﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26670-9/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST61779</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 670</nummer>
      <naam>Grensoverschrijdende projecten</naam>
    </onderw>
    <onderw>
      <nummer>28 008</nummer>
      <naam>Zorgnota 2002</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>9</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN DE STAATSSECRETARIS
VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>4 april 2002</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 8 november 2000 heeft de Commissie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
gevraagd om een projectplan om de problemen omtrent de grensoverschrijdende
ambulancezorg aan te pakken (26 670/27 242, nr. 4). Met deze brief
informeren wij u over de voortgang ter zake.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In opdracht van de ministeries VWS en BZK heeft het onderzoeksbureau ITS
in 2000 een inventarisatie van de problemen die zich voordoen bij het grensoverschrijdende
ambulancevervoer in de grensstreek uitgevoerd. Dit rapport is aan de Tweede
Kamer aangeboden. Uit de rapportage bleek dat een aantal problemen slechts
opgelost kan worden door bemoeienis van de verantwoordelijke overheden in
Nederland, Duitsland en België.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de grensproblematiek tussen België en Nederland is door de Benelux
een ad hoc werkgroep ingesteld om oplossingen te vinden. Het gaat hierbij
om volgende punten:</al>
      <tuskop letat="cur">Nederland en België</tuskop>
      <tuskop letat="vet">Verschillen in handelingsbevoegdheden van het ambulancepersoneel
tussen Nederland en België.</tuskop>
      <al>Het Nederlandse ambulancepersoneel is opgeleid voor het verrichten van
handelingen voor advanced life support (ALS). Het Belgisch ambulancepersoneel
is opgeleid voor het verlenen van handelingen voor basic life support (BLS).
Handelingen op het gebied van ALS zijn in België voorbehouden aan artsen.
Handelt het Nederlandse ambulancepersoneel in België volgens de Nederlandse
protocollen, dan zijn zij in overtreding. Inmiddels is met de Belgische federale
overheid afgesproken dat zij hun ambulanceprotocollen zullen aanpassen. Hierdoor
zal Nederlands ambulancepersoneel in België op dezelfde wijze kunnen
optreden als in Nederland. </al>
      <tuskop letat="vet">Verschillen in tarifering en financiering van ambulancezorg</tuskop>
      <al>Hierbij gaat het om de inzet van Nederlandse ambulances voor de behandeling
en het vervoer van Belgische patiënten naar een Belgisch ziekenhuis,
waarbij met name het spoedvervoer voor problemen in de declaratieafhandeling
zorgt. Dit is terug te voeren op de financiering en verzekering van de ambulancezorg
in België waar een onderscheid wordt gemaakt tussen het vervoer en de
medische behandeling. De medische behandeling wordt in België vanuit
een beperkte groep ziekenhuizen georganiseerd en door het desbetreffende ziekenhuis
bij de patiënt/zorgverzekeraar gedeclareerd. De ambulancedienst is alleen
verantwoordelijk voor het vervoer en declareert alleen kosten die verband
houden met het vervoer. Dientengevolge ontstaan problemen als een Nederlandse
ambulance het WTG tarief voor spoedvervoer declareert omdat hierin zowel de
vervoerskosten als de kosten van de medische behandeling zijn begrepen. Omdat
vanuit de inhoudelijke voorschriften in België bij een spoedvervoer ook
de inzet van medische hulp (Mobiele Urgentie Groep) vanuit het ziekenhuis
vereist is, vindt een dubbele declaratie plaats.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uitgaande van de veronderstelling dat de Nederlandse ambulance die buiten
de landsgrenzen ambulancezorg aanbiedt in opdracht van de CPA onder de werking
van de WTG blijft vallen is de volgende pragmatische oplossing denkbaar: in
de vigerende E-tariefstructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen spoedvervoer
(sluittarief) en besteld vervoer (landelijk uniform neventarief). Bij besteld
vervoer is geen sprake van spoedeisende medische hulpverlening. Het tarief
is dan ook op een lager niveau vastgesteld (euro 170 tegen gemiddeld ca euro
340 voor het spoedvervoer). Door nu voor de inzet op Belgisch grondgebied
een tarief vast te stellen dat ergens tussen het besteld vervoer tarief van
euro 170 en het spoedvervoerstarief van gemiddeld euro 340 zou moeten liggen
wordt het probleem van de dubbele declaratie voor medische hulpverlening vermeden
(Belgische Mobiele Urgentie Groep én Nederlandse ambulance met medisch
team) omdat de Nederlandse ambulance alleen de kale ritprijs (zoals bij het
bestelde vervoer) hoeft te berekenen. Door apart te tariferen kan bovendien
het totale volume aan grensoverschrijdend vervoer in beeld worden gebracht.
Er is dan tevens een mogelijkheid om vervoer van buitenlandse patiënten
uit Nederland naar de buurlanden te regelen via een uniform tarief. Als het
totale ritvolume relatief groot zou zijn kan het niet structureel onder de
gemiddelde kostprijs aan het buitenland worden aangeboden en moet een andere
oplossing worden gezocht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de betrokken ambulancedienst betekent een neventarief in budgettermen
geen nadeel omdat de dienst een vergoeding krijgt gebaseerd op het werkelijke
aantal ritten maal de parameterwaarde. Ten aanzien van de dekking van het
budget geldt dat de buitenlandse ritten te weinig opbrengst genereren. Dit
leidt tot een verrekening via de Nederlandse sluittarieven. De gesuggereerde
oplossing is dan ook alleen adequaat indien het aantal ritten beperkt blijft.
Het opbrengsttekort is dan marginaal en de additionele schadelast praktisch
te verwaarlozen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na advisering door Zorgverzekeraars Nederland en Ambulancezorg Nederland
kan een regeling en een neventarief als hierboven beschreven door het College
Tarieven Gezondheidszorg worden vastgesteld. Naar verwachting zal dit voorjaar
uitsluitsel hierover zijn. </al>
      <tuskop letat="vet">Erkenning van Nederlandse ambulances en ziekenhuizen in
het Belgische 100-systeem</tuskop>
      <al>In België worden patiënten na ongevallen naar het dichtstbijzijnde
ziekenhuis vervoerd dat een erkenning heeft in het Belgische systeem voor
spoedeisende zorg, het zogenaamde 100-systeem. In Nederland kennen wij zo'n
systeem niet. Dit kan in de praktijk betekenen dat iemand die net over de
grens in België een ongeval krijgt en door een Belgische ambulance wordt
meegenomen, vele kilometers extra moet afleggen alvorens verdere hulp te ontvangen,
terwijl er net over de grens in Nederland een ziekenhuis beschikbaar is. Dit
wordt als onwenselijk ervaren. Met de Belgische autoriteiten is daarom afgesproken
dat Nederlandse ziekenhuizen, als zij voldoen aan de Belgische criteria, erkenning
krijgen in het 100-systeem. De Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg
zal hiertoe een toets uitvoeren, België zal zich aan de uitkomst van
deze toets conformeren en de erkenningen afgeven. De Nederlandse ambulances,
alhoewel zij wel voldoen aan de criteria, zijn niet erkend in het 100-systeem.
De formele erkenning daarvan zal tegelijkertijd met de erkenning van de Nederlandse
ziekenhuizen in het Belgische 100-systeem worden meegenomen.</al>
      <tuskop letat="vet">Grensoverschrijdende communicatie</tuskop>
      <al>De radiocommunicatie tussen Nederlandse ambulances en de Belgische 100-centrales
zowel als tussen de Belgische ambulances en de Nederlandse Centrale Posten
Ambulancevervoer (CPA) is thans nog een probleem. Voor de korte termijn is
als oplossing het uitrusten van ambulances met carkits en mobiele telefoons
aangedragen. Op lange termijn bieden het Nederlandse C2000 en het Belgische
Astrid-systeem in technische zin de oplossing, aangezien beide systemen werken
in dezelfde frequentieband en met dezelfde standaard (Tetra). Vooralsnog zal
de wetgeving niet worden aangepast, maar is gekozen om in Nederland de vergunningen
zodanig aan te passen, dat grensoverschrijdende communicatie mogelijk wordt
voor Belgische hulpdiensten die bijstand verlenen in Nederland. Daarnaast
zal een overeenkomst worden gesloten tussen België en Nederland waarin
het een en ander komt vast te liggen. Dit is een oplossing van tijdelijke
aard totdat het C 2000-systeem in de lucht is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast communicatie in technische zin is het ook van belang dat tussen
de verschillende landen overeenstemming bestaat over de te hanteren begrippen.
Hiervoor is een viertalige woordenlijst op het terrein van ambulancezorg ontwikkeld.
Binnenkort komt deze lijst voor alle betrokkenen beschikbaar.</al>
      <tuskop letat="cur">Nederland en Duitsland</tuskop>
      <al>De verschillen tussen de Nederlandse ambulancezorg en de Duitse ambulancezorg
zijn kleiner dan die tussen Nederland en België. Er is op dit moment
slechts sprake van twee zaken die door tussenkomst van de rijksoverheid moeten
worden opgelost.</al>
      <tuskop letat="vet">Erkenning van de Notarzt</tuskop>
      <al>In Europa is sprake van een vrij verkeer van goederen en personen. Zo
mogen werknemers in alle EU-landen in principe hun beroep uitoefenen. Dit
geldt ook voor beroepen in de gezondheidszorg. In Duitsland wordt vaak naast
een ambulance, een Notarzt meegezonden. Een Notarzt is gespecialiseerd in
het verlenen van advanced life support. Ook voor hem geldt dat hij op grond
van het vorenstaande zijn beroep mag uitoefenen. In Nederland geldt echter
dat een arts zijn beroep pas mag uitoefenen als deze is ingeschreven
in het register op grond van de Wet BIG (het BIG-register). Duitse Notärzte
zijn dit in de regel niet. Het ministerie van VWS onderzoekt thans of hierin
in algemene zin kan worden voorzien, of dat toch aan de Duitse artsenorganisatie
zal moeten worden gevraagd om elke Notarzt in het Nederlandse BIG-register
te laten inschrijven.</al>
      <tuskop letat="vet">Grensoverschrijdende communicatie</tuskop>
      <al>In de communicatie tussen ambulances, de Nederlandse CPA's en de Duitse
Leitstellen is evenals in de situatie met België sprake van technische
en wetgevende belemmeringen. In de grensstreek is echter sprake van in het
algemeen pragmatisch omgaan met de mogelijkheden. Echte moeilijkheden doen
zich dan ook niet voor. Wél is uiteraard sprake van enig ongemak. Ook
hier worden de Nederlandse vergunningen aangepast, zodat de Duitse hulpdiensten
die bijstand verlenen in Nederland gebruik kunnen maken van de Nederlandse
frequenties. Daarnaast zijn de ministeries van BZK en V&amp;W in overleg met
de Duitse collegae van de deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen
over grensoverschrijdende communicatie richting Duitsland.</al>
      <tuskop letat="vet">Tot slot</tuskop>
      <al>Uit het vorenstaande moge duidelijk zijn dat in de achterliggende periode
duidelijk voortgang is geboekt. Voor alle belemmeringen is inmiddels een oplossing
gevonden of in voorbereiding.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit neemt echter niet weg dat de mogelijkheden moeten worden gecommuniceerd
naar betrokken (overheids)diensten en andere betrokkenen. U hebt tijdens het
Algemeen Overleg d.d. 8 november 2000 gelegenheid gevraagd een helpdesk voor
deze diensten in het leven te roepen. Gelet op de huidige stand van zaken
is eerst ondergetekende van mening dat hier thans mee moet worden gestart
en heeft daarom het ITS gevraagd te onderzoeken op welke wijze de helpdesk
het beste kan worden gepositioneerd en ingericht.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>E. Borst-Eilers</naam>
        <functie>De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,</functie>
        <naam>G. M. de Vries </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>