﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26966-4/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2006-2007</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="v2_9__3.8" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST101330</ordernr>
    <vergjaar>2006-2007</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 966</nummer>
      <naam>Actieplan Professioneel Inkopen en Aanbesteden</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>4</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>28 september 2006</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na vijf jaar is op 1 juli 2006 een einde gekomen aan het project
Professioneel Inkopen en Aanbesteden (PIA). In deze periode is veel veranderd
en hebben we veel bereikt. Het belang van professionele inkoop is in alle
lagen van de overheid onderkend. Netwerkvorming, kwaliteitsmeting en -verbetering
en ondersteuning van inkoopprocessen met moderne ICT-middelen hebben een flinke
impuls gekregen. Met het Programma Inkoop Taakstelling (PIT) hebben we niet
alleen 150 miljoen euro aan besparingen kunnen realiseren, maar ook de inkooporganisatie
efficiënter gemaakt en de samenwerking tussen de ministeries een stevige
stimulans gegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om de resultaten en effecten van het PIA-project in beeld te brengen is
in opdracht van de Stuurgroep Professioneel Inkopen en Aanbesteden<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> een evaluatie uitgevoerd door Bureau Bartels b.v. in
de periode april–juni 2006. Kosten van de evaluatieopdracht bedroegen € 70 100
incl. BTW.</al>
      <al>In de bijlagen vindt u een korte samenvatting van de belangrijkste conclusies
en het integrale evaluatierapport<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref>. Enkele vermeldenswaardige
punten zijn:</al>
      <al>– Het PIA-project heeft het inzicht van de ministeries in hun inkoop(stromen)
vergroot, (kennis)netwerken voor overheidsinkopers ontwikkeld, gezamenlijk
inkopen en aanbesteden bevorderd en elektronisch inkopen en aanbesteden gestimuleerd.
Daarnaast heeft het PIA-project bijgedragen aan thema’s als duurzaam
inkopen en Europees aanbesteden.</al>
      <al>– Hoewel het PIA-project primair gericht was op (professionalisering
van) inkopen en aanbesteden bij de overheid, heeft ook het bedrijfsleven er
profijt van gehad. Dat geldt met name voor PIT, dat tot grote gezamenlijke
aanbestedingen leidde. Deze hebben voordelen voor het bedrijfsleven: standaardisatie,
minder versnippering, efficiencywinst, beter inzicht in behoeften.</al>
      <al>– Tenslotte heeft het PIA-project de positie van de inkooporganisaties
op de departementen versterkt. Het aanzien van de inkoopfunctie en het inkoopvak is gestegen. Inkoop staat meer op de agenda van de departementale
bedrijfsvoering en bij de ambtelijke top (SG’s en pSG’s).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zo is een goede basis gelegd voor de komende jaren, waarin we thema’s
als innovatiebevorderend en duurzaam inkopen serieus kunnen gaan oppakken.
Immers, met het einde van het project PIA houdt de professionalisering van
het inkoopvak niet op. In de beleidsbrief Professioneel Inkopen en Aanbesteden
Rijksoverheid 2006–2010<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref> is beschreven hoe
de rijksoverheid vanaf 2006 de ingeslagen weg met kracht wil voortzetten.
Enerzijds via het kennisnetwerk PIANOo, anderzijds via oprichting van het
Regiebureau Inkoop Rijksoverheid. Dit Regiebureau, vanaf november 2006 geleid
door een <nadruk type="cur">Chief Procurement Officer<voetref refid="v2.2" nr="2"></voetref></nadruk>, zal de samenwerking tussen de ministeries in de komende
jaren gaan regisseren en aanjagen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Economische Zaken,</functie>
        <naam>C. E. G. van Gennip </naam>
      </ondtek>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE <nadruk type="vet">Bijlage brief Regiebureau 6065502</nadruk></titel>
        <tuskop letat="vet">SAMENVATTING BELANGRIJKSTE UITKOMSTEN EVALUATIE PIA-PROJECT</tuskop>
        <al>Om de resultaten en effecten van het PIA-project in beeld te brengen is
in opdracht van de Stuurgroep Professioneel Inkopen en Aanbesteden een evaluatie
uitgevoerd door Bureau Bartels b.v. in de periode april–juni 2006. Kosten
van de evaluatieopdracht bedroegen € 70 100 incl. BTW. De antwoorden
op zes hoofdvragen vormen samen het eindoordeel over het PIA-project. In het
kort luiden de antwoorden als volgt.</al>
        <tuskop letat="vet">1. Wat heeft het PIA-project opgeleverd in termen van
professionalisering?</tuskop>
        <al>Het PIA-project heeft sterk bijgedragen aan de professionalisering van
inkopen en aanbesteden bij de (rijks)overheid. De projectdirectie PIA heeft
dit gerealiseerd door buitenboordmotor te zijn bij de uitvoering van het actieplan
PIA, met name door:</al>
        <al>– het inzicht van de ministeries in hun inkoop(stromen) te vergroten,</al>
        <al>– (kennis)netwerken voor overheidsinkopers te ontwikkelen,</al>
        <al>– gezamenlijk inkopen en aanbesteden te bevorderen en</al>
        <al>– elektronisch inkopen en aanbesteden te stimuleren.</al>
        <al>Daarnaast heeft het PIA-project bijgedragen aan thema’s als duurzaam
inkopen en Europees aanbesteden.</al>
        <tuskop letat="vet">2. Wat heeft het PIA-project financieel en in termen
van efficiency opgeleverd?</tuskop>
        <al>Tijdens het het PIA-project zijn twee inkooptaakstellingen afgesproken,
die samen oplopen tot 150 miljoen euro structureel in 2007. De taakstellingen
zijn verdeeld over de ministeries en ingeboekt, waarbij het aan de ministeries
zelf is overgelaten hoe zij de inkooptaakstellingen zouden realiseren (door
inkoopbesparingen, efficiencyverbeteringen of op andere wijze). In de praktijk
blijken inderdaad zowel activiteiten binnen het PIA-project als andere activiteiten
te zijn benut om de taakstellingen te realiseren.</al>
        <tuskop letat="vet">3. Wat heeft het bedrijfsleven gemerkt van het PIA-project,
met name van het Programma Inkoop Taakstelling?</tuskop>
        <al>Het PIA-project en de deelprojecten daarbinnen waren was vooral gericht
op (inkoopprofessionalisering bij) de rijksoverheid. Hierdoor heeft het bedrijfsleven
er relatief weinig mee te maken gehad. Uitzondering is het Programma Inkoop
Taakstelling (PIT), dat tot grote gezamenlijke aanbestedingen leidde. Deze
hebben voordelen voor het bedrijfsleven: standaardisatie, minder versnippering,
efficiencywinst, beter inzicht in behoeften. Er zijn bovendien nog verdere
verbeteringen mogelijk (integrale benadering productgroep, minder fixatie
op prijs alleen, strikter gebruik van afgesloten raamcontracten.</al>
        <tuskop letat="vet">4. Welke invloed of effect heeft het PIA-project gehad
op de departementale organisaties en in het bijzonder de positie van de inkooporganisatie?</tuskop>
        <al>Belangrijkste effecten:</al>
        <al>– Het aanzien van de inkoopfunctie en het inkoopvak is gestegen.</al>
        <al>– Inkoop staat meer op de agenda van de departementale bedrijfsvoering
en bij de ambtelijke top (SG’s en pSG’s).</al>
        <al>– Het «PIA-gedachtengoed» zal worden verankerd in de
lijn doordat het Regiebureau Inkoop Rijksoverheid zal worden aangestuurd door
het Kernteam Inkoop van het pSG-beraad.</al>
        <al>– Het CDI-overleg is opgezet en ontwikkeld.</al>
        <al>– De CDI’s hebben een sterkere en duidelijker positie gekregen. </al>
        <al>– De onderlinge samenwerking, netwerkvorming en kennisuitwisseling
tussen de ministeries en de CDI’s is verbeterd.</al>
        <tuskop letat="vet">5. Welke relatie was er tussen het PIA-project en beleid
op het gebied van MKB, duurzaam inkopen en innovatiebevordering?</tuskop>
        <al>MKB-beleid: Gezamenlijke aanbestedingen in PIT-verband betroffen vaak
markten waarop het MKB niet of nauwelijks actief is (energie, post). Bundeling
van inkopen op markten waarop het MKB wel actief is kunnen tot verdringingseffecten
leiden. De aanbestedende overheid zal hier ook in de toekomst een bewuste
afweging moeten maken tussen haar verschillende (beleids)doelstellingen (zoals
efficiencybevordering, innovatiebevordering en stimulering van het MKB).</al>
        <al>Duurzaam inkopen: dit thema heeft binnen het PIA-project structureel aandacht
gekregen door goede afstemming met het programma Duurzaam Inkopen van VROM,
door PIA-lunches over duurzaam inkopen en door in de PIT-productgroepen expliciet
aandacht te besteden aan duurzaamheidsaspecten.</al>
        <al>Innovatiebevorderend inkopen: aan innovatiebevordering is in het PIA-project
minder aandacht besteed, vooral omdat dit in de PIA-periode nog een brug te
ver was voor de ministeries (om innovatiebevorderend te kunnen inkopen moet
je eerst professioneel kunnen inkopen). Wel is aandacht besteed aan innovatieve
aanbestedingsmethoden, zoals elektronisch veilen en elektronisch bestellen
en factureren.</al>
        <tuskop letat="vet">6. Welke meer algemene lessen voor interdepartementale
samenwerking zijn er uit de evaluatie van het PIA-project te destilleren?</tuskop>
        <al>– Zorg voor actieve participatie van de ambtelijke top in het project
om zaken in gang te zetten en knopen door te hakken.</al>
        <al>– Zorg voor een eigen «werkkapitaal» zodat het project
snel en flexibel kan inspelen op kansen en behoeften.</al>
        <al>– Zet initiatieven en projectorganisatie zodanig op dat alle ministeries
projecteigenaar worden, om zodoende de betrokkenheid te borgen.</al>
        <al>– Bied voldoende ruimte voor experimenten, vooral aan de start,
waar posities, draagvlak en doelstellingen helder moeten worden. Daarna kan
het accent verschuiven naar realisatie van de gezamenlijke (gedragen) doelstellingen.</al>
        <al>– Streef niet te geforceerd naar deelname van alle ministeries;
er kunnen goede redenen voor uitzonderingen zijn.</al>
        <al>– Selecteer management en projectmedewerkers zorgvuldig, op basis
van duidelijke profielschetsen.</al>
        <al>– Zorg van meet af aan voor communicatie en bijbehorende voorzieningen.</al>
        <al>– Huisvest het project bij voorkeur fysiek buiten de ministeries
en zorg voor bemensing vanuit meerdere ministeries, om te voorkomen dat een
interdepartementaal project te veel gelieerd wordt aan één departement.</al>
        <al>– Schenk voldoende aandacht aan praktische zaken rond de detachering
van medewerkers (gelijkheid, voorkomen van dubbele handelingen, afspraken
over financiering van opleidingen). Voorkom dat onthechting met het moederdepartement
optreedt.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Bureau Bartels baseert zijn bevindingen op desk research en op interviews
met direct betrokkenen uit de PIA-organisatie, de Coördinerend Directeuren
Inkoop (CDI’s) van alle ministeries, projectleiders van diverse deelprojecten
en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. De evaluatie is begeleid door
een commissie onder leiding van drs. P.H.B. Pennekamp (Ministerie van Binnenlandse
Zaken, Kwartiermaker ABD-Interim). </al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Leden: drs. J.W. Oosterwijk (EZ), mr J. Thunnissen (Belastingdienst),
drs. P.R. Heij (V&amp;W), drs. M. Sint (VROM), mr. R. Bekker (VWS).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Tweede Kamer 2005–2006, 26 966, nr. 3.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.2" nr="2">
    <al>
      <nadruk type="cur">De heer B.S. Eilander, thans directeur van ICTU.</nadruk>
    </al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>