﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27455-48/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST59154</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 455</nummer>
      <naam>Nationaal Verkeers- en Vervoersplan</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>48</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>31 januari 2002</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Conform afspraak tijdens het heropende notaoverleg inzake het NVVP op
28 januari 2002 zend ik u hierbij mijn reacties op de moties die tijdens dit
debat zijn ingediend.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie 41</tuskop>
      <al>Ik ben bereid om de volgende actie in de flexibele beleidsagenda deel
C op te nemen: <nadruk type="cur">Binnen twee jaar na vaststelling van het
NVVP zullen kwantitatieve doelstellingen voor het spoorwegnet worden ontwikkeld.</nadruk></al>
      <tuskop letat="vet">Motie 42</tuskop>
      <al>Conform de strekking van deze motie ben ik bereid in paragraaf 2.2.1
van de PKB de zin toe te voegen: <nadruk type="cur">In het verkeer en vervoerbeleid
van de rijks- en decentrale overheden zal de creatieve organisatie van de
mobiliteit, uitgaande van de ketenbenadering, een belangrijke plaats innemen.</nadruk></al>
      <tuskop letat="vet">Motie 43</tuskop>
      <al>Deze motie is vergelijkbaar met motie 28 maar nu met een bredere ondertekening.
In mijn eerdere reactie op motie 28 heb ik reeds aangegeven geen bezwaar tegen
deze motie te hebben. Ik stel u voor de volgende (aangepaste) actie in deel
C op te nemen: <nadruk type="cur">«In overleg met het Fietsberaad, VNG,
provincies, kaderwetgebieden en de Unie van Waterschappen wordt bezien of
generieke maatregelen genomen kunnen, en moeten worden, gericht op het stimuleren
van goed fietsbeleid. De mogelijkheid van een bonussysteem voor fietsvriendelijke
gemeenten wordt hierbij meegenomen. In de monitor van het NVVP zal hiervan
verslag worden gedaan. </nadruk></al>
      <tuskop letat="vet">Motie 44</tuskop>
      <al>Deze motie heeft dezelfde strekking als motie 30. Ook met betrekking tot
motie 44 wil ik niet vooruitlopen op de evaluatie van de uitvoeringsnota klimaatbeleid.
Ik ontraad u derhalve deze motie. Wel stel ik voor conform mijn reactie op
motie 30 de al daarin genoemde actie in deel C op te nemen.</al>
      <tuskop letat="vet">Motie 45</tuskop>
      <al>De motie stelt voor de basiskwaliteit te verhogen van zestig tot tachtig
kilometer per uur. Deze motie raad ik u ten zeerste af. Om de motie te kunnen
uitvoeren zijn grote extra investeringen nodig. Ter indicatie: een snelheid
van 80 km/uur zou een investering vereisen van minimaal € 24 à
30 mrd in plaats van € 8 à 11 mrd bij 60 km/uur. Deze hoge
investering ligt ver weg van maatschappelijk optimum. Indien deze snelheid
nagestreefd wordt middels alleen verkeersmanagement-maatregelen als toeritdosering
dan leidt dit tot averechtse effecten op de capaciteit van het netwerk, inclusief
het onderliggende netwerk. Bijlage 1 gaat hier nader op in. Voorts treft u
zoals toegezegd een overzicht aan van een aantal trajecten met de snelheden
zoals deze gemiddeld in de eerste elf maanden van 2001 waren. </al>
      <tuskop letat="vet">Rondje Randstad</tuskop>
      <al>Met betrekking tot de stand van zaken rond Rondje Randstad zal ik u op
korte termijn separaat informeren</al>
      <tuskop letat="vet">A6/A9</tuskop>
      <al>In aanvulling op mijn reactie op motie 11 heb ik uitgesproken dat een
eventuele wegverbinding tussen A6 en A9 alleen aanvaardbaar is als geen onherstelbare
schade wordt aangericht aan de waterhuishouding aldaar. Een brede gebiedsgerichte
verkenning zal worden uitgevoerd naar de mogelijkheden om de bereikbaarheid
tussen Schiphol/Amsterdam en Almere te verbeteren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als bijlage treft u een aangepaste PKB hoofdwegennetkaart aan.<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref> Hierop is een uitgebreider zoekgebied voor A6/A9 verbinding
aangegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>NB op deze kaart zijn twee technische fouten gecorrigeerd: voor de A5
(westrandweg bij Amsterdam) is al een tracébesluit genomen, derhalve
is geen reservering nodig en ook voor de N57 is een tracébesluit genomen
om deze ter hoogte van Middelburg ten noord oosten van Middelburg te laten
lopen in plaats van ten zuid oosten.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>T. Netelenbos </naam>
      </ondtek>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE 1</titel>
        <tuskop letat="vet">Toelichting op de basiskwaliteit van 60 km/uur op autosnelwegen</tuskop>
        <witreg></witreg>
        <al>Het NVVP beoogt een basiskwaliteit in 2020 op het autosnelwegennet van
gemiddeld tenminste zestig kilometer per uur, op trajecten van 30 km lengte,
gemiddeld over de drukste uren op werkdagen. Op veel wegen betekent dit een
forse verbetering ten opzichte van de huidige situatie (zie bijlage 3).<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref></al>
        <al>Uit de berekeningen in het kader van het NVVP blijkt dat met de voorgestelde
beleidsmix op langere trajecten een hogere snelheid wordt gehaald. Zo wordt
op de trajecten Den Haag–Arnhem en Den Haag–Groningen in 2020
ook in de drukste periode gemiddeld ca 95 km/u gehaald.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Het NVVP gaat uit van het optimaliseren van de capaciteit van het net
door een combinatie van verkeersmanagement (een belangrijk element van benutten)
en bouwen van extra capaciteit.</al>
        <al>In de motie wordt gesteld dat bij een gemiddelde snelheid tussen de 70
en 90 km de doorstroming maximaal zou zijn. De these is gebaseerd op de veronderstelling
dat, door auto's gedoseerd toe te laten tot het netwerk, de snelheid zou kunnen
toenemen tot 70 à 90 km per uur en dat daarbij de doorstroomcapaciteit
(aantal auto's over de weg) wordt gemaximeerd. De capaciteitsstijging door
dosering zou – zo wordt in de in het debat aangehaalde studies verondersteld –
25 tot 30 procent zijn. Uit recent Nederlandse en Amerikaanse evaluatiestudies
blijkt echter dat met dosering wel capaciteitwinst te behalen is, maar maximaal
10 procent.<voetref refid="v3.2" nr="2"></voetref> Met een stringentere dosering daalt
de totale capaciteit. De gemiddelde snelheid op de specifieke locatie neemt
dan weliswaar toe, maar de gemiddelde snelheid van de totale reis neemt af
doordat de wachttijd is verschoven naar het onderliggend wegennet of naar
andere locaties op het hoofdwegennet.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Uit het oogpunt van optimalisatie van maatschappelijke kosten en baten
is een basiskwaliteit (ondergrens) van 60 km per uur ook verantwoord. Wegens
de hoge kosten van uitbreiding van capaciteit levert een hogere basiskwaliteit
per saldo geen hogere netto maatschappelijke baten indien deze hogere snelheid
moet worden bereikt met investeringen (de baten door reistijdwinst zijn minder
dan de extra kosten).</al>
        <al>Om een gemiddelde doorstroomsnelheid van ten minste 60 km/u te halen is
uitgaande van de NVVP beleidsmix van benutten, bouwen en beprijzen zo'n 360
tot 500 km extra weglengte nodig. Voor een snelheid van 70 km is 900 tot 1000
km extra rijstrook nodig, voor 80 km is 1100 tot 1400 km nodig. Een kilometer
snelweg kost ongeveer € 21,4 mln, maar naarmate er meer moet worden
gebouwd worden de gemiddelde kosten per kilometer hoger (meer knooppunten
en dergelijke). Dit betekent dat de snelheid van 80 km per uur een investering
vereist van minimaal € 24 à 30 mrd in plaats van € 8
à 11 mrd bij 60 km per uur. </al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.2" nr="2">
    <al>Ten Years of ramp-metering in the Netherlands, 2000 en Twin cities ramp
meter evaluation, 2001.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>