﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26670-2/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST43263</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 670</nummer>
      <naam>Grensoverschrijdende projecten</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>2</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 28 december 1999</datum>
      <al>De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en de vaste commissie voor Financiën<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref> hebben op 16 december 1999 overleg gevoerd met staatssecretaris G.M.
de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris
Vermeend van Financiën over <nadruk type="vet">grensoverschrijdende projecten</nadruk> (26 670). Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt
verslag uit.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissies</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Cloe</nadruk> (PvdA) was verheugd over het
verschijnen van de twee rapporten, Ondernemen in de grensstreek en De grens
nader verkend en de standpuntbepaling naar aanleiding daarvan van de bewindspersonen.
Hoewel alle aanbevelingen worden overgenomen, vreesde hij dat dit niet zou
leiden tot snelle actie. Het starten van een experiment, waarom de Kamer heeft
gevraagd, zou net zo lang duren als het opstellen van een speciaal verdrag
met Duitsland. De provincie Limburg suggereerde daarom alvast te beginnen
met het voorlopermodel. Hij herinnerde aan de tijdens de begrotingsbehandeling
gemaakte opmerkingen over effectiviteit en voortvarendheid. Hij wilde graag
weten wat nu de snelste en meest effectieve manier is om in de grensgebieden
te derogeren aan de nationale wetgeving. Voor een aantal grensoverschrijdende
bedrijventerreinen in Zuid-Limburg voelt het kabinet wel voor een grensoverschrijdend
experiment, in verband met het zogenaamde vaste-inrichtingsmodel (VI-model).
De heer De Cloe kon nergens uit opmaken dat er daadwerkelijk contacten zijn
met de Duitse overheid om experimenten daadwerkelijk vorm te geven. Er is
grote behoefte aan experimenten om op de bedrijventerreinen aan de slag te
kunnen gaan. Het mag niet bij mooie woorden blijven.</al>
      <al>In 1994 heeft het departement van Binnenlandse Zaken een overzicht gegeven
wat alle departementen deden aan grensoverschrijdende samenwerking. De staatssecretaris
heeft voor twee jaar steun toegezegd aan het informatiecentrum in Limburg.
De heer De Cloe beschouwde dat als een heel goed initiatief. Hij pleitte voor
een informatiecentrum voor grensoverschrijdende activiteiten van alle departementen.
Vanuit Zeeuws-Vlaanderen bijvoorbeeld gaan honderden leerlingen in België
op school, hetgeen grote consequenties heeft voor het Nederlandse onderwijssysteem
in Zeeuws-Vlaanderen. In Eijsden is er een onderwijsprobleem met de Franse
taal. In Enschede is een tekort aan bedrijfsterreinen, terwijl er aan de andere
kant van de grens een overschot is.</al>
      <al>Het kabinet heeft een halfjaarlijkse rapportage over de uitvoering van
de aanbevelingen toegezegd. De volgende zou dan al op 5 januari moeten plaatsvinden.
Wellicht komt de rapportage iets later, maar de heer De Cloe verzocht om in
elk geval in te gaan op het idee dat de euregio van Maastricht, Heerlen, Aken,
Hasselt en Luik in 2005 of 2006 de culturele hoofdstad van Europa zou
zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kuijper</nadruk> (PvdA) constateerde dat door
bedrijven om in grensgebieden vacatures te kunnen opvullen steeds meer gebruik
wordt gemaakt van bestanden van WAO'ers en werklozen, die echter in toenemende
mate onvoldoende potentieel blijken te bevatten. Staatssecretaris Hoogervorst
heeft onlangs een inventarisatie gemaakt van de socialeverzekeringspositie
van grensarbeiders. Staatssecretaris Vermeend heeft hetzelfde gedaan voor
de fiscale aspecten. Grensarbeiders zijn een wezenlijke factor voor de grensoverschrijdende
projecten en de groei van de bedrijvigheid aan beide kanten van de grens.
Zij kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing van de problemen beschreven
in de rapporten van de commissies-Wöltgens en -Rijnen. Zou het niet zinvol
zijn bij de bestudering van de grensoverschrijdende projecten ook steeds de
positie van de grensarbeiders aan de orde te stellen? De regels kunnen om
zulke projecten mogelijk te maken worden aangepast. Zo langzamerhand wordt
duidelijk dat de problemen van de grensarbeiders niet alleen worden bepaald
door hun subjectieve ervaringen, maar ook door tal van objectieve factoren
in wet- en regelgeving, vooral bovennationaal. Is informatie beschikbaar over
de effecten van de knelpunten op de euregionale arbeidsmarkten? Bedrijven
zien zich steeds meer gedwongen om over de grens te gaan werven, maar potentiële
werknemers worden vaak afgeschrikt door de problemen die grensarbeid met zich
brengt. Het ziet ernaar uit dat met het afsluiten van de onderhandelingen
over een nieuw belastingbedrag met België een behoorlijk deel van de
problemen van de grensarbeiders wordt opgelost. De heer Kuijper verzocht de
staatssecretaris alles te doen om met Duitsland een gelijkwaardig verdrag
te realiseren.</al>
      <al>Voorlichting is essentieel om potentiële grensarbeiders een juiste
beslissing te laten nemen. De heer Kuijper vroeg op welke wijze het kabinet
uitvoering wenst te geven aan het voorstel van de Europese Commissie om speciale
contactpunten voor migrerende werknemers, inclusief de grensarbeiders, op
te zetten, het recht op vrij verkeer beter bekend te maken bij de betrokkenen
en Europese subsidie-instrumenten te gebruiken bij het beleid ter vergemakkelijking
van de arbeidsmobiliteit, Er wordt veel gestudeerd op allerlei juridische
en belastingtechnische problemen. De belastingdienst is daarbij betrokken.
De heer Kuijper sloot niet uit dat ook douanetechnische vragen bij grensoverschrijdende
projecten aan de orde zijn. Wellicht moet ook de douane erbij worden betrokken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Weekers</nadruk> (VVD) constateerde dat de
Europese eenwording een flink eind op streek is en dat grensregio's geen perifere
gebieden meer zijn, maar centra in de euregio's. Hij was blij dat het kabinet
eraan werkt om nog steeds aanwezige belemmeringen te slechten. Hij sprak zijn
waardering uit voor de twee werkgroepen en voor het kabinet, dat de aanbevelingen
heeft overgenomen. De initiatieven tot het opzetten van grensoverschrijdende
bedrijventerreinen getuigen van grote moed en van pioniersgeest. Hij had nog
een beetje een dubbel gevoel over de uitvoering van de aanbevelingen. Aan
een kant had hij veel vertrouwen in de bewindslieden, maar aan de andere kant
vroeg hij zich, de stukken lezende, af of het niet wat sneller kan. Hij vroeg
welke vorderingen gemaakt zijn sinds het uitkomen van het rapport
Ondernemen in de grensstreek. Hij besefte dat, ook voor experimenten, overeenstemming
met de buren nodig is en soms zelfs toestemming van de Europese Commissie.
Hij vroeg om een concreet tijdpad, met actiepunten, zodat duidelijk wordt
wanneer er resultaat kan worden verwacht. Hoe staan de autoriteiten in de
buurlanden tegenover grensoverschrijdende samenwerking en tegenover aanbevelingen
in de rapporten? Hij suggereerde aan nieuwe wet- en regelgeving behalve een
Europatoets ook een grenslandtoets te verbinden.</al>
      <al>Wat betreft het rapport Ondernemen in de grensstreek vroeg de heer Weekers
hoe het VI-model zich verhoudt met het vooral in de aannemerij gevoelde probleem
dat grensoverschrijdende dienstverlening in Duitsland al snel wordt aangemerkt
als het hebben van een vaste inrichting. Over dat begrip moet met Duitsland
zodanige overeenstemming worden bereikt dat dubbele belastingheffing wordt
voorkomen. Voor deze kabinetsperiode is afgesproken dat de administratievelastendruk
fors omlaag moet. De teruggaaf van in een ander land betaalde BTW in eigen
land zou daaraan zeer bijdragen. Volgens de werkgroep-Wöltgens kan dit
bij nationale besluitvorming geregeld worden als overeenstemming wordt bereikt
met Duitsland en de Europese Commissie toestemming verleent. Voor de in een
ander land verschuldigde BTW terzake van grensoverschrijdend personenvervoer
is vooral het treffen van een regeling met België van belang. Wordt dit
geregeld in het nieuwe belastingverdrag? De heer Weekers was nieuwsgierig
welke knelpunten nog meer opgelost worden in dat verdrag.</al>
      <al>In maart is een steunpunt voor informatievoorziening en klachtenafhandeling
voor grensarbeiders en ondernemers toegezegd. De heer Weekers pleitte ervoor
dat hier ook onderwerpen als sociale zekerheid, ondernemingsrecht en opgelegde
Arbo- en arbeidsvoorwaarden worden behandeld. Het liefst zag hij dat er ook
arbitrage mogelijk is om te voorkomen dat ondernemers van het kastje naar
de muur worden gestuurd. Wanneer en waar komt het steunpunt? Wordt het geïncorporeerd
in het Expertisecentrum grensoverschrijdende samenwerking, waarvoor de provincie
Limburg samen met anderen plannen heeft ontwikkeld?</al>
      <al>De heer Weekers vroeg vervolgens hoe het staat met de uitwerking van aanbeveling
5 uit Ondernemen in de grensstreek. Hij stelde vast dat er wat de grensarbeid
betreft nog onvoldoende samenhang is tussen de rapporten en de notitie van
staatssecretaris Hoogervorst. Hij vond het vreemd dat de Kamer nog een aanvullende
fiscale notitie moest vragen op de knelpuntennotitie van staatssecretaris
Hoogervorst, die mede namens de staatssecretaris van Financiën en de
minister van VWS was uitgegaan. In verband met de aanbeveling om het invorderingsverdrag
met Duitsland uit te breiden tot de gemeentelijke belastingen, vernam hij
graag wanneer de invorderingsverdragen worden geëvalueerd.</al>
      <al>De heer Weekers had begrepen dat het verdrag inzake grensoverschrijdende
bedrijfsterreinen dat wordt aanbevolen in De grens nader verkend een stukje
extraterriorialiteit moest regelen. Hij vroeg welke terreinen dat zou betreffen
en of daarmee de knelpunten voldoende werden opgelost. Is het denkbaar dat
op zo'n afgebakend terrein een bedrijf ontstaat dat weliswaar niet in het
land van herkomst is gevestigd, maar gewoon het eigen fiscale recht, sociale
zekerheidsrecht, arbeidsrecht enz. behoudt? Hoe staat het met de instelling
van de paritaire Duits-Nederlandse commissie?</al>
      <al>De heer Weekers vroeg of hij bij een grensoverschrijdend openbaar lichaam,
dat beslissingen kan nemen die de burger rechtstreeks binden, moest denken
aan een soort internationaal gewest, zoals dat op nationaal niveau bestaat
volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen. Is dat verlengd lokaal bestuur
of wordt het in de ogen van de opstellers van De grens nader verkend en van
de bewindslieden een vierde bestuurslaag? Welke taken en bevoegdheden
moet het krijgen? Hoe zit het met de democratische legitimatie? Is contact
gezocht met de Duitse instanties over het Anholtverdrag?</al>
      <al>Van het werkbezoek aan Zuid-Limburg was de heer Weekers goed bijgebleven
dat politie en brandweer de problemen bij grensoverschrijdende activiteiten
wel konden oplossen, maar vroegen of de politiek bereid was dat af te dekken.
Het is vreemd dat een hulpverleningsvoertuig uit het buitenland in Nederland
geen optische of geluidssignalen mag voeren, omdat hier andere signalen zijn
voorgeschreven. Dat zou met een simpele wederzijdse erkenning van elkaars
regels kunnen worden opgelost.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Van der Hoeven</nadruk> (CDA) merkte op dat
Europa weerbarstig is, niet alleen in Straatsburg en Brussel, maar vooral
aan de grenzen. Europa begint in de grensregio's. Soms lijkt het alsof de
formele grenzen daar alleen maar sterker worden. De problematiek van de grensarbeiders
is daarvan een sprekend voorbeeld. De grensproblemen die de burgers in het
dagelijkse leven ondervinden moeten worden opgelost.</al>
      <al>De opmerkingen van de landsadvocaat gaven mevrouw Van der Hoeven aanleiding
tot de vraag of inmiddels helder is hoe de gebieden waarin eventuele experimenten
zullen worden opgestart worden afgebakend. Kan al wat meer worden gezegd over
de reacties van de Europese Commissie en de Commissie voor de regio's van
de EU? Zij zag het als een stapje in de goede richting dat het kabinet de
aanbevelingen van de werkgroepen overneemt. Zij zou de aanbevelingen in de
rapporten van de werkgroepen ondergebracht willen zien in een tijdpad, met
een financiële paragraaf. In de beleidsreactie op De grens nader verkend
was haar de volgende zin opgevallen: «Decentralisatie van bevoegdheden
biedt in dezen geen oplossing, omdat de aard van de materie zich daartegen
verzet.» Toch is dat juist wat de provincie Limburg vraagt, in de vorm
van een experimenteermogelijkheid. Zij vroeg een reactie op het pleidooi van
de Limburgse commissaris van de koningin voor een verdragsbepaling binnen
de Europese Unie die lidstaten en decentrale overheden oproept om praktische
oplossingen te vinden voor de bestaande grensproblematiek.</al>
      <al>Een beperkt, op praktische punten toegesneden verdrag inzake grensoverschrijdende
bedrijventerreinen kan zeker een oplossing bieden in Limburg, maar het is
voor mevrouw Van der Hoeven de vraag of het ook elders kan worden gebruikt.
Zij vroeg hoe in Duitsland de bevoegdheden tussen de nationale overheid en
de Länder zijn verdeeld en in België tussen de nationale overheid
en de gewesten. Zij had de indruk dat in een aantal gevallen met beide bestuursniveaus
moet worden gesproken. De bestuurlijke traditie in Duitsland baarde mevrouw
Van der Hoeven zorgen voor de aanbevelingen die op korte termijn zouden kunnen
worden uitgevoerd. Differentiatie tussen wet- en regelgeving binnen de landsgrenzen
wordt in Duitsland niet enthousiast bejegend.</al>
      <al>Het Anholtverdrag zou zodanig moeten worden aangepast dat op dat verdrag
ingestelde openbare lichamen de bevoegdheid krijgen om besluiten te nemen
die burgers rechtstreeks binden. Mevrouw Van der Hoeven had daar niets op
tegen. Zij had ook niet zulke bezwaren tegen een vierde bestuurslaag, want
er zijn al veel bestuurslagen. Wel moeten degenen die er de besluiten nemen
ook een mandaat hebben, direct of afgeleid. Het gaat erom dat problemen praktisch
kunnen worden aangepakt en opgelost. Het zal de burger dan verder een zorg
wezen welke vorm die bestuursvorm heeft.</al>
      <al>Mevrouw Van der Hoeven achtte een grenslandtoets zeer gewenst, zeker in
zaken van sociale zekerheid, gezondheidszorg, fiscaliteit, onderwijs, milieu
en watermanagement. De effecten van wetgeving aan beide kanten van de grens
dienen te worden getoetst. Soms had zij de indruk dat Nederland zich een beetje
opstelde als een eiland, misschien omdat men in de Randstad niet
zoveel merkt van de problemen aan de grenzen. Dat zijn óók problemen
van de centrale overheid.</al>
      <al>Mevrouw Van der Hoeven pleitte voor aandacht voor de onderwijsproblematiek
in Zeeuws-Vlaanderen, voor een transnationale universiteit tussen Maastricht
en Hasselt-Diepenbeek en voor de grensoverschrijdende rampenbestrijding. Het
Vlaamse regeerakkoord biedt openingen voor de transnationale universiteit,
maar er moet gecoördineerd worden gewerkt. Zij betreurde het zeer dat
grensoverschrijdende rampenbestrijding is vastgelopen op de eisen die aan
het ambulancepersoneel worden gesteld en op de verschillen in zwaailichten.</al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de regering</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties</nadruk> deelt de mening van eenieder dat Europa tot stand brengen begint
op het niveau van de dagelijkse realiteit van de burgers en niet op het abstracte
niveau van regeringsverklaringen en verdragen. Zolang echter de nationale
staat belangrijke bevoegdheden behoudt, zal de wetgeving aan beide kanten
van de grens divergeren. De politieke afwegingen in Nederland zijn niet noodzakelijk
identiek met die in België of Duitsland. Men moet zich daarvan permanent
bewust zijn om frictie zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. De twee rapporten
die ten grondslag liggen aan de brief zijn geschreven over de relatie met
Duitsland. Naar de smaak van de staatssecretaris liet de betrokkenheid van
de bondsregering in de afgelopen tijd nog te wensen over. Hij was op 15 december
in Berlijn geweest om te kijken of het proces kan worden gedeblokkeerd. Daarbij
is bezien of het mogelijk is een verdrag over grensoverschrijdende bedrijfsterreinen
mogelijk te maken en of het Anholtverdrag kan worden aangevuld. De bedoeling
is om het Anholtverdrag op hetzelfde niveau te tillen als het Beneluxverdrag,
door grensoverschrijdende publiekrechtelijke lichamen mogelijk te maken die
voor de burgers bindende besluiten kunnen nemen. Door een recente wijziging
van de Duitse grondwet is dat mogelijk geworden, echter uitsluitend voorzover
het de bevoegdheden van de Länder betreft. De grondwet heeft niet expliciet
geregeld wat precies onder die bevoegdheden valt. Er is een intensieve dialoog
over tussen de bondsregering en de Länder. Een oplossing die tot stand
zou komen tussen Nederland en Duitsland zou een precedentwerking hebben voor
de relatie met de andere acht buurlanden van Duitsland. In Duitsland is het
interpreteren van de grondwet traditioneel een gevoelige zaak. De democratische
legitimiteit is daarbij een kernelement. Dit leidt ertoe dat Duitsland moeilijk
rechten kan overdragen aan organen die niet onder de Duitse parlementaire
controle vallen. Naar het oordeel van de staatssecretaris kunnen de problemen
wel overwonnen worden, maar zij zijn vooral aan de orde in een dialoog tussen
het Duitse ministerie van justitie en andere onderdelen van de Duitse federale
staat. Dat verklaart de vertraging. Hij was met de Duitse staatssecretaris
van binnenlandse zaken overeengekomen dat er ten spoedigste een tripartiete
commissie wordt ingesteld, met vertegenwoordigers van de Duitse bondsregering,
de Nederlandse regering en de deelstaat Noordrijn-Westfalen, die de uitwerking
van het verdrag ter hand zal nemen. Het streven is dat in de loop van 2000
de intern Duitse problematiek zover is opgelost dat het verdrag getekend kan
worden, waarna de parlementaire ratificatieprocedure nog volgt.</al>
      <al>Aan Belgische kant is er discussie tussen de nationale overheid, het Vlaamse
gewest en de provincies wie waarvoor bevoegd is. Enige tijd geleden sprak
de staatssecretaris in Gent met de provincies Oost- en West-Vlaanderen over
intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking. Hij verwees naar de
onlangs getekende overeenkomst voor het Scheldemondgebied, die een hoger ambitieniveau
kent dan vroegere afspraken. </al>
      <al>De staatssecretaris streeft ernaar de Kamer voor de zomer van het volgend
jaar een actualisering van het standpunt over grensoverschrijdende samenwerking
van 1994 over te leggen. Hij wilde daarin ook de stand van zaken in alle euregio's
weergeven. Hun bevoegdheden en functioneren lopen onderling zeer uiteen. Hij
meende echter dat Nederland in Europa ver vooroploopt met de euregio's. Hij
zegde toe dat hij in Brussel zijn licht gaat opsteken wat er intussen in andere
landen is gebeurd. Hij zou graag het Arnhemoverleg met de euregio's een impuls
geven. Verder wilde hij inventariseren welke contacten gemeenten, provincies
en waterschappen hebben buiten de euregio's om. De voorzitter van de Unie
van waterschappen heeft zelfs de gedachte van grensoverschrijdende fusies
van waterschappen geopperd. Het Beneluxsecretariaat werkt op het ogenblik
aan een overzicht van hetgeen juridisch in de grensoverschrijdende samenwerking
tot stand is gebracht.</al>
      <al>De reacties van de euregio's op de beide rapporten was zeker positief,
maar hij had de stille hoop gehad dat zij wat concreter en inventiever zouden
zijn geweest. Er zijn nu een zestal initiatieven voor grensoverschrijdende
bedrijventerreinen: Aken/Heerlen, Coevorden/Emlichheim, Emmerik/'s-Heerenberg,
Gennep/Bergen/Goch, Denekamp/Nordhorn en Losser/Bentheim. De staatssecretaris
zegde toe dat de coördinatie met de andere departementen wordt bekeken.
Daartoe wordt een interdepartementale werkgroep gevormd, waarin uitdrukkelijk
Sociale Zaken en Werkgelegenheid betrokken wordt, vanwege de grensarbeid.
Hij zou de kwestie van de voorlichting opnemen met staatssecretaris Hoogervorst.</al>
      <al>Voor de grensoverschrijdende bedrijventerreinen wordt gedacht aan verlengd
lokaal bestuur, omdat dit de minst complexe optie is. Opties zouden zijn volledige
harmonisatie van nationale wetgeving, een apart rechtsgebied met een aparte
juridische status voor de grensregio's, waarbij toch weer nieuwe grenzen zouden
ontstaan tussen die regio's en hun achterland, en een beperkt keuzerecht,
waarbij het nationale recht wordt gehandhaafd, maar meer flexibiliteit mogelijk
is. Deze laatste optie past bij verlengd lokaal bestuur, maar kan vooralsnog
niet gelden voor sociale zekerheid en fiscaliteit. Dat zou bestuurlijk een
stap te ver zijn. Daarvoor moet een andere praktische werkvorm gevonden worden.
Op het punt van de sociale zekerheid is al wat vooruitgang geboekt, na een
uitspraak van het Europese hof over het Pflegegeld. Duitse verzekeraars moeten
aan personen die in Duitsland verzekerd zijn en in Nederland wonen het Pflegegeld
uitkeren. Studenten vallen nu ook onder de coördinatiemechanismen van
de sociale zekerheidsverordening. Voor de zorg voor gepensioneerde grensarbeiders
wordt nu een verdrag voorbereid door Nederland en Duitsland, waarbij VWS het
voortouw heeft. De staatssecretaris kon niet zeggen of de laatste regeling
ook betrekking zou hebben op meeverzekerde familieleden. In de relatie met
België moet een oplossing worden gevonden voor de problemen rond de AWBZ.</al>
      <al>De Kamer heeft zeer onlangs een brief ontvangen over grensoverschrijdende
rampenbestrijding. Er zijn diverse initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied
van de communicatieapparatuur. Er is satellietapparatuur geleverd aan alle
grensprovincies en grensregio's, zodat zij, totdat een nieuw systeem wordt
ingevoerd, met de bestaande communicatietechnologie grensoverschrijdend kunnen
werken. Nederlandse ambulances die in het buitenland werken en hun zwaailichten
en sirenes gebruiken kunnen bij een ongeluk in problemen komen door aansprakelijkheid.
Voorts kunnen bepaalde medicijnen die standaard in de ambulances aanwezig
zijn in het buitenland onder de opiumwet vallen. Over dergelijke problemen
wordt overleg gevoerd. Het politieverdrag met België voor het EK 2000
wordt getoetst op bruikbaarheid in de relatie met Duitsland, waarbij operationele
bevoegdheden aan de andere kant van de grens mogelijk zouden worden.
Verder wordt gekeken naar de mogelijkheid van grensoverschrijdende rampenplannen.</al>
      <al>De staatssecretaris hoopte dat de Limburgse initiatieven inzake de informatiepunten
snel zouden worden gerealiseerd. De realisatie van het idee van de commissaris
van de koningin in Limburg om lidstaten en decentrale overheden op te dragen
oplossingen te vinden voor de grensproblematiek is minder waarschijnlijk geworden
door de beslissing van de top in Helsinki om de toekomstige herziening van
het EU-verdrag te beperken tot de na Amsterdam overgebleven terreinen. Hij
wilde actief en creatief oplossingen zoeken voor alle problemen, maar wilde
zich nog niet vastleggen op juridische uitwerkingen, omdat hij niet kon overzien
hoe het snelst resultaat zou kunnen worden bereikt. Hij was voornemens verdragsrechtelijke
experimenten met Duitsland aan de Europese Commissie voor te leggen als een
model voor de relatie tussen lidstaten in den brede, zodat ook in Brussel
een wat positievere wind gaat waaien bij het aanmoedigen van dit soort processen.
Hij voelde niet voor de gedachte van de Limburgse commissaris van de koningin
om in grensgebieden te derogeren aan nationale wetgeving. Hij voelde wel voor
een keuzemodel, maar niet voor een apart rechtsgebied. Hij was het wel hartgrondig
eens met het idee van de commissaris van de koningin om het Anholtverdrag
op te waarderen.</al>
      <al>Naar effecten van de knelpunten op de euregionale arbeidsmarkt is voorzover
de staatssecretaris bekend geen onderzoek gedaan, maar hij zou het nog eens
navragen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris van Financiën</nadruk> beklemtoonde
dat de snelheid waarmee gehandeld kan worden sterk afhankelijk is van de onderhandelingen
met andere autoriteiten. Hij heeft zich zelf in de grensregio's op de hoogte
gesteld. Het rapport Ondernemen in de grensstreek is vertaald in het Duits
en aan de Duitse autoriteiten gestuurd. Er waren onderhandelingen aan de gang
over een nieuw belastingverdrag met Duitsland. In het ontwerpverdrag is een
kapstokartikel opgenomen, waarin de bevoegdheid wordt geregeld om bijzondere
regelingen voor grensoverschrijdende bedrijfsterreinen te treffen, op basis
van het VI-model. Door de regeringswisseling in Duitsland is de totstandkoming
van het verdrag vertraagd. Het kan met alle noodzakelijke procedures nog jaren
duren voor het totstandkomt. Getracht wordt nu te komen tot een soort protocol,
te hechten aan het bestaande belastingverdrag, waarin een bijzondere regeling
voor de grensoverschrijdende bedrijfsterreinen wordt opgenomen, om wat sneller
te kunnen werken. Nederland heeft Duitsland een voorstel daartoe gedaan. In
Duitsland wordt nagegaan of deze weg juridisch mogelijk is.</al>
      <al>Vervolgens is afgesproken met Duitsland dat BTW-experts uit beide landen
nagaan of oplossingen zoals voorgesteld in de aanbevelingen kunnen worden
gerealiseerd. In februari wordt een landelijk opererend steunpunt voor grensondernemers
en -arbeiders geopend in Heerlen. De Duitse autoriteiten zijn uitgenodigd
om deel te nemen aan een dergelijk steunpunt. De staatssecretaris vond het
een goede suggestie om ook de douane bij de diverse studies, en eventueel
bij het steunpunt, te betrekken. Het steunpunt is in beginsel bedoeld voor
de fiscaliteit. Een algemeen expertisecentrum kan wellicht in de herfst van
het volgend jaar totstandkomen.</al>
      <al>Hoewel dat staatsrechtelijk ongebruikelijk is, maakte de staatssecretaris
al bekend dat op ambtelijk niveau met België overeenstemming is bereikt
over een nieuw belastingverdrag. In overleg met de Belgische minister van
financiën had hij de Kamer een brief gestuurd, waarin hij op hoofdlijnen
had aangegeven hoe de regeling voor grensarbeiders er uit zal zien. Het Belgische
parlement is op dezelfde wijze ingelicht. Bekeken kan worden of een aantal
vergelijkbare knelpunten voor de grensarbeid met Duitsland op dezelfde wijze
kan worden opgelost. Als de regeling met België is ingegaan,
wordt zij wederzijds geëvalueerd. Het verdrag is totstandgekomen doordat
eerst de knelpunten zijn opgespoord en geanalyseerd. Die aanpak is in de toelichting
beschreven.</al>
      <al>In het wetsvoorstel IB 2001, dat aan de Kamer is voorgelegd, is het probleem
van de buitenlandse alleenverdieners die slechts een gedeelte van het jaar
in Nederland werken opgelost (aanbeveling 6 uit het rapport Ondernemen in
de grensstreek). Het hanteren van een vaste regel voor het bepalen van de
vestigingsplaats van bedrijven wordt de komende maanden in overleg met Duitsland
op fiscaal-technisch niveau besproken. Aanbevelingen die daar uit komen moeten
op het politieke niveau worden geïmplementeerd. Juridisch wordt bezien
of dat in een protocol bij het bestaande verdrag met Duitsland kan worden
opgenomen, dan wel of het pas kan worden geregeld in het nieuwe verdrag met
Duitsland, op basis van het kapstokartikel. Omdat hij enige ervaring met de
Duitse juridische problematiek had, waagde de staatssecretaris zich niet aan
een prognose hoe lang het kon duren voordat deze zaken geregeld zijn. Via
een protocol kan het zijns inziens snel, maar als een nieuwe verdragstekst
nodig is kost het nog veel tijd. De verdere gang van zaken komt in de halfjaarlijkse
rapportages aan de orde.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Cloe</nadruk> (PvdA) stelde het zeer op
prijs dat hij een overzicht van hetgeen de andere departementen en overheden
doen of nalaten op het gebied van de grensoverschrijdende samenwerking tegemoet
kon zien. Op een advertentie waarin reacties op het kabinetsstuk werden gevraagd,
zijn reacties gekomen van een viertal Limburgse burgers en een van de provincie
Limburg zelf. Kennelijk worden individuele burgers het meest geconfronteerd
met problemen van grensoverschrijdende aard. De bestuurders moeten nog wakker
geschud worden. Hij herinnerde eraan dat de Kamer het vorig jaar ruimte voor
experimenten heeft gevraagd, in lijn met uitspraken van staatssecretaris Vermeend.
Al loopt Nederland kennelijk voorop, het gaat klaarblijkelijk toch maar moeizaam.
Hij herhaalde daarom zijn oproep om snelle actie.</al>
      <al>Als er inhoudelijk overeenstemming met de Duitsers is over het kapstokartikel,
moet een protocol naar het inzicht van de heer De Cloe snel tot stand kunnen
komen. Ook op dit punt drong hij aan op snelheid, want als er geen goede regeling
komt, kan men met de grensoverschrijdende bedrijventerreinen bestuurlijk niet
uit de voeten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kuijper</nadruk> (PvdA) interpreteerde het
antwoord inzake de grensarbeid als een bevestiging dat niet alleen subjectieve,
maar ook objectieve factoren van belang zijn bij grensoverschrijdende projecten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Weekers</nadruk> (VVD) beschouwde het als een
uitdaging voor de regeringen om nu praktische oplossingen te vinden binnen
bestaande juridische kaders. De recente brief over grensoverschrijdende hulpverlening
gaf hem het vertrouwen dat er binnen een halfjaar concrete oplossingen kunnen
zijn. Het leek hem goed dat vertegenwoordigers van alle betrokken departementen
en bestuurslagen, zeker ook uit Duitsland, bij elkaar gaan zitten. Hij vroeg
of de tripartiete commissie met Duitsland en de interdepartementale werkgroep
al zijn ingesteld.</al>
      <al>Een aantal punten uit de uitgebrachte adviezen zal zeker betrokken worden
bij de schriftelijke behandeling van de notitie van staatssecretaris Hoogervorst
over grensarbeid. De heer Weekers betreurde het dat het probleem van de grensarbeid
vaak vanuit een verkokerde instelling wordt bekeken. Hij zou er bij staatssecretaris
Hoogervorst op aandringen dat ook de sociale zekerheid bij het in februari
te openen steunpunt wordt betrokken. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Van der Hoeven</nadruk> (CDA) stelde vast dat
gezocht wordt naar een goede mix tussen een bottom-upbenadering, door initiatieven
kansen te bieden, en een top-downbenadering, door verandering van wet- en
regelgeving. Zij beschouwde de aanpak van het nieuwe belastingverdrag door
staatssecretaris Vermeend als een goed voorbeeld. Niettemin legde zij de nadruk
op de noodzaak van de grenslandtoets, waarbij de reciprociteit van de effecten
ook in beeld dient te worden gebracht. Zij miste helaas een tijdpad voor de
verder te ondernemen acties. Bij een volgende rapportage zou dan bekeken kunnen
worden hoe realistisch dat tijdpad is.</al>
      <al>Mevrouw Van der Hoeven achtte het met het oog op het naderende EK van
belang dat niet alleen de grensoverschrijdende politie-inzet, waarvoor minister
Peper een tijdelijk verdrag heeft gesloten, maar ook het ambulanceprobleem
wordt opgelost. Zij steunde het ook door de heer De Cloe genoemde idee van
de euregio als culturele hoofdstad.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties</nadruk> was niet bekend met het idee van een regionale culturele hoofdstad
in plaats van een klassieke culturele hoofdstad, maar hij wilde het graag
een keer met de betrokkenen bespreken. Voor de kwaliteit van de kandidatuur
is essentieel dat men gezamenlijk met een aantrekkelijk initiatief komt. Hij
nam aan dat in Brussel staatssecretaris Benschop er over zou moeten onderhandelen.</al>
      <al>De halfjaarlijkse rapportage van de bewindslieden betreft de grensoverschrijdende
bedrijventerreinen c.a., dus de materie uit de twee adviesrapporten. Het eerstvolgende
realistische moment voor een volgende rapportage leek de staatssecretaris
de uitvoering van de beleidsintenties, over zes maanden. Hij besefte dat dit
enigszins in strijd is met de voorgenomen gang van zaken, maar de Nederlandse
bestuurlijke ambities werden tot nu toe nog niet in gelijke mate opgebracht
door de bestuurlijke counterparts in België en Duitsland. Een tweede
rapportage zal aangeven wat de verschillende departementen doen aan grensoverschrijdende
samenwerking, wat de stand is van de euregio's en welke rol provincies, waterschappen
en gemeenten hebben. Hij zegde graag toe daarin een tijdpad op te nemen en
iets te zeggen over de euregio als culturele hoofdstad.</al>
      <al>De interdepartementale werkgroep is inmiddels totstandgekomen. De tripartiete
commissie gaat in januari van start. Er zijn goede en frequente contacten
met Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. De contacten met Wallonië en Nedersaksen
zijn nog wat minder ontwikkeld. Het is belangrijk dat aan de andere kant van
de grens bestuurlijke trekkers worden gevonden.</al>
      <al>De staatssecretaris betwijfelde of een formeel-juridische verplichting
voor de rijksoverheid om een grenslandtoets op alle wetgeving toe te passen
het meest aangewezen middel is. Die zou toch alleen op de Nederlandse wetgeving
betrekking kunnen hebben. De Duitse bondsregering zou voor een grenslandtoets
op alle nationale wetgeving een negental toetsen moeten toepassen, voor elk
van de negen buurlanden. Hij verwachtte het meeste heil van het sensibiliseren
van de betrokkenen en het wegwerken van de meest urgente knelpunten aan beide
kanten van de grens. Over een oplossing van het ambulanceprobleem in het kader
van het EK 2000 durfde hij geen toezegging te doen. Als daarvoor wetgeving
nodig is, zal het vermoedelijk niet snel lukken. Hij zou dat uitzoeken. Hij
meende overigens dat voor het ambulancevervoer een structurele en niet een
tijdelijke oplossing moet worden gevonden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris van Financiën</nadruk> had
begrip voor het ongeduld van de heer De Cloe. Het kapstokartikel is opgesteld
als onderdeel van een nieuw verdrag met Duitsland, dat verder nog niet is
uitonderhandeld. In het artikel worden bevoegdheden geregeld om bijzonder
regelingen te treffen voor grensoverschrijdende bedrijfsterreinen. Omdat het
nieuwe verdrag nog enige tijd uitblijft, wordt nagegaan of die
bevoegdheden ook gekoppeld kunnen worden aan het bestaande verdrag, uit 1959.
Het probleem is dat op de juridische mogelijkheid daartoe in Duitsland weer
intensief wordt gestudeerd. Inmiddels kunnen de werkzaamheden voor de in ontwikkeling
gebrachte grensoverschrijdende bedrijfsterreinen gewoon doorgaan. Daar kunnen
ondernemingsactiviteiten verricht worden, maar in de fiscaliteit kunnen daar
knelpunten ontstaan.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>De Cloe</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,</functie>
        <naam>Van Gijzel</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>Coenen</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter,
De Cloe (PvdA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de
Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA),
Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Hoekema (D66), Rijpstra
(VVD), Cornielje (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA),
Luchtenveld (VVD), Wagenaar (PvdA), Rietkerk (CDA), De Boer (PvdA), Duijkers
(PvdA), Verburg (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Balemans (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA),
Ravestein (D66), Van Wijmen (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA),
Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Wijn (CDA), Dittrich (D66),
Cherribi (VVD), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Brood
(VVD), Apostolou (PvdA), Eurlings (CDA), Kuijper (PvdA), Belinfante (PvdA),
Mosterd (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Essers (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Reitsma (CDA), Rosenmöller (GroenLinks),
Van Zijl (PvdA), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA),
Voûte-Droste (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD),
Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF), Bakker (D66), De Vries (VVD),
De Haan (CDA), ondervoorzitter, Balkenende (CDA), Stroeken (CDA), Patijn (VVD),
Van Beek (VVD), Vendrik (GroenLinks), Bos (PvdA), Remak (VVD), Wijn (CDA),
Kuijper (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Harrewijn (GroenLinks),
Smits (PvdA), Duijkers (PvdA), Koenders (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA),
Schimmel (D66), Hofstra (VVD), De Wit (SP), Kalsbeek (PvdA), Hoekema (D66),
Van Walsem (D66), Wilders (VVD), Dankers (CDA), Bijleveld-Schouten (CDA),
Hillen (CDA), Blok (VVD), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks), Hindriks (PvdA),
Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>