﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27157-46/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST59335</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 157</nummer>
      <naam>Vuurwerkramp Enschede</naam>
    </onderw>
    <onderw>
      <nummer>27 575</nummer>
      <naam>Café-brand in Volendam</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>46</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 7 februari 2002</datum>
      <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> heeft op 19 december 2001 overleg gevoerd met minister
De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris
De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">–</nadruk> de brief van de minister d.d. 12 oktober
2001 met aanbieding eerste halfjaarlijkse voortgangsrapportage Vuurwerkramp
(27 157, nr. 44);</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">–</nadruk> de brief van de staatssecretaris d.d.
12 november met rapport «Melding en opschaling, informatie en communicatie
bij acute rampen» (BZK-01-964);</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">–</nadruk> de brief van de minister d.d. 14 december
2001 met een actualisering van de voortgangsrapportage Vuurwerkramp en Nieuwjaarsbrand
Volendam (27 157/27 575, nr. 45).</al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Wagenaar</nadruk> (PvdA) herinnert aan de motie-Wagenaar
over vervolgschade en letselschade. Slachtoffers van de Vuurwerkramp zijn
bang dat de motie niet wordt uitgevoerd. Het duurt allemaal nogal lang, al
moet er maatwerk worden geleverd en moet de mensen op een heel reële
manier tegemoet worden gekomen. Problemen zijn er voor mensen die na een jaar
in de WAO zijn terechtgekomen, voor mensen met dubbele woonlasten, voor mensen
met hoge medische en verzorgingskosten en voor mensen die hoge kosten hebben
voor het opknappen van hun woning, problemen die door de Commissie Financiële
Afwikkeling Vuurwerkramp II (CFA II) worden behandeld. Zij vraagt of in schrijnende
situaties geen voorschotten kunnen worden verstrekt. Een beetje haast kan
nu geen kwaad.</al>
      <al>Mevrouw Wagenaar hoort heel veel klachten over de bureaucratie die met
de uitvoering van de regelingen is gemoeid. De verzekeraars hebben hun coulante
houding uit het begin laten varen. Ook zij hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Over de uitvoeringsorganisatie LASER blijken er veel klachten te zijn. Die
zou te weinig behulpzaam en te weinig ruimhartig zijn.</al>
      <al>Is het juist dat in Brussel ontheffing kan worden aangevraagd van het maximaal uit te keren bedrag van de ondernemersregeling en is dat gebeurd?
Mevrouw Wagenaar heeft ook hier de indruk dat iedereen op elkaar zit te wachten.
Zij pleit in het bijzonder voor hulp aan de vele kunstenaars en eenmansbedrijven
in de getroffen wijk.</al>
      <al>In Nederland verzandt heel veel in de bestuurlijke praatcultuur, die als
het om veiligheid gaat moet veranderen in een doecultuur. De resultaten van
de taskforce laten te lang op zich wachten. In het Oosting-debat is afgesproken
dat er een cultuuromslag zou komen bij de overheid, waarvoor meetbare criteria
zouden worden ontwikkeld, maar die zijn er nog niet. Onveilige situaties kunnen
nooit helemaal worden voorkomen, maar de bureaucratie moet worden doorbroken.</al>
      <al>Het brandwondencentrum in Beverwijk heeft financiële problemen door
de cafébrand in Volendam. Het zegt nooit meer iets van VWS te hebben
gehoord. Het belang van opschaling wordt nog steeds niet erkend door gemeenten,
waardoor bij een ramp kostbare tijd verloren kan gaan. Mevrouw Wagenaar meent
dat op landelijk niveau kwaliteitseisen kunnen worden vastgesteld. Voorts
zijn er nog steeds niet overal goede rampenplannen en wordt er niet overal
geoefend. Zij pleit voor een openbare lijst bij de halfjaarlijkse rapportages
met de stand van zaken in alle gemeenten. Zij vraagt hoe de stand van zaken
met de veiligheid in de horeca rond oud en nieuw nu is. TNO heeft de vorige
week gezegd uniforme regels te willen stellen voor de brandbaarheid van kerstversieringen.
Het meent dat de huidige regels onwerkbaar zijn. Hoe neemt de staatssecretaris
deel aan het debat daarover?</al>
      <al>De invoering van een veiligheidskeurmerk moet volgens mevrouw Wagenaar
nu prioriteit krijgen. Zij vraagt hoe het komt dat in de totstandkoming daarvan
zich een vertraging heeft voorgedaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van den Doel</nadruk> (VVD) spreekt zijn waardering
uit voor al het werk dat sinds de Vuurwerkramp is verricht. Het Informatie-
en Adviescentrum (IAC) had in november nog ruim 3000 bezoekers en ruim 2000
telefoongesprekken te verwerken. Voor de fractie van de VVD geldt dat nu vooral
gewerkt moet worden aan herstel van vertrouwen in de overheid, zorg voor slachtoffers
en nabestaanden en wederopbouw van de wijk.</al>
      <al>Na het verschijnen van het rapport-Oosting zijn indrukwekkend veel rapporten,
plannen van aanpak, startnotities enz. verschenen. De heer Van den Doel waarschuwt
tegen het ontstaan van een bureaucratie zonder dat er veel verandert. Bij
elk actiepunt zal bekeken moeten worden of het overlegmodel wel noodzakelijk
is. Afgelopen vrijdag vernam hij in Enschede dat de opbouw van de wijk Roombeek
nog zeven jaar gaat duren. Dat zou komen door standaardprocedures, Europese
regelgeving, wijzigingen van plannen enz. Mensen die is toegezegd dat zij
naar hun wijk terug kunnen, kunnen natuurlijk geen zeven jaar wachten. Als
weten regelgeving niet toereikend zijn om tot een snellere uitvoering te komen,
moeten de mogelijkheden daartoe alsnog worden gecreëerd, ook met het
oog op mogelijke toekomstige situaties. Veiligheid schijnt op lagere overheidsniveaus
nog steeds niet hoog op de agenda te staan. Uit een enquête blijkt dat
nog maar 220 gemeenten een geactualiseerd rampenplan zouden hebben. Dat is
absurd. Welke stappen gaat de staatssecretaris ondernemen als blijkt dat dit
beeld klopt? Wil de minister de commissarissen van de koningin in Zeeland
en Drenthe, waar nog helemaal niets is gebeurd, benaderen? Wat zeggen deze
gegevens over het functioneren van de taskforce?</al>
      <al>Een snelle en adequate financiële afwikkeling is belangrijk voor
het verwerkingsproces. Volgens de petitie die vandaag is aangeboden, zijn
118 gevallen in Enschede nog steeds niet afdoende geholpen. De heer Van den
Doel krijgt het gevoel dat die gevallen vermalen dreigen te worden in de bureaucratie.
De commissie-Van Lidth de Jeude rapporteert deze week. Wanneer kan tot betaling
aan de slachtoffers worden overgegaan? Voor de VVD geldt als uitgangspunt
dat slachtoffers niet tussen wal en schip terecht mogen komen.</al>
      <al>Zo'n 40 Enschedese bedrijven ondervinden problemen ten gevolge van de
grens van 100 000 euro. In het Europees Parlement zijn daarover in de
zomer door de liberale fractie al vragen gesteld. De Europese Commissie stelde
dat in gevallen als dit van die grens kon worden afgeweken. Is er overleg
met Brussel geweest?</al>
      <al>De heer Van den Doel heeft er begrip voor dat na een aantal maanden blijkt
dat actiepunten anders moeten worden aangepakt. Voor het bevorderen van een
multidisciplinaire aanpak van oefeningen zou een wetswijziging noodzakelijk
zijn. Hij vraagt zich af waarom de gemeenten niet gewoon een brief kan worden
gestuurd dat die oefeningen moeten plaatsvinden. De gemeenten klagen dat zij
veel actiepunten opgelegd krijgen, maar dat de capaciteit daarvoor ontbreekt.
Er is een enorm gebrek aan preventieambtenaren en de opleidingscapaciteit
schiet tekort. Kan het Rijk of de provincie hierin een coördinerende
rol spelen? Wanneer gemeenten hun zaak op orde hebben, kunnen wellicht preventieambtenaren
op detacheringsbasis andere gemeenten van dienst zijn.</al>
      <al>Er is veel inconsistente regelgeving. De heer Van den Doel vraagt welke
objecten door de minister van Justitie op regelgeving zullen worden doorgelicht.
Hij verbaast zich er een beetje over dat de rol van de provinciale staten
zal worden versterkt. Hij meent dat het toezicht door de commissaris van de
koningin moet worden versterkt. Die heeft ook een speciale positie ten opzichte
van de minister van Binnenlandse Zaken en kan daarop worden aangesproken.</al>
      <al>Er zou een landelijke faciliteit, die de inzet van landelijke bijstandsteams
bij rampen inhoudt, tot stand worden gebracht. De heer Van den Doel hoort
graag wat de landelijke faciliteit zoal kan doen.</al>
      <al>De heer Van den Doel vraagt wie de knopen gaat doorhakken bij het tegengaan
van de incongruentie van de rampenregio's. Hij heeft de indruk dat het eiland
Tholen bij West-Brabant zou moeten aansluiten. Er is de afgelopen weken verwarring
ontstaan met betrekking tot de brandvoorschriften ten aanzien van kerstbomen,
kerstversiering enz. Hij ziet in de praktijk dat elke gemeente zijn eigen
uitleg geeft aan regelgeving in modelbouwverordeningen, de Brandweerwet enz.
Daardoor ontstaat verwarring. Hij pleit voor eenduidige richtlijnen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Pitstra</nadruk> (GroenLinks) vraagt of het
voor de uitvoering van de motie-Wagenaar benodigde budget niet moet worden
afgeleid van de kwaliteit van de oplossingen. Het lijkt hem nodig dat die
met de nodige transparantie worden uitgevoerd. Zijn algemene indruk is dat
er veel acties op de rails staan, maar veel stukken zijn erg vaag. Er moet
druk op de ketel blijven, zodat Nederland straks niet wordt opgeschrikt door
een volgende ramp.</al>
      <al>De fractie van GroenLinks is ontevreden over de afhandeling van het Vuurwerkbesluit.
De heer Pitstra vraagt hoe lang het duurt voordat alle bedrijven met vuurwerkopslag
op een veilige afstand van 800 meter van de bebouwing gevestigd zullen zijn.
De regering doet weinig met de motie-Van den Berg/Mosterd/Slob over een krachtige
ontmoediging van het vuurwerkgebruik. Misschien is men bang voor stemmenverlies.
60% van de Nederlandse bevolking voelt echter eigenlijk wel voor een verbod
van vuurwerk. Er zou begonnen kunnen worden met de grote knallers. Er zou
een discussie moeten worden gestart over verbod van consumentenvuurwerk. De
regering wil de arbeidsomstandigheden waaronder vuurwerk wordt geproduceerd
niet in de beschouwingen betrekken. De heer Pitstra zou alleen «eerlijk
vuurwerk» uit China willen importeren dat op een veilige manier wordt
geproduceerd. Het verbaast hem dat het zo lang duurt voordat een testlokatie
voor vuurwerk is gevonden. Hij vraagt of iets meer gezegd kan worden over
een wettelijke verplichting tot het opstellen van een bedrijfsplan veiligheid
voor bedrijven in Nederland, de motie-Scheltema-de Nie. Hij meent
dat er in het algemeen veel strakkere termijnen moeten worden gehanteerd,
waarop mensen kunnen worden afgerekend.</al>
      <al>De heer Pitstra vraagt hoeveel procent van het brandweerbudget voor preventie
wordt gebruikt. Het opstellen van een gewondenspreidingsplan door de ziekenhuizen
schijnt technisch moeilijk te zijn, maar lijkt hem in een computertijdperk
toch niet zo ingewikkeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Augusteijn-Esser</nadruk> (D66) vraagt of de
Kamer geïnformeerd kan worden over de knelpunten die in het tweemaandelijks
overleg tussen departementen en vertegenwoordigers van MKB en VNO-NCW naar
voren komen. Vervolgens vraagt zij hoe lang de 20% van de slachtoffers van
de Vuurwerkramp die nog hulp nodig hebben die hulp nodig zullen blijven hebben.
Zij complimenteert de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp, die veel
goed werk doet. Het is heel goed dat de rechter duidelijkheid is gevraagd
over de aansprakelijkheid van de diverse partijen.</al>
      <al>De burgemeester van Enschede heeft aangekondigd dat de gemeente voor een
aanvullend bedrag voor de CFA II zal aankloppen. Mevrouw Augusteijn stelt
snelheid in het scheppen van duidelijkheid voor de slachtoffers voorop. Kan
het niet snel, dan valt met haar fractie te praten over een duidelijke, maar
grofmazige regeling, die in een later stadium wordt verfijnd. Van Lidth de
Jeude heeft nog voor de kerst een regeling voor de groep die niet via bestaande
regelingen kan worden geholpen aangekondigd. Het is haar niet duidelijk wie
daar onder vallen. Haars inziens is de schade die is ontstaan buiten de twee
ringen, schade aan woningen en psychische schade, voorlopig nog ongedekt.
Zij vraagt of deze groepen onder de vergeten slachtoffers vallen. Schrijnende
situaties worden overigens niet alleen door de overheid veroorzaakt, maar
ook door derden. Uit haar ervaringen met de enquêtecommissie Bijlmerramp
weet zij dat het traineren van oplossingen leidt tot meer psychische schade
voor slachtoffers en hogere claims. Het is ook gewoon onaanvaardbaar. Zij
dringt aan op een snelle uitvoering van de motie-Wagenaar.</al>
      <al>Het openbaar ministerie heeft blijkbaar geblunderd in de zaak tegen de
directeur van het vuurwerkbedrijf, door drie afgeluisterde gesprekken tussen
de raadsman en zijn cliënt in het dossier terecht te laten komen. Mevrouw
Augusteijn vraagt zich af hoe zoiets mogelijk is.</al>
      <al>Mevrouw Augusteijn meent dat de bewoners van Roombeek inspraak moeten
hebben bij de herinrichting van hun wijk.</al>
      <al>In de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
is vastgesteld dat snelle wijziging van het Vuurwerkbesluit geboden is. Voor
oud en nieuw zal dat niet meer gebeuren. Mevrouw Augusteijn vraagt wat de
vliegende brigade die bij vuurwerkincidenten gaat assisteren precies gaat
doen. Wat bedoelt minister Korthals als hij bedrijven oproept om een goede
rampenpolis af te sluiten? Wordt er, zoals aangekondigd, frequent geoefend
op rampenbestrijding? In het personeelsblad van Binnenlandse Zaken staat dat
een oefening met algehele ontruiming van het ministerie, voor december gepland,
niet zal plaatsvinden. Dat is dus niet het goede voorbeeld. Zij vraagt zich
af of een zwarte lijst kan worden gemaakt van gemeenten wier rampenplannen
niet op peil zijn.</al>
      <al>Het baart mevrouw Augusteijn zorgen dat het functioneren van de meldkamers
niet op orde is. Zij functioneren te veel vanuit een geïsoleerde positie.
Zij is van mening dat dit heel snel moet veranderen. Dit mag niet aan de betrokken
regiobesturen worden overgelaten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Slob</nadruk> (ChristenUnie) geeft graag steun
aan de extra financiële impuls voor de wederopbouw van Roombeek, ook
van de provincie. Dat het nog zeven jaar duurt voordat het hele plan gerealiseerd
is komt vooral doordat de Grolschfabriek moet worden verplaatst en het laatste
stuk pas daarna tot stand kan komen. De insteek van de Kamer was
om met grote voortvarendheid aan de slag te gaan, juist op de punten waar
een en ander mis was. Zijn fractie is tevreden over hetgeen in de afgelopen
maanden is gebeurd. Hij verwacht weer meer duidelijkheid over concrete resultaten
in de voortgangsrapportage van april. Hij hoopt dat ook de financiële
afwikkeling snel plaatsvindt. Het is vervelend dat anderhalf jaar na de ramp
veel getroffenen de gebeurtenissen nog steeds niet hebben kunnen verwerken,
omdat hun energie vooral wordt gevraagd voor de afhandeling van materiële
zaken. Het zou hem een lief ding waard zijn geweest als alles voor de kerst
rond was geweest. Hij hoort graag hoe het tijdpad er nu uitziet. De gemeente
Enschede is bijgesprongen voor ongeveer 80 mensen met dubbele woonlasten.
Het geven van voorschotten is voor hem een heel reële optie.</al>
      <al>De heer Slob is ervan geschrokken dat het leervermogen van een deel van
de gemeenten en regio's na de rampen niet groot blijkt. Hij vindt het onbegrijpelijk
dat sprake is van onderschatting van de totale rampenbestrijding. Hij vraagt
zich af hoe dit zich verhoudt tot de bestuurlijke cultuuromslag die nu langzaam
maar zeker op gang zou moeten komen en of een coördinatiepunt voor melding
en opschaling een afdoende antwoord is. De uitwerking van de rampenbestrijding
zou nog blijven steken in globale en theoretische beschrijvingen en procedures.
Nog steeds zijn er gemeenten waar alleen telefoonlijsten beschikbaar zijn
als rampenplan.</al>
      <al>Het advies van de Raad van State over het Vuurwerkbesluit is er inmiddels.
Zowel voor consumentenvuurwerk als professioneel vuurwerk zou het in maart
2002 in werking kunnen treden. Hij hoopt dat men snel aan de slag gaat. De
heer Slob vraagt of de informatie juist is dat slechts één opslagplaats
voor professioneel vuurwerk voldoet aan de gestelde eisen. Hij vraagt op welke
wijze de Kmar bijstand zou kunnen gaan verlenen.</al>
      <al>Uit een onderzoek van Intermarkt bleek onlangs dat een kwart van de Nederlandse
bevolking niet weet dat de regionale omroep bij een ramp als rampenzender
functioneert. Net voor de zomervakantie is er een campagne geweest. Hij zou
graag zien dat de gemeenten, die een wettelijke taak hebben op het punt van
voorlichting aan de bevolking bij rampen en calamiteiten, extra op hun verantwoordelijkheid
werd gewezen, om de bekendheid met de functie van de regionale omroep te vergroten.
Hij zou graag in de volgende voortgangsrapportage verder geïnformeerd
worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Meijer</nadruk> (CDA) omschrijft met «de
ramp na de ramp» dat nadat de mediahype voorbij is de aandacht voor
een ramp heel snel verslapt, maar dat voor vele direct betrokkenen de ramp
nog lang niet afgelopen is. Negen jaar na de Bijlmerramp zijn er mensen die
iedere dag geconfronteerd worden met hetgeen toen is gebeurd. Hij hoopt dat
de rampen van Enschede en Volendam sneller kunnen worden afgewikkeld, om de
verwerking beter te laten plaatsvinden. Nadat de aandacht weg is slaat de
bureaucratie toe. Hij vraagt zich af of de aanpak tijdens een ramp niet moet
doorlopen in nazorg voor de slachtoffers na de ramp. Aan het begin van een
ramp wordt een rampverklaring afgegeven die de burgemeester speciale bevoegdheden
geeft. Die wordt meestal ingetrokken als de directe rampbestrijding ten einde
loopt. Hij vraagt of die rampverklaring langer in stand kan worden gehouden,
om de noodzakelijke aandacht te kunnen houden voor slachtoffers in de breedste
zin van het woord. Mensen die zo zwaar getroffen worden zijn gebaat bij een
speciale behandeling zoals tijdens de rampverklaring mogelijk is, om het manco
van de bureaucratie te doorbreken. De slachtoffers moeten nu weer langs alle
loketten die in het normale overheidsstramien gebruikt worden. Bij een rampverklaring
hebben de burgemeester c.q. de raad de bevoegdheid om te mandateren om bepaalde
zaken sneller te laten verlopen. Er is duidelijk behoefte aan een andere manier
van nazorg dan er tot nu toe is. </al>
      <al>De minister heeft de uitvoering van de motie-Wagenaar toegezegd. De heer
Meijer verwacht dat dit snel gebeurt. De geloofwaardigheid is in het geding.</al>
      <al>Uit de brief van 12 oktober is de heer Meijer gebleken dat verschillende
zaken door elkaar lopen. Hij vraagt zich af hoe de afstemming tussen de taskforce
en de projectgroep is. Kan de taskforce sancties toepassen als zijn regisserende
rol niet wordt gerespecteerd? In hoeverre kunnen mensen met klachten bij de
taskforce en de projectgroep terecht?</al>
      <al>De heer Meijer is blij met de coördinerende rol van de minister van
VROM. Nu heeft hij een aantal rampenoefeningen zelf meegemaakt. Helaas wordt
de coördinerende rol nog steeds niet ingevuld. Er zijn verschillende
inspecties die zonder onderlinge afstemming controleren. Hij verzoekt de staatssecretaris
om die afstemming te bevorderen. Hij vraagt zich af of burgemeesters eerst
zelf met een ramp geconfronteerd moeten worden alvorens aan rampenbestrijding
te beginnen. Hij schrok toen hij zag welke echelons betrokken werden bij de
rampenoefeningen die hij heeft meegemaakt. De mensen die de hoogste bevoegdheden
hebben laten het vaak afweten en delegeren aan anderen. Hij vindt het niet
aanvaardbaar dat een commissaris van politie op een politiebureau gaat zitten
in plaats van in een crisisstaf, zoals tijdens de Bijlmercrisis. Hij vraagt
welke mogelijkheden de minister heeft om de rampenbestrijdingsplannen echt
van de grond te krijgen.</al>
      <al>Vervolgens vraagt de heer Meijer of de adviezen die de brandweer op het
gebied van vergunningverlening en voorschriften aan bedrijven gaat geven vrijblijvend
of verplichtend zijn. Wie verleent de opdracht voor die adviezen en verstrekt
de noodzakelijke financiële middelen? Moet de gemeenteraad daar jaarlijks
geld voor uittrekken? Er zijn ongeveer 16 zeer risicovolle opslagplaatsen
in Nederland. Het lokaal bestuur meent daar niet tot een rampenplan te kunnen
komen omdat er geen veiligheidsrapportages kunnen worden gemaakt. De heer
Meijer vraagt voorts wat hij zich moet voorstellen bij het regionaal beheersplan.
Ten slotte vraagt hij welke concrete bevoegdheden provincies en inspecties
zullen krijgen in hun toezichthoudende rol. De provincies menen niet voldoende
deskundigheid en financiële middelen te hebben voor hun taak bij de sanering
van de vuurwerkbedrijven in het kader van het Vuurwerkbesluit.</al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de bewindslieden</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> is de opmerking van de heer Meijer
over de ramp na de ramp uit het hart gegrepen. Hij besteedt daar dagelijks
aandacht aan. Dat geldt natuurlijk nog veel meer voor de gemeente Enschede.
Dat zal nog vele jaren duren. Hij heeft niet de illusie dat de ramp op een
gegeven moment door iedereen vergeten zal zijn. De overheid moet zien of zij
kan helpen bij het verwerkingsproces. Tot in lengte van jaren zijn gemakkelijk
toegankelijke instanties nodig. Het IAC, dat ene loket, moet zeker nog een
jaar of vijf blijven bestaan. De ontwikkeling van de situatie van de mensen
wordt steeds gevolgd. Alle namen die zijn genoemd in het kerstpakket dat de
belangenvereniging voorafgaande aan het overleg heeft aangeboden, 119 gevallen,
zijn bekend bij de CFA II, die de problematiek afwerkt die niet door de algemene
regelgeving wordt gedekt, maar maatwerk vraagt. Die commissie zal voor het
eind van het jaar haar werkzaamheden afronden. De minister zegt toe dat hij
al het mogelijke zal doen opdat in januari duidelijkheid bestaat over de afwikkeling.
Dat vereist nog overleg in het kabinet. Hij verzekert dat de motie-Wagenaar
naar eer en geweten wordt uitgevoerd. Met alle betrokkenen zijn gesprekken
gevoerd. Geconstateerd is dat een aantal mensen beperkte problemen heeft,
maar dat anderen er heel veel hebben. Naar zijn informatie, afkomstig van
het IAC, is tweederde van de problemen nu opgelost. De commissie heeft naar
zijn smaak bewonderenswaardig werk gedaan. Hij zal zijn collega van VWS vragen
deze informatie wat uitgebreider aan de commissie door te geven. Als
het rapport van de commissie CFA II in januari wordt gepubliceerd, wordt het
door gemeente en Rijk bekeken, waarna in de loop van januari een definitief
besluit valt.</al>
      <al>De minister kan geen antwoord geven op de vraag over een rampenpolis.
Het probleem van de 100 000 euro-grens is opgelost. Staatssecretaris
Ybema heeft die grens losgelaten. Voorzover hij weet is dit op een ondernemersavond
in Enschede bekendgemaakt.</al>
      <al>Op het ministerie is een keer een vals alarm geweest. Dat werd een grote
oefening, zodat een reguliere oefening eigenlijk niet meer nodig was.</al>
      <al>De minister ziet het als een ereplicht voor kabinet en Kamer dat met de
actiepunten wordt gedaan wat is beloofd. Wat Volendam betreft, zijn daar nog
nieuwe punten aan toegevoegd. Hij heeft het gevoel dat met de verwijten over
bureaucratie mensen die aan het werk zijn een verwijt wordt gemaakt dat hen
niet hoort te treffen. Een doecultuur heeft ook te maken met verschillende
bestuurslagen met verschillende competenties. De uitvoerders zijn zeer gemotiveerd
om zo goed mogelijk te werken, maar er komt verschrikkelijk veel op ze af.
Hij kan zich de noodkreet uit sommige gemeenten goed voorstellen. Er is een
grote schaarste aan mensen op veiligheidsgebied. In het overleg met de taskforce
is duidelijk geworden, dat het dringend gewenst is niet alleen op te schrijven
wat er zou moeten gebeuren, maar veel meer de helpende hand te bieden. De
programma's van de taskforce zijn heel toegankelijk voor iedereen. Met de
VNG is overeengekomen dat er «ambassadeurs» komen, die de gemeenten
zullen bijstaan.</al>
      <al>De actiepunten waarvan de afronding in 2001 was gepland, zijn grotendeels
afgerond. Op enkele punten is er enige vertraging, maar die is niet beduidend.
Sommige actiepunten kunnen nog niet worden afgerond, omdat zij besluiten vergen
die voorgelegd moeten worden aan de Raad van State of de Europese Unie. Het
is moeilijk om al te zeggen wanneer actiepunten die in wetgeving resulteren
kunnen zijn afgerond. Genoemde streefdata zijn data die haalbaar worden geacht.
Getracht wordt de Kamer en anderen volledig op de hoogte te houden van de
voortgang. Als de brieven zijn geschreven, de regels geformuleerd en de goede
voornemens onder woorden gebracht, moeten zij in de dagelijkse praktijk onderhouden
worden. De minister heeft de indruk dat door de gemeenten al het mogelijke
wordt gedaan om nieuwe rampen als in Enschede en Volendam te voorkomen. Er
zal heel specifiek onderzoek worden gedaan om te bezien of overal ook echt
de maatregelen worden genomen die vereist zijn. De taskforce speelt een bijzondere
rol, die door de projectorganisatie, het ministerie zelf, zo goed mogelijk
wordt ondersteund. Hij hoopt in april van het volgend jaar, zo nodig vergezeld
van collega's, te kunnen laten zien dat de actiepunten verder zijn afgewerkt.
Hij is coördinerend minister, maar neemt de verantwoordelijkheid van
andere ministers niet over. Hij rapporteert over het hele traject, maar over
specifieke onderwerpen kan worden gesproken met de vakministers. De heer Pronk
is bijvoorbeeld coördinerend bewindspersoon voor de externe veiligheid.
Hij zorgt ervoor dat alle bij een bepaald probleem in die sector betrokken
ministers rond de tafel komen te zitten om tot afstemming te komen. De minister
zelf spreekt alle departementen elke maand aan op de stand van zaken, met
de vraag wat hij aan de Kamer kan melden.</al>
      <al>De taskforce is bedoeld voor actiepunten waar Rijk en medeoverheden bij
betrokken zijn. De taskforce maakt een werkplan voor 2002, waaraan een communicatieplan
is gekoppeld. Er wordt een actieplan Slagen voor veiligheid uitgewerkt, waarin
in alle regio's mensen worden aangewezen die gemeenten ondersteunen. Dat wordt
vanuit een back office bij de VNG geregeld. Er komt een interactieve internetsite,
zodat alle gemeenten voortdurend contact kunnen hebben. De minister van Justitie
heeft op verzoek van de taskforce een projectgroep voor veiligheidsregelgeving
opgezet. Om te beginnen wordt de veiligheidsregelgeving voor stations, scholen
en horeca doorgelicht. </al>
      <al>De wederopbouw in Enschede is financieel rond. De gemeente is zeer ambitieus,
ook met het geven van kwaliteitsimpulsen. De minister meent dat het kabinet
de bestaande wensen volledig heeft gehonoreerd. Er is een traject gekozen
waarbij regelgeving tot zo min mogelijk vertraging leidt, maar de zorgvuldigheid
moet natuurlijk in acht worden genomen. In 2004 zal de eerste nieuwbouw worden
opgeleverd. Doordat de Experimenteerwet van toepassing is verklaard, kan zo
snel mogelijk worden gewerkt. In het kabinet is vooral minister Van Boxtel
betrokken geweest bij het overleg met Enschede over de wederopbouw. De minister
adviseert de commissie, zich rechtstreeks te laten voorlichten over de voortgang
van de plannen.</al>
      <al>Aangezien Nederland zeer dicht bebouwd is, is het niet eenvoudig een testlokatie
voor vuurwerkmetingen te vinden. Er wordt nu getest in het buitenland. Er
is nu eenmaal niet gekozen voor een verbod op vuurwerk, maar de heer Pitstra
kan overal waar hij wil daarover discussiëren. Het Vuurwerkbesluit gaat
op 1 maart 2002 in werking. Dan gaat ook de daarin vastgestelde saneringstermijn
voor vuurwerkbedrijven van twee jaar in. De saneringsoperatie wordt in een
gezamenlijk project van VROM, IPO en VNG voorbereid. De wens van de heer Pitstra
om eerlijk vuurwerk te importeren staat wat haaks op diens pleidooi voor het
verbod van vuurwerk. Omdat de relatie tussen de wijze van productie en de
kwaliteit van het eindproduct ontbreekt, is het niet verdedigbaar eisen aan
de productie, waaronder de arbeidsomstandigheden, te stellen. Ook in Nederland
worden geen eisen aan de wijze van productie gesteld. Indien al besloten kon
worden alleen vuurwerk uit gecertificeerde fabrieken toe te laten, zou het
nog zeer de vraag zijn hoe de eisen effectief konden worden gehandhaafd. Het
is overigens sowieso een probleem dat ook uit naburige landen meer vuurwerk
wordt geïmporteerd. Minister Pronk is druk bezig met een ontmoedigingsbeleid
voor vuurwerk. Op tv worden er veel spotjes aan gewijd. Op 17 december heeft
minister Pronk een uitgebreide brief aan gemeenten en andere bij de uitvoering
van het vuurwerkbesluit betrokkenen gestuurd met het oog op de komende jaarwisseling.
De vliegende brigade gaat ondersteunen bij toezicht en handhaving van het
Vuurwerkbesluit als dat in werking is getreden. Vragen over problemen van
de provincies op het gebied van deskundigheid en financiën moeten worden
voorgelegd aan de heer Pronk. De minister zal er nog een keer contact over
opnemen.</al>
      <al>De minister meent dat de opmerking dat het OM in de zaak tegen het Enschedese
vuurwerkbedrijf heeft geblunderd afkomstig is van de heer Moscowitz, die als
advocaat van de verdachte optreedt. De rechtbank zou zich nog moeten buigen
over diens bezwaren.</al>
      <al>Het continueren van de rampverklaring tijdens de afwikkeling na afloop
van de ramp heeft geen zin, want die verklaring heeft betrekking op de feitelijke
bestrijding van de ramptoestand. Bij de nazorg heeft de burgemeester weinig
aan de bijzondere bevoegdheden. De minister zou ook niet goed weten waarom
de burgemeester om de gemeenteraad heen zou moeten gaan, want het is juist
van groot belang dat de raad er ten volle bij betrokken is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris</nadruk> bevestigt dat het in het
verleden vaak pijnlijk was dat er na een ramp tijdelijk een piek was in de
publieke belangstelling, maar dat daarna het dagelijks leven weer doorging.
Hij wil de aandacht vasthouden en daarom is gekozen voor een halfjaarlijkse
rapportage aan de Kamer. Hij hoopt dat ook binnen provincies en gemeenten
een regelmatige bevraging door de controlerende organen over het onderwerp
rampenbestrijding cultuur wordt.</al>
      <al>De staatssecretaris zal met VWS en brandwondencentrum nagaan welke problemen
er zijn.</al>
      <al>Het rampenplan is de hoeksteen van de rampenbestrijding. Wie het niet
heeft werkt in den blinde. Alle gemeenten is verzocht om voor het einde van 2001 een actueel rampenplan tot stand te brengen, als dat nog nodig
was. De staatssecretaris heeft de provincies verzocht daarop toezicht te houden
en hem voor eind januari te informeren over de stand van zaken. Hij wil nu
verder geen schattingen doen. Een aantal gemeenten had een actueel rampenplan,
maar een aantal ook niet en is in hoog tempo bezig. In de provincie Drenthe
hebben tien van de twaalf gemeenten inmiddels een actueel en bijgewerkt plan.
In Groningen beschikken alle gemeenten over zo'n plan. Hij is van plan de
informatie die hij zal krijgen openbaar te maken. Gemeenten die de zaak niet
op orde hebben, hebben dan iets uit te leggen aan hun raad en aan de burgers.
Ook de provincies moeten dan worden aangesproken op hun toezichthoudende rol.
Hij heeft de aanbevelingen van de commissie-Alders over brandveiligheid, expliciet
ook die van kerstversieringen, onder de aandacht van alle gemeenten gebracht.
Het College van commandanten van regionale brandweren, de Nederlandse Vereniging
van Brandweerkorpsen, BZK en het NIBRA hebben nagegaan welke instructies op
dit punt nog additioneel moesten worden gegeven. Die zijn op 6 december verschaft
aan alle lokale en regionale brandweren.</al>
      <al>De voorbereidingen voor het veiligheidskeurmerk, dat medio 2002 klaar
zou zijn, zijn op schema. In februari of maart verwacht de staatssecretaris
de eindresultaten van de proeven die zijn gehouden met de veiligheidseffectrapportage.
Er wordt niet gewacht op wetgeving voordat het oefenen, ook multidisciplinair
en grensoverschrijdend, wordt gestimuleerd. Het kabinet besteedt er veel aandacht
aan en heeft er extra middelen voor beschikbaar gesteld. Om de vrijblijvendheid
geringer te maken zal in het beheersplan een oefenplan wordt opgenomen. Dat
wordt een wettelijke verplichting, die begin volgend jaar in het kabinet wordt
besproken. Het beheersplan is een samenbundeling van de voorbereiding van
rampenbestrijding door politie, brandweer en geneeskundige diensten. Een bestuurlijke
en operationele integrale benadering wordt verplicht gesteld. Er komt dan
per regio één meerjarenplan voor de rampenbestrijding, gedragen
door politie, brandweer en geneeskundige diensten. De brandweer is daarin
leidend. Het plan wordt bestuurlijk vastgesteld. De oefenplanning is er wettelijk
verplicht in opgenomen. De commissaris van de koningin krijgt een aanwijzingsbevoegdheid,
om tussentijds te kunnen bijsturen.</al>
      <al>Met het bedrijfsleven is overleg gepleegd of de inspanningen van overheid
en bedrijfsleven niet beter op elkaar kunnen worden aangesloten, gelet op
de capaciteitsproblemen. De landelijke faciliteit gaat beschikken over ondersteuningsteams,
die in concrete situaties door gemeenten kunnen worden ingeschakeld. Er kunnen
teams worden samengesteld op het gebied van search and rescue, van voorlichting
en van vergunningverlening voor grootschalige infrastructurele werken. Een
werkgroep onder leiding van burgemeester Bandell van Dordrecht heeft minister
Netelenbos en de staatssecretaris voorstellen aangeboden om die deskundigheid
bij brandweer en gemeenten te versterken.</al>
      <al>In de eerste drie maanden van het volgend jaar zal het kabinet knopen
doorhakken op het punt van de congruentie, zodat er wetgeving naar de Kamer
kan. De kwaliteit van de rampenbestrijding moet leidend zijn bij de beslissingen.</al>
      <al>Er zijn geen plannen om het preventiebudget van gemeenten te standaardiseren,
maar er is onder de gemeenten wel een duidelijke trend om, ook financieel,
aanzienlijk meer aandacht aan preventie te besteden. De meldkamers zijn een
belangrijke strategische schakel in de rampenbestrijding. Het Rijk streeft
versnelling na bij de totstandkoming van actiepunt 63, over de organisatiestructuur
van de rampenbestrijding.</al>
      <al>De staatssecretaris is niet tevreden met de huidige publieksinformatie,
bijvoorbeeld over de jaarlijkse rampenoefening. Hij heeft opdracht gegeven
tot evaluatie van de landelijke informatieactie. Hij wil weten of één
oefening per jaar voldoende is. </al>
      <al>Het volgend jaar zullen de inspecties gemeenschappelijk onderzoek doen
in gemeenten, naar hun functioneren en naar het uitvoeren van de adviezen
van de commissie-Alders. De staatssecretaris verzoekt de heer Meijer hem concrete
voorbeelden te geven van een gescheiden optreden van de inspecties.</al>
      <al>De adviesfunctie voor de brandweer is verplicht voor zware risico's in
bedrijven en voor vuurwerk. Een gemeente kan de brandweer actief in het planningsstadium
van verordeningen betrekken. De staatssecretaris bespreekt met de VNG of dit
landelijk moet worden geregeld. In het hele land wordt per regio een risico-inventarisatie
gemaakt. Daarvoor zijn handleidingen beschikbaar gesteld. Op basis van die
inventarisaties moeten regio's hun beheersplannen gaan schrijven. Gemeenten
moeten een rampenplan opstellen op basis van de informatie waarover zij beschikken.
Zij kunnen daarenboven voor specifieke gevaren een rampbestrijdingsplan opstellen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>De Cloe</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>De Gier</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA),
voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66),
Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66),
Rijpstra (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld
(VVD), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks),
Kant (SP), Balemans (VVD), De Swart (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Slob
(ChristenUnie), Pitstra (GroenLinks) en Horn (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen
(CDA), Bakker (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Dittrich
(D66), Cherribi (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA),
Cornielje (VVD), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Van
Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Van Splunter (VVD), Nicolaï (VVD), Wijn
(CDA), Rouvoet (ChristenUnie), Rabbae (GroenLinks) en Kuijper (PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>