﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27428-J/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>27 428</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Beleidsnota Biotechnologie</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">J</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-04-10">10 april 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit<noot id="ID-1243430-d40e74" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Samenstelling:</noot.al><noot.al>Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)</noot.al></noot> heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over <nadruk type="vet">het voorstel voor een Verordening over nieuwe genomische technieken. </nadruk>Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De uitgaande brief van 17 maart 2026.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De antwoordbrief van 10 april 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Wolf</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur</al>
            <al>Den Haag, 17 maart 2026</al>
            <al>De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben met belangstelling kennisgenomen van het verslag van een nader schriftelijk overleg over het voorstel voor een Verordening over nieuwe genomische technieken (hierna: NGT).<noot id="ID-1243430-d40e120" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2025/2026, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, I</extref>.</noot.al></noot> De fractieleden van de <nadruk type="vet">Fractie-Visseren-Hamakers</nadruk> en <nadruk type="vet">SP</nadruk> hebben naar aanleiding hiervan een aantal gezamenlijke nadere vragen en opmerkingen.</al>
            <al>De fractieleden van de Fractie-Visseren-Hamakers en SP hebben u in het nader schriftelijk overleg gevraagd naar wetenschappelijk bewijs dat NGT-planten zouden bijdragen aan duurzame ontwikkeling.<noot id="ID-1243430-d40e140" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2025/2026, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, I</extref>, pag.6.</noot.al></noot> U geeft vervolgens geen wetenschappelijk bewijs voor de bijdragen van NGT-planten aan duurzame ontwikkeling, volgens deze leden, omdat het JRC-rapport waar u naar verwijst slechts <nadruk type="cur">potentiële </nadruk>bijdragen benoemt.<noot id="ID-1243430-d40e154" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Zie: <extref doc="https://eerstekamer-my.sharepoint.com/personal/desi_gielkens_eerstekamer_nl/Documents/JRC%20Publications%20Repository%20-%20Economic%20and%20environmental%20impacts%20of%20disease%20resistant%20crops%20developed%20with" soort="URL" status="actief">JRC Publications Repository – Economic and environmental impacts of disease resistant crops developed with cisgenesis 7’</extref>.</noot.al></noot></al>
            <al>Welk wetenschappelijk bewijs heeft u voor het argument dat NGT-planten bijdragen aan duurzame ontwikkeling? Deze leden ontvangen graag concreet bewijs met referenties naar de originele publicaties.</al>
            <al-groep>
              <al>Hoe verwacht u dat NGT in de toekomst werkelijke duurzaamheidsdoelen zullen helpen bewerkstellingen, gezien de verwachte toenemende marktconcentratie op de zadenmarkt na deregulering van NGT? Deze zullen naar verwachting van voornoemd leden gepatenteerd worden, ondanks dat het Europees Parlement daar in meerderheid tegen heeft gestemd.<noot id="ID-1243430-d40e176" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Het Europees Parlement heeft zich in zijn onderhandelingspositie uitgesproken tegen patenten op NGT-planten, zie: European Parliament, <nadruk type="cur">European Parliament legislative resolution of 7 February 2024 on the proposal for a regulation on plants obtained by certain new genomic techniques and their food and feed</nadruk>, P9_TA(2024)0067, <extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52024AP0067" soort="URL" status="actief">amendment 167.</extref></noot.al></noot> Daarmee kunnen zij in handen komen van een beperkt aantal pesticidenbedrijven, zoals Corteva, Bayer, Syngenta en BASF.</al>
              <al>Wat vindt u van het rapport van de GGO-vrije voedselsector ENGA, waarin wordt gesteld dat er momenteel maar zeer weinig NGT op de markt zijn, en al helemaal niet met aantoonbare duurzaamheidsvoordelen?<noot id="ID-1243430-d40e195" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Hans Eisenbeis, The Non-GMO Project (USA), Eva Gelinsky, Researcher (CH) and Heike Moldenhauer, ENGA (BE), new GMO’s market report, juni 2025, geraadpleegd via: <?xpp afbreek?><extref doc="https://www.enga.org/newsdetails/new-report-shows-market-reality-of-new-gmos/" soort="URL" status="actief"><nadruk type="cur">https://www.enga.org/newsdetails/new-report-shows-market-reality-of-new-gmos/</nadruk></extref>.</noot.al></noot> Deze leden ontvangen graag uw reflectie.</al>
            </al-groep>
            <al>De fractieleden van de Fractie-Visseren-Hamakers en SP zijn bovendien van mening dat duurzame ontwikkeling ook zonder NGT-planten worden bewerkstelligd.</al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat terughoudendheid gepast is bij het toepassen van risicovolle technologieën voor doelen, die ook zonder die technologieën bewerkstelligd zouden kunnen worden? Zo ja, hoe geeft u deze terughoudendheid vorm? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>Naar aanleiding van de antwoorden op de vragen twee tot en met zeven uit het nader schriftelijke overleg hebben deze leden de volgende aanvullende vragen.<noot id="ID-1243430-d40e222" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Zie: <nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2025/2026, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, I</extref>, p. 6–7.</noot.al></noot> Deze leden begrijpen dat u de vragen op een juridische wijze heeft beantwoord, maar er waren inhoudelijke vragen gesteld. Dus zou u deze vragen ook inhoudelijk willen beantwoorden? Deze leden hebben deze vragen al meerdere malen gesteld, omdat er zorgen zijn over de genetische samenstelling van landbouwgewassen, bomen en tuinplanten, ook op de langere termijn.</al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat het mogelijk is dat, wanneer twee verschillende categorie 1-NGT-planten van dezelfde soort, elk met maximaal twintig modificaties, zich met elkaar kruisen, de nakomelingen een combinatie van deze maximaal veertig modificaties zouden kunnen hebben? Met andere woorden: zouden de nakomelingen meer dan twintig door NGT bewerkstelligde modificaties kunnen hebben?</al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat deze planten feitelijk meer dan twintig door NGT bewerkstelligde modificaties omvatten, ondanks dat deze nakomelingen juridisch gedefinieerd zouden worden als categorie 1-NGT-planten?</al>
            <al>Als een plant met de genetische karakteristieken van deze nakomeling zou worden beoordeeld, zou deze dan als categorie 2-NGT-plant worden aangemerkt, omdat deze plant meer dan twintig modificaties omvat?</al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat een plant met meer dan twintig via NGT aangebrachte modificaties moet worden aangemerkt als een categorie 2-NGT-plant?</al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat het onderscheid tussen categorie 1- en categorie 2-NGT-planten op de langere termijn kan vertroebelen, doordat nakomelingen van categorie 1-NGT-planten die met elkaar kruisen meer dan twintig modificaties kunnen omvatten?</al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat de impact van dit voorstel op de genetische samenstelling van landbouwgewassen, bomen en tuinplanten en wilde planten op de langere termijn onvoorspelbaar is? Zo ja, wat gaat u doen om deze impact te voorkomen? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>De voormalig Staatssecretaris heeft eerder aangegeven dat «<nadruk type="cur">dit maximum van 20 modificaties uiteindelijk een beleidskeuze is geweest van de Europese Commissie</nadruk>».<noot id="ID-1243430-d40e260" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2024/2025, <extref doc="kst-27428-G" soort="document" status="actief">27 428, G</extref>.</noot.al></noot></al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat u met deze beleidskeuze ook een ethische keuze vertegenwoordigt, omdat deze het verschil tussen bestaande gewassen en Genetisch Gemodificeerde Organismes (hierna: GMO’s) opnieuw definieert, vooral ook op de langere termijn? Bent u het met deze leden eens dat deze keuze onomkeerbaar is?</al>
            <al>Kunt u uw standpunt in dit dossier verklaren, gezien de antwoorden van de voormalig Staatssecretaris op vragen 11 en 12?<noot id="ID-1243430-d40e276" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Zie: <nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2025/2026, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, I</extref>, p. 8–9.</noot.al></noot></al>
            <al>Deze leden stellen het op prijs dat u bereidt bent de Commissie Genetische Modificatie (hierna: COGEM) advies te vragen over de uitkomst van de trialogen, maar vinden het tijdstip van het advies te laat.<noot id="ID-1243430-d40e290" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Zie: <nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2025/2026, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, I</extref>, p. 8.</noot.al></noot> Bent u bereid de COGEM te vragen nog voor het besluit in de Raad te adviseren over de uitkomst van de trialogen? Dit betreft een korte termijn, maar de aan het woord zijnde leden schatten in dat de COGEM in staat is om dit advies te leveren.</al>
            <al>Bent u het met voornoemde leden eens dat de definitie van categorie 1-NGT in de uitkomst van de trialogen niet «equivalent» is aan conventionele technieken?<noot id="ID-1243430-d40e305" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Zie: <nadruk type="cur">Kamerstukken I</nadruk>, 2025/2026, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, I</extref>, p. 9 (vraag 12) en Testbiotech, <nadruk type="cur">Regulation of NGT plants – Overview and arguments</nadruk>, 2025. Geraadpleegd via: <extref doc="https://www.testbiotech.org/wp-content/uploads/2025/07/Regulation-of-NGT-plants-overwiew-and-arguments-1.pdf" soort="URL" status="actief">https://www.testbiotech.org/wp-content/uploads/2025/07/Regulation-of-NGT-plants-overwiew-and-arguments-1.pdf</extref></noot.al></noot></al>
            <al>Bent u het met deze leden eens dat het onwenselijk is dat de Europese Commissie de bevoegdheid krijgt om de equivalentencriteria in Annex 1 te herzien, zonder tussenkomst van het Europees Parlement of de lidstaten? Zo ja, hoe wilt u dit voorkomen? Zo nee, waarom vindt u het wenselijk een bevoegdheid met potentieel grote consequenties bij de Europese Commissie neer te leggen?</al>
            <al-groep>
              <al>Het Europees Parlement heeft in 2024 besloten dat NGT-voedsel aangemerkt moet blijven en ook dat er geen patenten op NGT gegeven mogen worden.<noot id="ID-1243430-d40e329" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>European Parliament, <nadruk type="cur">European Parliament legislative resolution of 7 February 2024 on the proposal for a regulation on plants obtained by certain new genomic techniques and their food and feed</nadruk>, (COM(2023)0411 – 2023/0226(COD)), P9_TA(2024)0067.</noot.al></noot> In het voorstel dat nu voorligt wordt aan beide wensen niet voldaan. Nederland is officieel tegen patenten op voedsel, net als onder meer Plantum en Copa-Cogeca.<noot id="ID-1243430-d40e342" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Zie bijvoorbeeld Plantum, <nadruk type="cur">factsheet nieuwe veredelingstechnieken (NGT)</nadruk>, januari 2024, Den Haag, geraadpleegd via: <extref doc="https://www.plantum.nl/wp-content/uploads/2024/01/2024_FS-NGT_1.pdf" soort="URL" status="actief">2024_FS-NGT_1.pdf</extref></noot.al></noot></al>
              <al>In het huidige voorstel staat alleen iets over vrijwillige transparantie en een vrijwillige code voor licentieovereenkomsten.<noot id="ID-1243430-d40e358" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>European Commission, <nadruk type="cur">Proposal for a Regulation on plants obtained by certain new genomic techniques and their food and feed</nadruk> (COM(2023)411 final), bepalingen inzake transparantie en vrijwillige licentie-initiatieven.</noot.al></noot> Volgens voornoemde leden biedt dit geen enkele garantie dat grote zadenbedrijven in de toekomst geen boeren of MKB-zadenbedrijven zullen vervolgen vanwege bijvoorbeeld contaminatie. Het biedt bovendien geen oplossing voor verdere marktconcentratie, hetgeen in brede zin als onwenselijk wordt beschouwd.</al>
            </al-groep>
            <al>Gaat u namens Nederland tegen het huidige voorstel stemmen als deze geen verbod op patenten bevat? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>Waarom vindt u dat consumenten niet zelf mogen kiezen of ze GGO-voedsel willen eten of niet, zoals nu het geval is?</al>
            <al>Het coalitieakkoord geeft alle ruimte aan het nieuwe kabinet om tegen het voorstel te stemmen in de Raad, volgens deze leden. Het coalitieakkoord vermeldt namelijk dat het kabinet zich gaat inzetten op het toestaan van verschillende veredelingstechnieken. Deze technieken zijn al toegestaan binnen de huidige GMO-wetgeving.<noot id="ID-1243430-d40e380" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Coalitieakkoord 2026–2030: Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland, D66, VVD en CDA, 30 januari 2026, p.55, waarin wordt gesteld dat Nederland zich Europees wil inzetten voor het toestaan van nieuwe veredelingstechnieken bij plantenveredeling.</noot.al></noot></al>
            <al>Bent u bereid, gezien alle maatschappelijke en politieke kritiek op het voorstel, net als acht andere lidstaten, tegen het voorstel te stemmen in de Raad?</al>
            <al>De commissie ziet uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoekt u deze uiterlijk <nadruk type="vet">vrijdag 17 april</nadruk>, aan de Eerste Kamer aan te bieden.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,</functie>
            <naam>
              <voornaam>G.J.</voornaam>
              <achternaam>Oplaat</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 10 april 2026</al>
            <al>Hierbij zend ik u de antwoorden op de vervolgvragen van de fractie Visseren-Hamakers en de fractie SP van de Eerste Kamer, die zijn gesteld op 17 maart 2026. Deze vragen gingen over het Commissievoorstel over Nieuwe Genomische Technieken (NGTs) en de beantwoording van eerdere vragen van 23 juni 2025, 12 november 2025 en 17 februari 2026.</al>
            <al>Naast deze beantwoording zal ik eerst, in overeenstemming met de toezegging van de Minister-President, kort ingaan op de vragen die het lid Visseren-Hamakers heeft gesteld tijdens de plenaire vergadering van de Eerste Kamer op 7 april 2026.</al>
            <al-groep>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Heeft het kabinet voldoende tijd genomen om zelf het voorstel te bestuderen en is de huidige versie van het NGT-voorstel in de ministerraad besproken?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het kabinet heeft voldoende tijd genomen om het akkoord uit het triloog op het NGT-voorstel te bestuderen. De huidige versie van het NGT-<?xpp afbreek?>voorstel is niet in de ministerraad besproken. Wel is het voorstel van de Europese Commissie uit 2023 in de ministerraad van het kabinet Rutte IV besproken en heeft het kabinet ingestemd met het BNC-fiche. Het huidige kabinet volgt de lijn uit het BNC-fiche en oordeelt dat het akkoord uit het triloog op de belangrijke punten in lijn is met de inzet van het kabinet.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Heeft het kabinet het standpunt van de vorige kabinetten overgenomen?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het standpunt van dit kabinet op de NGT verordening is vergelijkbaar met eerdere kabinetten. Het kabinet kan zich dan ook vinden in de inzet beschreven in het BNC-fiche over de NGT-verordening van het kabinet Rutte IV.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Is het kabinet bereid om de stemming uit te stellen, zodat het kabinet zich goed kan voorbereiden op de stemming?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het kabinet oordeelt dat we goed zijn voorbereid op de stemming in de Europese Raad. Het kabinet is niet bereid om de stemming voor het voorstel uit te stellen. Het kabinet ziet het gebruik van NGT’s in de plantenveredeling als een belangrijk gereedschap om uitdagingen omtrent biotische stress (ziekten en plagen) en a-biotische stress (als gevolg van klimaatverandering) het hoofd te kunnen bieden. Het kabinet wil dat deze technieken snel beschikbaar komen voor de veredelingssector.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Is het kabinet bereid om de COGEM om advies te vragen over de huidige versie van het NGT-voorstel?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ja, het kabinet zal de COGEM vragen op korte termijn een advies op te leveren. Echter kan het kabinet niet garanderen dat het advies wordt opgeleverd voor de stemming in de Europese Raad, de COGEM is een onafhankelijk adviesorgaan dat over haar eigen planning gaat.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Is het kabinet bereid om net als 9 andere lidstaten in het Coreper niet voor het voorstel te stemmen?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Nee, het kabinet is niet bereid tegen het voorstel stemmen. Het voorstel voldoet aan de inzet die uiteen is gezet in het BNC-fiche. Het kabinet ziet geen reden om tegen het voorstel te stemmen.</nadruk>
            </al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
            <naam>
              <voornaam>S.P.A.</voornaam>
              <achternaam>Erkens</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en beantwoording</tussenkop>
            <al>Beantwoording SO vragen Eerste Kamer over het NGT-voorstel en de Kamerbrief van 11 april 2025 (Kamerstuk <extref doc="kst-27428-409" soort="document" status="actief">27 428, nr. 409</extref>) getiteld «Akkoord algemene oriëntatie NGT dossier in de Raad», de brief aan de Eerste Kamer van 23 juni 2025 (Kamerstukken I, <extref doc="kst-27428-G" soort="document" status="actief">27 428, nr. G</extref>) getiteld «Beantwoording vragen Eerste Kamer over NGT-voorstel en Raasmandaat», de brief van 12 november 2025 (Kamerstukken I, <extref doc="kst-27428-H" soort="document" status="actief">27 428, nr. H</extref>) getiteld «Beantwoording vervolgvragen Eerste Kamer over Raadsmandaat NGT-voorstel» en de brief van 17 februari 2026 (Kamerstukken I, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, nr. I</extref>).</al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>De fractieleden van de Fractie-Visseren-Hamakers en SP hebben u in het nader schriftelijk overleg gevraagd naar wetenschappelijk bewijs dat NGT-planten zouden bijdragen aan duurzame ontwikkeling. U geeft vervolgens geen wetenschappelijk bewijs voor de bijdragen van NGT-planten aan duurzame ontwikkeling, volgens deze leden, omdat het JRC-rapport waar u naar verwijst slechts potentiële bijdragen benoemt. Welk wetenschappelijk bewijs heeft u voor het argument dat NGT-planten bijdragen aan duurzame ontwikkeling? Deze leden ontvangen graag concreet bewijs met referenties naar de originele publicaties</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het JRC-rapport beschrijft het gebruik van NGT’s voor resistentie tegen aardappelziekte (Phytophthora infestans) in aardappel en schurft (Venturia inaequalis) in appel. Het inbrengen van meerdere resistentiegenen met behulp van NGT’s leidt in combinatie met een goede landbouwpraktijk tot verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het onderzoek van Haverkort et al. (2016)</nadruk>
              <noot id="ID-1243430-d40e493" type="voet">
                <noot.nr>16</noot.nr>
                <noot.al>Haverkort, A.J., Boonekamp, P.M., Hutten, R. et al. Durable Late Blight Resistance in Potato Through Dynamic Varieties Obtained by Cisgenesis: Scientific and Societal Advances in the DuRPh Project. Potato Res. 59, 35–66 (2016). <extref doc="https://doi.org/10.1007/s11540-015-9312-6" soort="URL" status="actief">https://doi.org/10.1007/s11540-015-9312-6</extref></noot.al>
              </noot>
              <nadruk type="cur"> beschrijft hoe het gebruik van cisgene (NGT) aardappels om meerdere resistentiegenen leidt tot 80% minder fungicidegebruik in de teelt van aardappels, zonder dat dit ten koste gaat van de oogstopbrengst. Het onderzoek van Simon et al. (2011)<noot id="ID-1243430-d40e509" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>Simon, S., Brun, L., Guinaudeau, J. et al. Pesticide use in current and innovative apple orchard systems. Agronomy Sust. Developm. 31, 541-555 (2011). <extref doc="https://doi.org/10.1007/s13593-011-0003-7" soort="URL" status="actief">https://doi.org/10.1007/s13593-011-0003-7</extref></noot.al></noot> beschrijft hoe het gebruik van een schurftresistent appelras, gecombineerd met geïntegreerde gewasbescherming, leidt tot een afname van 43–56% van het gewasbeschermingsmiddelengebruik zonder dat dit ten koste gaat van de oogstopbrengst. Het onderzoek van Flachowsky et al. (2011)<noot id="ID-1243430-d40e523" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Flachowsky, H., Le Roux, P.-M., Peil, A., Patocchi, A., Richter, K. and Hanke, M.-V. (2011), Application of a high-speed breeding technology to apple (Malus × domestica) based on transgenic early flowering plants and marker-assisted selection. New Phytologist, 192: 364-377. <extref doc="https://doi.org/10.1111/j.1469-8137.2011.03813.x" soort="URL" status="actief">https://doi.org/10.1111/j.1469-8137.2011.03813.x</extref></noot.al></noot> beschrijft dat het proces van het inkruisen van dit schurftresistentiegen in de appelteelt 50 jaar heeft geduurd. Door de lange generatietijd van een appelboom gaat de veredeling erg traag. Door het gebruik van NGT’s kan dit veredelingsproces van 50 jaar worden teruggebracht tot 8 jaar<noot id="ID-1243430-d40e543" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Schneider, K., Barreiro Hurle, J., Kessel, G., Schouten, H., Vossen, J., Strassemeyer, J. and Rodriguez Cerezo, E., Economic and environmental impacts of disease resistant crops developed with cisgenesis, Publications Office of the European Union, Luxembourg, 2023, <extref doc="https://dx.doi.org/10.2760/715646" soort="URL" status="actief">https://dx.doi.org/10.2760/715646</extref></noot.al></noot>.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Hoe verwacht u dat NGT in de toekomst werkelijke duurzaamheidsdoelen zullen helpen bewerkstelligen, gezien de verwachte toenemende marktconcentratie op de zadenmarkt na deregulering van NGT? Deze zullen naar verwachting van voornoemd leden gepatenteerd worden, ondanks dat het Europees Parlement daar in meerderheid tegen heeft gestemd. Daarmee kunnen zij in handen komen van een beperkt aantal pesticidenbedrijven, zoals Corteva, Bayer, Syngenta en BASF.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ik herken niet alle aannames die in de vraag besloten liggen. Zoals ik in mijn antwoord op uw eerste vraag aangeef kunnen NGT planten bijdragen aan duurzame resistentie tegen ziektes en plagen en daarmee bijdragen aan het verminderen van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het effect van NGT-regelgeving op marktconcentratie is op voorhand niet eenduidig vast te stellen. Het doel van de verordening is juist dat een brede groep veredelaars met deze technieken aan de slag kan gaan. Intellectueel eigendom is daarbij een onmisbare stimulans om te investeren en te innoveren. Tegelijkertijd is het wenselijk dat de ontwikkeling van innovatieve oplossingen ook breed ter beschikking komen voor de maatschappij. In het voorstel zijn daarom voorwaarden opgenomen om die balans te bewaken en wordt transparantie geboden voor veredelaars in het octrooilandschap binnen de veredeling. Ik kijk onder meer uit naar de «code of conduct» die de Europese Commissie in samenwerking met veredelaars en andere stakeholders gaat opstellen die transparantie over octrooien, licentiëring en toegang tot geoctrooieerd materiaal verder moet bevorderen.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Wat vindt u van het rapport van de GGO-vrije voedselsector ENGA, waarin wordt gesteld dat er momenteel maar zeer weinig NGT op de markt zijn, en al helemaal niet met aantoonbare duurzaamheidsvoordelen? Deze leden ontvangen graag uw reflectie</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ik vind dat ENGA een inzichtelijk rapport heeft opgesteld, ik zie een aantal positieve punten in het rapport. Namelijk dat het gebruik van NGT’s zich uitstrekt over een groot aantal gewassen, en dat een groot aantal bedrijven en onderzoeksinstituten zich bezighoudt met het ontwikkelen van NGT-planten. Hieruit blijkt dat deze technieken breed worden opgepakt, dat is ook de inzet van het kabinet. Dat niet alle rassen succesvol zijn is heel normaal. In Nederland worden jaarlijks rond de 1.000 nieuwe rassen geregistreerd door de Raad voor Plantenrassen<noot id="ID-1243430-d40e574" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Jaarverslag Raad voor Plantenrassen 2024 (<extref doc="https://www.raadvoorplantenrassen.nl/media/qfxfn1t5/jaarverslag-raad-voor-plantenrassen-2024.pdf" soort="URL" status="actief">https://www.raadvoorplantenrassen.nl/media/qfxfn1t5/jaarverslag-raad-voor-plantenrassen-2024.pdf</extref>)</noot.al></noot>, van deze nieuwe rassen is maar een heel klein percentage ook commercieel succesvol. Dat er van de 49 ontwikkelde NGT-planten nog geen commercieel succesvol ras is geweest ontstelt mij dan ook niet. NGT-planten zijn geen silver bullet, ik wil vooral veredelaars meer gereedschappen bieden om de veredeling van robuuste rassen, die beter bestand zijn tegen ziekten en plagen en veranderende klimaatomstandigheden, te versnellen.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>De fractieleden van de Fractie-Visseren-Hamakers en SP zijn bovendien van mening dat duurzame ontwikkeling ook zonder NGT-planten worden bewerkstelligd. Bent u het met deze leden eens dat terughoudendheid gepast is bij het toepassen van risicovolle technologieën voor doelen, die ook zonder die technologieën bewerkstelligd zouden kunnen worden? Zo ja, hoe geeft u deze terughoudendheid vorm? Zo nee, waarom niet?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Uit de beoordeling van de EFSA en de COGEM blijkt dat gerichte mutagenese en cisgenese zoals bedoeld in de Annex I van het NGT-voorstel gelijke risico’s hebben als conventionele veredeling, deze technieken vallen onder categorie 1 NGT. Ik ben het daarom niet met de leden eens dat categorie 1 NGT planten risicovol zijn. Voor intragenese concluderen zowel de EFSA als de COGEM dat er wel nieuwe risico’s kunnen zijn. Daarom vallen deze technieken onder categorie 2 NGT en blijft voor deze planten de ggo-risicobeoordeling bestaan. Ik deel wel uw mening dat robuuste plantenrassen die bijdragen aan duurzame ontwikkeling ook zonder NGT’s kunnen worden ontwikkeld. Echter zie ik NGT’s als een gereedschap om de veredeling van robuuste rassen te versnellen en de verduurzaming van de landbouw te bevorderen.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Bent u het met deze leden eens dat het mogelijk is dat, wanneer twee verschillende categorie 1-NGT planten van dezelfde soort, elk met maximaal twintig modificaties, zich met elkaar kruisen, de nakomelingen een combinatie van deze maximaal veertig modificaties zouden kunnen hebben? Met andere woorden: zouden de nakomelingen meer dan twintig door NGT bewerkstelligde modificaties kunnen hebben? Bent u het met deze leden eens dat deze planten feitelijk meer dan twintig door NGT bewerkstelligde modificaties omvatten, ondanks dat deze nakomelingen juridisch gedefinieerd zouden worden als categorie 1-NGT-planten? Als een plant met de genetische karakteristieken van deze nakomeling zou worden beoordeeld, zou deze dan als categorie 2-NGT-plant worden aangemerkt, omdat deze plant meer dan twintig modificaties omvat? Bent u het met deze leden eens dat een plant met meer dan twintig via NGT aangebrachte modificaties moet worden aangemerkt als een categorie 2-NGT-plant? Bent u het met deze leden eens dat het onderscheid tussen categorie 1- en categorie 2-NGT-planten op de langere termijn kan vertroebelen, doordat nakomelingen van categorie 1-NGT-planten die met elkaar kruisen meer dan twintig modificaties kunnen omvatten?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ik ben het met deze leden eens dat wanneer twee categorie 1 NGT-planten zich met elkaar kruisen een nakomeling kan ontstaan die meer dan 20 modificaties bevatten. Echter valt kruisen onder de klassieke veredeling, een veredelaar die klassieke veredeling doet, hoeft een resulterende plant niet als NGT-plant te laten beoordelen, deze verordening is alleen van toepassing als een veredelaar zelf met NGT technieken modificaties aanbrengt in een plant. Wel moet een veredelaar aangeven dat voor de veredeling van een ras een categorie 1 NGT 1 plant is gebruikt, aangezien nakomelingen van NGT-planten zelf ook NGT-planten zijn. Ik ben het niet eens met deze leden dat het onderscheid tussen categorie 1 NGT en categorie 2 NGT op de lange termijn kan vertroebelen. Het strikte onderscheid tussen categorie 1 NGT-planten en categorie 2 NGT-planten is noodzakelijk om de veiligheid voor mens en milieu te waarborgen en biedt veredelaars de juridische zekerheid die nodig is voor innovatie met nieuwe genomische technieken. Voor goede wetgeving is het immers essentieel dat de regels helder en uitvoerbaar zijn.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>6.</li.nr>
                  <al>Bent u het met deze leden eens dat de impact van dit voorstel op de genetische samenstelling van landbouwgewassen, bomen en tuinplanten en wilde planten op de langere termijn onvoorspelbaar is? Zo ja, wat gaat u doen om deze impact te voorkomen? Zo nee, waarom niet?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Zoals mijn voorganger in de eerdere beantwoording op vraag 6 ook al informeerde<noot id="ID-1243430-d40e613" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, nr. I</extref></noot.al></noot>: de genetische samenstelling van landbouwgewassen, bomen, tuinenplanten en wilde planten verandert nu reeds al van nature onvoorspelbaar door natuurlijke processen. Dit gebeurt door recombinatie en willekeurige mutaties bij de geslachtelijke voortplanting. Op genetisch niveau vinden met elke generatie duizenden mutaties en modificaties in het DNA plaats. In de veredeling wordt sturing gegeven aan deze natuurlijke processen. Het gebruik van NGT’s in de veredeling heeft geen significante invloed op het totaal aan veranderingen in de genetische samenstelling; de natuurlijke processen leiden tot veel meer veranderingen in de genetische samenstelling van landbouwgewassen, bomen, tuinplanten en wilde planten.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>7.</li.nr>
                  <al>De voormalig Staatssecretaris heeft eerder aangegeven dat «dit maximum van 20 modificaties uiteindelijk een beleidskeuze is geweest van de Europese Commissie». Bent u het met deze leden eens dat u met deze beleidskeuze ook een ethische keuze vertegenwoordigt, omdat deze het verschil tussen bestaande gewassen en Genetisch Gemodificeerde Organismes (hierna: GMO’s) opnieuw definieert, vooral ook op de langere termijn? Bent u het met deze leden eens dat deze keuze onomkeerbaar is? Kunt u uw standpunt in dit dossier verklaren, gezien de antwoorden van de voormalig Staatssecretaris op vragen 11 en 12?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ik volg hierin de lijn van mijn voorganger in de eerdere beantwoording op vragen 11 en 12<noot id="ID-1243430-d40e631" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Kamerstukken I, <extref doc="kst-27428-I" soort="document" status="actief">27 428, nr. I</extref></noot.al></noot>. Volgens de adviezen van de COGEM vallen de voorwaarden voor de equivalentiecriteria voor categorie 1 NGT planten binnen wat ook met conventionele veredeling bereikt kan worden. Het uitgangspunt is dat categorie 1 NGT planten vergelijkbaar zijn met conventioneel veredelde planten, met dezelfde risico’s voor mens en milieu. Daarom is het proportioneel om deze planten ook zoveel mogelijk op dezelfde manier te behandelen. Ik vind dat het maximum van 20 modificaties dat de Europese Commissie heeft voorgesteld geen ethische keuze is, NGT planten blijven namelijk wel vallen onder de huidige definitie van genetisch gemodificeerde organismen, maar de categorie 1 NGT planten worden uitgezonderd van de ggo-regelgeving. Ook andere methoden van genetische modificatie zijn uitgezonderd van de ggo-regelgeving, dit zijn technieken zoals willekeurige mutagenese en celfusie. Deze vormen van genetische modificatie worden al lange tijd toegepast in de veredeling. De behandeling van categorie 1 NGT planten sluit bij deze praktijk aan.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>8.</li.nr>
                  <al>Deze leden stellen het op prijs dat u bereidt bent de Commissie Genetische Modificatie (hierna: COGEM) advies te vragen over de uitkomst van de trialogen, maar vinden het tijdstip van het advies te laat. Bent u bereid de COGEM te vragen nog voor het besluit in de Raad te adviseren over de uitkomst van de trialogen? Dit betreft een korte termijn, maar de aan het woord zijnde leden schatten in dat de COGEM in staat is om dit advies te leveren. Bent u het met voornoemde leden eens dat de definitie van categorie 1-NGT in de uitkomst van de trialogen niet «equivalent» is aan conventionele technieken?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ik zal de COGEM vragen op korte termijn een advies op te leveren. Onderdeel van mijn vraag zal zijn of de COGEM, net als in het eerdere advies<noot id="ID-1243430-d40e650" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>COGEM advies: CGM/230710–01</noot.al></noot>, blijft oordelen dat de veiligheid voor mens en milieu met de NGT Verordening gewaarborgd blijft. Ik wil in deze adviesvraag ook punten meenemen die van belang zijn voor de implementatiewetgeving die de Europese Commissie met instemming van de lidstaten zal opstellen. Echter kan ik niet garanderen dat het advies wordt opgeleverd voor de stemming in de Europese Raad, de COGEM is een onafhankelijk adviesorgaan dat over haar eigen planning gaat. Daarnaast heeft mijn voorganger in de beantwoording van de eerdere Kamervragen 11 en 12 mooi toegelicht hoe op basis van eerdere COGEM adviezen wordt geoordeeld dat categorie 1 NGT equivalent is aan conventionele technieken.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>9.</li.nr>
                  <al>Bent u het met deze leden eens dat het onwenselijk is dat de Europese Commissie de bevoegdheid krijgt om de equivalentencriteria in Annex 1 te herzien, zonder tussenkomst van het Europees Parlement of de lidstaten? Zo ja, hoe wilt u dit voorkomen? Zo nee, waarom vindt u het wenselijk een bevoegdheid met potentieel grote consequenties bij de Europese Commissie neer te leggen?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Ik ben het niet eens met de leden dat het onwenselijk is dat de Europese Commissie de bevoegdheid krijgt om de equivalentiecriteria in Annex I te herzien. Deze rol is bij de Commissie belegd vanwege het technische karakter van een dergelijke wijziging. In het voorstel kan de Commissie alleen de criteria van vergelijkbaarheid actualiseren onder strikte voorwaarden. Deze actualisatie moet gerechtvaardigd zijn vanwege nieuwe wetenschappelijke inzichten over welke modificaties in de natuur of in conventionele teelt kunnen voorkomen. De Commissie moet dit onderbouwen met een rapport waarin wordt verwezen naar wetenschappelijke literatuur. Deze bevoegdheid is nodig om te kunnen reageren op ontwikkelingen van de wetenschap. Met deze bevoegdheid kan de Commissie echter niet de definitie van categorie 1 NGT zelf aanpassen. Daarnaast is er ook een rol voor het Europees Parlement en de lidstaten bij de aanpassing van de criteria van vergelijkbaarheid. Het Europees Parlement kan de bevoegdheid van de Commissie op elk moment intrekken en moet op de hoogte worden gesteld van aanpassingen die de Commissie voorstelt. Daarnaast geldt er een voorhangprocedure: gedurende in ieder geval 2 maanden kan het Europees Parlement of de Raad, waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd, inwerkingtreding van een voorstel van de Commissie tegenhouden. De lidstaten worden ook geconsulteerd bij de totstandkoming van een voorstel van de Commissie.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>10.</li.nr>
                  <al>Het Europees Parlement heeft in 2024 besloten dat NGT-voedsel aangemerkt moet blijven en ook dat er geen patenten op NGT gegeven mogen worden. In het voorstel dat nu voorligt wordt aan beide wensen niet voldaan. Nederland is officieel tegen patenten op voedsel, net als onder meer Plantum en Copa-Cogeca. In het huidige voorstel staat alleen iets over vrijwillige transparantie en een vrijwillige code voor licentieovereenkomsten. Volgens voornoemde leden biedt dit geen enkele garantie dat grote zadenbedrijven in de toekomst geen boeren of MKB-zadenbedrijven zullen vervolgen vanwege bijvoorbeeld contaminatie. Het biedt bovendien geen oplossing voor verdere marktconcentratie, hetgeen in brede zin als onwenselijk wordt beschouwd. Gaat u namens Nederland tegen het huidige voorstel stemmen als deze geen verbod op patenten bevat? Zo nee, waarom niet?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Nee, het kabinet gaat niet tegen het voorstel stemmen als dit geen verbod op octrooien bevat. De voorwaarden waaronder een octrooi op kan worden verkregen (en waarop niet) zijn vastgelegd in het Europees Octrooi Verdrag (EOV). Het is niet mogelijk om de octrooieerbaarheid van planten of planteigenschappen via een EU-verordening te wijzigen, daarvoor is aanpassing van het EOV noodzakelijk. Het EOV is een internationaal verdrag dat alleen met instemming van alle 39 deelnemende landen kan worden gewijzigd. Het kabinet heeft zich daarom ingezet voor een NGT-verordening die een goede balans biedt tussen het stimuleren van innovatie enerzijds en toegang tot genetisch materiaal anderzijds.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>11.</li.nr>
                  <al>Waarom vindt u dat consumenten niet zelf mogen kiezen of ze GGO-voedsel willen eten of niet, zoals nu het geval is?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het uitgangspunt is dat categorie 1 NGT planten vergelijkbaar zijn met conventioneel veredelde planten, met dezelfde risico’s voor mens en milieu. Daarom is het proportioneel om deze planten ook zoveel mogelijk op dezelfde manier te behandelen. Ook andere methoden van genetische modificatie zijn uitgezonderd van de GGO-regelgeving (en dus verplichte etikettering), dit zijn technieken zoals willekeurige mutagenese en celfusie. Deze vormen van genetische modificatie worden al lange tijd toegepast in de veredeling. De behandeling van categorie 1 NGT planten sluit bij deze praktijk aan. Toch zijn in het voorstel van de Commissie aan het gebruik en de verhandeling van het uitgangsmateriaal van categorie 1 NGT planten wel een aantal extra voorwaarden gesteld om de keuzevrijheid van professionele gebruikers en consumenten te borgen. Zo bevat het voorstel een verplichting om NGT-planten aan te melden in een openbare database en een verplichting om het uitgangsmateriaal van categorie 1 NGT-planten te etiketteren. Hierdoor is het voor professionele gebruikers duidelijk waarmee ze werken en het staat hen vrij om te kiezen of zij NGT categorie 1 uitgangsmateriaal willen gebruiken. Deze maatregelen zijn belangrijk voor de biologische sector, die een duidelijke wens heeft uitgesproken om deze technieken niet toe te staan in haar sector, waaraan gehoor is gegeven in het NGT-voorstel.</nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <lijst nummerbreedte="2-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>12.</li.nr>
                  <al>Het coalitieakkoord geeft alle ruimte aan het nieuwe kabinet om tegen het voorstel te stemmen in de Raad, volgens deze leden. Het coalitieakkoord vermeldt namelijk dat het kabinet zich gaat inzetten op het toestaan van verschillende veredelingstechnieken. Deze technieken zijn al toegestaan binnen de huidige GMO-wetgeving. Bent u bereid, gezien alle maatschappelijke en politieke kritiek op het voorstel, net als acht andere lidstaten, tegen het voorstel te stemmen in de Raad?</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Nee, ik ben niet bereid tegen het voorstel te stemmen. Het voorstel voldoet aan de inzet die uiteen is gezet in het BNC-fiche. Het kabinet ziet het gebruik van NGT’s in de plantenveredeling als een belangrijk gereedschap. Dat wil ik de plantaardige sector bieden om uitdagingen omtrent biotische stress (ziekten en plagen) en a-biotische stress (als gevolg van klimaatverandering) het hoofd te kunnen bieden.</nadruk>
            </al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>