﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27125-3/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST46466</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>27 125</nummer>
      <naam>Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar
2000 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>3</nummer>
      <titel>VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN</titel>
      <datum>Vastgesteld 14 juni 2000</datum>
      <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer in de vorm van een lijst van vragen verslag uit te brengen.
De door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>De Cloe</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Coenen  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is er een financiële reservering voor de afhandeling
van de Vuurwerkramp in Enschede? Is de Wet tegemoetkoming schade bij rampen
en zware ongevallen van toepassing op de Vuurwerkramp? (blz. 2)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor schade bij rampen worden geen reserveringen gemaakt. De Wet tegemoetkoming
schade bij rampen en Zware ongevallen (WTS) voorziet in het verlenen van een
financiële tegemoetkoming bij het optreden van onverzekerbare schade.
De schade die door de vuurwerkramp is aangericht was verzekerbaar, zodat de
WTS niet van toepassing is. Momenteel wordt door de Gemeente Enschede de aangerichte
schade in kaart gebracht. Het kabinet onderhoudt daarover nauw contact met
het gemeentebestuur. Zodra dit redelijkerwijs mogelijk is zal het kabinet
besluiten over de wijze waarop het de gemeente zal bijstaan om de slachtoffers
in de geleden schade tegemoet te komen.</al>
      <tuskop letat="vet">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke insteek is gekozen voor instromers met een arbeidsverleden
bij de politie? Hoe staat het met het opleiden van deze zij-instromers? Welke
eisen worden aan hen gesteld? (blz. 3)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De doelgroep zij-instromers kent een brede samenstelling. Het gaat om
potentiële kandidaten voor de politie die voldoen aan de gestelde opleidingseisen,
thans een baan hebben en op zoek zijn naar of geïnteresseerd zijn in
een baan bij de politie. Gedurende de opleiding van aspiranten wordt tot de
leeftijd van 25 jaar evenwel alleen een maandgeld vergoed. Om de doelgroep
zij-instromers te interesseren voor een baan bij de politie dient meer maatwerk
te worden geleverd. De eisen die aan deze doelgroep worden gesteld zijn niet
afwijkend van die van de reguliere kandidaten.</al>
      <tuskop letat="vet">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de positie van de Algemene Bestuursdienst? Voor
wie zijn de opleidingstrajecten bedoeld? (blz. 3)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Bureau voor de Algemene Bestuursdienst verzorgt management development
voor de topambtenaren in de rijksdienst. De opleidingstrajecten zijn voor
deze doelgroep bedoeld.</al>
      <tuskop letat="vet">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt met het onderbrengen van het Nationaal Bureau
Verbindingsbeveiliging bij BZK/BVD vooruitgelopen op de invoering van de Wet
op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten? (blz. 4)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er is geen verband tussen het onderbrengen van het Nationaal Bureau voor
Verbindingsbeveiliging bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
in casu bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst, en de invoering van de nieuwe
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Op basis van op zichzelf staande
redenen, in het bijzonder verheldering van de beleidsverantwoordelijkheden,
is door het kabinet besloten tot onderbrenging bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst.</al>
      <tuskop letat="vet">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">01.01. Personeel en materieel Algemeen.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voor de invoering van het project VBTB wordt 3 134 000
miljoen gulden uitgetrokken om met name de informatie infrastructuur aan te
passen. Zijn er ook middelen beschikbaar om de cultuurverandering die gepaard
gaat bij dit proces te ondersteunen? Wat is de stand van zaken bij de toepassing
van de comptabiliteitswet voor wat betreft de organisatie van de beleidsevaluatie
binnen het ministerie? (Zie ARK-rapport «organisatie van
beleidsevaluatie», waaruit blijkt dat BZK het enige ministerie is dat
geen beleidsevaluatiesystematiek conform de comptabiliteitswet heeft.)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Genoemd bedrag van f 3 143 000 betreft nagenoeg geheel
het door het ministerie van Financiën voor 2000 beschikbaar gestelde
bedrag voor de gevolgen van de invoering van de eerste fase VBTB. Ook voor
2001 is een bedrag van circa f 3,0 mln beschikbaar gesteld. Het betreft
hier voornamelijk dekking van kosten voor noodzakelijke aanpassing van informatiesystemen.
Tevens zullen hieruit de personele en materiële kosten gedekt worden
die het gevolg zijn van de invoering van VBTB. De kosten op langere termijn
zijn op dit moment nog niet voldoende inzichtelijk en zullen in de loop van
2001 nader onderbouwd worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het ministerie van BZK wordt als sturingsmodel het zogenoemde SG/DG-model
in combinatie met integraal management gehanteerd. Dit model betekent dat
de bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor zowel beleid als beheer in «de
lijn» zijn belegd.</al>
      <al>Op basis van het sturingsmodel ligt ook de eindverantwoordelijkheid voor
de evaluatiefunctie (van nulmeting en ex ante evaluatie, doorlichting en monitoring,
tot ex-post evaluatie) bij de integrale managers in casu de directeuren-generaal
en de beleidsdirecteuren.</al>
      <al>De Algemene Rekenkamer heeft bij haar onderzoek uitsluitend de rol van
de directie FEZ onderzocht. Met name voor wat betreft de volgende aspecten:
de dekkingsgraad van evaluatieonderzoek, de methodische kwaliteit, de bijsturing
op basis van de uitgevoerde evaluaties, alsmede de informatie aan de bewindslieden.
Aspecten, welke mijns inziens conform het sturingsmodel inherent zijn aan
de taken van de integraal manager respectievelijk behoren tot de DG-verantwoordelijkheid.
Door uitsluitend naar de rol van de directie FEZ te kijken, is een zeer groot
deel van de relevante inspanningen derhalve onzichtbaar gebleven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Binnen het ministerie van BZK is veel aandacht voor (een optimale mix
van) evaluatie-instrumenten, die ook als zodanig worden ingezet. Voor een
overzicht van de uitgevoerde en voorgenomen beleidsevaluatieonderzoeken moge
ik u verwijzen naar de desbetreffende bijlage (7) in de begrotingen van de
afgelopen jaren en de begroting 2000. Het aantal voorgenomen onderzoeken is
16, er zijn 37 lopende onderzoeken en 20 onderzoeken zijn in 1999 afgerond.
Daarnaast is veel aandacht gegeven aan de opzet van monitorsystemen (bijvoorbeeld
Mensen&amp;Management, Trendnota, Politiemonitor Bevolking, Integratiemonitor
en GSB-monitor). Ook de organisatieonderzoeken zijn regelmatig aan de orde.
Voorbeelden hiervan zijn: de overkomst van KabNA en de inrichting van het
DGCZK, de reorganisatie van het DGOB in het kader van het GSB-beleid, het
bestaffingsonderzoek en de daaruit voortgevloeide reorganisaties van stafdiensten,
de doorlichting van de ABD in het kader van de taakuitbreiding, alsmede het
lopende onderzoek naar de DZVO.</al>
      <al>De samenhang en (her)structurering van de inzet van evaluatie-instrumenten
komt nadrukkelijk aan de orde bij het concretiseren en nader invullen van
doelen en prestatiegegevens in het kader van VBTB.</al>
      <tuskop letat="vet">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">01.03 Loonbijstelling</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de minister toelichten welke factoren een rol spelen
bij de verhoging van het bedrag voor lonen in 2000?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Middels het referentiemodel worden de overheidssectoren in staat gesteld
marktconforme arbeidsvoorwaarden af te spreken. Dit betekent dat er arbeidsvoorwaardenruimte
beschikbaar wordt gesteld gebaseerd op de contract loonontwikkeling, de mutaties
in ADV, ziektekosten, sociale lasten en ww-premies in de markt. </al>
      <tuskop letat="vet">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wanneer kan de Kamer het antwoord op de vragen over
de vervreemding aandelen SDU verwachten? (blz. 8)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De kamervragen over de vervreemding SDU zijn deels op 26 mei en deels
op 6 juni jl. bij mijn ministerie binnengekomen. Het streven is om binnen
drie weken de antwoorden op de totale set vragen aan de Kamer te doen toekomen.</al>
      <tuskop letat="vet">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de oorzaken van de vertraging van de betaling
van de bijdrage aan de gemeente Lelystad? (blz. 9)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij 2e suppletore begrotingswijziging 1999 is een bedrag van f 1.3
mln beschikbaar gesteld als bijdrage van BZK in een totale rijksbijdrage van
f 9.6 mln, op basis waarvan Lelystad aanspraak kon maken op een EU-bijdrage
van circa f 8.5 mln. In overleg met de betrokken departementen van EZ,
V&amp;W en VROM is eind 1999 afgesproken dat de daadwerkelijke betaling in
2000 zou plaatsvinden via de begroting van het ministerie van VROM.</al>
      <tuskop letat="vet">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken van het project Burgemeesters
in Beweging? (p. 9)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het project «Burgemeesters in Beweging» (1996–1997)
betrof een grootschalig experiment in het kader waarvan in totaal zestig burgemeesters
een individueel begeleidingstraject hebben doorlopen. Het traject maakte de
behoefte van een substantieel deel van de beroepsgroep aan mobiliteit (doorstroming
binnen dan wel buiten het ambt) en verdere professionalisering voor het eerst
goed inzichtelijk.</al>
      <al>De uit de pilot verkregen inzichten vormden de basis van het in opdracht
van de Minister van BZK door de Stuurgroep Personeelsbeleid Burgemeesters
opgestelde advies «Naar een personeelsbeleid voor Burgemeesters»
(bij brief van 9-12-1997, kenmerk Bk/U2751 aan de Kamer aangeboden). De door
de Stuurgroep geformuleerde aanbevelingen vormen het uitgangspunt voor de
wijze waarop het personeelsbeleid voor burgemeesters momenteel wordt ingericht.
Over de voortgang in de ontwikkeling van het personeelsbeleid alsmede een
aantal concrete resultaten ben ik voornemens de Kamer nog nader te berichten.</al>
      <al>Naast de effecten op het te ontwikkelen personeelsbeleid heeft de pilot
in een aantal gevallen ook invloed gehad op het verloop van de loopbaan van
de deelnemende burgemeesters. Het individueel loopbaanplan dat door de burgemeester
in het kader van de pilot diende te worden opgesteld bevatte een of meerdere
voorstellen voor een aantal vervolg activiteiten gericht op persoonlijke ontwikkeling
en/of de stimulering van mobiliteit. Na een positief advies van de betreffende
commissaris van de Koningin werd het merendeel van de voorstellen gehonoreerd.</al>
      <tuskop letat="vet">10</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">02.05. Diverse bijdragen aan provincies en gemeenten.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij de behandeling van het wetsvoorstel gemeentelijke
herindeling West-Overijssel heeft de Kamer de motie Barth/Hoekema aangenomen
om te investeren in binnengemeentelijke decentralisatie. De kosten zijn op
jaarbasis 10 miljoen gulden. Neemt de minister de benodigde gelden op in de
voorjaarsnota 2000?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de behandeling van het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling
in een deel van Utrecht is reeds toegezegd dat in het najaar een notitie over
de mogelijkheden tot het bevorderen van binnengemeentelijke decentralisatie wordt uitgebracht. Bij deze notitie wordt gevoegd een overzicht
van vormen van binnengemeentelijke decentralisatie die in gemeenten die de
afgelopen zes jaar zijn heringedeeld tot stand zijn gekomen. Dit overzicht
wordt geboden naar aanleiding van vragen van de leden De Cloe, Barth (beiden
PvdA) en Hoekema (D66). Over eventuele kosten en benodigde gelden zijn geen
mededelingen en/of toezeggingen gedaan.</al>
      <tuskop letat="vet">11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">02.10 Personeel en materieel Openbaar Bestuur</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat voor een redenen zijn er geweest voor de vertraging
van de vacaturevervulling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vertraging in de vacaturevervulling hing enerzijds samen met de reorganisatie
bij de directies Informatiebeleid Openbare Sector (IOS) en Grote Stedenbeleid
en Interbestuurlijke Betrekkingen (GSIB), anderzijds met de krapte op de arbeidsmarkt
met name voor de moeilijk vervulbare functies bij IOS.</al>
      <tuskop letat="vet">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">02.12 Grotestedenbeleid</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering
van het plan voor «Digitale trapveldjes»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het plan heeft inmiddels definitief vorm gekregen, onder andere middels
de publicatie van de «Bijdrageregeling Digitaal Trapveld» (Staatscourant
25 april 2000, nr. 80) waarin de doelstellingen en criteria zijn verwoord.</al>
      <al>Voorop staat dat de specifieke invulling van de trapvelden gebeurt in
de steden, zodat goed aangesloten kan worden bij de specifieke mogelijkheden
en reeds lopende succesvolle initiatieven in de wijken. De gemeenten zullen
in samenwerking met de bestaande organisaties in de wijken, bewonersgroepen
en het (lokale) bedrijfsleven verdere invulling geven aan de hoofddoelstellingen
van het project. De financiering van de trapvelden geschiedt op een fifty-fifty
basis, per trapveld zal een stad (gemeente en derden) minstens 500 000,–
gulden investeren voor een looptijd van drie jaar. De basisbijdrage vanuit
het Rijk bedraagt vervolgens ook eenmalig 500 000,– gulden per
stad (voor de G4 geldt overigens een dubbele bijdrage, zodat daar twee trapvelden
per stad kunnen worden ingericht). Om de kwaliteit en innovativiteit van de
lokale planvorming extra te stimuleren is voor circa acht steden ook nog een
stimuleringsbijdrage van maximaal 250 000,– gulden beschikbaar
(de totale rijksinvestering bedraagt 20 mln. gulden).</al>
      <al>Op 6 april is er een succesvolle en drukbezochte startconferentie geweest,
waar delegaties uit de 30 steden informatie hebben verzameld en hebben gewerkt
aan de lokale planvorming. De streefdatum voor indiening van de aanvragen
uit de steden is 1 juli 2000, de uiterste indieningsdatum is gezet op 1 september
2000.</al>
      <al>Verder heeft een twaalftal grote bedrijven zich heeft verenigd in een
«coalitie voor het digitaal trapveld». Deze bedrijven hebben de
30 betrokken steden software, hardware en IT-diensten aangeboden tegen gereduceerd
tarief of zelfs gratis. De bedoeling is dat de dienstverlenende bedrijven
uit de coalitie zich opstellen als «supporter» van een aantal
trapvelden in de steden. Het is aan de steden om te besluiten om al dan niet
gebruik te maken van het aanbod van de bedrijven.</al>
      <al>Momenteel wordt er in de steden hard gewerkt aan de lokale plannen voor
het digitaal trapveld. Ter stimulering van dit proces rijdt een cyberbus langs
de steden. Tijdens het bezoek van deze bus wordt er door de meeste steden
een mini-conferentie georganiseerd ten behoeve van het eigen trapveld.</al>
      <al>Tevens vindt er momenteel een inventarisatie van bestaande media-educatie
plaats, die ingezet zou kunnen worden in de trapvelden. Met dit overzicht
worden de steden gefaciliteerd en kan worden voorkomen dat er zaken dubbel
worden gedaan.</al>
      <tuskop letat="vet">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">03.01. Algemeen integratiebeleid minderheden</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken met betrekking tot de invulling
van het inburgeringsplan op de Antillen en de uitvoering daarvan?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waarom komt deze inburgering slecht moeizaam van de
grond? Gaat het hierbij in eerste instantie om een financieel probleem? Speelt
de opvatting van de Antilliaanse regering dat het verplicht stellen van dergelijke
inburgeringscurssussen juridisch problematisch is, een rol?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de minister de oorzaken voor de wachtlijsten voor
de inburgeringscursussen geven?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke inburgeringsprogramma's zijn er op de Antillen?
En welke gevolgen heeft dat precies voor de aanpak hier in Nederland?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op basis van het advies van de gemengde commissie Inburgering Antillianen
zijn in de periode september 1999 tot en met maart 2000 op Curaçao
twee cursussen (c.q. proefprojecten) «inburgering van Antilliaanse jongeren
op de Nederlandse Antillen» gehouden. Deze Pilot Inburgering (pilot)
richtte zich op jongeren van 16 tot 25 jaar, die al besloten hadden om naar
Nederland te vertrekken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Resultaten van de pilot:</al>
      <al>1. De voorgenomen twee pilots zijn opgezet en inmiddels succesvol afgerond.
Zoals in het advies van de gemengde commissie is voorgesteld is het gelukt
om twee proefprojecten te organiseren met twee groepen jongeren van 15 à
20 personen.</al>
      <al>2. Het blijkt dat het taalniveau van de jongeren is verbeterd.</al>
      <al>3. Opvallend is dat de uitval gering is, (ook omdat de deelname aan de
pilots op vrijwillige basis is).</al>
      <al>4. Uit de evaluatie blijkt dat er voldoende aanknopingspunten zijn om
de ontwikkeling van het voortraject inburgering verder uit te bouwen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is niet mijn waarneming dat de uitvoering moeizaam tot stand zou komen
of dat er een financieel probleem zou zijn. In tegendeel er is een ruime belangstelling
voor deze cursussen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van een wachtlijst op de Antillen is mij niets bekend. In overleg met
de gemengde commissie Inburgering Antillianen is gekozen om de verworvenheden
van de pilot niet verloren te laten gaan en de opgezette infrastructuur in
stand te houden. De mogelijkheid is daarbij gecreëerd om medio april,
mei en juni met twee cursussen te vervolgen en nog eens drie cursussen in
de periode september tot december.</al>
      <al>Tijdens de intake zijn de criteria met betrekking tot leeftijd en vooropleiding
gehanteerd zoals ook in de vorige cursussen. Verder is gekeken naar beschikbaarheid
en logistieke mogelijkheden voor het volgen van de cursus. Voor personen die
overdag werken of naar school gaan is een avondcursus opgezet. Alle kandidaten
in de doelgroep zijn geplaatst en gestart in totaal drie groepen. De derde
groep is een avondgroep. Iedereen die tijdens de intake aan de criteria bleek
te voldoen en aan de slag wilde, is dus voor zover ik weet geplaatst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het doel van de pilot op de Antillen was om na te gaan wat de effecten
zijn van een voorbereiding van jonge Antillianen op de Antillen in de eigen
omgeving op inburgeringsprogramma's in Nederland. In dat voortraject wordt
met name aan de taal en de maatschappelijke oriëntatie aandacht besteed.
Bijzondere doelgroep voor dit programma zijn de jongeren die vielen onder
het bereik van de voogdijregeling bij vertrek naar Nederland. </al>
      <tuskop letat="vet">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de verhoging van de raming in verband met het project
Kansen krijgen, kansen pakken nader worden toegelicht? Gaat het hier om een
structurele verhoging? (blz. 12)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de uitvoering van een aantal onderdelen van de Nota Kansen krijgen,
kansen pakken zijn aanvullende middelen nodig. Het gaat daarbij om bescheiden
bedragen om enige activiteiten op het gebied van de werkloosheid onder etnische
minderheden, op antidiscriminatiegebied en op het terrein van de participatie
van minderheden aan het maatschappelijk verkeer mogelijk te maken. Ook de
communicatie over dit beleidsterrein krijgt aandacht. Gezien het karakter
van de nota en een actieplan met een looptijd die overeenkomt met de huidige
Kabinetsperiode zijn er, in een aflopende reeks, t/m 2003 middelen geraamd.</al>
      <tuskop letat="vet">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">03.01.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">De begroting wordt bijgesteld voor 2 miljoen voor het
monument voor de slavernij. Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen
aan het lid Belinfante blijkt dat de voorbereidingen gestart zijn voor een
virtueel monument voor dit jaar en een fysiek monument dat 1 juli 2001 klaar
moet zijn. Van belang is eveneens dat er een instituut voor de slavernij komt.
Een instituut waar historisch onderzoek kan plaatsvinden en informatie aan
burgers over de slavernij evenals een expositie over dit thema kan worden
georganiseerd. Is de minister bereid hiervoor voldoende middelen beschikbaar
te stellen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nee. De financiering van een dergelijk instituut ligt niet op het terrein
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties/Grote Steden- en Integratiebeleid.</al>
      <tuskop letat="vet">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">03.05. Remigratiebeleid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Het beleid van deze regering is vreemdelingen in Nederland
die graag terugwillen naar hun land van oorsprong te ondersteunen bij hun
remigratie. Kan de minister aangeven waarom er onderuitputting is op dit budget?
Wat denkt de minister hieraan te doen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het remigratiebeleid bestaat sinds 1985. In juni 1996 is in de Hoofdlijnennotitie
remigratiebeleid aangekondigd, dat er een nieuwe wettelijke basis zou komen.
De voorbereiding van de Remigratiewet is in 1997 gestart en deze wet is op
1 april 2000 in werking getreden. In deze nieuwe wet zijn verbeteringen van
de remigratievoorzieningen opgenomen. In afwachting van deze wet met verbeterde
voorzieningen hebben belangstellende remigranten hun aanvrage aangehouden.
Sinds 1 april jongstleden – de inwerkingtreding van de Remigratiewet –
is een toename van het aantal remigratie-aanvragen merkbaar. Voorlopig wordt
de verdere ontwikkeling daarin afgewacht.</al>
      <tuskop letat="vet">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">05.21. Openbare veiligheid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering een specificatie verstrekken, uitgesplitst
in een BZK en een Justitie gedeelte, van de in de voorjaarsnota aangekondigde
0,3 miljard voor veiligheid en leefbaarheid? Wat is het verschil tussen het
versneld uitvoeren van in het regeerakkoord voorgestelde beleid en het toekennen
van additionele middelen? Wat is het verschil in gevolgen voor het beleid
op de langere termijn?</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">(bedragen x f 1 mln) </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="95mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="17.5mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2000 </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Justitiële Keten (Jus)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">145 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Politie/rampenbestrijding (BZK)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">136 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Inburgering Antilliaanse jongeren (BZK)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Wijkveiligheid (BZK)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Douane (Fin)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Koninklijke Marechaussee
(Def)</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">40 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">Totaal</nadruk>
              </entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">
                <nadruk type="vet">342</nadruk>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Er is financieel gezien geen verschil, aangezien voor het versneld uitvoeren
van beleid ook additionele middelen benodigd zijn.</al>
      <al>Als gevolg van het versneld uitvoeren van beleid mag verwacht worden dat
dit leidt tot een gunstig effect op de effectiviteit van het beleid op de
lange termijn.</al>
      <tuskop letat="vet">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">05.24. Overige uitgaven regionale politie.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan de regering aangeven hoe zich het bedrag van 75
miljoen gulden voor de versnelling van het regeerakkoord voor veiligheid (voorjaarsnota
blz. 17) zich verhoudt tot het bedrag van 99 miljoen gulden voor de versnelling
van het regeerakkoord (suppletore begroting BZK blz. 1)?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan in een aparte overzichtelijke tabel de versnelling
van de regeerakkoordafspraken worden uitgesplitst?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De versnelling van het regeerakkoord is gebaseerd op de afspraken uit
het convenant politie 1999.</al>
      <al>De verdeling kan als volgt schematisch worden weergegeven (bedragen x
f 1 mln): </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="97.5mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="15mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Versneld oplossen financiële knelpunten
regio's, inclusief de voorzienbare gevolgen van de aanbevelingen van de Stuurgroep
Implementatie Modernisering Politiezorg;</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">47</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">versnelling ICT;</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">(vernieuwing) onderwijs;</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">40</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry align="right" morerows="0" rotate="0">99</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <tuskop letat="vet">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">05.24. Overige uitgaven regionale politie.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Onder 1. Betreft het hier geplande uitgaven of onvoorziene
kosten?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het betreft hier geplande uitgaven.</al>
      <tuskop letat="vet">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kunnen de additionele middelen, nodig voor de extra
maatregelen, in verband met de geconstateerde arbeidsmarktknelpunten, niet
worden gedekt uit de beperking van de rijksdienst als geheel (5%), zoals afgesproken
in het regeerakkoord? (blz. 17)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De betreffende 5% heeft betrekking op besparingen in de sector Rijk. De
additionele middelen hebben betrekking op arbeidsmarktknelpunten voor het
personeel in de Sector Politie</al>
      <tuskop letat="vet">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de reden van de overboeking naar Justitie in
verband met het BZK-gedeelte van het nog op te richten bureau Bevordering
Integer Besluitvorming Openbaar Bestuur (BIBOB), nu nog niet vaststaat, dat
dit bureau daadwerkelijk bij Justitie zal worden ondergebracht en de wetgeving ter zake nog slechts in de eerste ronde van schriftelijke behandeling
verkeert? Is het niet logischer, een dergelijke post in de begroting van 2001
op te nemen? Waarom is reeds begonnen met het werven van personeel (zie advertenties
in opdracht van het ministerie van Justitie in februari)? (blz. 17)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie van Justitie treft voorbereidingen voor het BIBOB-buro,
onder voorbehoud van de afloop van het wetgevingsproces dat nog gaande is.</al>
      <al>In die zin worden er ook geen onomkeerbare beslissingen door Justitie
genomen.</al>
      <al>In dat verband en met dat voorbehoud heeft het ministerie van BZK alleen
het deel van het budget overgeheveld naar de begroting van Justitie dat betrekking
heeft op het aandeel van BZK in de voorbereidingskosten in 2000. Voor de jaren
daarna zijn – juist in verband met het nog lopende wetgevingstraject –
nog geen afspraken over overheveling van het BZK-deel van het budget t.b.v.
het BIBOB-buro gemaakt.</al>
      <al>Hier kan nog aan toe worden gevoegd dat de inrichting van het bureau BIBOB
bij Justitie al in dit stadium plaatsvindt juist vanwege een zorgvuldige voorbereiding
van het voorgestelde wettelijke instrumentarium.</al>
      <tuskop letat="vet">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden toegelicht wat wordt bedoeld met «een
reallocatie naar artikel 06.01 i.v.m. het uitvoeren van strategisch onderzoek
door de BVD»?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten behoeve van de strategische beleidsvorming en de algemene beleidsontwikkeling
wordt f 150 000,– van het centrale departementale onderzoeksbudget
overgeheveld naar het wetenschappelijk onderzoeksbudget bij de Binnenlandse
Veiligheidsdienst. Het onderzoeksbudget wordt aangewend voor het uitbesteden
van wetenschappelijk onderzoek aan universitaire instituten en onderzoeksbureaus.</al>
      <tuskop letat="vet">23</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">07.03. Onderzoek en analyse van de arbeidsmarkt en
personeelsmanagement bij de overheid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">De minister verwijst hier naar de Nota «Investeren
in Leren». Kan de minister deze nota aan de Kamer doen toekomen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De beleidsvoornemens met betrekking tot «Investeren in Leren»
zijn een nadere uitwerking van de in september 1999 aan de Tweede Kamer aangeboden
Nota Management en Personeelsontwikkeling Rijksdienst (Kamerstukken II, 1998/99,
26 806). In de toelichting bij de eerste suppletore begroting wordt abusievelijk
gesproken over een Nota «Investeren in Leren». Een schrijven met
die titel bestaat echter slechts als interne BZK-notitie. Uiteraard zal ik
de Kamer op de hoogte houden van de feitelijke aanzet en invulling van een
ontwikkelingstraject op het terrein van opleidingen, via het reguliere begrotingsproces
of op andere wijze.</al>
      <tuskop letat="vet">24</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">02.03. Diverse ontvangsten.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij punt 2. meerontvangsten Melkert-banen kan begrepen
worden dat er voor 20 miljoen onderuitputting is bij de besteding van gelden
voor Melkert-banen bij of door de gemeenten. Kan de minister aangeven welke
instrumenten vanuit rijksniveau worden ingezet om langdurig werklozen via
Melkert-banen weer aan de slag te krijgen in betaalde arbeid?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Regeling Extra werkgelegenheid langdurig werklozen (Ewlw), ook wel
genoemd Melkert-banen, is met ingang van 1 januari 1999 vervangen door de
Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (ID-banen). </al>
      <al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Regeling in- en doorstroombanen
is de uitvoering op rijksniveau overgegaan van het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW).</al>
      <al>De minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid blijft verantwoordelijk
voor de financiële afwikkeling met de gemeenten tot en met het jaar 1998.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de start van de Regeling Ewlw waren alleen arbeidsplaatsen toegewezen
aan de grote gemeenten in het kader van het grotestedenbeleid. Stapsgewijs
is het aantal gemeenten dat aan de regeling kon deelnemen uitgebreid. In 1997
namen 79 gemeenten deel aan de regeling Ewlw.</al>
      <al>Met ingang van 1998 is de Regeling Ewlw opengesteld voor alle gemeenten.</al>
      <al>In 1998 is deelname aan de Regeling Ewlw toegenomen met 445 gemeenten.</al>
      <al>Bij een deel van de gemeenten die in 1998 voor het eerst deelnamen aan
de Regeling Ewlw bleek de invulling van de toegewezen arbeidsplaatsen meer
tijd te vergen dan in eerste instantie werd verwacht. Van gemeenten die minder
arbeidsplaatsen hebben gerealiseerd dan eerder toegewezen zijn de te veel
betaalde voorschotten teruggevorderd. De definitieve vaststelling van de rijksbijdrage
1998 is gebaseerd op het aantal gerealiseerde arbeidsplaatsen.</al>
      <tuskop letat="vet">25</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">07.06. Diverse ontvangsten.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is het mogelijk aan te geven of en zo ja, hoeveel de
minister nog te vorderen heeft van publiekrechtelijke organen, die gebruik
maken van USZO/OOW en niet onder een van de overlegsectoren vallen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ministerie heeft geen vorderingen meer op publiekrechtelijke organen
die gebruik maken van USZO en niet onder één van de overlegsectoren
vallen. Voor een uitgebreide toelichting op de afrekening van de invoeringsuitgaven
USZO/OOW tot en met 1998 verwijs ik naar mijn brief aan de Tweede Kamer van
22 november 1999 (Kamerstukken II 1999/2000, 24 706, nr. 25).</al>
      <tuskop letat="vet">26</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wetsartikel 3. Agentschappen.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Bij dit artikel komt naar voren dat de grote bedragen
aan eigen vermogen bij een aantal agentschappen is afgeroomd tot maximaal
5%. Bij de behandeling van het jaarverslag 1998 is reeds aandacht gevraagd
voor het financieel beheer en het exploitatietekort bij onder meer de agentschappen
van BZK. Kan de minister aangeven welke maatregelen hij daarop heeft ondernomen,
om een vergelijkbare discussie over het jaarverslag 99 te voorkomen?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter verbetering van de «agentschappen» is vorig jaar een project
«Sturingsrelaties met agentschappen en ZBO's» gestart. In de Verantwoording
1999 is toegelicht dat dit project uit drie fasen beslaat en in 2001 wordt
afgerond. De eerste fase – het opstellen van een normenkader –
is inmiddels gereed. De tweede fase – het vaststellen van een modelinformatiestatuut –
zal rond de zomer worden afgerond.</al>
      <al>Voorts zullen de agentschappen vanaf 2000 worden gevraagd om een
tussentijdse afsluiting van de rekening te maken.</al>
      <al>Voorts meld ik u dat alle agentschappen van BZK het jaar 1999 hebben afgesloten
met een positief exploitatieresultaat. </al>
      <tuskop letat="vet">27</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de achterliggende gedachte om de oorspronkelijk
geplande opbouw van de voorziening inzake RAET achterwege te laten? Is er
een oplossing in zicht? (blz. 39)</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Eind 1999 is besloten om de kosten van de rechtszaak Staat–RAET
(vice versa) over het jaar 1999 (f 0,277 mln) rechtstreeks ten laste
van het resultaat over dat jaar te brengen en tegelijkertijd toch de voorziening
op te bouwen met f 0,4 mln. Hierdoor ontstond op 31 december 1999 een
voldoende saldo op deze voorziening en was er reden om de oorspronkelijk geplande
opbouw van de voorziening inzake de kosten Staat–RAET (vice versa) in
het jaar 2000 achterwege te laten. </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter,
De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de
Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh
Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66),
Dankers (CDA), Cornielje (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel
(PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), De Boer (PvdA), Verburg (CDA),
Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA), Balemans
(VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen
(CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA),
Rabbae (GL), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï
(VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Vacature VVD,
Kuijper (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe
(SP), Belinfante (PvdA), Essers (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>