jarigen komen
rond de zomervakantie beschikbaar.</al>
      <al>In aansluiting op de programmamatrix die voor het regulier onderwijs is
ontwikkeld, wordt ook voor het speciaal onderwijs een matrix ontwikkeld waarmee
scholen een mogelijkheid hebben zich te informeren over het aanbod aan software
afgestemd op de problematiek van de leerlingen. Daarnaast wordt evenals voor
het regulier onderwijs is gebeurd een ict-monitor uitgevoerd. Beide activiteiten
worden dit schooljaar afgerond en hebben als doel de kwaliteit van de toepassing
van ICT te verbeteren.</al>
      <tuskop letat="vet">Voorlichting</tuskop>
      <al>Op basis van een in overleg met alle betrokken partijen opgesteld communicatieplan
wordt op dit moment een groot aantal voorlichtingsactiviteiten uitgevoerd.
Een brochure met algemene informatie voor ouders is inmiddels verspreid. Op
de website www.leerlinggebondenfinaciering.nl is informatie te vinden voor
ouders en scholen. Ook is informatie beschikbaar gesteld aan uitgevers van
huis-aan-huisbladen en tijdschriften voor ouders van kinderen in de basisschoolleeftijd.
Voor allochtonen is inmiddels een specifiek voorlichtingstraject gestart,
waarbij via intermediaire organisaties voorlichtingsmaterialen beschikbaar
worden gesteld.</al>
      <al>Door de Chronisch zieken en Gehandicaptenraad (CG-raad) wordt de voorlichting
aan en ondersteuning van ouders uitgevoerd. De website <nadruk type="cur">www.oudersenrugzak.nl</nadruk> en de telefonische helpdesk zijn reeds enige
tijd operationeel. Daarnaast wordt door de CG-raad een nieuwsbrief uitgegeven.
Op dit moment worden regionale informatiebijeenkomsten voor ouders georganiseerd.
Binnenkort wordt gestart met workshops voor ouders alsmede meer individueel
gerichte ondersteuning.</al>
      <al>Door de wegbereiders lgf wordt de voorlichting richting het onderwijs
vormgegeven. Zowel voor het basis- als het voortgezet onderwijs zijn draaiboeken
beschikbaar. Er worden met enige regelmaat korte publicaties verspreid over
actuele onderwerpen en de netwerken van scholen met ervaring worden uitgebreid.
Op de website <nadruk type="cur">www.wegbereiders.nl</nadruk> is veel informatie
beschikbaar. Daarnaast wordt de voorlichting richting het regulier onderwijs
geïntensiveerd. Voor alle samenwerkingsverbanden wsns/vo worden bijeenkomsten
georganiseerd, waarin ingegaan wordt op de consequenties van de nieuwe wetgeving
en aandacht wordt besteed aan de gevolgen en het beleid op schoolniveau. Van
deze intensieve benadering wordt verwacht dat scholen doordat zij goed geïnformeerd
zijn, de nieuwe wetgeving positief zullen ontvangen en uitvoeren.</al>
      <tuskop letat="vet">Onderwijsconsulenten</tuskop>
      <al>In de tweede voortgangsrapportage LGF (Kamerstukken II, 2001/2002, 26 629,
nr. 14) is gemeld dat de onderwijsconsulenten in het verlengde gepositioneerd
zouden worden van de Adviescommissie toelating en begeleiding (ACTB). Als
gevolg van het controversieel verklaren van het wetsvoorstel is de invoering
van LGF en daarmee de instelling van de ACTB uitgesteld. In overleg met het
onderwijsveld is besloten een netwerk van onafhankelijke onderwijsconsulenten
organisatorisch onder te brengen bij de wegbereiders LGF. In Uitleg OCenW-Regelingen
nr. 18, van 31-07-2002 is een voorlichtingspublicatie verschenen over de organisatie
en de werkwijze van de onderwijsconsulenten gedurende het schooljaar 2002/2003.
Voor de begeleiding van het werk van de onderwijsconsulenten is een begeleidingsgroep
ingesteld. Hierin participeren vertegenwoordigers vanuit de (onderwijs)organisaties
en ouderorganisaties die deelnemen aan het LGF-traject alsmede het ministerie
van OC&amp;W. </al>
      <tuskop letat="vet">Wachtlijsten en thuiszitters</tuskop>
      <al>In aanvulling op het jaarlijkse inspectieonderzoek naar wachtlijsten en
thuiszitters, is in opdracht van het ministerie van OCenW en het ministerie
van VWS een nader onderzoek verricht naar de omvang en de aard van de problematiek
van thuiszitters met een licht verstandelijke handicap en gedragsproblematiek.
Belangrijke overweging voor het uitzetten van dit onderzoek is op een objectiveerbare
wijze te achterhalen hoeveel kinderen in de leerplichtige leeftijd geen onderwijs
volgen. Daarnaast is ten doel gesteld te analyseren welke problematiek ten
grondslag ligt aan het thuiszitten en welke oplossingen tot een terugplaatsing
in het onderwijs hebben geleid. Het onderzoek is uitgevoerd door het Landelijk
centrum onderwijs en jeugdzorg (LCOJ). Het onderzoek is onlangs afgerond.
Het eindrapport van het onderzoek is u bij brief van 2 april jl. aangeboden.</al>
      <al>Over enige tijd wordt ook de rapportage 2003 van de inspectie van het
onderwijs over wachtlijsten en thuiszitters in het (voortgezet) speciaal onderwijs
opgeleverd. Op basis van de inspectie-rapportage en het LCOJ-rapport zal in
samenwerking met het ministerie van VWS nagegaan worden welke aanvullende
maatregelen nodig zijn om de wachtlijsten- en thuiszittersproblematiek nog
effectiever aan te pakken. De Kamer zal hierover nog voor het zomerreces geïnformeerd
worden.</al>
      <tuskop letat="vet">Relatie onderwijs en de Wet (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten
(REA)</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Arbeidsvoorbereiding gehandicapten</tuskop>
      <al>Tot voor kort werden door verschillende uitvoeringsorganisaties werknemers
verzekeringen (UWV's) REA-scholingsmiddelen ingezet in het beroepsonderwijs
en in het voortgezet speciaal onderwijs voor projecten gericht op de voorbereiding
en begeleiding van gehandicapte leerlingen op de deelname aan de arbeidsmarkt.
In zijn brief van 22 april 2002 (SV/R&amp;S/01/40195a) aan de VKC-SZW van
de Tweede Kamer heeft voormalig staatssecretaris Hoogervorst, mede namens
zijn ambtgenoot van OCenW, aangegeven dat REA-scholingsmiddelen niet ingezet
mogen worden ten behoeve van leerlingen in het onderwijs. Waar het gaat om
leerlingen is OCenW verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderwijs dat
de leerlingen voorbereidt op deelname aan de arbeidsmarkt. Om die reden is
besloten tot beëindiging van de inzet van scholingsmiddelen vanuit de
REA. Over dit onderwerp en de gevolgen van de beslissing om REA-scholingsmiddelen
niet langer in te zetten ten behoeve van leerlingen in het onderwijs, heeft
uitgebreid overleg plaatsgevonden tussen de departementen van OCenW en SZW.
Dit heeft geresulteerd in een eenmalige, door beide ministeries betaalde overgangsregeling
voor de lopende projecten. Deze regeling geldt voor het lopende schooljaar.
Na 1-8-2003 worden scholen geacht om met de beschikbare reguliere faciliteiten
en binnen de bestaande taakstellingen te werken aan een goede voorbereiding
van hun leerlingen op later maatschappelijk functioneren, waaronder arbeidsvoorbereiding.
Wel worden, in het kader van een kwaliteitsverbetering van de arbeidsvoorbereiding,
momenteel de nodige stappen gezet om ook VSO-scholen in staat te stellen hiervoor
(tijdelijk) subsidie te verwerven uit het Europees Sociaal Fonds. Voor scholen
voor praktijkonderwijs, waarmee men vaak samenwerkt, is dit al mogelijk. Over
bovenstaande bent u ook geïnformeerd in het kader van mijn antwoord op
de vragen van het lid Rouvoet d.d. 27 september 2002 (verg.jaar 2002–2003,
nr. 282).</al>
      <tuskop letat="cur">Hulpmiddelenverstrekking vanuit de wet REA.</tuskop>
      <al>Tussen de departementen van OCenW en SZW worden momenteel afspraken
voorbereid over de overheveling van de verantwoordelijkheid voor materiële
hulpmiddelen voor gehandicapte leerlingen toegekend o.b.v de Wet REA, naar
onderwijswetgeving en de voorwaarden waaronder dat kan geschieden. Een begin
daarmee is reeds gemaakt met de overheveling van het leerlingenvervoer in
het primair en voortgezet onderwijs, per 01-08-2002 naar de gemeenten.</al>
      <tuskop letat="vet">Onderzoek NIZW naar regelingen ten behoeve van leerlingen
met een handicap</tuskop>
      <al>In motie 41, die is aanvaard bij de behandeling van het wetsvoorstel leerlinggebonden
financiering, wordt de regering verzocht de Tweede Kamer voor het schooljaar
2002–2003 te informeren over de belemmeringen in de bestaande regelgeving
over huisvesting, leerlingenvervoer en AWBZ die de toelating van leerlingen
met een handicap in het onderwijs kunnen hinderen. In motie 45 wordt de regering
verzocht in kaart te brengen met welke voorzieningen en regelingen ouders
en kinderen met een handicap te maken hebben.</al>
      <al>Door het NIZW is een overzicht opgesteld van regelingen ten behoeve van
leerlingen met een handicap in het onderwijs. Dit integrale overzicht is opgesteld
vanuit het perspectief van ouders, kinderen en scholen. Dit overzicht bevat
veel informatie ten aanzien van wet- en regelgeving op de volgende terreinen:
vervoer, toegankelijkheid van het schoolgebouw, hulpmiddelen en voorzieningen,
zorg, onderwijs en arbeid, aanpassingen van onderwijsprogramma's, schoolkosten,
inkomensregelingen en fondsen. Het rapport is via de Wegbereiders LGF ter
beschikking gesteld aan het onderwijsveld en aan ouders. Het rapport is bij
deze rapportage gevoegd.<voetref refid="v9.1" nr="1"></voetref></al>
      <al>Ter aanvulling op het genoemde overzicht, wordt door het NIZW een analyse
gemaakt van de knelpunten in de uitvoering van de regelgeving ten aanzien
van kinderen met een handicap in het onderwijs. Op dit moment wordt deze knelpuntenanalyse
besproken met vertegenwoordigers uit het onderwijsveld en van de ouders in
de begeleidingscommissie van het onderzoek. Het definitieve resultaat van
de knelpuntenanalyse wordt in april verwacht. Over de acties en maatregelen
die hieruit voortvloeien, zal de Kamer geïnformeerd worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik verwacht dat met alle activiteiten die in deze rapportage zijn beschreven,
het mogelijk zal zijn om een goede invoering van de wettelijke regeling leerlinggebonden
financiering met ingang van 1 augustus 2003 te realiseren.</al>
      <al>In de volgende voortgangsrapportage, die in het najaar zal verschijnen,
zal het mogelijk zijn de Kamer te berichten over de eerste ervaringen met
de invoering van de wet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,</functie>
        <naam>M. J. A. van der Hoeven </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v9.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>