﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26642-79/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2005-2006</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="wit.xns__3.5" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST92723</ordernr>
    <vergjaar>2005-2006</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 642</nummer>
      <naam>Europees Sociaal Fonds (ESF)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>79</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>6 december 2005</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met deze brief informeer ik u op hoofdlijnen over de resultaten van de
eerste tranche van het communautair initiatief EQUAL van de Europese Unie.
Tevens bied ik u de vijf eindrapportages aan van de Nationaal Thematische
Netwerken EQUAL<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. In de eindrapportages staan
de lessen en leerervaringen beschreven, die uit de EQUAL-projecten getrokken
kunnen worden.</al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>95 projecten zijn in 2002 van start gegaan in de eerste tranche van EQUAL,
een communautair initiatief van de Europese Unie dat is gericht op het creëren
van gelijke kansen en het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt.
In de eerste tranche is ruim € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor
het financieren van vernieuwende projecten op het gebied van de vier pijlers
van de Europese werkgelegenheidsstrategie: Inzetbaarheid, ondernemerschap,
aanpassingsvermogen, gelijke kansen voor vrouwen en mannen en op het aanvullende
thema Asielzoekers. De projecten uit de eerste tranche zijn per 15 mei
2005 afgerond.</al>
      <al>Het doel van het EQUAL-programma is lessen te trekken uit de innovatieve
arbeidsmarktprojecten en te streven naar verankering van de good practices
in het reguliere beleid. De good practices kunnen op deze manier op grotere
schaal worden toegepast. Dit is de mainstreamdoelstelling van het EQUAL-programma.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om de mainstreaming van de resultaten van de projecten op nationaal niveau
te bevorderen, zijn in 2003 vijf Nationale Thematische Netwerken (NTN’s)
opgezet. Voor elke pijler één, plus een NTN voor het thema Asielzoekers.
In deze netwerken, die geleid worden door een onafhankelijke voorzitter, participeren
het ministerie van SZW, andere betrokken ministeries en externe deskundigen.
De leden van de NTN’s kunnen binnen hun eigen netwerk de mainstreaming
van resultaten uit de projecten stimuleren en een rol spelen bij het oplossen
van knelpunten. De NTN’s discussiëren over de vraag
welke lessen (good practices, maar ook leerervaringen) kunnen worden getrokken
uit de EQUAL-projecten. De NTN’s hebben in de eindrapporten de aanbevelingen
uit de projecten onverkort opgenomen, zodat daarvan ook buiten de NTN’s
kennis van genomen kan worden. Hieruit volgt niet persé dat alle aanbevelingen
door de (of alle) leden van de NTN’s worden gedragen.</al>
      <al>In deze brief informeer ik u op hoofdlijnen over de aanbevelingen van
de NTN’s.</al>
      <tuskop letat="vet">Conclusies en aanbevelingen van de NTN’s</tuskop>
      <al>Het EQUAL-programma heeft een groot aantal projecten ondersteund die methodieken
ontwikkelen voor een sucesvollere de reïntegratie van diverse specifieke
groepen. Vastgesteld is dat het investeren in de empowerment of de zelfredzaamheid
van specifieke doelgroepen een meerwaarde oplevert voor de uitvoeringsinstellingen
en de betrokkene zelf.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>• Voor het in kaart brengen van de competenties hebben veel projecten
succesvol gewerkt met de systematiek van Erkenning van elders Verworven Competenties
(EVC). Dit instrument kan competenties (kennis, vaardigheden en houding) zichtbaar
maken, die mensen zich op enigerlei wijze hebben eigen gemaakt. Deze kunnen
worden vergeleken met de kwalificatievereisten, en vervolgens worden erkend
in (deel)certificaten of zelfs een diploma. Bovendien is de waardering van
de aanwezige competenties (in plaats van de focus op ontbrekende capaciteiten)
een stimulans om te gaan leren, en aldus beter toegerust te worden voor de
arbeidsmarkt. Uit de projecten blijkt dat het instrument EVC ook van doorslaggevende
betekenis kan zijn voor moeilijk te reïntegreren doelgroepen zoals herintreders,
vluchtelingen, werkzoekenden, migranten, arbeidsgehandicapten en gedeeltelijk
arbeidsongeschikten. Het reeds bestaande kenniscentrum EVC kan deze expertise
niet bieden omdat deze zich richt op werkenden. Het NTN Aanpassingsvermogen
vindt het van belang dat er ook ingezet wordt op de ontwikkeling van EVC voor
niet-traditionele wervingsgroepen. Voorts bevelen al de NTN’s aan om
de competentie gerichte benadering in te bedden in een combinatie van werken
en leren (duale trajecten). Duale trajecten in combinatie met EVC vereisen
flexibiliteit en maatwerk in het onderwijs. De door de Ministeries van SZW
en OCW opgerichte projectdirectie Leren en Werken zal de door EQUAL ontwikkelde
methodieken meenemen in haar werkprogramma.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>• Uit de EQUAL-projecten blijkt dat reïntegratie het meest succesvol
is als er een geïntegreerde aanpak wordt gevolgd. Een geïntegreerde
aanpak houdt rekening met de sociale context van de doelgroep en verbindt
verschillende deelgebieden zoals scholing, maatschappelijke integratie en
arbeidsmarkttoeleiding met elkaar tot een aaneensluitend geheel. Het EQUAL-project «Scholing
zonder drempels» dat met gedetineerden werkte boekte goede arbeidsmarktresultaten
met een geïntegreerde aanpak. Deze specifieke aanpak heeft inmiddels
in Rotterdam geleid tot een structureel opleidingsprogramma voor (ex-)gedetineerden
op het Albedacollege. Een vroege start van het reïntegratietraject in
de gevangenis wordt soms belemmerd doordat de gemeente van detentie vaak niet
gelijk is aan de nieuwe woonplaats van de (ex-)gedetineerde. De NTN’s
menen dat hierover nadere afstemming zou moeten plaatsvinden tussen de betrokken
gemeenten. Het ministerie van Justitie heeft het voornemen om als onderdeel
van de geïntegreerde aanpak in haar beleid o.a. op te nemen dat lopende
(scholings) processen niet onnodig stopgezet worden als de betrokkene in detentie
zit. Justitie bevordert de overdracht van alle ex-gedetineerden vanuit detentie
aan gemeenten o.a. door het projectbureau Nazorg. Doel van dat
bureau is om de aansluiting tussen Justitiële instellingen en gemeentelijke
organisaties in de G30 steden op elkaar aan te laten sluiten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>• De EQUAL-projecten van het NTN asielzoekers hebben aangetoond dat
kortdurende, flexibele leerwerktrajecten de zelfredzaamheid van asielzoekers
vergroten waardoor zij betere mogelijkheden krijgen om een zelfstandig bestaan
op te bouwen, hetzij in Nederland, hetzij elders in de wereld. De combinatie
van werken en leren geeft hen mogelijkheden om in de praktijkomgeving ook
de taal en de theorie te leren. Deze duale trajecten blijken goed inzetbaar
voor een bredere doelgroep, denk hierbij aan voortijdig schoolverlaters alsmede
oud- en nieuwkomers. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) gebruikt
de door EQUAL ontwikkelde instrumenten zoals Persoonlijk OpleidingsPlan (POP),
digitaal portfolio en korte flexibele leer-werktrajecten in de inburgeringfase.
Deze instrumenten worden tevens ingezet in de terugkeerfase indien dit past
in het terugkeerplan van de asielzoeker die vrijwillig terugkeert.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>• De projecten bevestigen opnieuw dat voor een geïntegreerde
aanpak de samenwerking van de keten voor Werk en Inkomen met andere organisaties
essentieel is. De NTN’s pleiten voor deze brede samenwerking, waarbij
het mogelijk gemaakt wordt dat de trajecten direct op elkaar aansluiten in
tijd, of dat het traject rekening houdt met de beschikbaarheid van mensen
met zorgtaken. Hoe gerichter de aanpak hoe hoger het rendement van het reïntegratietraject
kan zijn. Een goed voorbeeld van een geïntegreerde aanpak is het project «Ruman
Grandi», dat Antilliaanse jongeren met een meervoudige problematiek
via het RIAGG aanwerft. De jongeren worden door mentoren uit hun «peergroup»
naar een zelfstandige positie in de samenleving begeleid op het gebied van
onderwijs, werk en huisvesting. Het project is inmiddels overgenomen door
het RIAGG.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>• Uit de projecten van het NTN Ondernemerschap is gebleken dat er
naast professionele kennis bij de uitvoeringsinstellingen voor het herkennen
van ondernemerschap ook een cultuuromslag noodzakelijk is binnen de uitvoeringsorganisaties.
Uit de projecten is gebleken dat ondernemerschap voor bepaalde groepen, zoals
ouderen, allochtonen en vrouwen een reële reïntegratiemogelijkheid
is. Zo zijn er methodieken ontwikkeld om het starten vanuit een uitkering
te bevorderen. De knelpunten bij het starten van een onderneming vanuit een
uitkering zijn inmiddels door mijn ministerie opgepakt en worden uitgewerkt
in een wetsvoorstel in de WW. Dit en andere aandachtspunten lopen mee in het
project Stimulering ondernemerschap. Verder zijn er vormen van ondernemerschap
in «nieuwe sectoren» ontwikkeld, zoals hulp- en adviesdiensten
op ICT gebied en administratieve dienstverlening voor ouderen, wonen, zorg
en welzijn. Ook projecten gericht op zelfstandig ondernemerschap van andere
groepen zoals kunstenaars en gastouders zijn succesvol gebleken. Stimuleren
van kleinschalig ondernemerschap op het platteland levert gelijktijdig werkgelegenheid
en behoud van voorzieningen op. Dit komt de leefbaarheid in kleine kernen
ten goede. Voorbeelden van projecten op dit terrein zijn interessant voor
navolging in andere regio’s.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>• Het bestrijden van discriminatie en het bevorderen van gelijke
kansen is de rode draad binnen EQUAL. In het algemeen ervaren de projecten
dat het veranderen van de cultuur in organisaties pas duurzaam plaatsvindt
als er draagvlak bestaat bij het management. Het NTN Gelijke kansen beveelt
daarom de invoering en naleving van genderprotocollen aan in het personeelsbeleid
van organisaties. Voor de reïntegratie van vrouwen in «mannen-beroepen»
kan een netwerk van regionale ambassadeurs ingesteld worden dat het opstellen
van genderprotocollen en instrumenten stimuleert bij technische opleidingen,
ROC’s, regionale brancheorganisaties en bedrijven. Ten slotte heeft
het NTN Gelijke Kansen specifiek aandacht gevraagd voor de integratie van
genderaspecten in de EQUAL-pijlers. Binnen de andere NTN’s bleek behoefte
aan extra kennis op het gebied van gendermainstreaming. De projectaanvragers
tweede tranche, de NTN-leden en de consultants van het AG zullen getraind
worden in methoden voor het effectueren van gendermainstreaming.</al>
      <tuskop letat="vet">Slotconclusies</tuskop>
      <al>In de eerste tranche is gebleken dat de beste resultaten worden gehaald
worden als al in een vroeg stadium begonnen wordt met het zoeken naar mogelijkheden
om de innovaties te mainstreamen. Op basis van deze ervaringen hebben de NTN’s
een rol gekregen in de beoordeling van de ingediende projecten voor de tweede
tranche van EQUAL. De NTN’s hebben geoordeeld over de innovativiteit
van de projecten en de potentiële mogelijkheden om de resultaten te zijner
tijd te kunnen mainstreamen. Het NTN Inzetbaarheid heeft hiervoor een analysekader
ontwikkeld voor het selecteren van good practices. Deze ervaringen zijn door
SZW ook gebruikt bij de beoordeling van vernieuwende projecten in het kader
van Innovatieprogramma Werk en Bijstand.</al>
      <al>De inzet van de Nationaal Thematische Netwerken is in de eerste tranche
en bij de aanvang van de tweede tranche succesvol gebleken. Ik zal de werkzaamheden
van de NTN’s in de tweede tranche daarom ook continueren en de NTN’s
laten ondersteunen bij hun werkzaamheden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de start voor de tweede tranche EQUAL zal het accent vanaf het begin
worden gelegd op het mainstreamen van de resultaten. Gedurende de looptijd
van de tweede tranche laat ik een onderzoek verrichten naar de best werkende
mainstreamingsinstrumenten. Doel is om vanuit de ervaringen in EQUAL vast
te stellen hoe innovatieve projecten en ook pilots op andere beleidsterreinen
het beste kunnen worden gemainstreamd. De tussenrapportages van dit onderzoek
kunnen de NTN’s helpen om hun eigen mainstreamactiviteiten verder aan
te scherpen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten slotte heb ik de EQUAL-projecten een instrument aangereikt waarmee
zij in kaart kunnen brengen wat de opbrengsten en beleidseffecten zijn van
hun methodiek voor andere organisaties, zoals CWI, UWV, gemeenten, bedrijven
en onderwijsinstellingen. Met dit instrument kunnen andere organisaties gemakkelijker
overtuigd worden van het voordeel van de methodieken voor de eigen organisatie.</al>
      <al>Ik zie de opbrengsten uit de tweede tranche dan ook met vertrouwen tegemoet.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
        <naam>H. A. L. van Hoof</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>