﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27659-55/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST88642</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 659</nummer>
      <naam>Vereenvoudiging van het stelsel van overheidsbemoeienis met het aanbod
van zorginstellingen (Wet toelating zorginstellingen)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>55</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>5 juli 2005</datum></al>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>De Brancheorganisaties in de Zorg hebben eigen verantwoordelijkheid genomen
door zelf regels op te stellen voor goed bestuur en toezicht voor zorginstellingen.
Alle brancheverenigingen (Arcares, LVT, VGN, NVZ, NFU en GGZ Nederland) zullen
deze zorgbrede governancecode ter goedkeuring aan hun leden voorleggen. De
governanceregels vormen met de code de minimumeisen voor goed bestuur en toezicht
van zorginstellingen. Op deze manier wordt een goede impuls gegeven aan de
verdere professionalisering van de bestuurders en toezichthouders in de zorg.
Op donderdag 23 juni 2005 heb ik deze zorgbrede governancecode<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> te Nieuwspoort in ontvangst mogen nemen van de voorzitter
van Brancheorganisaties in de Zorg, mevrouw Andrée van Es. Eveneens
is mij de notitie «zuinig, zinnig en zuiver toezicht in de zorg»
aangeboden waarin de Brancheorganisaties in de Zorg hun visie weergeven op
overheidstoezicht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij voldoe ik aan mijn toezegging tijdens de begrotingsbehandeling
van VWS en het Algemeen Overleg (27 659, nr. 50) Wet toelating zorginstellingen
van 26 januari 2005 om de zorgbrede governancecode aan uw Kamer te doen
toekomen. In deze brief worden de ontwikkelingen rondom governance, maatschappelijke
verantwoording en extern toezicht kort geschetst. Tevens wil ik u informeren
over de stand van zaken actiepunten governancebeleid welke ik op 1 juli
2004 aan uw Kamer heb voorgesteld.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Governance, verantwoording en extern toezicht</tuskop>
      <al>Met de zorgbrede governancecode geeft de sector aan dat ze aangesproken
mogen worden op professioneel bestuur en toezicht van hun zorginstelling.
De code kan gezien worden als een antwoord op de aanbevelingen aan de sector
van het rapport «Health care governance» van de Commissie Meurs.
De zorgsector heeft de totstandkoming van de governancecode serieus
opgepakt. De code stelt verdergaande regels aan goed bestuur van zorginstellingen
dan de huidige wetgeving voorschrijft. Zo stelt de code bijvoorbeeld dat voor
werving, selectie en benoeming van nieuwe leden van de Raad van Toezicht openbaar
moet plaatsvinden aan de hand van een individueel opgestelde profielschets.
Hiermee geeft de zorgsector ook een antwoord op de vraag om te streven naar
een meer democratische samenstelling van de raden van toezicht. Ook zijn in
de governanceregels de laatste ontwikkelingen opgenomen, zoals het feit dat
de bestuurders een systeem van risicobeheersing/controle met de toezichthouders
dienen te bespreken. Door de Brancheorganisaties in de Zorg is voorgesteld
de governancecode als voorwaarde te stellen voor het lidmaatschap. Ook wordt
door de zorgsector bezien of een onafhankelijk extern orgaan kan worden ingeschakeld
bij bemiddeling van conflicten over de code. Van beide initiatieven ben ik
voorstander. Handhaving door de sector zal een belangrijke rol spelen bij
de daadwerkelijke werking van de governancecode.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Commissie-Meurs heeft in het najaar van 1999 tegelijk een aantal aanbevelingen
aan de overheid gesteld. Deze aanbevelingen zijn uitgewerkt in de zogenaamde
transparantie-eisen van het Uitvoeringsbesluit Wet toelating zorginstellingen
(Wtzi) welke op 26 januari 2005 met uw Kamer is besproken. Met de Wtzi
krijgt de positie van de Raad van Toezicht een wettelijke verankering en wordt
de toegang tot de Ondernemingskamer tot het indienen van een enquêteverzoek
vergroot. Op 27 september aanstaande staat de behandeling van de Wtzi
in de Eerste Kamer gepland. Hopelijk kan de Wtzi spoedig inwerkingtreden,
zodat de transparantie-eisen en de maatschappelijke verantwoording –
en ook de handhaving – wettelijk zijn geregeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de Wtzi – de moderne wijze van regulering van bouw, toelating
en sanering – kan het nieuwe zorgstelsel worden ingegaan. Bij de toelating
worden eisen gesteld aan de zorginstellingen (in het wetsvoorstel aangeduid
als «organisatorisch verband», zodat bijvoorbeeld ook maatschappen
die niet in het ziekenhuis werken onder de Wtzi vallen). De zorginstellingen
dienen aan te tonen dat ze beschikken over een transparante bestuursstructuur
en een ordelijke bedrijfsvoering. De statuten vormen hiervoor de toetssteen.
Deze transparantie-eisen blijven van toepassing na de afgegeven toelating.
Zorginstellingen dienen openbaar in het jaarverslag verantwoording over de
transparantie-eisen af te leggen. Tegelijk dienen instellingen bij een aanmerkelijke
wijziging in de bestuursstructuur waarvoor de toelating is afgegeven zich
wederom tot mij te melden, zodat beoordeeld kan worden of de toelating voor
het verlenen van verzekerde zorg van toepassing kan blijven. Tevens biedt
de Wtzi mij een instrument om bijvoorbeeld in geval van een wanordelijke bedrijfsvoering
in te kunnen grijpen, door het stellen van nadere voorschriften. Hierbij wil
ik nadrukkelijk aantekenen, zoals ook eerder in overleggen met uw Kamer gemeld,
dat ik deze handhavingmaatregel bij voorkeur niet wens te gebruiken. Ik zie
de handhavingmogelijkheden van de Wtzi als een «stok achter de deur».
Goed toezicht en bestuur van privaatrechtelijke zorginstellingen vormen bovenal
een zaak van zelfregulering. De regelingen krachtens de Wtzi zijn er om voor
belanghebbenden transparantie voor te schrijven over welke keuzes de bestuurders
van zorginstellingen hebben gemaakt op het terrein van intern bestuur en toezicht.
Een oordeel hierover gaat via de gebruikelijke regels van het Burgerlijke
wetboek, de zorginstelling is immers een private onderneming (veelal een stichting).</al>
      <tuskop letat="vet">Maatschappelijke verantwoording</tuskop>
      <al>Direct gekoppeld aan goed intern bestuur en toezicht van zorginstellingen
is de maatschappelijke verantwoording. Het Sneller Beterrapport van de gazant
de heer Van der Werf heeft het belang van rekenschap ook naar voren gebracht.
Zorgbreed is er door de Raad voor de Jaarverslaggeving een Raamwerk Maatschappelijke
Verantwoording Zorginstellingen opgesteld. De uitwerking – het jaardocument –
is aangepast aan het Raamwerk. Hiermee wordt een geïntegreerde jaarverslaglegging
bewerkstelligd (in plaats van de afzonderlijke verslagen, zoals het jaarverslag
en het kwaliteitsverslag). In de jaarverslaglegging is ook een apart governancehoofdstuk
opgenomen met verantwoordingbepalingen over de bestuursstructuur, interne
toezicht en bezoldering. In het jaardocument is tegelijk aandacht voor (collectieve
en individuele) medezeggenschap van cliënten en de relatie tussen de
zorgaanbieder en zijn stakeholders. Voor verslagjaar 2004 verantwoorden ongeveer
40% van de zorginstellingen in de sector verpleging, verzorging, thuis- en
gehandicaptenzorg zich op vrijwillige wijze op de moderne manier. Ook in de
ziekenhuissector is inmiddels een pilot gestart. Over het verslagjaar 2005
zal de maatschappelijke verantwoording zorgbreed worden ingevoerd.</al>
      <tuskop letat="vet">Extern toezicht</tuskop>
      <al>De hierboven geschetste ontwikkelingen, zoals maatschappelijke verantwoording
aan stakeholders en het realiseren van meer transparantie, leiden tot een
verbetering van het interne toezicht en publieke verantwoording van instellingen.
Deze verbeteringen dienen gevolgen te krijgen voor de inrichting van het externe
toezicht dat de overheid op diezelfde instellingen houdt. VWS wil openheid
belonen met toezichtruimte en geeft daarmee gehoor aan het recente advies
van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid «bewijzen van
goede dienstverlening». De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
bepleit het belang van overheidstoezicht op afstand en meer ruimte voor professionals
en verantwoording aan belanghebbenden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast is de overheid aan zet de versnippering van toezicht aan te
pakken. Zoals u weet, heb ik al besloten het aantal zelfstandige bestuursorganen
(zbo's) in de topstructuur van de zorg te verminderen en het toezicht te versoberen
en tegelijkertijd te moderniseren. Dat betekent dat de zorginstellingen alleen
nog te maken krijgen met écht noodzakelijke toezichthouders: de Inspectie
voor de Gezondheidszorg voor de kwaliteit van de zorg en de Zorgautoriteit
voor het markttoezicht. VWS ontwerpt op dit moment een Handvest toezicht met
10 spelregels voor de wijze waarop VWS toezicht uitoefent. Als basis van modern
toezicht geldt het vertrouwensprincipe. Een spelregel van het Handvest is
bijvoorbeeld dat VWS in beginsel nog maar één keer om toezichtinformatie
zal vragen.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Stand van zaken actiepunten governancebeleid</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Wettelijk verankeren positie raad van toezicht</tuskop>
      <al>De AMvB transparantie-eisen Wtzi ligt op 27 september aanstaande
ter bespreking voor bij de Eerste Kamer (EK 2004–2005, 27 659,
nr. 49). Hierin wordt de positie van de raad van toezicht geregeld en ook
de mogelijkheid tot het indienen van een enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer
vergroot. Bij AMvB op basis van de Wtzi wordt geregeld dat zorginstellingen
(stichtingen en verenigingen) in de statuten of overeenkomst de mogelijkheid
openen voor het recht op enquête. Daarbij is gesteld dat ten minste
een vertegenwoordiging van cliënten gerekend moeten worden tot de groep
die het recht op enquête kunnen instellen.</al>
      <tuskop letat="cur">Bezoldiging</tuskop>
      <al>De zorgsector is de eerste sector in de gehele collectieve sector die
wettelijk voorschrijft dat salarissen van bestuurders en toezichthouders openbaar
worden vermeld in het jaarverslag. In de jaarverslagen over 2003 van zorginstellingen
is hierover voor het eerst gerapporteerd. In oktober 2004 heb ik op verzoek
van uw Kamer een analyse van de honorering van de bestuurders en toezichthouders
toegezonden (TK 2004–2005, 29 689, nr. 4). Deze analyse ging vergezeld
van een plan van aanpak. Onderdeel van dat plan was een dringend beroep van
mijn kant op de toezichthouders en de bestuurders om voor het jaar 2005 uit
te gaan van een nullijn voor de salarisontwikkeling. In oktober 2005 zal ik
weer een analyse nu aan de hand van de bezoldigingsgegevens over 2004 uit
de jaarverslagen aan u doen toekomen samen met een voortgangsrapportage over
het plan van aanpak.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de zorgbrede governancecode van de Brancheorganisaties in de Zorg is
de verantwoording over de voorschriften bezoldiging van bestuurders en toezichthouders
verankerd. Voorgeschreven is dat afwijking van de code van de vereniging van
bestuurders en/of toezichthouders dient te worden verantwoord in het jaarverslag.</al>
      <tuskop letat="cur">Aanscherping Kwaliteitswet zorginstellingen en Klachtrecht</tuskop>
      <al>De Eerste Kamer heeft ingestemd met het Wetsvoorstel tot wijziging van
de Kwaliteitswet zorginstellingen. Hiermee is de mogelijkheid geboden om bij
ministerieel besluit aanwijzingen te geven voor de (kwaliteit-) jaarverslaglegging.
Het streven is om nadere invulling te geven aan dit verslag (standaardisatie).
De prestatieindicatoren zijn geoperationaliseerd en opgenomen in het jaardocument
2005. De aanpassing van de reikwijdte van de Kwaliteitswet zorginstellingen
is op 16 februari 2005 in werking getreden (Staatsblad 2005, 216). Het
voorstel dient ertoe om de onduidelijkheid weg te nemen over het gelegitimeerde
toezicht van de Inspectie op zorgverlening door een instelling die in het
derde compartiment voorbehouden medische handelingen verricht. Het gaat hierbij
om o.a. zorgverlening door de privé-klinieken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Novelle wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Kwaliteitswet
zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector is voorgesteld,
omdat tijdens de behandeling in de Eerste Kamer bleek dat veel klachtencommissies
bezwaren hadden tegen de in het wetsvoorstel aangebrachte verplichting van
klachtencommissies en om ernstige klachten aan de Inspectie te melden. In
deze Novelle wordt de verantwoordelijkheid van het management van zorginstellingen
met betrekking tot het niet laten voortduren van ernstige situaties verduidelijkt
en worden dergelijke situaties nader omschreven. De wijziging is op 17 juni
2005 inwerking getreden (Staatsblad 2005, 297).</al>
      <tuskop letat="cur">Inspectie voor de gezondheidszorg</tuskop>
      <al>De uitkomsten van het project naar de bestuursstructuur binnen zorginstellingen
van de IGZ is in artikelvorm gepubliceerd.</al>
      <al>De Inspectie initieert de ontwikkeling en toetsing van prestatie-indicatoren
in de cure en care.</al>
      <tuskop letat="cur">Versnippering toezichthouders</tuskop>
      <al>In het kader van de stelselherziening vindt een herijking en stroomlijning
van de uitvoerings- en toezichtstructuur in de zorg plaats. Op 27 mei
2004 heeft uw Kamer een brief ontvangen over de taken en posities
uitvoerings- en toezichtsorganen zorgstelsel (TK 2004–2005, 29 689.
nr. 7).</al>
      <al>In overleg met de bestaande toezichthouders zal nog worden bezien hoe
het systeem van early warning kan worden verbeterd.</al>
      <tuskop letat="cur">Bestuurdersverantwoordelijkheid</tuskop>
      <al>Bestuurders en toezichthouders hebben vanwege hun functie bestuurdersverantwoordelijkheid.
De mogelijkheden voor aansprakelijkstelling van bestuurders in geval van ernstig
disfunctioneren worden door mijn departement in kaart gebracht.</al>
      <tuskop letat="cur">Maatschappelijke onderneming</tuskop>
      <al>In verschillende adviezen wordt gesproken over een mogelijk nieuwe rechtsvorm
(«maatschappelijke ondernemingen») die niet met uitkeerbare winst
werken, maar toch meer incentives voor ondernemerschap en bestuurskracht teweeg
brengen dan de huidige stichtingsvorm. De discussie is actueel door het CDA-rapport
«Investeren in de samenleving», het WRR rapport «Bewijzen
van goede dienstverlening» en het SER-advies «Ondernemerschap
voor de publieke zaak». De brief «Transparante en integrale tarieven
in de gezondheidszorg» (TK 2004–2005, 27 659, nr. 52) gaat
in op de introductie van uitkeerbare winst bij intramurale instellingen in
de gezondheidszorg. In afwachting van het kabinetsstandpunt op de mogelijke
nieuwe rechtsvorm is de volgende lijn gekozen. Het kabinet hanteert nu en
in de toekomst het beleidsuitgangspunt dat economische waarde die is opgebouwd
in een door overheidsregels gecreëerde omgeving met weinig risico's niet
mag «weglekken» naar commerciële partijen. Voor het toestaan
van uitkeerbare winst bij intramurale zorginstellingen moet er sprake zijn
van integrale prestatiebekostiging. Verder dienen de betreffende zorginstellingen
volledig risicodragend zijn voor schommelingen in de afzet. Voor het daadwerkelijk
toestaan van winstuitkering is bovendien een afzonderlijk kabinetsbesluit
noodzakelijk. Deze beleidslijn wordt verder uitgewerkt. </al>
      <tuskop letat="cur">Faillissement zorginstelling</tuskop>
      <al>Marktwerking in de zorg betekent dat slecht functionerende instellingen
in de zorg failliet kunnen gaan in plaats van blijvende instandhouding met
publieke middelen. Wel is daarbij het vraagstuk van de continuïteit van
zorg van belang. In het kader van de nadere uitwerking van de brief «Transparante
en integrale tarieven in de gezondheidszorg» van 8 maart 2005 wordt
door mijn departement momenteel bekeken hoe de continuïteit van zorg,
als deze door een faillissement in gevaar komt, geborgd kan worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het governancebeleid in de zorgsector is in de implementatiefase van de
nieuwe regels en ontwikkelingen terecht gekomen. Aangezien het gaat om intern
bestuur en toezicht van zorginstellingen is hierbij de zorgsector zelf aan
zet. Het is daarbij mijn verantwoordelijkheid om de kaders aan te geven, de
condities te scheppen en waar nodig stimulerend op te treden.</al>
      <al>Met deze brief hoop ik u een goed beeld te hebben gegeven van de inzet
van de zorgsector en mijzelf op het terrein van good governance van zorginstellingen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>J. F. Hoogervorst</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>