Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326643 nr. 281

26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 281 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2013

In de brief van 2 april 20131 heb ik u geïnformeerd over de voorlopige resultaten van het onderzoek naar de omvang en schade van identiteitsfraude onder burgers. Met dit onderzoek is beoogd inzicht te creëren in de ernst van het probleem identiteitsfraude en de verschijningsvormen daarvan. Zoals toegezegd, stuur ik u nu de definitieve resultaten2.

Conclusies rapportage

Uit het onderzoek3 blijkt dat 13,2% van de gehele volwassen bevolking van Nederland in de jaren 2007–2012 slachtoffer is geweest van identiteitsfraude. Dit is een sterke toename ten opzichte van het onderzoek uit 2011 waarin geconcludeerd werd dat 5,6% slachtoffer was in de periode 2007–2010. In de laatste twee jaar is het totale aantal slachtoffers dus meer dan verdubbeld. Over de gehele periode bezien is er van jaar op jaar sprake van een steeds groter aandeel slachtoffers. Doorgerekend naar de gehele volwassen bevolking komt dit neer op 1,7–2,0 miljoen slachtoffers in de periode 2007–2012 waarvan tussen de 532 en 7064 duizend in het jaar 2012.

Niet alle slachtoffers ondervinden financiële schade als gevolg van identiteitsfraude. Op basis van de antwoorden van respondenten is geschat dat 11–12% van de gehele volwassen bevolking schade heeft geleden. Voor 2012 ligt de schade tussen de 207 en 504 miljoen.

Financiële identiteitsfraude (bv. skimming) komt het meest voor (46%), maar ook identiteitsfraude via internet (18%), criminele identiteitsfraude (bv. opgeven valse identiteit; 11%) en medische identiteitsfraude (bv. verzekeringsgegevens van anderen gebruiken; 9%) komen regelmatig voor. Jongeren, mannen en hoger opgeleiden hebben relatief meer kans gedupeerd te worden.

Nederlandse burgers zijn redelijk bekend met de diverse vormen van identiteitsfraude. Zelf schatten zij het risico om slachtoffer te worden klein in. Desondanks is de angst om slachtoffer te worden groot.

De bevindingen uit het onderzoek stroken met ander soortgelijk onderzoek naar slachtofferschap van identiteitsfraude. Op basis daarvan kan gesteld worden dat er solide bewijs is voor de omvang en ernst van het probleem.

Beeld nog incompleet

Het voorliggende onderzoek geeft veel waardevolle informatie over de omvang, en toename van het maatschappelijke probleem identiteitsfraude. Het beeld is echter niet compleet. Dat burgers in sommige gevallen geen schade ondervinden van identiteitsfraude wil bijvoorbeeld niet zeggen dat er geen schade is. De schade kan ook bij andere (private) partijen liggen. Er zijn diverse rapportages en mediaberichten waaruit naar voren komt dat bedrijven zelf de kosten van identiteitsfraude dragen, bijvoorbeeld doordat valse identiteiten worden gebruikt om online bestellingen te doen of doordat klanten gecompenseerd worden. Bij voorzieningen vanuit de overheid is sprake van identiteitsfraude door bijvoorbeeld bewust onjuiste inschrijving van woonadressen en het gebruik van valse identiteitspapieren. De maatschappij als geheel lijdt hierdoor schade. De cijfers over skimming uit het onderzoek lijken niet te stroken met gegevens van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Er is nog onvoldoende informatie voor handen over de berekening van de NVB om goed te kunnen vergelijken.

Om een scherp en coherent beeld te vormen van de aard en omvang van identiteitsfraude, richt ik een integrale monitor identiteit in. Met deze monitor wordt inzicht gecreëerd in het brede domein van identiteitsmanagement. Identiteitsfraude zal hier een prominente positie bij innemen, naast volumegegevens, kwaliteitsgegevens en informatie over de diverse identiteitsketens. De monitor zal een rijksbrede scope hanteren. Het streven is eind 2013 een eerste versie van de monitor uitgevoerd te hebben en van hieruit deze verder te ontwikkelen en de registratie te verbeteren.

Zoals ik op 10 april in het Algemeen Overleg met uw Kamer over de toekomstbestendigheid van de identiteitsinfrastructuur heb toegezegd (Kamerstuk 26 643, nr. 279), zal het kabinet de verschillende maatregelen tegen identiteitsfraude in onderlinge samenhang plaatsen in een brede visie op de aanpak van identiteitsfraude. Deze zal ik u dit najaar toezenden.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstuk 26 443-270

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
3

Het betreft een uitgebreid steekproefonderzoek onder burgers. In totaal zijn 5039 middels een internetenquête bevraagd. De resultaten zijn representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking.

X Noot
4

Dit cijfer wijkt af van de eerder toegestuurde voorlopige aantallen. Belangrijkste reden hiervoor is dat er teruggerekend is naar de volwassen bevolking in plaats van de gehele bevolking (13.3 miljoen ipv 16.8 miljoen)