﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26900-46/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST58721</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 900</nummer>
      <naam>Defensienota 2000</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>46</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>11 januari 2002</datum></al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>Met mijn brieven van 30 mei 2000 (26 900, nr. 27), 31 oktober 2000
(26 900, nr. 32) en 7 juni 2001 (26 900, nr. 38) heb ik u geïnformeerd
over het integrale verbeteringstraject met betrekking tot de personele bezetting
van de krijgsmacht. Hierbij ontvangt u de vierde voortgangsrapportage. Daar
waar nodig wordt verwezen naar de antwoorden aan de Tweede Kamer op 31 augustus
jl. naar aanleiding van de derde rapportage. (26 900, nr. 40).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In deze brief besteed ik eerst aandacht aan de prioriteiten die ik in
mijn eerdere brieven voor het jaar 2001 heb gesteld. Deze prioriteiten vloeien
voort uit de externe onderzoeken die in 2000 zijn afgerond. Vervolgens beschrijf
ik themagewijs een aantal andere ontwikkelingen op het gebied van de personeelsvoorziening
Defensie.</al>
      <tuskop letat="vet">I Prioriteiten 2001</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Zoals in mijn brief van 7 juni jl. is aangegeven, heb ik aan een aantal
taakvelden prioriteit toegekend:</al>
      <al>• Invoeren van een ketenbenadering van de personeelsvoorziening van
de krijgsmachtdelen (dat wil zeggen integrale sturing en beheersing);</al>
      <al>• Omvormen van DWS tot een facilitair keurings- en selectiecentrum;</al>
      <al>• Inrichten van een kenniscentrum voor professionele ondersteuning
van werving en arbeidsmarktcommunicatie;</al>
      <al>• Verbeteren van de arbeidsmarktcommunicatie;</al>
      <al>• Uitwerken van verbetermodellen voor de personeelsvoorziening (m.n.
het «talent provider model»);</al>
      <al>• Ontwikkelen van landelijke en regionale netwerken t.b.v. de in-
en uitstroom.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze taakvelden hangen nauw met elkaar samen. Hieronder wordt de voortgang
op elk van de taakvelden ten opzichte van mijn brief van 7 juni jl. beschreven.</al>
      <tuskop letat="cur">Gestalte geven aan een ketenbenadering (integrale sturing
en beheersing) van de personeelsvoorziening van de krijgsmachtdelen</tuskop>
      <al>De ketenverantwoordelijkheid is per 12 november jl. in handen van de krijgsmachtdelen
gelegd. De reden hiervoor is, dat de algehele verantwoordelijkheid voor de
verschillende schakels in de personeelsvoorzieningsketen («in-, door-
en uitstroom») het beste kan worden waargemaakt als deze berust bij
de verantwoordelijke die direct zicht heeft op de keten en deze ook kan sturen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Koninklijke Marine, Landmacht en Luchtmacht hebben elk een ketenregisseur
benoemd ten behoeve van de integrale sturing en beheersing van de gehele keten
van personeelsvoorziening (behoeftestelling, werving en selectie<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref>, opleiding, functievervulling en uitstroom). Bij de Koninklijke Marechaussee
zal dit naar verwachting begin 2002 plaatshebben.</al>
      <tuskop letat="cur">Omvormen van DWS tot een facilitair keurings- en selectiecentrum</tuskop>
      <al>De aangekondigde omvorming van DWS is inmiddels in een vergevorderd stadium.
In grote lijnen houdt dit in dat de wervingstaak voor militair personeel wordt
overgeheveld naar de krijgsmachtdelen en dus geen deel meer uitmaakt van de
taken van DWS. DWS gaat zich volledig toeleggen op het keuren en selecteren
van (militair) personeel. Als nieuwe naam wordt «Instituut voor Keuring
en Selectie» (IKS) Defensie gebruikt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De krijgsmachtdeel-gerelateerde elementen van DWS (ca. 260 VTE'n) zijn
per 12 november jl. losgemaakt uit de organisatie van DWS en vallen nu organisatorisch
onder de krijgsmachtdelen. Het betreft met name de wervingsunits, de aanstellingsunits,
uitslaggevende artsen en accountmanagers. Om de voordelen van samenwerkingsmogelijkheden
optimaal te kunnen blijven benutten, blijven deze units wel fysiek bij elkaar
gevestigd in Amsterdam. De formele omvorming van DWS tot het IKS is naar verwachting
in februari 2002 voltooid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De externe werving van burgerpersoneel met een HBO- of een WO-opleiding
blijft centraal georganiseerd in Amsterdam. De aansturing zal gemandateerd
door DICO worden uitgevoerd door directeur IKS. De reden hiervan is, dat de
voordelen van een centrale werving van hoger opgeleid burgerpersoneel groter
zijn dan de voordelen van decentralisatie naar de beleidsterreinen.</al>
      <tuskop letat="cur">Inrichten van een kenniscentrum voor professionele ondersteuning
van werving en arbeidsmarktcommunicatie</tuskop>
      <al>Ik heb de oprichting aangekondigd van een kenniscentrum, dat vooralsnog
drie primaire taken heeft: arbeidsmarktcommunicatie, arbeidsmarktontwikkeling
&amp; -onderzoek en monitoring van de personeelsvoorziening. In dit centrum,
met de voorlopige werknaam «Kennis- en Expertise-centrum» (KEC),
wordt de aanwezige expertise op deze gebieden gebundeld. Per 1 oktober jl.
is de directeur van het KEC benoemd. Het KEC is sinds 1 januari 2002 operationeel,
al is nu nog sprake van een pioniersfase en een groeimodel. Eerst wordt gestart
met expertise die al aanwezig is bij Defensie en indien nodig zal deze expertise
worden aangevuld door externe inhuur. Het KEC is organisatorisch ondergebracht
bij het Directoraat-Generaal Personeel.</al>
      <tuskop letat="cur">Verbeteren van de arbeidsmarktcommunicatie</tuskop>
      <al>De krijgsmachtdelen ontwikkelen een arbeidsmarktcommunicatiebeleid, dat
is toegespitst op hun specifieke kenmerken en eigenschappen. Een corporate
communicatieplan voor de Koninklijke Marine is in voorbereiding. Het corporate
communicatieplan van de Koninklijke Landmacht (inclusief implementatieplan)
is eind 2001 in de Legerraad goedgekeurd. Het plan wordt gebruikt bij de opstelling
van het wervingsplan 2002. De Koninklijke Luchtmacht heeft een eindrapport
«Corporate Identity» goedgekeurd en is bezig met de implementatie
daarvan. Een veelzijdige wervingscampagne start deze maand. De Koninklijke
Marechaussee zal in 2002, nadat de ketenregisseur is aangetreden, beginnen
met een communicatieplan op basis van corporate identity.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om synergie te bewerkstelligen wordt de externe communicatie centraal
afgestemd in een Werkverband Publieke Presentatie onder leiding van de Directeur
Voorlichting. Als expertisecentrum op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie
levert het KEC hieraan een belangrijke bijdrage. Tevens draagt zij zorg voor
het terugkoppelen van de uitkomsten naar de krijgsmachtdelen.</al>
      <tuskop letat="cur">Uitwerken van verbetermodellen voor de personeelsvoorziening
(m.n. het «talent provider model»)</tuskop>
      <al>Verkennende studies naar het zogenaamde «Talent provider model»
zijn voltooid. De kern van dit model is het uitplaatsen van militair personeel
naar organisaties buiten Defensie en vervolgens terugplaatsen op (operationele)
functies binnen Defensie in een cyclische beweging gedurende de gehele loopbaan.
Besloten is om het model vooralsnog niet verder te ontwikkelen, aangezien
de reeds in gang gezette activiteiten op het gebied van loopbaanbegeleiding
(het oprichten loopbaancentra, de persoonlijke ontwikkelingsplannen, regionaal
georganiseerde netwerken e.d.) een extra investering in het Talent provider
model op dit moment niet noodzakelijk maken. Wel wordt binnen het gedachtegoed
van het model voortgegaan op de reeds ingeslagen weg. De Koninklijke Marine
benadert vertrokken schepelingen, officieren en sinds dit jaar ook schepelingen
van het Korps Mariniers voor herintreding. De Koninklijke Landmacht beschikt
over een (voorlopige) procedure voor herintreding en zal pro-actief beleid
ontwikkelen voor de actieve benadering van ex-BBT'ers en ex-BOT-ers. Het beleid
houdt in dat met vertrekkende militairen wordt afgesproken dat de Koninklijke
Landmacht hen na een bepaalde periode benadert over een eventuele terugkomst.
De Koninklijke Luchtmacht heeft een plan van aanpak opgesteld om reeds vertrokken
personeel systematisch na een jaar te benaderen over een mogelijke terugkeer.
De Koninklijke Marechaussee zal haar reeds vigerend beleid om BBT-ers langer
voor de organisatie te behouden (in BBT- of BOT-verband) voortzetten en benadert
BBT-personeel dat de organisatie al heeft verlaten in voorkomend geval actief
voor eventuele herintreding.</al>
      <al>Voor alle krijgsmachtdelen geldt dat in het kader van de loopbaan en op
vrijwillige basis individuele afspraken worden gemaakt over «uitplaatsingen».</al>
      <tuskop letat="cur">Ontwikkelen van landelijke en regionale netwerken t.b.v.
in- en uitstroom</tuskop>
      <al>Er is een raamwerk ontwikkeld voor een regionaal georiënteerd landelijk
netwerk. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen een bestuurlijk netwerk en
een uitvoeringsnetwerk.</al>
      <al>Het bestuurlijk netwerk komt tot stand via het Platform Defensie-Bedrijfsleven
en via decentrale initiatieven. Recent is een koppeling tot stand gekomen
tussen de regio's van VNO/NCW en een aantal regionale «commandanten»
van de krijgsmachtdelen. Een eerste regionale kennismakingsbijeenkomst heeft
kort geleden in Noord-Nederland plaatsgevonden. De komende maanden volgen
kennismakingsbijeenkomsten in andere regio's.</al>
      <al>Ook is op dit niveau een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen Defensie
en Politie op het gebied van de instroom, de doorstroom en de uitstroom van
personeel. Deze overeenkomst wordt binnenkort getekend.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het uitvoerende netwerk wordt onder regie van de in 1999 opgerichte Coördinatie
Groep Employability (CGE) door de krijgsmachtdelen zelf ontwikkeld. Er bestaat
een goed overzicht van de samenwerking met de Regionale Opleidingscentra (ROC's)
en de Landelijke Organen Beroepsonderwijs (LOB). Binnen het ECABO (het landelijk
orgaan Economische en Administratieve Beroepscategorieën) wordt begin
2002 een sectiebestuur Defensie opgericht. Tot de velden van de ECABO behoren
de administratieve, de ICT- en de veiligheidssector. De Koninklijke Landmacht
heeft de twee belangrijkste instroomopleidingen bij de ECABO ondergebracht.</al>
      <al>De Koninklijke Landmacht verwacht verder dat begin 2002 een evaluatie
beschikbaar is van de samenwerking met Arbeidsvoorziening. De samenwerking
betreft o.a. de onderbrenging van 8 dependances van banenwinkels bij CWI's.</al>
      <tuskop letat="vet">II Voortgang overige maatregelen</tuskop>
      <tuskop letat="cur">Algemeen</tuskop>
      <al>Hierboven zijn taakvelden beschreven, waarvoor verbetermaatregelen met
prioriteit worden voorbereid en uitgevoerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het onderstaande ga ik in op een aantal andere belangrijke thema's,
waarbij ik aangeef welke ontwikkelingen zich sinds mijn vorige rapportage
in juni jl. hebben voorgedaan.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «17-jarigen»</tuskop>
      <al>Het thema «17-jarigen» is uitgebreid aan de orde geweest bij
de behandeling van de Defensiebegroting 2002 op 30 en 31 oktober jl. Een dezer
dagen wordt u met een aparte brief nader over dit onderwerp geïnformeerd.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Civiele scholing»</tuskop>
      <al>Sinds mijn vorige rapportage zijn de inspanningen voor civiele scholing
met kracht voortgezet. Het oriëntatiejaar Koninklijke Landmacht wordt
dit schooljaar door 24 ROC's aangeboden, het oriëntatiejaar Koninklijke
Luchtmacht door 1 ROC. De opleiding Vrede &amp; Veiligheid (de Koninklijke
Marine, Landmacht en Luchtmacht) wordt op 6 ROC's aangeboden.</al>
      <al>Dit schooljaar zijn circa 940 leerlingen gestart met het oriëntatiejaar
Koninklijke Landmacht, 20 leerlingen met het oriëntatiejaar Koninklijke
Luchtmacht en circa 160 leerlingen met de opleiding Vrede &amp; Veiligheid.
In het komende jaar zullen de instroomtrajecten worden geëvalueerd. De
Koninklijke Marechaussee bereidt momenteel onder meer participatie aan de
opleiding Vrede &amp; Veiligheid voor.</al>
      <al>De Koninklijke Landmacht heeft met de ECABO en het ministerie van OC&amp;W
initiatieven ontwikkeld voor de oprichting van een intersectorale richting
«Orde &amp; Veiligheid» op VMBO-niveau. De opzet van de opleiding
zal breder worden en niet alleen voorbereiden op geüniformeerde beroepen
(politie, beveiliging en douane) maar ook op sport en dienstverlening.</al>
      <al>Daarnaast bestaan allerlei BBL-trajecten (MBO-opleidingen met beroepsbegeleide leerweg, het oude leerlingwezen), waarin leerlingen een leerovereenkomst
met Defensie afsluiten.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Prerecruitment en werving»</tuskop>
      <al>Naast verbetermaatregelen als onderdeel van de eerdergenoemde taakvelden
ketenbenadering, arbeidsmarktcommunicatie, kenniscentrum en het thema civiele
scholing, kunnen op het gebied van prerecruitment en werving de volgende ontwikkelingen
worden gemeld:</al>
      <al>• Samenwerking met de Politie en de Belastingdienst op het gebied
van direct marketing, gericht op werving. Gezamenlijk worden kritische prestatie-indicatoren
ontwikkeld met als doel de professionaliteit van direct marketing en de inschakeling
van externe bureaus daarbij te versterken.</al>
      <al>• Wervingsactiviteiten specifiek gericht op allochtonen in Nederland.
In juli jl. is gestart met een project op het Albeda College in Rotterdam
voor de werving van allochtone kandidaten. Deze proef gaat een jaar duren.</al>
      <al>• Regeling Turkse dienstplicht. Tijdens de begrotingsbehandeling
2002 heb ik u medegedeeld, dat is besloten een regeling op te stellen om Nederlandse
militairen van Turkse komaf met een Turkse dienstplicht tegemoet te komen.
Over vorm, inhoud en financiering van de regeling vindt nog intern afstemming
plaats. Vervolgens moet over de ontwerp-regeling overleg worden gevoerd met
de centrales van overheidspersoneel. Gestreefd wordt naar inwerkingtreding
in het begin van 2002.</al>
      <al>• Progressieve aanstellingspremie. Ter bevordering van langere aanstellingstermen
is bij de Koninklijke Landmacht per 1 januari 2001 een systeem van progressieve
aanstellingspremies ingevoerd. Hoe langer de duur van het aanstellingscontract,
hoe hoger de premie die men krijgt. Een voorlopig, voorzichtig, resultaat
toont een toename van het aantal langere aanstellingen. De Koninklijke Marine
kent voor enkele categorieën al langer een progressieve aanstellingspremie.
De Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine hanteren een progressieve
premieregeling bij verlenging van de aanstelling. Bij de Koninklijke Luchtmacht
en de Koninklijke Marechaussee is de premieregeling bij verlenging van de
aanstelling gedeeltelijk progressief.</al>
      <al>• De communicatie van de aanstellingspremies (voor 2002) en de verlengingspremies
(voor 2002 en 2003) is door de Koninklijke Marine versneld, teneinde belangstellenden
voor instroom resp. doorstroom in de Koninklijke Marine eerder van informatie
over de geldende premies te kunnen voorzien.</al>
      <al>• Binnen de Koninklijke Landmacht wordt een studie verricht naar
de mogelijkheid van een aanbrengpremie.</al>
      <al>• Het fysieke voorschakeltraject. In juni jl. heeft de KL als proef
voor de duur van een jaar een speciale kracht aangetrokken voor het begeleiden
van jongeren, die gebruik maken van de mogelijkheid te trainen bij civiele
sportscholen met als doel bij een herkeuring meer kans te maken te worden
aangenomen. Het rendement van dit voorschakeltraject is op dit moment opgelopen
tot 65% (was 53%).</al>
      <al>• Officieren. De Koninklijke Landmacht is overgegaan tot het actief
benaderen van jongeren met een HAVO-opleiding. Dit heeft geleid tot een toeloop
van deze categorie in de opleiding tot officier aan de Koninklijke Militaire
Academie (KMA). Mede door deze ontwikkeling heeft de KMA op dit moment een
groot aantal aspirant-officieren voor de Koninklijke Landmacht in opleiding.</al>
      <al>• Scouts. De Koninklijke Luchtmacht heeft drie functionarissen aangesteld
(zogenaamde «scouts»), die specifiek zijn belast met het werven
van vrouwen en allochtonen, alsmede een functionaris die specifiek is belast
met «prerecruitment».</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Selectie»</tuskop>
      <al>De belangrijkste ontwikkelingen die zich op het gebied van de selectie
hebben voorgedaan zijn de instemming met het eindrapport van de Werkgroep
Optimalisatie Keurings- en Selectieproces (WOKS) en de oprichting van het
al eerder vermelde Instituut voor Keuring en Selectie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De WOKS heeft zich gericht op verbetering en vereenvoudiging van de methode
en inrichting van het keurings- en selectieproces, teneinde onnodige uitval
en onderbenutting van het sollicitantenbestand zoveel mogelijk te reduceren.
Besloten is het keurings- en selectieproces te verbeteren door meer te werken
vanuit het door TNO aanbevolen principe van «<nadruk type="cur">selecting
out»</nadruk>. Daarbij wordt vastgesteld of de sollicitant voldoet aan
de zogeheten basis militaire eisen. Daarnaast wordt het persoonsprofiel, dat
tijdens het keurings- en selectieproces wordt opgebouwd, vergeleken met het
profiel van de functie waarvoor men solliciteert. Indien men daarvoor niet
geschikt blijkt te zijn, maar wel voldoet aan de minimale eisen waaraan elke
militair moet voldoen, wordt het persoonsprofiel gematcht met andere functieprofielen.
Het voordeel van deze werkwijze is dat het «watervallen» wordt
geïntensiveerd. Daardoor kunnen aan de sollicitant, zonder extra psychologisch
en geneeskundig onderzoek, direct andere functies binnen de krijgsmacht worden
aangeboden.</al>
      <al>Daarnaast is besloten tot harmonisatie van het psychologisch en geneeskundig
onderzoek van de verschillende krijgsmachtdelen. Het beoogde resultaat is
een snellere doorlooptijd en een lagere uitval in het selectieproces. De implementatie
van de aanbevelingen is inmiddels in gang gezet. De herziene werkwijze zal
vanaf begin 2002 door het IKS worden gehanteerd.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Initieel verloop»</tuskop>
      <al>• De Algemene Militaire Opleiding (AMO) bij de Koninklijke Landmacht
is per augustus jl. bij drie schoolbataljons verlengd van drie tot vier maanden
met als doel een evenwichtiger opleidingsprogramma te kunnen aanbieden met
een langere gewenningsperiode. De resultaten zijn op dit moment nog niet bekend.
Het schoolbataljon luchtmobiel is per 1 januari 2002 gevolgd.</al>
      <al>• Onderzoek bij de Koninklijke Marechaussee naar het opleidingsverloop
zal naar verwachting in maart 2002 zijn voltooid.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema's «Loopbaan» en «Werkzekerheid»</tuskop>
      <al>• Employabilityplannen. In mijn rapportage van juni jl. kon ik melden
dat was ingestemd met de employabilityplannen van de Koninklijke Marine, de
Landmacht en de Luchtmacht. De implementatie van deze plannen is in volle
gang. De Koninklijke Marine heeft in juni jl. officieel het eerste Centrum
voor Employability &amp; Externe Bemiddeling (CEEB) geopend in Den Helder.
Op 29 november jl. is het CEEB in Doorn geopend. De Koninklijke Landmacht
heeft op 20 november jl. besloten loopbaancentra met dependances in te richten.
In deze loopbaancentra kan militair en burgerpersoneel terecht voor loopbaanbegeleiding
en daaraan gerelateerde faciliteiten. De Koninklijke Luchtmacht heeft de employability-activiteiten
nagenoeg vormgegeven. Zij is van plan de employability-activiteiten onder
te brengen in Bureaus Personeelsvoorziening in de P&amp;O diensten op onderdeelsniveau.
Het employability plan van de Koninklijke Marechaussee is onlangs goedgekeurd.</al>
      <al>• De Koninklijke Landmacht heeft het in 2000 in gebruik genomen geautomatiseerde
systeem (intranet) voor de publicatie van interne vacatures voor BBT-personeel
najaar 2001 uitgebreid met vacatures voor BOT-personeel.</al>
      <al>• De Koninklijke Landmacht heeft in augustus jl. een harmonisatie
van de officiersopleidingen BBT en BOT doorgevoerd. In combinatie met het
t.z.t. opheffen van het onderscheid tussen BOT- en BBT-functies, zal hierdoor
de flexibiliteit in plaatsingsmogelijkheden voor militair personeel toenemen.
Dit heeft een positief effect op de loopbaanmogelijkheden voor militair personeel.</al>
      <al>• De Koninklijke Landmacht gaat in de komende periode voor alle categorieën
personeel functionerings- en loopbaangesprekken invoeren. Vooralsnog wordt
gestart met het voeren van loopbaangesprekken met personeelsleden die in 2002
van functie wisselen.</al>
      <al>• Daarnaast is één van de speerpunten van de Koninklijke
Landmacht voor de komende periode de implementatie van het loopbaanbeleid
uit «Flex-P» (Flex-P is het in mijn vorige brief genoemde pakket
aan verbetermaatregelen voor de Koninklijke Landmacht). </al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Behoud BOT personeel»</tuskop>
      <al>• In het najaar 2001 werd een reeks bijeenkomsten gehouden, onder
leiding van dr. R.L. Vreeman, burgemeester van Zaanstad. Tijdens deze bijeenkomsten
spraken de bevelhebbers en ondergetekende met vertegenwoordigers van de centrales
van overheidspersoneel over de onvrede onder het defensiepersoneel. Deze gespreksronde
heeft geresulteerd in een agenda voor de toekomst. Daarin zijn een aantal
thema's en actiepunten opgenomen waaraan op korte termijn zal worden gewerkt.
Het doel hiervan is de onvrede onder het personeel weg te nemen of zoveel
mogelijk te verminderen. Een brief hierover zal ik u binnenkort aanbieden.</al>
      <al>• De Koninklijke Marine verricht al enkele jaren onderzoek naar ontslagredenen
van uitstromend personeel. Hierbij werd in eerste instantie de focus gericht
op manschappen BT en officieren OT. Uitbreiding tot alle uitstromende militairen
is momenteel onderwerp van onderzoek.</al>
      <al>• De Koninklijke Landmacht is in het najaar 2001 van start gegaan
met een verbeterde methodiek van functietoewijzing. In plaats van een maandelijkse
publicatie van interne BOT-vacatures, worden BOT-vacatures voortaan per half
jaar tegelijk en 1½ jaar vooruit gepubliceerd. De BOT militair krijgt
op deze wijze een grotere keuzemogelijkheid en vroegtijdige zekerheid over
de volgende functie.</al>
      <al>• De Koninklijke Luchtmacht is gestart met het houden van exit-interviews
met vertrekkende BOT militairen.</al>
      <al>• De Koninklijke Marechaussee heeft in 2001 een werkbelevingsonderzoek
uitgevoerd, waarbij het gehele personeelsbestand is benaderd. Momenteel worden,
verspreid over het gehele land, workshops gehouden om het vervolgtraject te
kunnen bepalen. Daarnaast worden exit-interviews gehouden. Met de uitkomsten
daarvan wordt rekening gehouden in het personeelsbeleid.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Arbeidsvoorwaarden»</tuskop>
      <al>Op 27 september jl. is een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord getekend voor
de periode van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2003.</al>
      <al>Met betrekking tot de inhoud van dit akkoord verwijs ik u naar mijn brief
met bijlage van 30 oktober jl. Gebleken is dat het personeel onvoldoende op
de hoogte is van de mogelijkheden die de arbeidsvoorwaarden bieden. Er is
daarom een communicatietraject opgezet om het personeel hierover periodiek
te informeren.</al>
      <tuskop letat="cur">Thema «Integrale Monitor Personeelsvoorziening Defensie»</tuskop>
      <al>Voor het KEC i.o. wordt de Integrale Monitor Personeelsvoorziening Defensie
(IMPD) een belangrijk instrument voor de monitoring van en advisering
over de personeelsvoorziening bij Defensie. Een proeve van de eerste IMPD
over het jaar 2000 is in juni jl. opgesteld. Momenteel vindt afstemming plaats
over de gegevens in de IMPD 2001, die in mei 2002 moet zijn voltooid. De belangrijkste
elementen worden verwerkt in de financiële verantwoording 2001.</al>
      <tuskop letat="cur">Vervolgrapportage</tuskop>
      <al>De volgende, vijfde, voortgangsrapportage zal ik u aanbieden in mei 2002.
In die voortgangsrapportage zal, in aanvulling op de informatie in de financiële
verantwoording 2001, meer aandacht worden besteed aan de kwalitatieve en kwantitatieve
onderbouwing van ontwikkelingen op personeelsgebied.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Defensie,</functie>
        <naam>H. A. L. van Hoof</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Waarbij voor de feitelijke selectie gebruik wordt gemaakt van het keurings-
en selectiecentrum (zie volgende paragraaf).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>