﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26578-2/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST41028</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 578</nummer>
      <naam>Verhandelbare emissies als instrument in het milieubeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>2</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 5 oktober 1999</datum>
      <al>De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> heeft op 16 september 1999 overleg gevoerd met minister
Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en minister
Jorritsma-Lebbink van Economische Zaken over <nadruk type="vet">verhandelbare emissies als
instrument in het milieubeleid</nadruk>(26 578).</al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Klein Molekamp</nadruk> (VVD) was blij met de brief over verhandelbare
emissies als instrument in het milieubeleid. Al bij de behandeling van de
Nota milieu en economie waren Kamer en regering het erover eens dat een systeem
van verhandelbare emissies, ondanks de haken en ogen die eraan zitten, mogelijkheden
biedt om milieudoelstellingen op een meer kosteneffectieve wijze te bereiken.
In de brief wordt ingegaan op twee basisvarianten, de verhandelbare emissies
met een plafond en de verhandelbare reducties. Het eerste systeem roept een
aantal vragen op. Hoe zit het met de nieuwkomer? Krijgt deze bij verdeling
van de verhandelbare emissies met een plafond over de bestaande bedrijven,
bij vestiging in Nederland een aantal emissies toegewezen, of moet hij zich
eerst inkopen? Zo ja, welke gevolgen zal dit hebben voor het vestigingsklimaat
in Nederland? Zal het mogelijk zijn te komen tot een rechtvaardige verdeling
van emissies tussen «schone» en «vuile» bedrijven?
Een bedrijf dat veel in het milieu investeert, zal anders gestraft worden
met een lagere toedeling van emissies. Een systeem van verhandelbare reducties
lijkt gemakkelijker te hanteren, omdat hierin wordt uitgegaan van een basisbedrijf
met een bepaald basisemissieniveau, waarbij de emissies onder dat niveau verhandeld
kunnen worden. Hierbij vormt de beschrijving van het basisbedrijf het grootste
probleem. Aan welk van beide systemen geeft het kabinet de voorkeur?</al>
      <al>Een ander knelpunt is de strijdigheid van het systeem met de nationale
en internationale wet- en regelgeving. Het instrument staat haaks op het systeem
van de vergunningverlening per inrichting zoals die in Nederland wordt gehanteerd,
waarbij het ALARA-principe (as low as reasonable achievable) als uitgangspunt
wordt genomen. Is met het IPO reeds gesproken over het systeem van verhandelbare
emissies? Kan een bedrijf  dat aan het ALARA-principe voldoet,
verplicht worden om emissiereducties bij te kopen? Zo ja, kan het hiertegen
juridisch bezwaar aantekenen? Hoe denkt het bedrijfsleven over het systeem
van verhandelbare emissies? Staat het systeem niet haaks op de convenantenstructuur
en de benchmarking? Kan binnen Europa geen spanningsveld ontstaan als Nederland
overgaat tot een systeem van verhandelbare emissies? Wordt overwogen het systeem
samen met andere Europese landen in te voeren?</al>
      <al>Ondanks de vele vragen vindt de VVD het systeem van verhandelbare emissies
een interessant instrument om milieudoelstellingen kostenbesparend te halen.
Hoe gaat de regering verdere uitwerking geven aan de notitie?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Feenstra</nadruk> (PvdA) vond dat alle instrumenten die een
bijdrage kunnen leveren aan het opheffen van beleidstekorten op milieugebied
op hun toepasbaarheid bekeken moeten worden. Het systeem van de verhandelbare
emissies is in dit opzicht interessant. Het instrument biedt de mogelijkheid
te onderzoeken of marktprocessen kunnen worden ingezet voor innovatie en milieuverbetering.
Uit een IPO-onderzoek naar de mogelijkheden van SO<inf>2</inf>- en NO<inf>x</inf>-reductie in de Rijnmond blijkt dat via dit systeem doelen met 30%–50%
kostenreductie gehaald kunnen worden. Ook in de Verenigde Staten worden met
dit systeem flinke besparingsresultaten geboekt. Een moeilijk punt is de strijdigheid
met de nationale en Europese wet- en regelgeving, terwijl ook aan een aantal
technische voorwaarden moet worden voldaan. Zijn er kwantitatieve doelstellingen?
Kunnen de emissies worden geïdentificeerd als een verhandelbare eenheid?
Zijn de bronnen van de emissies voldoende bekend? Zijn de emissiereducties
voldoende te meten? Is er een markt voor de verhandelbaarheid van deze rechten?
Zijn de milieuresultaten inderdaad relevant?</al>
      <al>Er is een scherpe definiëring van de schadelijke emissies qua hoogte
en aard nodig, wil men via dit instrument door op- of wegkopen tot vermindering
van de toegestane emissies komen. Hierbij komt ook direct een andere vraag
naar voren. Hoe moet, als de ruimte voor emissies eenmaal is vastgesteld,
worden omgegaan met aanscherpingen in het nationale beleid ten gevolge van
technische innovatie of internationale verplichtingen? Zullen in dat geval
per recht minder emissies geproduceerd mogen worden of zullen een aantal rechten
uit de markt gehaald worden? Is gedacht aan de financiële consequenties
die dit voor de overheid kan gaan hebben? De recente ervaringen in de landbouw
zijn wat dit betreft een goede waarschuwing. De verhandelbare emissies moeten
op den duur geen belemmering gaan vormen voor de voortgang van het milieubeleid.</al>
      <al>Verder dient erop toegezien te worden dat verhandelbare emissies geen
rol gaan spelen in de marktpositie en de concurrentieverhoudingen van bedrijven.
Bedrijven zouden bijvoorbeeld kunnen besluiten de emissie kunstmatig hoog
te houden om op deze manier nieuwkomers van de markt te weren of andere bedrijven
te belemmeren uit te breiden.</al>
      <al>Een andere interessante vraag is of ook aan burgers of organisaties van
burgers de mogelijkheid gegeven kan worden om emissierechten te kopen en op
die manier een bijdrage te leveren aan de vermindering van de milieudruk.
De ANWB heeft indertijd het initiatief genomen om boscertificaten uit te geven.
Hoe denkt de regering hierover?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van den Akker</nadruk> (CDA) stond niet afwijzend tegenover
het instrument van verhandelbare emissies om milieudoelstellingen op een meer
kosteneffectieve wijze te halen, al zag hij op het terrein van emissies die
alleen in internationaal verband kunnen worden opgelost, slechts succes weggelegd
in Europees verband. </al>
      <al>Hij wees op de strijdigheid met de huidige wet- en regelgeving, die is
gebaseerd op de Wet milieubeheer waarbij van een integrale benadering van
de milieuproblematiek van inrichtingen wordt uitgegaan, al wordt de laatste
jaren een tendens zichtbaar om bij nationale en internationale milieuproblemen
te zoeken naar een landelijke of internationale oplossing. Ligt het in de
bedoeling van de minister om bij het tot stand brengen van emissiereducties
in internationaal verband de vergunningverlening per bedrijf los te laten?
Ook het benchmarkingconvenant tussen overheid en energie-intensieve industrie,
waarbij de laatste zich verplicht om tot de beste van de wereld te gaan behoren
op het gebied van energie-efficiency, lijkt te botsen met het systeem van
verhandelbare emissies. Welk systeem zal in dat geval gaan prevaleren? In
het benchmarkingconvenant worden absolute CO<inf>2</inf>-plafonds vermeden,
terwijl bij de verhandelbare emissies wel over een plafond gesproken wordt.
Het CDA zou bij CO<inf>2</inf>-emissiereducties in internationaal verband
voor de benchmarkingsectoren liever over verhandelbare CO<inf>2</inf>-efficiencyrechten
spreken. Hoe denkt de regering hierover?</al>
      <al>De heer Van den Akker begreep niet goed waarom het systeem van verhandelbare
emissies voor SO<inf>2</inf> en NO<inf>x</inf> in de Verenigde Staten, ondanks
de zeer gedetailleerde wet-en regelgeving, goed functioneert terwijl het in
Engeland is mislukt. Heeft men deze regelgeving bij invoering van het systeem
van de verhandelbare emissierechten voor SO<inf>2</inf> en NO<inf>x</inf>
in de VS buiten werking gesteld?</al>
      <al>Het CDA staat een beleid voor waarbij voor benchmarkingsectoren zoals
CO<inf>2</inf> en NO<inf>x</inf> handel in efficiencyrechten plaatsvindt en
voor de overige sectoren onderzoek wordt gedaan naar plafonnering in EU-verband.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Staaij</nadruk> (SGP) was voor het invoeren van een
systeem van verhandelbare emissies, al deelde hij de conclusie dat het geen
«wondermiddel» is en vele praktische problemen oplevert. Invoering
dient dan ook voorzichtig te gebeuren, alleen op die terreinen die daarvoor
geschikt zijn, waarbij aan een groot aantal technische en andere voorwaarden
moet worden voldaan. In de notitie worden een aantal voorwaarden genoemd en
worden een aantal praktische vragen gesteld, maar hierop wordt niet uitputtend
ingegaan. Een zinnige vraag leek hem in dit verband of er een maatschappelijk
draagvlak voor verhandelbare emissies is.</al>
      <al>De nationale maar vooral de internationale wetgeving verhindert op dit
moment tot een grootschalige invoering van het systeem over te gaan. Het lijkt
daarom een goed idee om een proef te doen met verhandelbare CO<inf>2</inf>-
en NO<inf>x</inf>-emissies.</al>
      <al>Hij had uit de notitie opgemaakt dat de regering de voorkeur geeft aan
verhandelbare reducties boven verhandelbare emissies met een plafond, omdat
de eerste een oriëntatie mogelijk maken op het in de toekomst te bereiken
emissieniveau. Graag een nadere toelichting van de bewindslieden. </al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de regering</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer</nadruk> merkte op dat het om een theoretische notitie en niet om een beleidsaankondiging
gaat en dat de notitie uitsluitend betrekking heeft op het instrument van
verhandelbare emissies in het nationale milieubeleid. Gekeken is wat Nederland
kan leren van ervaringen die in het verleden in andere landen zijn opgedaan,
zoals de Verenigde Staten en Engeland. In de VS is men van meet af aan meer
marktgericht georiënteerd geweest, waarbij men over een aantal belemmerende
factoren zoals de regelgeving is heengestapt. Er is vooral gekeken naar de
prijs-kostenverhouding. In Engeland daarentegen is men meer uitgegaan van
de normstellingen van de bestaande regelgeving. Daarbij bleek de strijdigheid
met het systeem van de verhandelbare emissies zo groot dat men dit heeft losgelaten.
Het feit dat het systeem in de VS wel en in Engeland niet tot resultaat heeft
geleid, wordt meer veroorzaakt door een verschil in historische uitgangspositie
en cultuur dan door een wezenlijk verschil tussen emissiesituaties of sectoren
in beide landen. Wel komt de uitgangspositie in Engeland meer overeen met
die in Europa dan die in de VS, wat voor Nederland een waarschuwing inhoudt
om niet direct tot al te grootschalige toepassingen van een dergelijk instrument
over te gaan.</al>
      <al>Niettemin lijken de verhandelbare emissies in de toekomst een uitermate
interessant en nuttig instrument te kunnen worden, niet zozeer als een algemene
vervanging van andere milieu-instrumenten maar meer als een complement, hoewel
op bepaalde terreinen of sectoren wellicht ook aan vervanging gedacht kan
worden. Het doen van een proef is zeker de moeite waard. Om tot een experiment
te kunnen komen, zal eerst aan een aantal technische voorwaarden voldaan moeten
worden. De emissie moet gemeten kunnen worden, de bron van de emissie moet
te identificeren zijn, het te bereiken doel moet meetbaar zijn en er moet
een markt zijn. Verder mag het systeem van verhandelbare emissies geen onaanvaardbare
neveneffecten op andere terreinen opleveren. Bij het laatste element gaat
het meer om een politiek-bestuurlijke afweging.</al>
      <al>De twee in de brief besproken systemen verschillen niet wezenlijk van
elkaar, maar het ene systeem doet zich in een bepaalde situatie eerder voor
als mogelijkheid dan het andere, afhankelijk van de doelstelling. Gaat het
om het handhaven van een langeretermijnplafond? Of gaat het om het zoveel
mogelijk beheersen van een openendsituatie? Ook het vraagstuk van de toetreders
vraagt om een oplossing. Het uitvoeren van een proef geeft hier wellicht meer
inzicht dan een theoretische notitie, al zal een proef in de praktijk direct
consequenties hebben. Het probleem van de toetreders lijkt gemakkelijker op
te lossen wanneer wordt gekozen voor een systeem van emissies veilen in plaats
van voor «grandfatheren». Zelf zou hij de oplossing eerder zoeken
in een bestuurlijk-juridische aanpak, waarbij de overheid via overleg en procedures
samen met de marktpartijen de normen afspreekt, zoals dat ook bij de benchmarkingconvenanten
is gebeurd. In geval van het systeem van de verhandelbare reducties kunnen
overheid en bedrijfsleven samen met een onafhankelijke instantie overeenkomen
wat de basisnorm moet zijn. Het basisbedrijf met de basisnorm is dan een bedrijf
met een zodanige technologie dat het als referentiekader kan dienen voor het
vaststellen van de norm, waaronder de reductie kan worden verhandeld. Het
is daarbij denkbaar dat deze norm eens in de zoveel tijd gezamenlijk wordt
herzien.</al>
      <al>Hij ziet ondanks de complexiteit van de problematiek veel in dit instrument.
Het instrument is marktconform en het gaat om economische activiteiten die
worden «gecost en gepriced». Het doen van een proef is daarom
zinvol. Hierbij dient een voorzichtige benadering te worden gekozen, omdat
mislukken van de proef verstrekkende gevolgen heeft. Momenteel wordt gedacht
aan een proef op het terrein van CO<inf>2</inf>, waarbij de vraag een rol
speelt of een dergelijke proef in strijd is met de reeds gemaakte afspraken.
Er is in het kader van de Klimaatnota een basispakket overeengekomen waarin
het benchmarkingconvenant past. Verder is er voor de langere termijn sprake
van een vernieuwingspakket, waarin de proef met verhandelbare CO<inf>2</inf>-emissiereductie
goed zou passen. Er zal met het oog op de aanpak voor de langere termijn een
commissie worden samengesteld, die zich over deze problematiek gaat buigen.
Het is niet mogelijk om benchmarking en verhandelbare emissies op één
en dezelfde markt van toepassing te verklaren, maar een proef op het gebied
van verhandelbare CO<inf>2</inf>-emissies op deelmarkten is zeker mogelijk.
Hiervoor dienen bepaalde bronnen van CO<inf>2</inf>-emissies in bepaalde sectoren
specifiek geïdentificeerd te worden, waarbij gezamenlijk normen of subplafonds
vastgesteld worden Ook in Europees verband zou een dergelijk CO<inf>2</inf>-experiment
voor deelmarkten mogelijk moeten zijn. Het probleem hierbij is
dat het systeem van de verhandelbare emissies strijdig is met de Europese
wet-en regelgeving, hoewel de BAT-aanpak (best available technology) mogelijkheden
biedt als het verschil tussen de technologie en het plafond erg groot is.
Wellicht zal een CO<inf>2</inf>-experiment dat zich richt op een nader af
te schermen deelmarkt, niet in strijd worden geacht met de Europese regelgeving.</al>
      <al>Het ligt in de bedoeling om in Nederland te komen tot een herziening van
de Wet milieubeheer en in het kader daarvan meer ruimte te creëren voor
het doen van dergelijke proeven. De minister achtte het van groot belang dat
de Kamer rond de millenniumwisseling fundamenteel van gedachten wisselt over
de vraag of de filosofie die aan de Wet milieubeheer ten grondslag ligt nog
adequaat is om de problemen op het terrein van milieu en milieuregelgeving
in de komende eeuw op te lossen Een eventuele wijziging van de wet zal natuurlijk
niet op korte termijn kunnen plaatsvinden, maar hij zal de Kamer hierover
binnen enkele maanden een eerste notitie doen toekomen.</al>
      <al>Er wordt momenteel in Nederland onderzoek gedaan naar een systeem van
NO<inf>x</inf>-emissiereductie via kostenverevening. Een proef hiermee zou
over ongeveer een halfjaar kunnen starten. Hierbij zouden grote kostenvoordelen
te behalen zijn, terwijl het te bereiken emissieniveau lager zou uitkomen
dan bij de Europese regelgeving die men in gedachten heeft, het geval is.
Het systeem van kostenverevening is echter in strijd met de Europese wet-en
regelgeving waarbij niet aan een Europees plafond maar een normstelling per
bedrijf wordt gedacht, waarbij onderscheid te maken valt tussen oude en nieuwe
bedrijven. Het is daarom zeer de vraag of de Europese Commissie ermee zal
instemmen dat Nederland een dergelijk systeem op nationaal niveau introduceert.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Economische Zaken</nadruk> was van mening dat de positie
van de nieuwkomer op de markt beter valt onder te brengen in een systeem van
veilen dan van «grandfatheren». Het voordeel van een systeem van
veilen is dat de kosten voor alle bedrijven zijn terug te vinden in de bedrijfs-economische
effecten. Bij «grandfatheren» is het moeilijk een juiste verdeelsleutel
te vinden van de emissies over goede en slechte bedrijven, al zou het probleem
van de nieuwkomers hier opgelost kunnen worden door voor deze categorie een
bepaald quotum apart te zetten. Voordat tot introductie van het systeem van
verhandelbare emissies kan worden overgegaan, zullen al deze problemen van
een adequate oplossing moeten worden voorzien.</al>
      <al>Daarnaast moeten ook de criteria die gehanteerd worden voor het systeem
van emissiereductie, helder zijn. De emissies moeten meetbaar zijn; er moet
sprake zijn van duidelijke kostenverschillen; een bepaalde omvang van de markt
is noodzakelijk, zeker wanneer het gaat om een experiment in nationaal verband
of op deelmarkten; de regulering op individueel bedrijfsniveau dient los te
worden gelaten, wat een herziening van de Wet milieubeheer noodzakelijk maakt.</al>
      <al>Door invoering van een systeem van verhandelbare emissies zal de overheid
meer op afstand komen te staan. Zij bepaalt de grenzen en de normen, maar
het bedrijfsleven dient deze vervolgens in te vullen. Het systeem van bijvoorbeeld
verhandelbare CO<inf>2</inf>–emissies heeft alleen zin als over doelstellingen
op Europees niveau langjarige afspraken te maken zijn.</al>
      <al>De vraag of burgers of groepen burgers verhandelbare emissierechten mogen
opkopen, is interessant. Bij boscertificaten is dit inderdaad mogelijk, maar
bij het opkopen van emissies door particuliere organisaties dient terdege
gekeken te worden naar de consequenties die dit op bedrijfsniveau kan hebben.</al>
      <al>Ook bij het bedrijfsleven leven vele vragen over het systeem van de verhandelbare
emissies. Wat betekent het systeem voor het overige milieubeleid? Hoe kan
aan een dergelijk systeem exact vorm worden gegeven? Zal de overheid
tussentijds niet voortdurend de doelen aanpassen? Wordt het systeem ook in
de andere landen van Europa ingevoerd? Toch zijn er zeker kansen. Het systeem
geeft de bedrijven de mogelijkheid om meer flexibel te opereren; het is goed
inpasbaar in de bedrijfsprocessen en het kan kostenvoordeel opleveren. Bij
Shell en BP wordt momenteel geëxperimenteerd met een intern CO<inf>2</inf>-verhandelingssysteem.</al>
      <al>De minister was het niet geheel eens met de opmerking dat het systeem
alleen interessant zou zijn, als hiertoe in Europees verband wordt besloten.
Wanneer in Europees verband bepaalde plafonds zijn afgesproken voor bepaalde
emissies en een aantal andere landen in Europa niet voor emissiehandel voelt,
zou het voor de Nederlandse bedrijven wel degelijk efficiënt kunnen zijn
om te besluiten op nationaal niveau de Europees gestelde plafonds via emissiehandel
te bereiken. Inderdaad zal het op tal van terreinen zinvoller zijn om Europees
tot emissiehandel te besluiten, maar in enkele gevallen, zoals bijvoorbeeld
bij NO<inf>x</inf>, zou het mogelijk zijn dat Nederland de Europese doelstelling
op nationaal niveau via emissiehandel tracht te bereiken, mits de EC hiermee
instemt.</al>
      <al>Ook de strijdigheid tussen het benchmarkingconvenant en het systeem van
emissiehandel is ter sprake geweest. Het is inderdaad niet mogelijk om twee
systemen tegelijkertijd op dezelfde markt los te laten. Het benchmarkingconvenant
bevat een aantal afspraken. Het wordt ingevoerd in drie fases, waarbij de
derde fase start vanaf 2008. Als bedrijven in 2008 niet tot de wereldtop
behoren, hebben zij vanaf dat moment de mogelijkheid om tot emissiehandel
over te gaan. Het bedrijfsleven heeft zelf het verzoek gedaan om al eerder
met het systeem van emissiehandel te mogen beginnen en daarvoor andere Kyotomechanismen
te mogen gebruiken. De regering is hiermee niet akkoord gegaan. Afgesproken
is dat in 2004 een evaluatie zal plaatsvinden, waarbij wordt gekeken of het
benchmarkingconvenant nog voldoet of dat andere instrumenten zoals verhandelbare
emissies doelmatiger worden geacht om de milieudoelstelling bij het CO<inf>2</inf>-beleid te halen. De mogelijkheid bestaat om nu al te starten met handel
in emissiefutures. </al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Klein Molekamp</nadruk> (VVD) was verrast dat de minister van
VROM serieus overweegt aan de huidige wet Milieubeheer een andere invulling
te geven.</al>
      <al>De VVD is in het algemeen een voorstander van initiatieven in Europees
verband. Het doen van een proef met het in Europees verband veilen van verhandelbare
CO<inf>2</inf>-emissiereducties waarvoor een Europees plafond is vastgesteld,
leek hem zeer interessant. Hij was van mening dat een discussie over de vraag
of CO<inf>2</inf>-emissiehandel nationaal of beter internationaal moet plaatsvinden,
een discussie waard is.</al>
      <al>Het is inderdaad van belang dat de proef slaagt, omdat voor het overstappen
op een ander systeem een brede consensus nodig is. Hopelijk zijn de experimenten
die worden opgestart, kansrijk.</al>
      <al>Hij vroeg opnieuw op welke termijn de regering aan dit instrument verder
praktische uitwerking wil geven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Feenstra</nadruk> (PvdA) vond het een belangwekkende opmerking
dat de minister van VROM een notitie over de herziening van het fundament
van de Wet milieubeheer aan de Kamer wil zenden. De PvdA staat open voor een
gedachtewisseling hierover. Hij zou graag zien dat in dit kader ruimte gezocht
wordt voor het doen van experimenten met verhandelbare emissies. Hij refereerde
in dit verband opnieuw aan het IPO-onderzoek in de Rijnmond. </al>
      <al>Hij zag de theoretische notitie als een tussenstap en verwachtte te zijner
tijd concrete voorstellen van de regering.</al>
      <al>Hij wilde voorlopig vasthouden aan de afspraken in het benchmarkingconvenant.</al>
      <al>Kan de regering nadere uitwerking geven aan het voorstel om burgers of
organisaties van burgers bij dit systeem te betrekken?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van den Akker</nadruk> (CDA) was blij dat de minister van VROM
wil kijken of ruimte gecreëerd kan worden in het kader van de Wet milieubeheer
voor een systeem van verhandelbare emissierechten, wellicht op deelmarkten.</al>
      <al>Hij vroeg opnieuw hoe de minister denkt over een systeem van verhandelbare
CO<inf>2</inf>-efficiencyrechten in Europees verband.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Staaij</nadruk> (SGP) zag in het doen van experimenten
een goed middel om onverwachte neveneffecten vast te stellen. Ook hij was
verrast door de opmerking van de minister van VROM over een integrale heroverweging
van de wet Milieubeheer. Wil de minister in de wet Milieubeheer in ieder geval
meer ruimte maken voor proeven op het gebied van verhandelbare emissies? Of
wil hij in het kader van de bredere discussie over de toekomst van de wet
dit punt in overweging nemen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer</nadruk> zei nogmaals dat het systeem van de verhandelbare emissies een marktconform
instrument is dat bovendien rechtvaardig is, evenals het systeem van vergunningverlening.
Hij was ervoor dat burgers emissies kunnen kopen en zou in de toekomst nog
een stapje verder willen gaan door bijvoorbeeld burgers bij hun geboorte een
stukje recht op milieugebruiksruimte toe te kennen.</al>
      <al>Hij zou niet weten hoe een systeem van verhandelbare CO<inf>2</inf>-efficiencyrechten
is op te zetten, omdat efficiency veel moeilijker te meten is dan de emissie
zelf. Overigens leek het bereiken van een lagere emissie hem een belangrijke
graadmeter voor de mate van efficiency. Hij zou zich vooralsnog willen beperken
tot proeven met verhandelbare emissies.</al>
      <al>Het ligt in de bedoeling om na deze theoretische notitie te komen tot
een experiment om te kijken hoe het systeem in de praktijk uitwerkt. Daarbij
is het grootste probleem de strijdigheid met de Europese regelgeving, zoals
ook in Engeland is gebleken. De Nederlandse regelgeving kan door wijziging
van de wet Milieubeheer zodanig aangepast worden dat ruimte voor experimenten
gecreëerd wordt.</al>
      <al>Alvorens over te gaan tot een wijziging van de Wet milieubeheer zal er
een uitvoerige discussie met de Kamer plaats moeten vinden over de uitgangspunten
van de wet en alle voor-en nadelen. Hierbij gaat het er zeker niet alleen
om ruimte te scheppen voor het instrument van de verhandelbare emissies. Het
voeren van een meer fundamentele discussie over de wet is van even groot belang,
omdat deze langzamerhand een optelsom is geworden van alle mogelijke wijzigingen
die nauwelijks meer op elkaar zijn afgestemd. De wet moet veel transparanter
en duidelijker worden. Dit zal leiden tot een vereenvoudiging van de regelgeving
en geringere administratieve lasten, wat zowel in het belang van het milieubeleid
als in dat van het bedrijfsleven is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Economische Zaken</nadruk> was het eens met de stelling
dat het systeem van verhandelbare emissies een marktconform en rechtvaardig
instrument is en wilde graag een actieve rol blijven spelen bij de verdere
uitwerking. Bij EZ is een projectgroep ingesteld die onderzoek doet en de
discussie over de verhandelbare emissies verder op gang brengt. Het ligt in
de bedoeling om samen met het ministerie van VROM een interdepartementaal
netwerk op te zetten, omdat het instrument voor meer ministeries, bijvoorbeeld
LNV, interessant kan zijn. Er zijn ook plannen voor het organiseren
van een internationale conferentie. Het zou heel interessant zijn om nationaal
een experiment te starten om NO<inf>x</inf>-emissies omlaag te brengen via
emissiehandel, als de EC hiervoor toestemming geeft. Ook moet gekeken worden
op welk deelterrein een proef met het terugdringen van CO<inf>2</inf>-emissie
mogelijk is. De externe commissie zal de mogelijkheden voor plafonnering verder
uitwerken. Binnenkort zal ook de bespreking over het tweede deel van de Klimaatnota
aan de orde zijn, waarin een aantal elementen zitten die nauw samenhangen
met het onderwerp van de verhandelbare emissies. Verder is in het kader van
het MDW-project gestart met een onderzoek naar de juridische aspecten van
stelsels van verhandelbare rechten in het algemeen, waarover nog dit jaar
zal worden gerapporteerd. En ten slotte zal ook het NMP-4 een volgende stap
betekenen als het erom gaat meer duidelijkheid te geven over het instrument
van de verhandelbare emissierechten.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Reitsma</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>De Gier</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Van Middelkoop (GPV),
Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn
(PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra
(VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th. A. M. 
Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Kortram (PvdA), Van der
Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks),
Oplaat (VVD), Van der Staaij (SGP), Schoenmakers (PvdA), Waalkens (PvdA),
Udo (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Leers (CDA), Stellingwerf (RPF), Dijksma (PvdA), Valk (PvdA),
Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de
Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-Van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik
(CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), Bos (PvdA), Van den Akker (CDA), Giskes
(D66), M.B. Vos (GroenLinks), Halsema (GroenLinks), Niederer (VVD), Van 't
Riet (D66), Spoelman (PvdA), Hindriks (PvdA), Voorhoeve (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>