﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="sg" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27233-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>1/2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000 Nr. 314</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST47265</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <volgnr>314</volgnr>
    <onderw>
      <nummer>27 233</nummer>
      <naam>Subsidieregeling modernisering onderwijsleermethoden primair onderwijs</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoetermeer,  <datum>7 juli 2000</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 12 juli 2000.  De wens dat het in de maatregel of regeling geregelde
onderwerp bij de wet wordt geregeld kan door of namens een van beide Kamers
te kennen worden gegeven uiterlijk op 9 augustus 2000.</al>
      <al>Bij gelegenheid van de voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om 112
miljoen ter beschikking te stellen voor materiële instandhouding van
het primair onderwijs. Dit budget is bedoeld om de scholen in de gelegenheid
te stellen op korte termijn lesmiddelen aan te schaffen die aan alle eisen
voldoen die er op dit moment aan gesteld kunnen worden.</al>
      <al>De susidieverlening is neergelegd in een ministeriële regeling op
basis van artikel 3, tweede lid, van de Wet overige OCenW-subsidies.</al>
      <al>Deze wet schrijft ten aanzien van een dergelijke ministeriële regeling
voor (artikel 3, derde lid) dat zij «aan beide kamers der Staten-Generaal
wordt overgelegd en niet in werking treedt dan nadat vier weken na de overlegging
zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een der kamers
de wens wordt te kennen gegeven dat het in die regeling geregelde onderwerp
bij de wet wordt geregeld».</al>
      <al>Omdat overlegging plaatsvindt bij de aanvang van het zomerreces van beide
kamers deel ik u mede dat inwerkingtreding in ieder geval niet zal plaatsvinden
voor 26 september 2000, dat is drie weken na de hervatting van de werkzaamheden
van de leden van de Eerste Kamer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor een toelichting op deze ministeriële regeling verwijs ik u naar
de desbetreffende bijgevoegde regeling.<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,</functie>
        <naam>K. Y. I. J. Adelmund</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>