﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26966-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST43124</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 966</nummer>
      <naam>Actieplan Professioneel Inkopen en Aanbesteden</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage, <datum>3 december 1999</datum></al>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Inkopen en aanbesteden krijgen de laatste jaren steeds meer aandacht,
zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid. In deze brief informeer ik
u over de achtergronden en over de acties die het kabinet in gang zet om inkopen
en aanbesteden bij de rijksoverheid te verbeteren. Er zijn daarbij drie invalshoeken:</al>
      <al>• Innovatief aanbesteden: het stimuleren van bedrijven tot innovatie
en zonodig onderlinge samenwerking (clustervorming) door in de aanbesteding
een uitdagende vraag neer te leggen en de contractvormen daar op af te stemmen.
De overheid stelt zich op als veeleisende vrager en lokt innovatieve aanbiedingen
uit. Dit wordt op groeiende schaal toegepast;</al>
      <al>• Europees aanbesteden: het publiceren van de oproep tot offertes
en daarmee de competitie op de markt versterken. Dit biedt kansen op betere
aanbiedingen. Het is bovendien (boven drempelbedragen) een wettelijke verplichting
voor de overheid. Op dit vlak is een impuls nodig omdat de naleving gebreken
vertoont;</al>
      <al>• Elektronisch aanbesteden: op het internet publiceren van aankondigingen
en oproepen voor aanbestedingen. Vervolgens een verdere inzet van moderne
informatie- en communicatietechnologie die het gehele inkoopproces ondersteunt.
Hier komen tal van nieuwe mogelijkheden beschikbaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze drie invalshoeken houden onderling verband. Innovatief aanbesteden
is gebaat bij competitie tussen aanbieders; dat is tegelijk de essentie van
Europees en elektronisch aanbesteden. Elektronisch aanbesteden maakt het eenvoudiger
om Europees aan te besteden: het internet is immers openbaar. Elektronisch
aanbesteden biedt ook mogelijkheden voor een intensieve communicatie tussen
overheid en markt en dat kan innovatief aanbesteden weer vergemakkelijken.
De invalshoeken hebben gemeenschappelijk dat ze een verdere professionalisering
van de inkoop bij de rijksoverheid afdwingen. Vandaar de naam van
deze brief: Actieplan Professioneel inkopen en aanbesteden. Dit plan heeft
raakvlakken met twee andere projecten die deels gelijk gericht zijn. Het eerste
is duurzaam inkopen<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref> dat door het Ministerie van
VROM wordt gecoördineerd; het tweede is PPS (publiek-private samenwerking)
waarvoor het Ministerie van Financiën een Kenniscentrum heeft opgericht<voetref refid="v2.2" nr="2"></voetref>. Bij PPS is sprake van private financiering; bij aanbesteden
blijft de overheid opdrachtgever en financier.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Inkopen en aanbesteden: wat is de huidige situatie
bij de overheid?</tuskop>
      <tuskop letat="cur">2.1 Groot volume: 54 miljard gulden</tuskop>
      <al>De Nederlandse overheid als geheel is een grote inkoper met een portemonnee
van 54 miljard gulden. Daarvan neemt de rijksoverheid 18 miljard voor z'n
rekening, de gemeentes 28 miljard en overige publiekrechtelijke lichamen de
resterende 7 miljard gulden. Grafiek 1 splitst de rijksuitgaven uit (bron:
CBS).<plaatje file="kst-26966-1-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje></al>
      <tuskop letat="cur">2.2 Innovatief inkopen en aanbesteden stimuleert de markt
en vergroot de doelmatigheid</tuskop>
      <al>Met hun inkoop- en aanbesteedbeleid kunnen overheidsorganisaties innovatie
en samenwerking bij leveranciers stimuleren. In de clusterbrief aan de Tweede
Kamer in 1997 introduceerde de Minister van Economische Zaken het begrip «innovatief
aanbesteden»<voetref refid="v2.3" nr="3"></voetref>. De overheid daagt marktpartijen
uit door het stellen van functionele (in plaats van technische) eisen, het
uitbesteden van activiteiten in plaats van ze zelf te doen en
het stimuleren van innovatie en onderlinge samenwerking bij bedrijven. Deze
aanpak is deels afgekeken van het bedrijfsleven zelf. De tendens daar is concentratie
op de kernactiviteiten en het uitbesteden van de overige activiteiten: niet
zelf doen wat een leverancier beter kan. Toeleveranciers zoeken op hun beurt
weer andere bedrijven aan wie ze onderdelen uitbesteden. Met hun inkoopgedrag
kunnen bedrijven dus een groep toeleverende bedrijven om zich heen vormen
en stimuleren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een interdepartementale werkgroep Innovatief aanbesteden (WIA) met deelnemers
uit acht departementen heeft bezien hoe deze aanpak bij de rijksoverheid zou
kunnen werken. Zij heeft daarbij advies ingewonnen van het adviesbureau A.T.
Kearney dat tal van ondernemingen adviseert over inkoopbeleid. Hieruit is
de publicatie «De vraag bedreven, bedrijven gevraagd» voortgekomen
dat een beleidskader bevat voor inkopen door de overheid. Dat bevat cruciale
keuzes die elke overheidsinstelling voor de inkoopportefeuille zou moeten
maken. Beleidskader innovatief inkopen en aanbesteden</al>
      <al>• Kies voor functionele in plaats van technische eisen</al>
      <al>• Kies tussen zelf doen of overlaten aan de markt</al>
      <al>• Kies voor ketenoptiek; focus op levenscyclus kosten</al>
      <al>• Onderscheid tussen bestaande en nieuwe technologie</al>
      <al>• Besteed aandacht aan rol- en risicoverdeling met de markt</al>
      <al>• Kies juiste contractvorm en procedure</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het beleidskader bevat aandachtspunten voor alle soorten inkopen (en zelfs
voor activiteiten die niet ingekocht worden en door de overheidsinstelling
zelf worden uitgevoerd, maar die in principe ook zijn uit te besteden). Hierbij
is onderscheid tussen facilitaire inkopen (producten en diensten die het bedrijfsproces
ondersteunen zoals kantoorbenodigdheden, tijdelijk personeel, huisvesting
en dergelijke) en beleidsmatige inkopen (producten en diensten voor de uiteindelijke
gebruiker, zoals wegen, gebouwen, ontwikkelingshulp en dergelijke). Het beleidskader
stelt dezelfde vragen maar die zullen voor deze twee groepen inkopen uiteenlopend
beantwoord worden. Maar wat die antwoorden ook zijn, het beleidskader dwingt
de inkoper en aanbesteder in elk geval tot het maken van enkele bewuste en
heldere keuzes en zo mogelijk het inslaan van nieuwe wegen. De WIA ziet dat
als de waarde van dit kader en heeft de publicatie breed verspreid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De WIA heeft verder voorbeelden uit binnen- en buitenland in kaart gebracht<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref>, deels om te zien in hoeverre publieke aanbesteders dergelijke
aanbesteedvormen in de praktijk al toepassen en deels als inspiratie voor
anderen. Aangezien de Europese aanbestedingsregels gelden voor publieke aanbesteders
is de ruimte voor innovatie binnen die regels verkend. Het resultaat is opgenomen
in een brochure die is toegezonden aan alle gemeenten, provincies en departementen.
Verder zijn studies gedaan naar de concrete kansen voor innovatief aanbesteden
op deelmarkten als bodemsanering en kantoren- en ziekenhuisbouw. De markt
van fysieke infrastructuur is zo omvangrijk en belangrijk met het oog op innovatie
dat hier apart onderzoek is gedaan: het interdepartementale beleidsonderzoek
Innovatief aanbesteden bij Rijkswaterstaat (het onderzoeksrapport en het kabinetsstandpunt
worden separaat aan de Tweede Kamer aangeboden). De WIA is bij haar activiteiten
ondersteund door een «spiegelgroep» met deskundigen uit het bedrijfsleven
op het gebied van inkoopstrategie. In maart 1999 organiseerde de WIA verder
een conferentie om de ervaringen van het bedrijfsleven en de overheid met de nieuwe inkoop- en aanbesteedvormen te vergelijken. De WIA heeft
dankbaar gebruik gemaakt van al deze informatie bij het eindverslag aan het
kabinet (bijgevoegd als bijlage)<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref>. Een voorbeeld
uit één van de studies: «Er zijn bij algemene ziekenhuizen
zeker mogelijkheden voor een innovatieve aanpak, juist omdat de ziekenhuisbouwmarkt
momenteel nog sterk traditioneel functioneert (een vrager die alles uitdetailleert
in bestekken en een aanbieder die alleen op prijs mag concurreren). Deze traditionele
werkwijze wordt veroorzaakt door de invloed van de overheid op de ziekenhuissector,
met een sterk accent op kostenbeheersing en risicoreductie. Als belemmering
voor innovatief aanbesteden komt naar voren de noodzakelijke inbreng van gebruikers
(medische specialisten, afdelingen, verpleegkundigen) tijdens het ontwerp.
Tot op het laatste moment kan dit tot ontwerpwijzigingen leiden.»<voetref refid="v4.2" nr="2"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>De WIA constateert in haar eindverslag dat innovatief inkopen en aanbesteden
deel uitmaken van de vernieuwing van de relatie tussen overheid en markt.
Het gaat om aanbesteedvormen waar beide partijen profijt van kunnen hebben:
een betere prijs–kwaliteitverhouding meer stimulansen voor samenwerking
en innovatie bij bedrijven.</al>
      <al>De WIA concludeert dat publieke aanbesteders die vormen in de praktijk
reeds op groeiende schaal toepassen, maar dat er behoefte is aan, en ruimte
voor, een verbreding naar meerdere opdrachten en naar meerdere opdrachtgevers.
Dat vergt een strategische aanpak van inkopen en aanbesteden. In paragraaf 3
ga ik in op mogelijkheden om die te bereiken.</al>
      <tuskop letat="cur">2.3 Europees aanbesteden biedt kansen</tuskop>
      <al>Bij innovatief aanbesteden dienen opdrachtgevers veel aandacht te besteden
aan de aanloop naar een aanbesteding en de te volgen strategie bij het benaderen
van de markt. Dat biedt kansen voor betere en meer innovatieve aanbiedingen.
Hetzelfde geldt bij Europees aanbesteden. Daar ligt het accent op het bevorderen
van competitie tussen aanbieders. Overheidsinstellingen (rijk, medeoverheden
en publiekrechtelijke instellingen) zijn wettelijk verplicht hun opdrachten
aan andere partijen voor het leveren van goederen, diensten en werken boven
bepaalde drempelbedragen openbaar aan te besteden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aanbestedingsregels hebben als functies:</al>
      <al>• de markt transparant en toegankelijk te maken;</al>
      <al>• de procedure transparant en toegankelijk te maken en de keuze te
baseren op objectieve gronden;</al>
      <al>• regels te geven voor de eisen die een aanbesteder mag stellen aan
aanbieders.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze regels maken de overheidshuishouding efficiënter. Ze nemen de
plaats in van de marktpressie die ondernemingen ondervinden. Aanbestedingsregels
dwingen tot professioneel inkopen. Deze druk op de overheid als inkoper realiseert
de beste «value for taxpayers money».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorbeelden van besparingen dankzij openbaar aanbesteden:</al>
      <al>• aanbesteding telecomverkeer overheid: verwachting 18% korting op
huidige markttarieven;</al>
      <al>• Aanbesteding openbare vervoersnetwerken in Zeeland en Limburg:
respectievelijk 15% en 30% meer buskilometers bij een gelijk kostenniveau;</al>
      <al>• Gemeente Rotterdam: gemiddeld jaarlijks 14% besparing;</al>
      <al>• Gemeente Delft: 10% besparing op inkoopvolume.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De aanbestedingsregels bieden het bedrijfsleven als leverancier uit de
gehele Europese Unie<voetref refid="v5.1" nr="1"></voetref> gelijke kansen. Ze dragen
verder bij aan de integriteit van het openbaar bestuur doordat ze transparante,
objectieve en rationele inkoopbeslissingen opleggen.</al>
      <al>Economische Zaken heeft de huidige situatie rond Europees aanbesteden
in beeld gebracht in de discussienota («Haal Pegels uit die Regels!»)
die als bijlage bij deze brief is gevoegd<voetref refid="v5.2" nr="2"></voetref>. De
naleving van de Europese richtlijnen blijkt tekortkomingen te vertonen. De
Europese Commissie heeft zelf een schatting gemaakt van de mate van naleving
op basis van de Europese publicaties; grafiek 2 brengt dat in beeld (bron:
Single Market Scoreboard juni 1999).</al>
      <tuskop letat="vet">Grafiek 2. Nederland loopt aan de staart Europese aanbestedingen
als percentage BNP in 1998<plaatje file="kst-26966-1-2.gif" color="no" format="gif"></plaatje></tuskop>
      <al>De Europese Commissie geeft geen nadere informatie over het aanbesteedgedrag
van de verschillende overheden of sectoren. De algemene indruk uit de grafiek
dat het béter moet wordt ondersteund door enkele inventarisaties die
in de genoemde discussienotitie zijn opgenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de lage score zijn diverse oorzaken aan te geven. De regels worden
als ingewikkeld en rigide ervaren. Het is niet altijd duidelijk wanneer ze
van toepassing zijn. Soms is er sprake van onbekendheid met de regels. De
bereidheid van bedrijven om te klagen (dat houdt in: tegen de aanbesteder
een vordering bij een rechtbank of arbitragecollege in te stellen, dan wel
een klacht in te dienen bij de Europese Commissie) is in veel sectoren niet
erg groot. De concurrent die zou moeten klagen weet soms niet
eens dat er een opdracht te vergeven was of wil een potentiële opdrachtgever
niet tegen zich in het harnas jagen. Bij de aanbesteders maakt de verlaging
in kosten die Europees aanbesteden kan bewerkstelligen niet altijd veel indruk:
er is te weinig stimulans om met efficiënt inkopen te besparen op het
budget.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onvoldoende naleving kan natuurlijk niet. Zowel overheid als bedrijfsleven
missen daardoor kansen en daarnaast gaat het om een wettelijke verplichting.
In paragraaf 3 ga ik in op maatregelen om de situatie verbeteren.</al>
      <tuskop letat="cur">2.4 Elektronisch aanbesteden: sneller, eenvoudiger, transparanter</tuskop>
      <al>De laatste jaren zijn er nieuwe mogelijkheden gegroeid om informatie-
en communicatietechnologie (ICT) in te zetten als ondersteuning bij het proces
van inkopen en aanbesteden. Heel belangrijk daarin is de groei van internet.
In de VS en Canada hebben overheidsorganisaties dat medium als eerste ingezet
om de bekendmaking van aanbestedingen en de reactie door bedrijven te vereenvoudigen.
Het enige dat een bedrijf daarvoor nodig heeft is een computer met een internetaansluiting.
In Europa stelt de Europese Commissie de overheidsaanbestedingen eveneens
op internet beschikbaar, zij het wat minder gebruikersvriendelijk. Het Verenigd
Koninkrijk heeft zich voorgenomen om begin 2001 bijna alle aanbestedingen
van de centrale overheid op internet te zetten.</al>
      <al>De voordelen zijn evident. De informatie wordt sneller en eenvoudiger
toegankelijk voor iedereen, ook voor bedrijven die niet eerder voor een bepaalde
opdrachtgever werkten. De markt wordt transparanter en dat leidt tot betere
aanbiedingen. De doorlooptijd en de procedurekosten kunnen omlaag. «In
Canada hadden we een officiële Gazette voor aanbestedingen, gedrukt op
duur en zwaar papier. Die werd verstuurd per post naar de abonnees en die
hadden veel tijd nodig om alle kolommen door te snuffelen. We hebben dat nu
vervangen door Merx: de internet-site waar alle aanbestedingen te vinden zijn
van de federale overheid, en heel veel van andere publieke organisaties. Zij
plaatsen zo'n 200 advertenties per dag. Bedrijven kunnen opgeven in welke
aanbestedingen ze interesse hebben en Merx informeert ze dan automatisch daarover.
We krijgen nu meer offertes en veel sneller. De aangeboden prijzen gaan omlaag.
We vermoeden dat dat komt doordat bedrijven op Merx ook kunnen zien welke
concurrenten al een offerte ingediend hebben, en welke prijs betaald is voor
een vorige aanbesteding» – Janet Thorsteinson, directeur generaal
Supply Policy, Canada, tijdens een werkbezoek aan Nederland, zomer 1999. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het inkoopproces kan in fasen ondersteund worden met ICT (schema 1). In
de voorbereiding van een aanbesteding kunnen inkopers onderling contact leggen
om ervaringen en specificaties uit te wisselen of een bestaand raamcontract
met een leverancier te benutten. Hierbij zou een intranet zinvol zijn: een
netwerk dat alleen toegankelijk is voor een specifieke groep gebruikers, zoals
inkopers bij het rijk. De aanbesteding zelf wordt op internet gepubliceerd
samen met de achterliggende documenten. Het wordt gaandeweg mogelijk dat bedrijven
bij facilitaire producten vervolgens offertes indienen via internet (voor
complexe beleidsmatige projecten zoals huisvesting of infrastructuur lijkt
dat overigens wat minder relevant). Die fase eindigt normaliter met de keuze
en gunning. Als het gaat om de gunning van een raamcontract waarbinnen concrete
leveringen gaan plaatsvinden (bijvoorbeeld bij auto's, computers
of andere facilitaire producten) kan daarna een elektronisch bestelsysteem
zinvol zijn. De inkoper bestelt dan elektronisch de deelleveringen, bijvoorbeeld
in een elektronische winkel.</al>
      <tuskop letat="vet">Schema 1. ICT kan in drie stappen het inkopen en aanbesteden
ondersteunen<plaatje file="kst-26966-1-3.gif" color="no" format="gif"></plaatje></tuskop>
      <al>Rondom elektronisch aanbesteden is het nodige in beweging. Het Ministerie
van BZK werkt aan het opzetten van een rijksoverheidsintranet waarin een onderdeel
voor inkopers en aanbesteders (stap 1 in het schema) goed kan passen. In de
nota De digitale delta<voetref refid="v7.1" nr="1"></voetref> heeft het kabinet aangekondigd
dat EZ een pilot-project start waarbij aanbestedingen elektronisch worden
gepubliceerd. EZ combineert dit met een onderzoek naar de inkooporganisatie
bij het hele departement en mogelijke verbeteringen daarin. Het Ministerie
van VROM ontwikkelt een computerprogramma dat overheidsaanbesteders helpt
bij het maken van de advertenties waarin de aanbesteding wordt aangekondigd;
dit wordt breed beschikbaar gesteld<voetref refid="v7.2" nr="2"></voetref> (dit alles
past in stap 2 in het schema). Enkele ministeries bestellen reeds elektronisch,
bijvoorbeeld reserve-onderdelen en kantoorartikelen. Elektronisch betalen
is echter nog een lastig terrein zolang de veiligheid ter discussie staat
(stap 3). In paragraaf 3 ga ik in op verdere maatregelen.</al>
      <tuskop letat="cur">2.5 Wat kan de overheid op inkoopgebied leren van bedrijven?</tuskop>
      <tuskop letat="rom">Drie fasen van de inkooporganisatie bij bedrijven</tuskop>
      <al>De drie invalshoeken Europees, elektronisch en innovatief inkopen en aanbesteden
hebben gemeenschappelijk dat de overheid professioneel en strategisch moet
inkopen en aanbesteden. Een vergelijking met bedrijven is hier illustratief.
Daar is inkopen voortdurend in beweging. Dat blijkt uit de organisatievormen.
Gedurende de afgelopen jaren zijn daarin drie fasen te onderscheiden. Aanvankelijk
regelden veel bedrijven de inkoop centraal. Dat kende bureaucratische nadelen,
waardoor verspreid gevestigde bedrijven vervolgens de verantwoordelijkheid
geheel neerlegden bij de «business units». Ook dat model heeft
echter nadelen (onvoldoende schaalgrootte, onvoldoende expertise) waardoor
nu in de derde fase gezocht wordt naar een combinatiemodel. Het inkoopbeleid
wordt centraal gecoördineerd, bijvoorbeeld door het harmoniseren van
specificaties, het bundelen van orders tot grote pakketten, het toewijzen
van specialismen aan inkopers («lead buyers»), het aangaan van
allianties met cruciale leveranciers. Het wordt decentraal uitgevoerd waarbij
ICT nieuwe mogelijkheden biedt om bedrijven elektronisch aan elkaar te knopen.
Bedrijven zijn hard bezig met elektronisch bestellen en betalen en het opbouwen
van intranetwerken tussen inkopers.</al>
      <tuskop letat="rom">Inkopen bij bedrijven steeds belangrijker</tuskop>
      <al>Professioneel inkopen wordt door bedrijven steeds meer gezien als essentieel
onderdeel van de totale strategie. Inkoopvraagstukken raken aan de hele keten
van toegevoegde waarde en aan de hele bedrijfskolom. Het inkopend bedrijf
maakt leveranciers voor steeds meer aspecten verantwoordelijk zoals kwaliteitszorg,
logistiek en het ontwikkelen vanverbeterde producten. Technologiegedreven
bedrijven vragen gespecialiseerde toeleveranciers bijvoorbeeld om snel nieuwe
onderdelen te ontwikkelen. Bij bedrijven met standaardproducten kan het gaan
om kostenreducties, betere kwaliteit en meer flexibiliteit. Het is niet ongewoon
dat de «chief executive officer» van een groot bedrijf alle inkopers
periodiek bijeen haalt en toespreekt, of alle leveranciers («leveranciersdagen»).
Het komt steeds vaker voor dat inkoop kwantitatief wordt doorgelicht en vergeleken
met andere bedrijven. De beroepsvereniging van inkopers, NEVI<voetref refid="v8.1" nr="1"></voetref>, heeft een groeiend aantal leden uit het bedrijfsleven. Het inkopen
bij bedrijven is al met al onderhevig aan vernieuwing over de volle breedte.
Daardoor worden ook kosten bespaard, soms direct al op de korte termijn maar
vaak ook op de langere termijn door een nauwere samenwerking met leveranciers.
Een besparing van gemiddeld 5 tot 10% wordt hierbij genoemd<voetref refid="v8.2" nr="2"></voetref>.</al>
      <tuskop letat="rom">Rijksoverheid teveel versnipperd</tuskop>
      <al>Deze vernieuwing is nog onvoldoende terug te vinden bij de rijksoverheid.
Sommige organisatieonderdelen lopen vóór en ontwikkelen actief
hun beleid voor inkopen en aanbesteden; andere hebben op dat gebied geen expliciete
strategie. Contact tussen opdrachtgevers is beperkt. Slechts weinig inkopers
bij de overheid zijn lid van de beroepsvereniging<voetref refid="v8.3" nr="3"></voetref>.
Er wordt weinig gedaan aan het onderling vergelijken van kosten (benchmarken).
Er is geen vanzelfsprekend coördinatiepunt waar bijvoorbeeld de voorbereiding
van elektronisch aanbesteden wordt opgepakt, of van waaruit specifieke opleidingen
voor overheidsinkopers worden opgezet. Kortom: vergeleken met het bedrijfsleven
is de overheid nog te veel blijven steken in de tweede fase, die van versnippering.
Hier liggen kansen om met een betere onderlinge coördinatie voordelen
te behalen.</al>
      <tuskop letat="cur">2.6 Europese Commissie stimuleert Europees, elektronisch,
innovatief aanbesteden</tuskop>
      <al>Vanzelfsprekend stimuleert de Commissie dat de overheden in de lidstaten
Europees aanbesteden. Zij heeft onlangs voorstellen gedaan om de richtlijnen
te vereenvoudigen en te verduidelijken. Daarbij spelen de mogelijkheden van
internet een steeds grotere rol. De Commissie publiceert de aanbestedingen
in de internet-database TED en maakt allerlei nationale databases en beleidsinformatie
eenvoudig toegankelijk via SIMAP. De Commissie stelde onlangs voor de richtlijnen
aan te passen zodat elektronisch aanbesteden de voorkeur krijgt. De termijnen
voor het inzenden van offertes zouden dan ook verkort kunnen worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Commissie bevordert ook sterk dat aanbesteders geen technische specificaties
opnemen maar functionele: die laten meer ruimte voor bedrijven om met eigen
oplossingen te komen. Voorts werkt de Commissie aan een aanbesteedprocedure
die ruimte laat voor onderhandelingen tussen bedrijven en aanbesteder: een
«technisch dialoog», voor projecten waarbij de aanbesteder niet
kan aangeven met welke middelen aan haar behoeften kan worden voldaan, of
niet kan schatten welke technische en financiële oplossingen de markt
kan aanbieden. Al deze voorstellen van de Commissie passen geheel bij de aanpak
die ik voor Nederland voorsta. Een bijzonder punt van aandacht is de bescherming
van (innovatieve) ideeën die aanbieders inbrengen in een aanbesteding –
zonder een goede bescherming droogt die bron immers snel op. Over de Commissievoorstellen
wordt nu overlegd met de lidstaten; wanneer het komt tot besluiten is onzeker. </al>
      <tuskop letat="cur">2.7 De markt moet mee veranderen</tuskop>
      <al>Nieuwe vormen van aanbesteden zullen effect hebben op het bedrijfsleven.
Een groeiende mate van Europees aanbesteden opent ondoorzichtige markten en
schept daarmee kansen voor nieuwkomers. Meer elektronisch aanbesteden betekent
eveneens een meer transparante markt waarin het eenvoudiger is informatie
te krijgen. Meer innovatief aanbesteden betekent dat de overheid meer fasen
van projecten uitbesteedt, innovatie uitlokt en zonodig stimuleert dat bedrijven
onderling samenwerken (zonder de uiteindelijke concurrentie om de opdracht
te beperken). Dit alles geeft bedrijven nieuwe kansen. Of deze nieuwe kansen
benut zullen worden door grote of kleine bedrijven is niet goed te voorspellen
en te beïnvloeden<voetref refid="v9.1" nr="1"></voetref>. Wel is duidelijk dat
het bedrijfsleven als geheel mee zal moeten veranderen. Om grotere en meer
complexe projecten aan te kunnen zal het nieuwe rollen en risico's aan moeten
kunnen en wellicht organisatie en cultuur aanpassen. Dat zal alleen lukken
als de opdrachtgevende overheid een consistente lijn uitzet. EZ kan bijdragen
aan initiatieven van het bedrijfsleven om zich met voorlichting hierop voor
te bereiden. Het is goed te memoreren dat de Mededingingswet niet in de weg
staat aan samenwerking tussen bedrijven die gezamenlijk een offerte maken,
zolang de concurrentie niet wordt beperkt<voetref refid="v9.2" nr="2"></voetref>.</al>
      <tuskop letat="cur">2.8 Conclusie: tal van kansen voor verbetering</tuskop>
      <al>Bij inkopen en aanbesteden bij de rijksoverheid zijn er tal van kansen
tot verbetering. Centraal daarin staan verdere professionalisering en het
verbeteren van de onderlinge samenwerking. Voorbeelden uit het bedrijfsleven
laten zien dat met zo'n aanpak ook substantiële besparingen mogelijk
zijn: A.T. Kearney noemt 5 tot 10%. Het gaat bij de overheid om verbeteringen
in drie richtingen: meer innovatie door bedrijven uitlokken, meer Europees
aanbesteden, meer gebruik maken van nieuwe ondersteuning door informatie-
en communicatietechnologie.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Actieplan Professioneel inkopen en aanbesteden</tuskop>
      <tuskop letat="cur">3.1 Ambities en randvoorwaarden</tuskop>
      <al>Het kabinet legt als ambities neer:</al>
      <al>• De rijksoverheid past innovatief aanbesteden op groeiende schaal
toe: besteedt meer werk uit aan bedrijven en werkt met functionele specificaties
die innovatie en zonodig onderlinge samenwerking bij bedrijven stimuleren.
Over drie jaar maken innovatief inkopen en aanbesteden een substantieel deel
uit van de portefeuille. Per gebied zullen hiervoor taakstellingen worden
afgesproken.</al>
      <al>• De rijksoverheid voldoet in 2000 aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen.</al>
      <al>• De rijksoverheid publiceert over twee jaar alle Europese aanbestedingen
elektronisch.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Essentieel bij verbeteringen op het gebied van inkopen en aanbesteden
zijn enkele randvoorwaarden. Die ervaring is opgedaan door bedrijven en overheidsorganisaties
die bezig zijn met soortgelijke verbeteringstrajecten. Het gaat om de volgende:</al>
      <al>• Een verbeteringsslag bij inkopen en aanbesteden vereist steun van
de leiding van de departementen.</al>
      <al>• Elk departement blijft verantwoordelijk voor de eigen inkopen en
aanbestedingen, maar in combinatie met:</al>
      <al>• Samenwerking, standaardisatie en coördinatie binnen en tussen
de departementen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Rekening houdend met deze ambities en voorwaarden heeft het kabinet een
Actieplan opgesteld. Het pakket als geheel zal gedurende drie jaar uitgevoerd
worden, waarna een evaluatie volgt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De mede-overheden en andere publiekrechtelijke instellingen zijn zelf
verantwoordelijk voor hun inkoop- en aanbesteedbeleid. Ook bij hen zijn er
diverse initiatieven tot verbetering. Het kabinet kan en wil de andere overheden
en instellingen niet dwingen tot soortgelijke stappen als de rijksoverheid,
maar verwacht wel dat de ambitie tot verbetering die blijkt uit dit Actieplan
een uitnodiging is om zich ook te bezinnen op verbeteringen en zich desgewenst
aan te sluiten bij dit Actieplan.</al>
      <tuskop letat="cur">3.2 Zeven stappen van elk departement</tuskop>
      <al>Hieronder staan zeven stappen die elk departement zal zetten, deels ná
elkaar en deels naast elkaar.</al>
      <al>1. Elk departement wijst op het hoogste niveau degene aan die verantwoordelijk
wordt voor de uitvoering van dit Actieplan.</al>
      <al>2. Elk departement inventariseert kwantitatief en kwalitatief de eigen
inkoop en aanbestedingen (wat?), de verantwoordelijke functionarissen (wie?)
en de procedures (hoe?). Onderdeel van deze inventarisatie het opnieuw bezien
van de rol van de eigen «coördinerend directeur aanschaffingen»
(elk departement dient deze aangewezen te hebben).</al>
      <al>3. De inkoopportefeuille wordt geanalyseerd op kern- en niet-kernactivi-
teiten en op mogelijkheden tot verdergaande uitbesteding. Per groep in te
kopen producten wordt een strategie voor inkopen en aanbesteden ontwikkeld.</al>
      <al>4. Elk departement werkt conform de Europese (en nationale) aanbe- stedingsregels.
Hetzelfde gebeurt voor de onder ieder departement ressorterende overheidsinstellingen
waarvoor het departement verantwoordelijkheid draagt.</al>
      <al>5. Elk departement beziet welke voorwaarden nodig zijn in organisatie,
ondersteuning met nieuwe informatie- en communicatietechnologie en opleiding
van personeel.</al>
      <al>6. Elk departement werkt mee aan de coördinatie tussen de departementen.</al>
      <al>7. Via een herkenbare, jaarlijkse verantwoordingsrapportage binnen de
gebruikelijke begrotings- en verantwoordingscyclus zal de Tweede Kamer geïnformeerd
worden over de voortgang van dit actieplan, te beginnen met de rekening van
1999 die in mei 2000 wordt aangeboden aan de Staten-Generaal.</al>
      <tuskop letat="cur">3.3. Vier stappen voor rijksoverheid als geheel</tuskop>
      <al>De departementen versterken de onderlinge samenwerking met de volgende
acties.</al>
      <al>1. De departementen vormen samen netwerken van inkopers en aanbesteders
per productgroepen voor de uitwisseling van kennis, standaardisatie, benchmarking
en de bundeling van volumes, te beginnen met de gebieden</al>
      <al>• adviesdiensten en inkoop van tijdelijke arbeid </al>
      <al>• facilitaire diensten</al>
      <al>• infrastructuur</al>
      <al>• huisvesting</al>
      <al>• mobiliteit.</al>
      <al> Gezamenlijke aanbestedingen worden als proefprojecten ingezet voor het
opdoen van ervaringen.</al>
      <al>2. De netwerken worden ondersteund met:</al>
      <al>• onderzoek naar de ervaringen met inkopen en aanbestedingen,</al>
      <al>• een congres «strategisch overheidsinkopen»</al>
      <al>• een impuls aan een programma van praktijkgerichte opleidingen (bijvoorbeeld:
praktisch Europees aanbesteden, dialoog met de markt, elektronisch aanbesteden,
het beheren van lopende contracten).</al>
      <al>EZ overlegt, in het kader van een te sluiten convenant, met
het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over
mogelijkheden om zich hierbij aan te sluiten.</al>
      <al>3. Europees aanbesteden:</al>
      <al>• EZ entameert een discussie met mede-overheden, andere publiekrechtelijke
instellingen en het bedrijfsleven aan de hand van de discussienota «Haal
pegels uit die regels!» waarin mogelijkheden worden verkend om de naleving
te verbeteren, zowel voor de korte termijn als voor structurele verbetering.</al>
      <al>• EZ intensiveert de voorlichting over de toepassing van de Europese
aanbesteedregels aan de andere departementen, de mede-over- heden en andere
publiekrechtelijke instellingen, en aan het bedrijfsleven.</al>
      <al>• In samenwerking met IPO en VNG stimuleert EZ dat publiekrechtelijke
instellingen en medeoverheden in de jaarrekeningen rapporteren over het aanbesteedbeleid
en de naleving van de aanbestedingsregels te laten vallen onder de accountantscontrole
(zoals bij de departementen).</al>
      <al>4. Elektronisch aanbesteden:</al>
      <al>• de departementen gaan zo spoedig mogelijk hun aanbestedingen elektronisch
publiceren. EZ brengt daarbij de eigen ervaringen in.</al>
      <al>• Er komt een elektronisch netwerk voor inkopers en aanbesteders
als onderdeel van het rijksoverheids-intranet dat BZK nu in aanbouw neemt.
Dit wordt een virtueel kenniscentrum voor professioneel inkopen en aanbesteden.
Enkele van de functies zijn het actuele overzicht van inkopers en aanbesteders
bij de departementen (zie par. 3.2 punt 2) en van voorgenomen en lopende aanbestedingen.</al>
      <al>• In het natraject van een aanbesteding zal EZ ervaring opdoen met
elektronisch bestellen en betalen en beschikbaar stellen aan anderen.</al>
      <tuskop letat="cur">3.4 Platform Professioneel Inkopen en Aanbesteden</tuskop>
      <al>Het kabinet stelt voor drie jaar een platform Professioneel Inkopen en
Aanbesteden in, bestaande uit enkele plaatsvervangend secretarissen-generaal
van de departementen en enkele toonaangevende personen uit het bedrijfsleven.
Dit krijgt als taken:</al>
      <al>• de uitvoering van dit Actieplan te overzien voor zowel meer innovatief,
meer Europees en meer elektronisch aanbesteden;</al>
      <al>• de netwerken tussen inkopers en aanbesteders die gezamenlijk gaan
opereren te overzien en te stimuleren, en onderlinge benchmarking tussen inkopers
en aanbesteders te bevorderen; </al>
      <al>• te adviseren over organisatie en opleidingen op dit gebied en algemene
incentives die de nieuwe vormen van inkopen en aanbesteden kunnen bevorderen;</al>
      <al>• jaarlijks verslag te doen aan de ministerraad via de minister van
Economische Zaken. Dit zal worden aangeboden aan de Tweede Kamer.</al>
      <al>Het Platform houdt contact met het PPS-project om te zien waar de projecten
elkaar kunnen versterken.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Conclusie</tuskop>
      <al>Inkopen en aanbesteden zijn toe aan een verbeteringsslag. Centraal daarin
staat meer professioneel inkopen en aanbesteden met drie invalshoeken: meer
innovatie bij bedrijven stimuleren, meer openbaar en in competitie aanbesteden
(Europees aanbesteden), meer gebruik maken van moderne informatie- en communicatietechnologie.
Het kabinet verwacht hiervan voordelen voor zowel de overheid als de marktsector.
Dit Actieplan moet daar de komende drie jaar een forse impuls aan geven.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Economische Zaken,</functie>
        <naam>A. Jorritsma-Lebbink</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Aangekondigd in de nota Milieu en Economie (TK 25 405 nr. 1, 18 juni
1997).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.2" nr="2">
    <al>Tweede voortgangsrapportage PPS, april 1999, ministerie van Financiën.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.3" nr="3">
    <al>TK 25 518 nr. 1, 8 september 1997.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Zoals de Øresundverbinding tussen Zweden en Denemarken, de Vasco
da Gamabrug in Portugal, een snelweg in Finland, digitale telecommunicatie
in Finland en Zweden. In Nederland bijvoorbeeld de Maeslant-stormvloedkering,
een hoogwaardig openbaar vervoersysteem in Eindhoven, een afvalverbrandingsinstallatie
in Alkmaar, een nieuwe drinkwaterfabriek in Heemskerk, de Vinex-locatie Ypenburg.
De brochure «Kans voor innovatie – innovatief aanbesteden binnen
Europese aanbestedingsregels» bevat meerdere voorbeelden; zie ook par.
3.3 van het verslag van de WIA.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v4.2" nr="2">
    <al>Innovatief aanbesteden van algemene ziekenhuizen, PRC Bouwcentrum, mei
1999.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>Sinds het inwerkingtreden van de General Procurement Agreement ook de
WTO-landen zoals Amerika, Canada en Japan.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v5.2" nr="2">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.1" nr="1">
    <al>TK 26 643 nr. 2, 21 juni 1999.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v7.2" nr="2">
    <al>Europees Advertentie Systeem voor Bouwopdrachten: Eurasbo. Dit harmoniseert
en reduceert ook de eisen die opdrachtgevers stellen aan aanbieders voor documentatie
e.d.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v8.1" nr="1">
    <al>Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v8.2" nr="2">
    <al>A.T. Kearney, De vraag bedreven, pag. 3.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v8.3" nr="3">
    <al>Minder dan 10% van de NEVI-leden werkt bij de overheid. Hetzelfde beeld
lijkt zich voor te doen bij opleidingen en examens op inkoopgebied hoewel
daarvan geen harde cijfers zijn.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v9.1" nr="1">
    <al>De Kamer heeft bijzondere aandacht gevraagd voor de positie van het MKB
bij innovatief aanbesteden (motie Voûte, Kamerstukken II 1998/99, 26 200
XIII, nr. 19).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v9.2" nr="2">
    <al>Het Koninklijk besluit Vrijstelling combinatieovereenkomsten (25 november
1997, Stb. 592) bepaalt dat samenwerking alleen mag bij concrete aanbestedingen
en als de samenwerking leidt tot technische of economische vooruitgang en
een sneller of beter product, waarbij de concurrentie om de opdracht niet
wordt beperkt.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>