Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200026800-VI nr. 78

26 800 VI
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2000

nr. 78
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 5 juli 2000

De vaste commissie voor Justitie1 heeft op 28 juni 2000 overleg gevoerd met minister Korthals van Justitie over de beantwoording van de Kamervragen over de voormalige Crédit Lyonnais Bank.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van Oven (PvdA) constateerde dat de voorgeschiedenis reeds bekend is. Er bestaan aanwijzingen dat er in 1999 een forse fraudezaak heeft plaatsgevonden in Nederland. Daarbij zijn betrokken de Crédit Lyonnais Bank-Nederland, waarschijnlijk enkele bestuurders daarvan en de door de pers als Italiaans oplichtersduo betitelde heren Fiorini en Paretti. Het gaat daarbij om overname van de Amerikaanse MGM-filmstudio, waarmee een bedrag zou zijn gemoeid van 1,3 mld of 2,6 mld. Deze operatie is mislukt, waardoor de Crédit Lyonnais Bank er veel geld bij in heeft geschoten. Daaropvolgend moesten er fantastische reddingsoperaties ondernomen worden, met name vanuit de Franse moedermaatschappij. Daarbij zijn bedragen genoemd van 100 mld. franc.

Kennelijk zijn vele jaren later justitiële onderzoeken op gang gekomen in Amerika. In het kader van dat onderzoek zou een schikking zijn bereikt met de Franse top van Crédit Lyonnais, ter waarde van 4 mln. dollar. Bovendien zou een uitleveringsbevel zijn uitgevaardigd tegen Fiorini en Paretti, die vorig jaar oktober in Italië zijn gearresteerd en inmiddels weer op vrije voeten zijn gesteld. In Frankrijk is in dit verband een onderzoek gestart tegen de heer Trichet, de beoogd opvolger van de heer Duisenberg bij de Europese Centrale Bank. Er zijn tevens rechtshulpverzoeken in Nederland ingediend, waarbij de klacht is geuit dat De Nederlandsche Bank hieraan onvoldoende zou hebben meegewerkt.

Over een en ander zijn Kamervragen gesteld. Daarbij is ook de vraag aan de orde gekomen wat de Nederlandse justitie onderneemt, los van de onderzoeken die in Amerika en Frankrijk lopen en de daaruit volgende rechtshulponderzoeken. In antwoord hierop is gewezen op het Amerikaanse rechtshulponderzoek, dat eerst moet worden uitgevoerd. Wat is echter de eigenstandige positie van het Nederlandse opsporings- en vervolgingsapparaat? Er zijn toch aanwijzingen dat er in Nederland fraude heeft plaatsgevonden op zeer grote schaal en dat daarbij een Nederlandse rechtspersoon en eventueel ook Nederlanders betrokken kunnen zijn? Is er aangifte gedaan? Is overwogen om opsporing en vervolging in te stellen? Duurt het niet te lang? Wat is de stand van zaken?

Antwoord van de minister

De minister erkende dat er sprake is van een enorme fraudezaak rond de Crédit Lyonnais Bank, eind 1989, begin 1990. Omdat de zaak zich grotendeels afspeelde in Amerika, heeft de justitie aldaar een grootschalig onderzoek ingesteld. Daarbij zijn vervolgens tien landen betrokken waaraan rechtshulpverzoeken zijn gedaan. Een van die landen is Nederland, dat vier rechtshulpverzoeken heeft ontvangen. Aan die rechtshulpverzoeken is uiteraard medewerking verleend. Het laatste rechtshulpverzoek verloopt iets minder voorspoedig, mede omdat de betrokken rechter-commissaris er de tijd voor neemt. In de maand september zal er echter op dit vlak sprake zijn van voortgang.

De opstelling van het openbaar ministerie is om de Amerikaanse rechtshulpverzoeken als leidraad te nemen bij de vraag of er aanwijzingen zijn om een eigenstandig onderzoek te beginnen. Van een dergelijk onderzoek is vooralsnog geen sprake, al is onlangs aanvullende informatie verkregen. Het Amerikaanse onderzoek wordt dus afgewacht om vervolgens eventueel personen in Nederland te vervolgen.

Het openbaar ministerie neemt het standpunt in dat er te weinig aanwijzingen zijn voor vervolging. Ook uit de rechtshulpverzoeken zijn geen aanwijzingen gekomen dat er succesvolle vervolgingen kunnen plaatsvinden. Wellicht is er echter sprake van een te passieve houding. De minister is dan ook voornemens in overleg te treden met het openbaar ministerie om de mogelijkheden van een zelfstandig onderzoek te bekijken. Er worden bij deze strafzaak inmiddels twee namen van Nederlanders genoemd. Wellicht dat daarom verdere uitdieping van de zaak nuttig is.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van Oven (PvdA) wilde het standpunt van het OM dat er te weinig aanwijzingen zijn om een onderzoek te starten, niet betwisten. In een zaak van importantie kan het echter, ondanks dat er onvoldoende aanleiding is voor een gerechtelijk vooronderzoek, alsnog gerechtvaardigd zijn om een pro-actief onderzoek in te stellen of om gegevens te verzamelen. Is dat niet aan de orde bij een mogelijke fraude van een dergelijke omvang? Is er überhaupt aangifte gedaan van strafbare feiten in Nederland in verband met deze zaak? Wanneer zijn de eerste rechtshulpverzoeken van de Amerikaanse autoriteiten binnengekomen? Inmiddels is vernomen dat Fiorini en Paretti beschuldigd worden van respectievelijk 25 en 55 strafbare feiten. Hebben de feite waarvan zij beschuldigd worden zich geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied voorgedaan? Daarmee zouden die immers binnen het bereik van de Nederlandse strafrechtmacht komen.

De minister geeft aan zich met het openbaar ministerie te zullen verstaan. De reeks van Kamervragen is echter reeds in november vorig jaar aangevangen. Daarmee komt dit gesprek nogal laat. Is de minister overigens bereid de Kamer verslag te doen van een en ander?

De minister deelde mee dat er in Nederland geen aangifte is gedaan van strafbare feiten. Het ziet er echter naar uit dat een gedeelte van de strafbare feiten zich op Nederlands grondgebied heeft afgespeeld.

Het openbaar ministerie heeft er bewust voor gekozen het enorm grote en zeer grondige Amerikaanse onderzoek af te wachten. De rechtshulpverzoeken dienen daarbij als informatiebron voor aanleidingen voor een zelfstandig onderzoek. De zaak speelt overigens al sinds 1990, met daarbij de nodige publicitaire aandacht voor Nederlandse betrokkenheid bij de overname van MGM. Daarnaast is bekend dat er sinds 1996 sprake is van rechtshulpverzoeken van de Amerikaanse overheid. In al die tijd heeft echter niemand het bezwaar geuit dat er geen eigenstandig onderzoek is ingesteld.

De minister herhaalde zich met het openbaar te ministerie te willen verstaan over een meer actieve rol op basis van de huidige gegevens. De Kamer zal reeds in september een brief ontvangen over de voornemens van het openbaar ministerie.

De heer Dittrich (D66) vroeg zich af waarom de gedane toezegging niet reeds in de brief van 23 juni is gedaan.

De minister had de indruk dat er slechts gevraagd is naar eventuele aanwijzingen van strafbare feiten, blijkend uit de rechtshulpverzoeken. Daarover is reeds het nodige gezegd. Op basis van eigen overwegingen is de minister echter tot het oordeel gekomen dat er redenen zijn voor een actievere opstelling. De primaire verantwoordelijkheid ligt overigens bij het openbaar ministerie. Voor een aanwijzing aan het openbaar ministerie is het wat aan de vroege kant.

De heer Van Oven (PvdA) nam genoegen met de toezegging van de minister. De PvdA-fractie acht het nog steeds moeilijk denkbaar dat in een dergelijke fraudezaak geen strafrechtelijke actie wordt ondernomen. De nadere berichtgeving wordt afgewacht, opdat in september alsnog op de kwestie kan worden ingegaan.

De voorzitter van de commissie,

Van Heemst

De griffier van de commissie,

Pe


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Rouvoet (RPF/GPV), Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Kamp (VVD), Dittrich (D66), ondervoorzitter, O. P. G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), De Wit (SP), Weekers (VVD), Wijn (CDA), Van der Staaij (SGP), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD) en Halsema (GroenLinks).

Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Arib (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA),Passtoors (VVD), Hoekema (D66), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Marijnissen (SP), De Vries (VVD), Eurlings (CDA), Van Walsem (D66), Buijs (CDA), Rijpstra (VVD), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD) en Oedayraj Singh Varma (GroenLinks).