﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26670-7/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST59461</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 670</nummer>
      <naam>Grensoverschrijdende projecten</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>7</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 13 februari 2002</datum>
      <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> heeft op 5 december 2001 overleg gevoerd met staatssecretaris
G. M. de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de voortgangsrapportage over het kabinetsstandpunt
Grensoverschrijdende projecten (BZK 01-775);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 12 juli 2001 inzake Baarle-Nassau (BZK
01-688).</nadruk>
      </al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Weekers</nadruk> (VVD) zwaait de staatssecretaris
alle lof toe voor de voortgang van een groot aantal projecten, ook al mag
het wat hem betreft op sommige onderdelen nog sneller. De kamer van koophandel
van Zuid-Limburg wil een geïntegreerde dienstverlening met de kamer van
koophandel van Aken tot stand brengen, maar ondervindt tal van wettelijke
belemmeringen in Nederland. Noordrijn-Westfalen heeft al aangegeven ontheffing
te willen verlenen voor een zeer vergaande samenwerkingsvorm. Hij verzoekt
de staatssecretaris in diens coördinerende rol binnen het kabinet een
dergelijk samenwerkingsverband te bevorderen.</al>
      <al>De heer Weekers vraagt hoe het grensoverschrijdend informatiepunt (GIP)
op dit moment functioneert, met welke disciplines en welke kennis. Zijn er
plannen om het op een bepaalde termijn uit te breiden? Dat kan met doorverwijzing,
maar ook door extra kennis te bundelen in het centrum zelf. Hoe wordt het
GIP gefinancierd? Hij vraagt of het vergelijkend onderzoek naar de vormgeving
en het functioneren van de verschillende euregio's al klaar is. Hij pleit
voor het aantrekken van expertise op het terrein van sociale zekerheid, hetgeen
voor de staatssecretaris vrij gemakkelijk te regelen moet zijn.</al>
      <al>De provincie Noord-Brabant financiert op tijdelijke basis een Euroconsulent
voor Baarle-Nassau. De heer Weekers vraagt of de staatssecretaris hier voor
zichzelf nog een rol ziet of dat de samenwerking gefinancierd moet worden
uit de winst die met de samenwerking gepaard gaat.</al>
      <al>Het Verdrag van Anholt schijnt op behoorlijk wat weerstand te stuiten
bij de Duitse federale overheid. Nu schijnt te worden overwogen om het Verdrag van Karlsruhe uit te breiden naar Nederland. De heer Weekers
vraagt of dat consequenties heeft voor Nederland.</al>
      <al>Een grenslandtoets kan betrekking hebben op sociale wet- en regelgeving,
maar ook op tal van andere wetgeving. De wetgever moet vooraf bezien of hij
bepaalde effecten voor zijn rekening wil nemen. De heer Weekers suggereert
om een Beneluxcommissie in te stellen die zich permanent met grenseffecten
van wetgeving in ontwikkeling bezighoudt. Die zou niet alleen ambtelijk ondersteund
moeten worden, maar ook de sociale partners zouden erbij betrokken moeten
zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">De Pater-van der Meer</nadruk> (CDA) constateert
met vreugde dat de kleine gemeente Alphen-Chaam voldoende bestuurskracht en
financiën heeft om zelfstandig te kunnen blijven functioneren. Dat geldt
ook voor Baarle-Nassau. Zij vraagt in hoeverre in de evaluatie van het gemeenschappelijk
orgaan aandacht wordt geschonken aan de Belgische dimensie. Zij mist een opvatting
van de staatssecretaris en de provincie over nut en noodzaak van verdere samenwerking.
De financiën van Baarle-Hertog zijn op orde. Wat doet de Belgische overheid?
Een gezamenlijk gemeentehuis is de verantwoordelijkheid van de gemeenten,
maar zij zou graag enige financiële steun ter aanmoediging van een dergelijk
uniek project zien.</al>
      <al>Na een snelle start lijken de grensoverschrijdende projecten (GOP's) te
stagneren op hoog ambtelijk niveau. Het is een taaie materie, met veel competentiekwesties,
maar er lijkt erg formeel gewerkt te worden. Doordat de aanpassing van het
Verdrag van Anholt nog steeds niet rond is, zijn de eigen publiekrechtelijke
bevoegdheden van grensoverschrijdende lichamen nog altijd niet verbeterd.
Hoever staat het met de diverse grensoverschrijdende bedrijventerreinen? Wat
mag verwacht worden van de nieuwe kleine interdepartementale werkgroep? Wat
is de meerwaarde van de projectgroep en de stuurgroep voor het GIP? Ook naar
aanleiding van het rapport Ondernemen in de grensstreek kan alleen maar stagnatie
worden geconstateerd. Mevrouw De Pater-van der Meer betreurt de consequenties
hiervan voor het werk in de praktijk. Er zijn bijvoorbeeld nog altijd geen
begrijpelijk geformuleerde en goed toegelichte formulieren voor grensarbeiders
over socialeverzekeringszaken en belastingzaken. De vigerende wettelijke mogelijkheden
van het grensoverschrijdende politiebureau in Dinxperlo blijken zeer beperkt.
Zij vraagt of de staatssecretaris in een praktisch plan van aanpak kan aangeven
welke volgende stappen gezet kunnen worden wat betreft frequenties, communicatiemiddelen,
raadpleging van registers over en weer en bevoegdheden tot verbaliseren. Zij
vraagt ook of een bilaterale erkenning van vakkwalificaties mogelijk is.</al>
      <al>Misschien is het goed behalve de euregio's ook de Benelux uit te nodigen
voor de evaluatie van de euregio's. Wanneer worden de resultaten gepubliceerd?
Mevrouw De Pater-van der Meer pleit voor verspreiding van praktische oplossingen.
Waarom is men afgestapt van een actieve inventarisatie van knelpunten? Hoe
is de stand van zaken met betrekking tot het grensoverschrijdend bouwen voor
Nederlanders door Nederlanders in Duitsland? Haar fractie heeft meermalen
gepleit voor experimenten in Zuid-Limburg met het binnenlands bestuur. De
Benelux bestaat al meer dan 50 jaar, maar er is nog steeds geen zetelovereenkomst.
Ook voor het Beneluxmerkenbureau ontbreekt een zetelovereenkomst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Scheltema-de Nie</nadruk> (D66) is van oordeel
dat niet eindeloos kan worden gehoopt dat Baarle-Nassau/Baarle Hertog een
mooie proeftuin wordt, als het zo traag blijft gaan en geen echte doorbraken
worden georganiseerd. Als er in het voorjaar van 2003 nog niets is gebeurd,
moet Baarle-Nassau worden beschouwd als een gewone gemeente, als alle andere
gemeenten in Nederland. Zij ziet de traagheid vooral aan de kant van Baarle-Nassau
en niet in Baarle-Hertog. Zij vraagt of de staatssecretaris daar
nog steeds voldoende uitzicht op verdere samenwerking die bottom-up tot stand
komt waarneemt, om de bijzondere positie van Baarle-Nassau op lange termijn
nog te rechtvaardigden.</al>
      <al>Uit de voortgangsrapportage blijkt dat het op sommige punten goed gaat
met de grensoverschrijdende projecten, bijvoorbeeld het verdrag over de ziektekosten.
Er zijn ook punten waarop wordt gezegd dat er niets nieuws te melden is. Betekent
dit dat er op die punten niets wordt gedaan of dat er stagnatie is?</al>
      <al>Er wordt gewerkt aan een beperkt, op praktische punten toegesneden verdrag
tussen Nederland en de Bondsrepubliek, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen
over grensoverschrijdende bedrijfsterreinen. Mevrouw Scheltema-de Nie vraagt
of het juist is dat er niet meer wordt gewerkt aan aanpassing van het Verdrag
van Anholt. De paritaire commissies signaleren nogal wat knelpunten op het
punt van bouwvoorschriften, brandveiligheid, materiaalconstructies enz. Op
korte termijn zou een akkoord gesloten worden op grond waarvan een bedrijf
het toezichthoudende land op het punt van veterinaire problemen zou kunnen
kiezen. Er wordt echter meteen al weer een uitzondering gemaakt voor de uitbraak
van dierziekten. Als het echt moeilijk wordt, wordt de keuzemogelijkheid gereduceerd
tot nul. Misschien is dat wel een praktische oplossing, maar er blijkt ook
uit hoe lastig samenwerking op verschillende terreinen is. Kan niet een soort
euregionale ontheffing in verschillende relevante wetten worden overwogen,
wellicht gekoppeld aan de grenslandtoets?</al>
      <al>De euregio's wachten op een doorbraak in het belastingverdrag. De grensoverschrijdende
politieaanpak heeft een impuls gekregen door de gebeurtenissen van 11 september.
Mevrouw Scheltema-de Nie vraagt of er inmiddels een versnelde ontwikkeling
is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Cloe</nadruk> (PvdA) vraagt wanneer het
akkoord met Vlaanderen, dat na de akkoorden met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen
gesloten zou worden, tot stand komt. Inmiddels zijn met twee euregio's afspraken
gemaakt over grensoverschrijdende rampenplannen. Hij vraagt of die afspraken
in de plaats komen van afspraken met Noordrijn-Westfalen. Wanneer zullen er
langs de gehele grens met Duitsland en België afgestemde plannen zijn?</al>
      <al>De bondsregering wil aanpassing van het Verdrag van Anholt. De heer De
Cloe vraagt of er enige informatie is wat de Länder daarop hebben geantwoord.
Uit de door de heer Weekers al genoemde brief van de kamer van koophandel
in Zuid-Limburg krijgt hij de indruk dat, in tegenstelling tot wat hij dacht,
de Duitse overheden meer ruimte bieden voor experimenten dan de Nederlandse.
Hij dringt erop aan het verzoek van de kamer van koophandel te honoreren.</al>
      <al>Een paar weken gelden is de heer De Cloe op bezoek geweest in Baarle-Nassau.
De provincie Noord-Brabant schijnt de handen wat van de samenwerking af te
trekken, om de financiering aan de staatssecretaris over te laten. Als de
staatssecretaris dat doet, komen andere plaatsen ongetwijfeld ook met hun
verlangens. Grensoverschrijdend met buurgemeenten samenwerkende grensgemeenten
zouden gesteund kunnen worden, niet alleen met financiële middelen, maar
ook in contacten tussen de nationale overheden. De heer De Cloe pleit ervoor
dat de staatssecretaris voor Baarle-Nassau contact opneemt met de collega
in Vlaanderen. Hij hoopt dat van de samenwerking daar een voorbeeldwerking
uitgaat voor andere samenwerkingen. Hij denkt aan Kerkrade, Bellingwedde,
Sluis-Aardenburg en Dinxperlo. Dinxperlo wil misschien ook grensoverschrijdend
samenwerken om zelfstandig te kunnen blijven, maar dat is dan een andere kwestie.</al>
      <al>Het was de bedoeling dat ook andere regio's dan Limburg zouden gaan meewerken
aan het GIP. De heer De Cloe vraagt of daar nog wat van komt, ook financieel.</al>
      <al>De heer De Cloe acht een grenslandtoets bij wetgeving nuttig. Er worden
bij het opstellen van wetgeving al allerlei toetsen gebruikt. Vaste regelgeving
hiervoor leidt misschien tot bureaucratie, maar het mag ook niet van toeval
afhangen. Hij heeft van de heer Hoetjes gehoord dat diens euregio-onderzoek
in concept al klaar is. Hij vraagt wanneer het beschikbaar komt. De Beneluxcommissie
grensoverschrijdende samenwerking zou graag bij de presentatie aanwezig zijn.</al>
      <al>Het ministerie van VROM werkt niet goed mee aan de totstandkoming van
het grenspark Maas-Schwalme-Nette. De heer De Cloe verzoekt de staatssecretaris
bij de heer Pronk aan te dringen op medewerking.</al>
      <al>In een interview maakt minister-president Clement van Noordrijn-Westfalen
positieve opmerkingen over de samenwerking met Nederland. De heer De Cloe
beseft dat vele rapportages, onderzoeken, commissies enz. nodig zijn, maar
er zijn er wel erg veel. Hij hoopt dat de totstandkoming van euregio's tot
een doorbraak leidt. Minister-president Kok heeft in het verleden getoond
samen met de heer Clement naar betere samenwerking te streven. Hij suggereert
de staatssecretaris om de heer Kok te vragen opnieuw met de heer Clement contact
op te nemen. Voor Duitsland is een probleem dat hetgeen aan de grenzen met
Nederland zou worden bereikt al gauw ook gevraagd zal worden aan de grenzen
met Polen, Tsjechië enz. Duitsland is daardoor vaak wat terughoudender.</al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de staatssecretaris</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris</nadruk> valt het op dat binnen
het hele binnenlandse kabinet de politieke contacten met Noordrijn-Westfalen
de afgelopen twee jaar aanzienlijk zijn geïntensiveerd. De contacten
tussen de heren Kok en Clement zijn zo mogelijk nog inniger geworden, waarbij
de bilaterale grensoverschrijdende samenwerking een vast punt op de agenda
is. Ook in de contacten met bondskanselier Schröder wordt dit punt aangeroerd.
De nieuwe minister van Europese Zaken van Noordrijn-Westfalen heeft in Den
Haag met staatssecretaris Benschop en hemzelf gesproken. De interne Duitse
verhoudingen vergemakkelijken een snelle besluitvorming echter niet. De contacten
met Nedersaksen zijn minder intensief maar beginnen zich ook te ontwikkelen.
Op 4 februari zullen staatssecretaris Benschop en hij overleg voeren met de
Belgische federale regering en de Vlaamse regering, in aanwezigheid van de
heer Hennekam, secretaris-generaal van de Benelux. Met Wallonië zijn
de contacten voor een soortgelijk politiek overleg gelegd.</al>
      <al>Met vreugde heeft de staatssecretaris nu gehoord dat de kamers van koophandel
in Zuid-Limburg en Noordrijn-Westfalen vergaande vormen van samenwerking overwegen.
Men heeft niet het praktische inzicht gehad om de brief die men de Kamer heeft
gestuurd ook aan hem te sturen. Hij zegt toe dat hij zich over de kwestie
zal laten informeren en dan zal bezien of en in hoeverre hij eventuele belemmeringen
kan helpen wegnemen. Hij zal de Kamer daarover vervolgens informeren.</al>
      <al>In overleg met de provincie Limburg is gestart met een bescheiden GIP,
dat stap voor stap zal worden opgebouwd. Provincie en BZK financieren. Er
wordt naar gestreefd de private sector en overheidsinstanties erbij te betrekken.
De staatssecretaris heeft Noordrijn-Westfalen om medewerking verzocht en zal
ook de Vlaamse regering vragen of zij geïnteresseerd is deel te nemen.
Bij de start van het GIP was er veel belangstelling van verschillende zijden.
Het voornemen is de cofinanciering van het GIP te agenderen in het overleg
met alle Nederlandse grensprovincies. Het GIP is begonnen met een doorverwijzingsfunctie.
Naar zijn overtuiging is het goed als in de loop van de tijd het infopunt
ook inhoudelijke vragen gaat beantwoorden. Geïnventariseerd moet worden
waaraan grote behoefte is, om praktische deskundigheid te kunnen aantrekken.
Hij vindt het positief dat de voorbereidingsfase voorbij is en de uitvoeringsfase
is ingegaan. Hij zal de Kamer later nog informeren over financiering
en de eerste evaluatie.</al>
      <al>Het onderzoek naar de euregio's is in de slotfase. De reacties van allerlei
instanties worden door de onderzoekers verwerkt in het definitieve rapport.
Er is onderzoek gedaan naar zeven euregio's en zes andere grensoverschrijdende
samenwerkingsverbanden die beschikken over een juridische structuur op basis
van het Beneluxverdrag of het Verdrag van Anholt. Begin volgend jaar zal in
een openbare bijeenkomst bespreking plaatsvinden. Noordrijn-Westfalen heeft
grote belangstelling voor het onderzoek getoond en zal, evenals de Belgische
overheden, bij de bijeenkomst worden betrokken. Wellicht kan het onderzoek
een vervolg krijgen in grensoverschrijdend verband.</al>
      <al>Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant acht Baarle-Nassau
ondanks de beperkte omvang in staat ambtelijk en bestuurlijk adequaat te functioneren.
Het ziet voor de nabije toekomst geen aanleiding om verdere actie te ondernemen.
Beide Baarles zijn redelijk tevreden met de stand van de onderlinge betrekkingen.
De financiële positie van Baarle-Hertog wordt verbeterd. Wellicht worden
daarmee de financiële knelpunten voor het stichten van een gemeenschappelijk
gemeentehuis kleiner. De provincie Noord-Brabant had degressief extra mankracht
gefinancierd, maar daaraan is inmiddels volgens afspraak een einde gekomen.
De staatssecretaris is graag bereid in het overleg met Vlaanderen overgebleven
knelpunten aan de orde te stellen. Hij heeft beide Baarle's gevraagd hem te
informeren over concrete punten. Dergelijke grensoverschrijdende experimenten
dienen zijns inziens een bottom-upkarakter te hebben. Hij gelooft niet dat
men lokaal de behoefte heeft om een landelijke voorbeeldfunctie te vervullen.
Soortgelijke grensoverschrijdende samenwerking tussen andere Nederlandse gemeenten
en Belgische of Duitse buurgemeenten zijn een standaardpunt op de agenda met
buitenlandse overheden. Een probleem is dan dat de Duitse deelstaten op een
aantal punten niet bevoegd zijn, maar dat de Gemeinden of Kreise dat zijn.
Het is misschien aardig om eens na te gaan of er lessen te trekken zijn uit
de verschillende samenwerkingsvormen tussen Nederlandse en Belgische gemeenten
aan de ene kant en tussen Nederlandse en Duitse gemeenten aan de andere kant.
Misschien doen bepaalde knelpunten zich overal voor. Hij is van plan binnenkort
een bezoek te brengen aan Sluis-Aardenburg. De positie van gemeenten als Baarle-Nassau
bij herindelingen raakt in principe de portefeuille van minister De Vries.
De staatssecretaris heeft niet de indruk dat de provincie Noord-Brabant op
korte termijn tot een herindeling van Baarle-Nassau zou willen adviseren.
Hij kan zich ook niet herinneren dat van rijkswege ooit harde criteria in
verband met de grensoverschrijdende samenwerking zijn gesteld om daar niet
tot herindeling over te gaan. Naar zijn waarneming menen beide Baarle's grosso
modo een praktische vorm van samenwerking te hebben gevonden, maar willen
zij thans niet verder gaan.</al>
      <al>Het Verdrag van Anholt is aan Duitse zijde gesloten door bondsregering
en deelstaten en dat van Karlsruhe uitsluitend door de bondsregering. Vermoedelijk
is er daarom in Berlijn een zekere voorkeur voor het Verdrag van Karlsruhe
als basis voor een nieuwe overeenkomst met Nederland. Het overleg tussen bondsregering
en Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen heeft tot nu toe nog niet veel opgeleverd.
De Duitse regering wil volgend jaar maart een nieuwe gespreksronde met Nederland
organiseren, als men intern met de Länder een stap verder is. De staatssecretaris
houdt vast aan de wens om het Verdrag van Anholt aan te passen dan wel een
nieuw verdrag te sluiten. Dat neemt niet weg dat hij een tussentijdse mogelijkheid
tot snellere overeenstemming over een specifiek instrument voor bedrijventerreinen
zeker zal grijpen. Buitenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat en VROM zijn
gevraagd om zitting te nemen in een commissie van deskundigen die zich zal
buigen over de periodieke rapportages van de paritaire commissies. Er zijn
rapportages van twee paritaire commissies te verwachten. Dat gaat
langzaam, maar de vragen en antwoorden worden steeds concreter. Hij kan pas
wat doen als hij weet wat de concrete problemen zijn van bedrijven die geïnteresseerd
zijn in vestiging, bijvoorbeeld van een pluimveebedrijf dat zich bij Coevorden
wilde vestigen. Dat bedrijf trok zich, overigens om andere redenen, terug.
Hij heeft toen geproefd dat bij het ministerie van LNV de bereidheid bestond
tot praktische tegemoetkomingen. Hij wil maatwerk leveren, maar kan niet tot
hij blauw ziet praten met de buurlanden en andere ministeries om alle problemen
die in bijvoorbeeld de pluimveesector denkbaar zijn in een keer op te lossen.
Hij is bereid de Kamer te informeren over de bevindingen die de commissie
van deskundigen doet op basis van de periodieke rapportages.</al>
      <al>De staatssecretaris heeft de indruk dat nog niet alle leden de brief over
het overleg met Duitsland en België over hulp van politie, brandweer
en ambulance, die hij een aantal dagen geleden aan de Kamer heeft gestuurd,
hebben kunnen lezen. Op het punt van de frequenties is het nodige in gang
gezet. Er is een analyse gemaakt van de mogelijkheden tot verbaliseren. Met
België worden de ervaringen rond het EK voetbal geanalyseerd. Nagegaan
wordt of met België verdere afspraken kunnen worden gemaakt. Hij zou
bij Buitenlandse Zaken navraag moeten doen naar de stand van zaken in de discussie
over een zetelovereenkomst voor het merkenbureau van de Benelux.</al>
      <al>Elke mogelijke uitzonderingspositie voor een grensregio moet worden getoetst
aan de bepalingen van het Europese mededingingsrecht. Brussel wil altijd zien
of er sprake is van indirecte staatssteun. Een ander aspect is dat van de
reciprociteit. Grenslandtoetsen moeten gelden aan beide zijden van de grens.
De Duitse federale overheid is bezorgd dat zij dan negen verschillende grenslandtoetsen
moet toepassen op het binnenlandse federale recht. Dat is gemakkelijker wat
betreft de bevoegdheden van de deelstaten. Het kabinet is graag bereid bij
wetgeving waarbij belangen van grensarbeiders in het geding kunnen zijn, aandacht
te besteden aan de gevolgen voor hen. Eigenlijk bezien Kamer en kabinet bij
alle wetgeving standaard wat de gevolgen voor alle groepen Nederlanders zijn.
In het overleg met België en Duitsland zal hij de vraag aan de orde stellen
of er voldoende inzicht is in knelpunten ten gevolge van verschillen in regelgeving
die praktische problemen opleveren in het grensverkeer. Er is bijvoorbeeld
al een dialoog met België over de ambulancehulpverlening, over de financiering
van ritten in het andere land. Ook hier wordt het snelst gewerkt aan de hand
van problemen die door de grensregio's worden aangereikt. De staatssecretaris
is een beetje huiverig voor een te abstracte aanpak. Hij neemt de suggestie
van de heer Weekers om na te gaan of de Benelux een rol kan spelen graag mee.
Zijn ervaring is dat het voor de provincies niet altijd gemakkelijk is om
concreet te maken waar er problemen in de regelgeving zijn. Er wordt jaarlijks
een groot aantal wetten en regels vastgesteld. Als telkens overleg met de
grensregio's zou moeten plaatsvinden over mogelijke effecten voor de grensregio's,
wordt het betere de vijand van het goede. Natuurlijk is op een aantal terreinen
wel bekend dat zich grensproblemen kunnen voordoen: op sociaal gebied, op
fiscaal gebied, op onderwijsgebied enz. Overigens is in het onderwijs al veel
aandacht besteed aan de samenwerking met België en Duitsland.</al>
      <al>Op 12 en 13 november is er ambtelijk overleg tussen Financiën en
Duitsland geweest over de aanpassing van het belastingverdrag, maar dat heeft
nog niet geleid tot een definitieve tekst. Staatssecretaris Bos kan de Kamer
daarover verder informeren.</al>
      <al>De staatssecretaris vindt een viertal initiatieven van belang: het maken
van rampenplannen aan de buitengrenzen, uitwisseling van grensoverschrijdende
inventarisatie van risico's, grensoverschrijdend oefenen en ten vierde grensoverschrijdende
concrete en heldere informatie wie aan welke kant van de grens voor welk geval
verantwoordelijk is. Er is nu onduidelijkheid over competenties en begrippen.
Er wordt op vier plaatsen aan rampenplannen gewerkt. In sommige
regio's wordt dat als veel urgenter ervaren dan in andere. Dit punt wordt
formeel geagendeerd in het overleg met de grensprovincies. Vooral aan Duitse
kant zijn de bevoegdheden heel anders geregeld dan in Nederland. Er wordt
overleg gepleegd met De Duitse Länder en met Vlaanderen, maar nog niet
met Wallonië.</al>
      <al>De staatssecretaris zegt toe dat hij met de heer Pronk contact zal opnemen
over het grenspark Maas-Schwalme-Nette. Hij heeft de indruk dat de heer Pronk
alle oog heeft voor deze Limburgse zaak, maar dat dit ambtelijk nog niet is
ingedaald.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">voorzitter</nadruk> wijst er nog op dat een commissie
van het Beneluxparlement onder leiding van de heer De Cloe die vraagstukken
inzake de problemen die regelgeving in grensgebieden bij samenwerking met
zich brengt, analyseert.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>De Cloe</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>De Gier</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA),
voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66),
Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66),
Rijpstra (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA),
Luchtenveld (VVD), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema
(GroenLinks), Kant (SP), Balemans (VVD), De Swart (VVD), De Pater-van der
Meer (CDA), Slob (ChristenUnie), Pitstra (GroenLinks), Horn (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen
(CDA), Bakker (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Dittrich
(D66), Cherribi (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA),
Cornielje (VVD), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Th. A. M. Meijer
(CDA), Van Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Van Splunter (VVD), Nicolaï
(VVD), Wijn (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), Rabbae (GroenLinks), Kuijper (PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>