﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27529-55/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2008-2009</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_8__1.1" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST129356</ordernr>
    <vergjaar>2008-2009</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 529</nummer>
      <naam>Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>55</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>25 maart 2009</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel EPD in de Tweede Kamer op
18 februari heeft mevrouw Vermeij een motie ingediend waarin wordt gevraagd
om vier keer per jaar te rapporteren over de invoering van het EPD (31 466,
nr. 42). Ik beschouw deze brief als eerste voortgangsrapportage in deze nieuwe
vorm.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met de invoering van het landelijk EPD zullen in totaal bijna 6500 zorgaanbieders
worden aangesloten op het landelijk schakelpunt (LSP). Het gaat om huisarts-praktijken,
huisartsenposten, apotheken en ziekenhuizen. In de bijlage<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> vindt u de rapportage over de stand van zaken invoering landelijk
EPD over de periode januari en februari 2009.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment zijn bijna 100 zorgaanbieders aangesloten en ongeveer 330 000
patiëntendossiers beschikbaar in het EPD. In januari is binnen de pilot-
en koploperregio’s 22 607 keer succesvol een medicatiedossier opgevraagd
en 8 650 keer een overzicht van de huisartswaarneemgegevens.</al>
      <tuskop letat="vet">Bezwaarproces EPD</tuskop>
      <al>Sinds de start van het informed consent proces op 1 november jl.
tot half maart 2009 zijn circa 438 000 bezwaren ontvangen. Dit is meer
dan de oorspronkelijke verwachting op basis van de ervaringen in de koploperregio’s
van tussen de 1 en 2%. Zoals ik heb aangegeven in het debat over het
wetsvoorstel EPD is het EPD een faciliteit die wordt aangeboden om actuele
patiëntgegevens veilig en snel uit te wisselen. Burgers hebben derhalve
het volste recht al dan niet gebruik te maken van deze faciliteit en dus bezwaar
te maken wanneer men niet wil deelnemen aan het EPD.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In mijn brief van 18 december (TK 2008–2009, 27 529, nr.
54) heb ik aangegeven dat gebleken is dat een aanzienlijk deel van de bezwaren
niet verwerkt kon worden vanwege niet volledig ingevulde of onleesbare formulieren of het ont-breken van bijlagen. Ik heb daarbij aangegeven
dat de betreffende burgers schriftelijk wordt verzocht om alsnog de ontbrekende
gegevens of documenten aan te vullen, waarna de bezwaren kunnen worden verwerkt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om het mogelijk te maken de betreffende burgers een aanvullend schriftelijk
verzoek te doen, heeft Nictiz opdracht gegeven aan het productiebedrijf dat
de verwerking van de bezwaren uitvoert, om het bestaande werkproces aan te
passen. Doel hiervan is dat de indieners van incomplete bezwaren een brief
ontvangen waarin duidelijk wordt aangegeven welke aanvullende informatie noodzakelijk
is om het bezwaar te kunnen verwerken in het landelijk schakelpunt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het doorvoeren van deze wijziging was aanpassing van de ondersteunende
systemen noodzakelijk. Op basis van de informatie van het Nictiz over de impact
van deze wijzigingen en de daarbij behorende doorlooptijd heb ik in mijn brief
van 18 december aangegeven het landelijk schakelpunt zeker niet voor
30 maart 2009 te kunnen openstellen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de afgelopen weken is mij duidelijk geworden dat de gerealiseerde aan-passingen
in systemen niet de door mij noodzakelijk geachte kwaliteit opleveren ten
aanzien van de verwerking van de bezwaren. Omdat ik het van belang acht dat
het bezwaarproces zeer zorgvuldig wordt uitgevoerd heb ik Nictiz verzocht
aan te geven op welke wijze de kwaliteit kan worden gegarandeerd, alvorens
de bezwaren te verwerken en inhoudelijk te corresponderen met de indieners
van de bezwaren. Nictiz heeft aangegeven hier een langere doorlooptijd voor
nodig te hebben dan de oorspronkelijke periode tot 30 maart 2009.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om Nictiz de ruimte te geven de kwaliteit van dit proces te borgen en
ook burgers de mogelijkheid te geven om incomplete bezwaren aan te vullen,
heb ik besloten het landelijk schakelpunt niet voor 1 juli 2009 open
te stellen. Hiermee wordt zeker gesteld dat alle bezwaren die op dit moment
zijn ingediend kunnen worden verwerkt voor openstelling van het landelijk
schakelpunt. In het tweede kwartaal van 2009 staan ruim 800 aansluitingen
in de planning, waarvan meer dan de helft huisartspraktijken. Gezien bovenstaande
kunnen deze aanbieders momenteel nog niet worden aangesloten. De voorbereidingen
voor een inhaalslag na 1 juli 2009 worden inmiddels getroffen. Hierover
wordt overleg gevoerd met de ICT-leveranciers. Voor de tweede helft van 2009
wordt op dit moment gestreefd naar 2500 tot 3000 nieuwe aansluitingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Parallel aan dit traject heb ik de overheveling van het klantenloket (waaronder
het bezwaarproces) van Nictiz naar het CIBG in gang gezet. Dit met het oog
op het structureel borgen van de kwaliteit van de dienstverlening van het
klantenloket en het versterken van de bestuurlijke borging door het klantenloket
binnen het ministerie van VWS te positioneren. Naar verwachting zal de feitelijke
overheveling van het klantenloket naar het CIBG aan het einde van het derde
kwartaal of begin vierde kwartaal van dit jaar plaatsvinden. Ik zal u hiervan
in de voortgangsrapportages op de hoogte blijven houden.</al>
      <tuskop letat="vet">Voortgang invoering BSN in de zorg</tuskop>
      <al>Op 1 juni 2008 is de Wet gebruik servicenummer in de zorg (Wbsn-z)
in werking getreden. Op 1 juni 2009 zijn alle zorgaanbieders, indicatieorganen
en zorgver-zekeraars verplicht te werken volgens deze wet. Kern van de Wbsn-z
is dat deze partijen het BSN van patiënten of cliënten overnemen
uit een betrouwbare bron, opnemen in hun administratie en gebruiken bij de
onderlinge uitwisseling van gegevens.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om inzicht te krijgen in de voortgang heeft TNS-NIPO in januari 2009 in
opdracht van VWS onderzoek gedaan naar de invoering van het BSN. Het onderzoeks-instituut
ondervroeg 545 zorgaanbieders, verdeeld over verschillende sectoren in de
zorg.</al>
      <al>Uit de resultaten blijkt dat alle respondenten weten wat het BSN is en
waar het voor wordt gebruikt. Bijna de helft noemt 1 juni 2009 als datum
waarop gebruik van het BSN verplicht is. Opvallend is dat bijna 80%
van de ondervraagden het BSN nu al gebruikt in de eigen administratie. Ruim
een kwart van de zorgaan-bieders is klaar met de invoering van het BSN. Nog
eens een derde denkt daar voor 1 juni 2009 mee klaar te zijn. Dat betekent
dat ten tijde van het onderzoek ruim een derde van de zorgaanbieders aangaf
nog niet klaar te zijn voor invoering op de verplichte startdatum.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderzoek is onder andere gebruikt om, naast de bestaande ondersteuningsmiddelen
zoals de website www.infoBSNzorg.nl en de nieuwsbrief, extra maat-regelen
te treffen. Zo zijn begin februari alle zorgaanbieders opnieuw geatten-deerd
op de invoering van het BSN per 1 juni 2009. Daarnaast is de voorlichting
via de koepels verder opgevoerd. Tot slot worden ICT-leveranciers ondersteund
en gestimuleerd om hun zorginformatiesystemen aan te passen via het BSN Zorg
Keurmerk. Het BSN Zorg Keurmerk toont aan dat een zorginformatiesysteem op
een juiste en gebruikersvriendelijke wijze het vaststellen van het BSN en
van de identiteit bij de patiënt ondersteunt met behulp van de BSN-diensten
van de SBV-Z.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In maart 2009 wordt het onderzoek door TNS-NIPO herhaald. Dan wordt het
effect van deze extra maatregelen duidelijk.</al>
      <tuskop letat="vet">Uitgifte UZI-middelen</tuskop>
      <al>In de bijgevoegde rapportage over de invoering van het landelijk EPD wordt
ver-meld dat de achterstanden bij het verwerken van de aanvragen naar verwachting
begin maart zijn ingelopen. De achterstanden zijn inmiddels inderdaad grotendeels
ingelopen. Nieuwe aanvragen worden conform de normtijd afgehandeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gebleken is dat het UZI-register regelmatig incomplete aanvragen ontvangt.
Ook hierover wordt contact opgenomen met de aanvragers en na ontvangst van
de aanvullende stukken binnen de normtijd afgehandeld. Om incomplete aanvragen
te voorkomen is recentelijk een aangepast aanvraagformulier – het combinatieformulier –
beschikbaar gekomen voor zorgaanbieders die UZI-middelen willen aanvragen.
In dit combinatieformulier zijn verschillende losse aanvraagformulieren samengevoegd
en wordt een toelichting gegeven op de bijlagen die moeten worden meegestuurd.</al>
      <tuskop letat="vet">Toegang patiënt</tuskop>
      <al>Recentelijk heb ik met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
afspraken gemaakt over het tot stand komen van een toe-gangsmiddel om toegang
van de patiënt tot zijn eigen medische gegevens in het EPD elektronisch
mogelijk te maken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gelet op de aanwezige mogelijkheden en het advies van PWC in dit kader
is besloten om gebruik te maken van DigiD en dit aan te vullen met een zoge-naamde
face to face authenticatie. Dat betekent dat voor toegang tot het EPD het
volgende proces gaat gelden. Iemand vraagt elektronisch een DigiD aan.</al>
      <al>Daarvoor worden de volgende gegevens aangeleverd: naam, wachtwoord, mobiel
telefoonnummer voor sms-jes per transactie. Er wordt een brief met een activeringscode
naar een uitgifteloket verzonden, waar het op vertoon van een geldig identiteitsdocument
(de face to face controle) kan worden afgehaald.</al>
      <al>De face to face authenticatie is een noodzakelijke voorwaarde voor het
krijgen van elektronische toegang van de patiënt tot het EPD.</al>
      <al>Om de last voor de burger zo klein mogelijk te houden, zal de uitgifte
bijvoorbeeld bij het gemeentehuis of postkantoor plaatsvinden. De burger kan
de uitgifte dan combineren met andere handelingen. Overigens is het niet zo
dat iedereen verplicht is om gebruik te maken van deze faciliteit. We bieden
deze mogelijkheid aan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit traject zal met prioriteit worden ingericht. Met de Staatssecretaris
van BZK heb ik afspraken gemaakt over de wijzigingen die bij de DigiD-organisatie
dienen te worden doorgevoerd.</al>
      <tuskop letat="vet">Internationale ontwikkelingen</tuskop>
      <al>Op 17 februari heb ik u schriftelijk geïnformeerd (22 112,
nr. 814) over de Nederlandse inzet bij de e-health conferentie in Praag (18,
19 en 20 februari 2009). De insteek van Nederland op de conferentie was
het nastreven van vol-doende integratie van ICT-toepassingen in het reguliere
zorgproces. Om die integratie te bereiken is het noodzakelijk dat alle belanghebbende
partijen samenwerken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede als gevolg van de Nederlandse inbreng komt er geen speciale e-health
high level group. Geen nieuwe ambtelijke structuur, wel de start van een proces
waar-bij e-health en de integratie daarvan in het zorgproces hoog op de Europese
politieke agenda komt te staan. Dat streven is in de zogenaamde Praag Declaratie
aan het einde van de conferentie bevestigd (zie bijlage).</al>
      <al>De voorbereiding hiervan moet in het voorjaar van 2010 in Barcelona tot
conclu-sies leiden. Daaraan wordt onder Tsjechisch voorzitterschap nu, Zweeds
voor-zitterschap in de tweede helft van 2009 en Spaans voorzitterschap in
de eerste helft van 2010 gewerkt. Behalve politieke wil zijn ook andere elementen
hiervoor aanwezig. Medio vorige jaar is een mededeling inzake grensoverschrijdende
interoperabiliteit van systemen voor elektronische medische dossiers verschenen;
er ligt een opdracht van de Europese Commissie voor de Europese standaardisatieorganisaties;
en eind vorig jaar is de mededeling van de Europese Commissie verschenen inzake
telegeneeskunde. Politieke besluitvorming hierover vindt plaats in de komende
Raadsvergaderingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de conferentie is veel nadruk gelegd op de bewustwording van professionals
en patiënten inzake de mogelijkheden van e-health-toepassingen. Tevens
is er groeiende aandacht voor samenwerking tussen Europese lidstaten. Nederland
participeert ondermeer in projecten gericht op het vaststellen van de uitgangs-punten
voor Europese uitwisseling van patiëntgegevens (EPSOS, european patient
smart open services) en Calliope (Europees netwerk voor kennisuitwisseling).</al>
      <al>Mijn collega, de Minister van Volksgezondheid van Tsjechië, meldde
in haar slotwoord – daags na de stemmingen in Nederland – dat
in Nederland het wetsvoorstel EPD door de Tweede Kamer is aanvaard.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ze zei dat Nederland hiermee vooroploopt in Europa. In het wetsvoorstel
zijn veel Europese landen geïnteresseerd.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>A. Klink</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>