﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="sg" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27420-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>1/2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2000-2001 Nr. 9</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST48136</ordernr>
    <vergjaar>2000-2001</vergjaar>
    <volgnr>9</volgnr>
    <onderw>
      <nummer>27 420</nummer>
      <naam>Oprichting Stichting Maror-gelden Overheid, Stichting Joods Humanitair
Fonds, Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTERS VAN FINANCIËN EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN
EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag,  <datum>21 september 2000</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 22 september 2000.</al>
      <al>De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen te ontvangen
kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden
van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden
gegeven uiterlijk 22 oktober 2000.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het oordeel dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging
bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken uiterlijk
op 6 oktober 2000 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van
de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.<nadruk type="vet">1. Inleiding</nadruk></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet heeft bij brief van 21 maart 2000 (Kamerstukken II, 1999/2000,
25 839, nr. 13) aangegeven dat de verdeling van de gelden die beschikbaar
zijn gesteld aan de joodse gemeenschap, en de Sinti en Roma plaats dient te
vinden in een publiekrechtelijk kader. Over de concrete invulling van dat
kader alsmede over de uitkeringsreglementen is de afgelopen weken met vertegenwoordigers
van de verschillende gemeenschappen veelvuldig en constructief overleg gepleegd.
De uitkomsten van dat overleg hebben hun weerslag gevonden in deze brief die
moet leiden tot de oprichting van drie stichtingen. In afwijking van de oprichting
bij wet, beoogt het kabinet met deze brief op grond van artikel 29 van de
Comptabiliteitswet, een zogenaamde voorhangprocedure te starten. Voor deze
procedure is gekozen gelet op de wenselijkheid om zo snel mogelijk over te
kunnen gaan tot daadwerkelijke uitkering van de gelden.</al>
      <al>Over het voornemen tot het oprichten van deze stichtingen is overleg gevoerd
met de Algemene Rekenkamer in het kader van artikel 63 van de Comptabiliteitswet.
De Algemene Rekenkamer heeft als enige opmerking dat in lijn met de andere
statuten van de joodse stichtingen opname van een evaluatiebepaling in de
statuten van de stichting Rechtsherstel Sinti en Roma wenselijk is. Aan deze
wens is door het kabinet gehoor gegeven. De reactie van de Algemene Rekenkamer
is als bijlage bijgevoegd.<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinet heeft met het starten van deze voorhangprocedure willen wachten
tot de rechterlijke uitspraak in het kort geding tegen de Staat waarvan melding
werd gemaakt in de brief aan Uw Kamer van 28 augustus jl. De rechter heeft
op 20 september jl. uitspraak gedaan in het kort geding en de vordering van
de eisers afgewezen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na afronding van de voorhangprocedure zullen de stichtingen de nog noodzakelijke
voorbereidingen treffen om tot verstrekking van individuele uitkeringen
over te kunnen gaan. De planning voorziet dat de eerste betalingen in 2000
worden gedaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De volgende stukken zijn als bijlagen bij deze brief gevoegd:<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref></al>
      <al>– De concept-statuten van de Stichting Maror-gelden Overheid; Stichting
Joods Humanitair Fonds en de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma.</al>
      <al>– De concept-uitkeringsreglementen van de Stichting Maror-gelden
Overheid en de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma. Het overleg over het
uitkeringsreglement voor de Stichting Joods Humanitair Fonds is nog niet afgerond
omdat de inrichting van de Stichting Maror-gelden Overheid de prioriteit heeft
gekregen in verband met de noodzakelijke voortvarendheid bij het verstrekken
van de individuele uitkeringen. Om diezelfde redenen ontbreekt nog het uitkeringsreglement
voor de projectuitkeringen ten behoeve van de Roma en Sinti. Nadat het overleg
over deze reglementen is afgerond, zullen deze aan Uw Kamer worden voorgelegd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de zogenaamde financiële brieven van de minister aan de stichtingen
staan afspraken ten behoeve van een rechtmatige en doelmatige besteding van
de gelden. Zo zijn onder meer afspraken opgenomen over de wijze waarop de
gelden worden overgemaakt, de wijze waarop over de gelden verantwoording moet
worden afgelegd, en welke informatie het jaarverslag in ieder geval dient
te bevatten (aantal aanvragen, uitkeringen, afwijzingen, bezwaarschriften
etc.) Ook is opgenomen dat de Algemene Rekenkamer controlebevoegdheden heeft
bij de stichtingen. Over de concepten is overleg gevoerd met de Algemene Rekenkamer.</al>
      <al>Voor alle stichtingen geldt dat de gelden tegen rente op een rekening-courant
bij de Staat zullen worden aangehouden, het zogenaamde schatkistbankieren.
Zoals Uw Kamer reeds is gemeld, wordt vanaf 21 maart 2000 over het bedrag
rente vergoed volgens een vaste systematiek. De rente valt toe aan het vermogen
van de stichting. Over de rentetarieven zal het stichtingsbestuur een zogenaamd
rentearrangement afsluiten met de Staat.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de statuten, uitkeringsreglementen en financiële brieven bestaat
overeenstemming tussen de betrokken partijen. Per stichting worden hierna
achtereenvolgens de hoofdpunten toegelicht.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Stichting Maror-gelden Overheid</tuskop>
      <al>Over de statuten van de Stichting Maror-gelden Overheid en het uitkeringsreglement
is overleg gevoerd met het Centraal Joods Overleg, het Platform Israël,
en het Adviescollege Restitutie en Verdeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Stichting Maror-gelden Overheid zal voor f 350 miljoen aan individuele
uitkeringen en projectuitkeringen verstrekken. Hiertoe kent de Stichting drie
Kamers. Kamer I zal besluiten over de individuele uitkeringen, Kamer II over
de uitkeringen ten behoeve van collectieve joodse doelen in Nederland en Kamer
III over de uitkeringen ten behoeve van collectieve joodse doelen in Israël.
Elke Kamer zal van het stichtingsbestuur een mandaat krijgen om uitkeringsaanvragen
in behandeling te nemen en af te doen. De Kamers worden ondersteund door een
uitvoeringsorganisatie die is geselecteerd door de betrokken joodse organisaties.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het stichtingsbestuur zal bestaan uit ten minste drie personen die worden
voorgedragen door het Centraal Joods Overleg (CJO) en het Platform Israël.
De benoeming van de bestuursleden en hun plaatsvervangers behoeft goedkeuring
van de Minister van Financiën. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De stichting zal ook een Raad van Advies en een College van deskundigen
instellen die kunnen adviseren over collectieve doelen die in de Kamers II
en III aan de orde komen. De leden worden benoemd door het bestuur. Ook zal
de stichting een bezwarencommissie instellen, bestaande uit door het bestuur
te benoemen onafhankelijke deskundigen. Bezwaar en beroep tegen genomen besluiten
kan worden ingesteld op basis van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de toezichtsstructuur heeft het kabinet getracht een juist evenwicht
te vinden tussen voldoende betrokkenheid enerzijds, en gepaste afstand anderzijds.
Om de ministeriële verantwoordelijkheid inhoud te kunnen geven, heeft
de Minister van Financiën een aantal sturings- en controle-instrumenten
zoals goedkeuringsrecht ten aanzien van (wijzigingen van) de statuten en het
uitkeringsreglement alsmede ten aanzien van de benoeming van de bestuursleden
en hun plaatsvervangers.</al>
      <al>Het bestuur van de stichting zal periodiek verantwoording afleggen aan
de Minister over de uitvoering van zijn financiële en bestuurlijke taken.Tevens
zal het bestuur haar werkzaamheden periodiek evalueren. Ook is geregeld dat
de Minister van Financiën een algemene aanwijzingsbevoegdheid heeft.</al>
      <tuskop letat="vet">3. De Stichting Joods Humanitair Fonds</tuskop>
      <al>De Stichting Joods Humanitair Fonds heeft ten doel het beheren en (doen)
verdelen van f 50 miljoen, ten behoeve van humanitaire projecten in het
buitenland. De projectenuitkeringen worden verstrekt op basis van een uitkeringsreglement
dat door het bestuur wordt vastgesteld na goedkeuring van de Minister van
Financiën.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op deze stichting zijn vrijwel dezelfde statutaire bepalingen van toepassing
als op de Stichting Maror-gelden Overheid.</al>
      <tuskop letat="vet">4. De Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma</tuskop>
      <al>Over de statuten van de stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en het uitkeringsreglement
voor de individuele uitkeringen is overleg gevoerd met vertegenwoordigers
van de Sinti en Roma.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De stichting zal voor f 30 miljoen aan individuele uitkeringen en
projectuitkeringen verstrekken. Dit zal geschieden op basis van de door het
bestuur vast te stellen uitkeringsreglement dat moet worden goedgekeurd door
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bestuur van de stichting zal bestaan uit ten minste vijf personen.
De benoeming van de bestuursleden behoeft goedkeuring van de minister van
VWS.</al>
      <al>Het bestuur van de stichting beslist over de uitkeringen op advies van
twee Raadkamers, één voor de individuele uitkeringen, en één
voor de projectuitkeringen.</al>
      <al>De Kamers worden ondersteund door een uitvoeringsorganisatie die is geselecteerd
door vertegenwoordigers van Sinti en Roma.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De stichting zal een bezwarencommissie instellen, bestaande uit door het
bestuur te benoemen onafhankelijke deskundigen. Bezwaar en beroep kan worden
ingesteld op basis van de Algemene wet bestuursrecht. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De toezichtsstructuur komt in grote lijnen overeen met die van de twee
hiervoor genoemde stichtingen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Financiën,</functie>
        <naam>G. Zalm</naam>
        <functie>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>E. Borst-Eilers</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>