﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="nota">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26528-5/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1998-1999</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST40098</ordernr>
    <vergjaar>1998-1999</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 528</nummer>
      <naam>Wijziging van de grens tussen de gemeenten Deventer en Gorssel, tevens
provinciegrens tussen Overijssel en Gelderland</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>5</nummer>
      <titel>NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG</titel>
      <datum>Ontvangen 26 augustus 1999 </datum>
      <tuskop letat="vet">1. Algemeen</tuskop>
      <al>Met genoegen bied ik u hierbij de nota naar aanleiding van het verslag
aan in verband met het wetsvoorstel tot wijziging van de grens tussen de gemeenten
Deventer en Gorssel, tevens provinciegrens tussen Overijssel en Gelderland.</al>
      <al>De leden van de fracties van PvdA, D66, GroenLinks, GPV, RPF en SGP hadden
met belangstelling kennisgenomen van het voorstel. De leden van de fracties
van het CDA en de VVD spraken over het voorstel geen waardeoordeel uit. Gaarne
ga ik hieronder in op de verschillende aspecten met betrekking tot het voorstel
en de gestelde vragen. Bij de beantwoording heb ik de vragen naar onderwerp
gerubriceerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aanleiding voor deze grenscorrectie is de wens, dat Deventer op eigen
grondgebied kan voorzien in de behoefte aan bedrijvenlocaties. De leden van
de D66-fractie vonden dit voorstel een logisch complement op de herindeling
van Deventer c.a.. In Deventer zal het daarbij gaan om een mix van herstructurering
(revitalisering bedrijventerrein Bergweide) en uitbreiding (Colmschate-noord
en Epse-noord). Een dergelijke samenhangende ontwikkeling vraagt om het in
één hand houden van de regie voor de ontwikkeling, fasering
en uitgifte van dergelijke terreinen. Om die reden acht ik het ongewenst dat
de gemeente Gorssel het bedrijventerrein Epse-noord zou gaan ontwikkelen,
al dan niet via een constructie waarbij gebruik wordt gemaakt van publiek-private
samenwerking. Dit ook in antwoord op vragen van de leden van de fracties van
de PvdA, de VVD en het CDA die wilden weten of een PPS-constructie tussen
de gemeenten Deventer en Gorssel, waarbij de gemeente Gorssel binnen de eigen
gemeentegrenzen een dergelijk bedrijventerrein ontwikkeld, een mogelijk alternatief
vormt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van de PvdA vroegen of de regering na de opgelopen
vertraging en met het te doorlopen wetgevingstraject in het vooruitzicht de
realisering van de grenscorrectie per 1 januari 2000 haalbaar acht. Het antwoord
op deze vraag is mede afhankelijk van de voortgang van het parlementaire proces
en de bereidheid van beide Kamers het wetsvoorstel tijdig te agenderen. Er
hoeven geen verkiezingen plaats te vinden in verband met dit wetsvoorstel.
Met de daarmee verband houdende periode hoeft derhalve geen rekening te worden
gehouden. Ervan uitgaande dat beide Kamers met het voorstel kunnen instemmen
zal de behandeling uiterlijk begin december door de Eerste Kamer moeten zijn
afgerond om voor het einde van die maand nog het Staatsblad te kunnen publiceren.
Alleen dan kan de grenscorrectie ingaan op 1 januari 2000. Ik acht dit tijdstip
niet op voorhand onhaalbaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de VVD-fractie informeerden op welke wijze invulling is gegeven
aan het wettelijk verplichte vooroverleg met de gemeente Gorssel. De leden
van de CDA-fractie vroegen naar de wijze waarop ten aanzien van deze grenswijziging
de plaatselijke gemeenschappen zijn geraadpleegd. Voorafgaand aan het opstellen
van het herindelingsplan hebben gedeputeerde staten van Overijssel overleg
gevoerd met burgemeester en wethouders van Gorssel. De resultaten van dit
overleg zijn verwerkt in het herindelingsplan. Het raadplegen van de lokale
gemeenschap heeft plaatsgevonden door het raadplegen over het herindelingsplan
van de gemeenteraad van Gorssel door gedeputeerde staten van Overijssel.</al>
      <al>Voor het overige heeft een ieder zijn oordeel over het herindelingsplan
schriftelijk ter kennis kunnen brengen van gedeputeerde staten. Ook is voor
individuele inwoners van de gemeente Gorssel, waaronder de inwoners van het
dorp Epse, inspraak mogelijk geweest ten aanzien van het herindelingsplan.
Onder meer de Vereniging woonmilieu Epse heeft hiervan gebruik gemaakt. Het
provinciebestuur van Overijssel is op de ingediende zienswijzen ingegaan in
de ontwerpregeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fractie van D66 betreurden het dat het niet mogelijk was
gebleken overeenstemming tussen de beide provinciebesturen te krijgen over
de voorgenomen grenscorrectie en constateerden dat provinciegrenzen in het
algemeen wel erg heilig blijken te zijn. Zij vroegen wat ik daar in het algemeen
van vind. Duidelijk mag zijn dat ook ik betreur dat beide provinciebesturen
uiteindelijk geen overeenstemming konden bereiken over de onderhavige grenscorrectie.
In dat geval zou immers deze grenscorrectie overeenkomstig artikel 283 van
de Gemeentewet bij gelijkluidend besluit van provinciale staten tot stand
hebben kunnen komen. In een tijd waarin vele gemeentegrenzen aan verandering
onderhevig zijn hoeven provinciegrenzen naar mijn mening evenmin onveranderlijk
te zijn. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Bedrijventerreinbehoefte gemeente Deventer</tuskop>
      <al>De leden van de fracties van VVD, CDA, D66, GroenLinks, GPV en RPF hadden
verschillende vragen met betrekking tot de bedrijventerreinbehoefte van Deventer.
Ik zal op de diverse vragen uitgebreid ingaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bestaande situatie is de volgende.</al>
      <al>Per 1 juli 1999 beschikte Deventer over 20,1 ha netto uitgeefbaar bedrijventerrein.
Dit aanbod is als volgt opgebouwd:</al>
      <al>bedrijventerrein Handelspark/de Weteringen 12,5 ha</al>
      <al>bedrijventerrein Kloosterlanden 3,4 ha</al>
      <al>drie verspreid liggende locaties 4,2 ha</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar verwachting zullen daarnaast binnen 2 tot 5 jaar circa 20 ha verspreid
liggende locaties beschikbaar komen, namelijk 14 ha op het bedrijventerrein
Bergweide in verband met revitalisering en 6 ha op twee locaties langs de
Holterweg. Op de te ontwikkelen bedrijventerreinen Colmschate-noord (55 ha)
en Epse-noord (55 ha) kan daarnaast nog 110 ha beschikbaar komen. Uitgaande
van het beschikbaar komen van Colmschate-noord en Epse-noord zal de gemeente
Deventer derhalve beschikken over circa 150 ha bedrijventerrein.
De oppervlakte van het Oxerveld bedraagt circa 150 ha. Netto zal dit circa
100 ha bedrijventerrein opleveren vanwege het ruimtebeslag van het landgoed
Oxe, diverse bospercelen en de relatief omvangrijke infrastructuur.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Deventer behoefte aan bedrijventerrein voor de periode tot 2025 wordt
door de provincie Overijssel ingeschat op ruim 180 ha op basis van een geschatte
uitgifte van 6 ha. per jaar, inclusief een ijzeren voorraad van vijf maal
de jaarlijkse uitgifte. Deze inschatting is echter een bescheiden benadering.
In de jaren 1997 (13 ha) en 1998 (8,3 ha) is er meer bedrijventerrein uitgegeven
dan de geschatte 6 ha. In aanvulling op de cijfers in de memorie van toelichting
kan worden opgemerkt dat in 1999 tot 1 juli al 8,8 ha bedrijventerrein is
uitgegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uitgaande van de voorzichtige inschatting van de bedrijventerreinbehoefte
van Deventer van de provincie Overijssel zou het Oxerveld derhalve zuiver
kwantitatief gezien een alternatief kunnen zijn voor Epse-noord. De in opdracht
van de provincie Overijssel opgestelde prognoses met behulp van CPB-scenario's
wezen echter op een hogere nettobehoefte die fluctueert tussen de 180 en 300
ha voor de komende 25 jaar. Ook de hoeveelheden uitgegeven bedrijventerrein
vanaf 1997 wijzen er op dat de kwantitatieve behoefte aan bedrijventerrein
hoger zal uitvallen dan de door de provincie Overijssel ingeschatte hoeveelheid.
Echter ook indien het Oxerveld kwantitatief wel tegemoet zou kunnen komen
aan de bedrijventerreinbehoefte van Deventer, ben ik van mening dat de bezwaren
tegen het ontwikkelen van het Oxerveld, afgezet tegen de voordelen van de
locatie Epse-noord, voldoende reden zijn eerst Epse-noord te ontwikkelen.
In paragraaf 5 zal ik hierop en op de voor- en nadelen van deze beide
locaties verder ingaan. Na realisatie van de bedrijventerreinen Colmschate-noord
en Epse-noord zullen derhalve nog additionele bedrijvenlocaties ontwikkeld
moeten worden, waarbij de locatie Oxerveld in beeld komt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de planvorming voor nieuwe bedrijventerreinen (Colmschate-noord en
Epse-noord) wordt intensief ruimtegebruik als belangrijke factor meegenomen.
De provincie Overijssel is voornemens Epse-noord als een pilotproject voor
intensief ruimtegebruik aan te wijzen.</al>
      <al>Op dit moment werken er gemiddeld ruim 45 mensen per ha op de grote bedrijventerreinen
Kloosterlanden en Bergweide. Er wordt naar gestreefd om via intensief en meervoudig
ruimtegebruik te komen tot een hoger aantal arbeidsplaatsen per netto ha.
Inmiddels is op het bedrijventerrein Bergweide een revitaliseringsproces in
gang gezet. In 1998 is hiervoor in het kader van het grotestedenbeleid een
bijdrage op basis van de Stimuleringsregeling ruimte voor economische activiteiten
(Stirea) van f 7,5 mln door het Rijk toegekend. Uitgegaan wordt thans
van circa 14 ha te herontwikkelen bedrijventerrein.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie naar een onderverdeling
tussen bedrijfsverplaatsingen en de vestiging van nieuwe bedrijven kan in
zijn algemeenheid gesteld worden dat verreweg de meeste bedrijven die zich
vestigen op een nieuw ontwikkeld bedrijventerrein afkomstig zijn uit de eigen
gemeente of regio. Dit is in Deventer niet anders. In veel gevallen gaat het
om uitbreiding van deze bestaande bedrijven. De mogelijkheid om bestaande
bedrijven te kunnen verplaatsen en te laten groeien vormt een belangrijke
factor in de plaatselijke en regionale economische groei en werkgelegenheid.
Als Deventer deze bedrijven niet zou kunnen accommoderen (kwantitatief of
kwalitatief) zullen deze moeten uitwijken naar een andere locatie, mogelijk
buiten het stadsgewest. In dat geval zou de economische structuur van Deventer
c.q. de regio ernstig worden verzwakt. Tevens zou een en ander
welhaast automatisch leiden tot een toename van woon–werkverkeer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onderstaande cijfers, afkomstig van de gemeente Deventer, hebben –
met uitzondering van het aantal ha uitgegeven bedrijventerrein – betrekking
op de uitgegeven grond op de grote bedrijventerreinen. </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="8" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="21.375mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1993</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1994</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1995</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1996</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1997</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1998</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1999
(tot 1/7) </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Aantal uitgegeven ha.</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  5,6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  6,1</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  3,5</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 6,0</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 13,0</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  8,3</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  8,8 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Aantal bedrijven uit Deventer</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">12</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  8</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 19</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 26</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 16</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 12 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Aantal bedrijven
van buiten Deventer</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  3</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  0</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  5</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  3</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  9</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">  8</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 3 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Geschat aantal extra arbeidsplaatsen </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">250</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">100</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">200</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">280</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">650</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">350</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">200</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>Het antwoord op de vraag van de CDA-fractie, waarom Colmschate-noord niet
met nog eens 30 ha wordt uitgebreid, is gelegen in de kwalitatieve behoefte
aan bedrijventerrein. Door de ontwikkeling van zowel Epse- noord als Colmschate-noord
kan een voldoende gedifferentieerd aanbod aan bedrijventerrein worden aangeboden,
met de bijbehorende positieve invloed op de regionale werkgelegenheid. Overigens
zou een uitbreiding van het terrein Colmschate-noord met 30 ha – indien
dit een reële optie zou zijn – niet betekenen dat daarmee aan de
kwantitatieve behoefte voor een termijn van 25 jaren zou kunnen worden voldaan. </al>
      <tuskop letat="vet">3. Ontsluiting van de locaties Epse-noord en Oxerveld</tuskop>
      <al>De leden van de fracties van de PvdA, het CDA en GroenLinks vroegen in
te gaan op de ontsluitingsmogelijkheden van Epse-noord en Oxerveld en de leden
van de D66-fractie vroegen hoe de bereikbaarheid van het terrein Epse-noord
zich verhoudt tot mogelijke andere terreinen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De locatie Epse-noord kan op een relatief simpele wijze worden ontsloten
via de afrit Deventer van de A1 en de bestaande N348. Daarnaast is een tweede
ontsluiting te realiseren via de afrit Deventer-Oost, in combinatie met een
te leggen tunnel onder de spoorlijn Deventer-Zutphen. Voor de locatie Oxerveld
ligt dit anders. Deze locatie kan slechts indirect ontsloten worden via de
afrit Deventer-Oost, in combinatie met een aan te leggen verbindingsweg van
circa 3 km, die dan door het landgoed Oxe zou lopen. Een andere optie zou
zijn het realiseren van een extra af- en oprit van de A1. In beide opties
geldt, dat slechts sprake zal zijn van een eenzijdige ontsluiting van het
bedrijventerrein Oxerveld. Het realiseren van een tweezijdige ontsluiting
is slechts mogelijk door het aanleggen van een verbindingsweg vanaf het bedrijventerrein
tot de afrit Bathmen. Deze afrit is gesitueerd aan de oostzijde van het dorp.</al>
      <al>Ontsluiting van de locaties Posterenk en Bathmen-zuid, die ook bij het
onderzoek van de stedendriehoek betrokken waren, is mogelijk via respectievelijk
de bestaande afritten Twello/Wilp en de afrit Bathmen. Hoewel op dit moment
geen ramingen voorliggen van de kosten van de benodigde infrastructuur in
de diverse opties is het op voorhand duidelijk dat de ontsluitingskosten bij
een bedrijventerrein Oxerveld aanzienlijk hoger zullen uitvallen dan bij een
bedrijventerrein Epse-noord. Daarnaast zijn er in het geval van het Oxerveld
de landschappelijke bezwaren in verband met de aanleg van een ontsluitingsweg
door het landgoed Oxe.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook om ongewenste automobiliteit zoveel mogelijk te voorkomen, valt de
ontwikkeling van Epse-noord te prefereren boven bijvoorbeeld het Oxerveld.
Juist door de ligging van Epse-noord aansluitend aan het stedelijk gebied
bestaat de mogelijkheid om een ontsluiting van het bedrijventerrein per openbaar
vervoer te realiseren, door aansluiting te zoeken bij bestaande
stads- en streeklijnen. Bij het Oxerveld is een dergelijke aansluiting moeilijker
te realiseren. De geringe afstand tussen met name Deventer en het bedrijventerrein
levert ook voordelen op ten aanzien van de ontsluiting per fiets. Gelet op
de ligging langs de spoorlijn Deventer-Zutphen is Epse-noord in beginsel te
ontsluiten via spoor. Omdat het spoor aan de andere kant van de A1 loopt zal
dit wel enige investeringen vergen. Ontsluiting via water is niet mogelijk
omdat het bedrijventerrein niet direct aan water is gelegen. Mede vanwege
het regionale karakter van het te ontwikkelen bedrijventerrein zal een deel
van de werknemers niet uit Deventer afkomstig zijn. Desondanks kan, in verband
met de betere ontsluitingsmogelijkheden met het openbaar vervoer en omdat
een deel van de werknemers wel uit Deventer afkomstig zal zijn, niet gesteld
worden dat daardoor het argument «beperken van de mobiliteit»
niet meer te handhaven is, zoals de leden van de fractie van het CDA stelden. </al>
      <tuskop letat="vet">4. Regionaal karakter en beoogde aard van de bedrijvigheid</tuskop>
      <al>De leden van de CDA-fractie vroegen wat de betekenis is van het begrip
regionaal bedrijventerrein. Zij wilden weten waarom 2 en niet 3 regionale
bedrijventerreinen nodig zijn. Voorts vroegen zij wat het regionale karakter
van het bedrijventerrein rond Deventer is en waarom dit regionale karakter,
zo het er is, niet op het Oxerveld kan worden gerealiseerd. De leden van de
fractie van GroenLinks betreurden dat in de toelichting bij de behoefte van
de gemeente Deventer aan ruimte voor bedrijvigheid niet het volledige stadsgewest
Apeldoorn–Deventer–Zutphen is betrokken. Ook de locatie De Kar
diende volgens deze leden hierbij te worden betrokken. Zij vroegen hoe de
wens van ontwikkeling van Epse-noord zich verhoudt tot het ABC-locatiebeleid
en of de gemeente Deventer voornemens is eisen te stellen aan de aard van
de bedrijvigheid in Epse-noord. Deze leden vroegen ook in hoeverre het beschikbare
arbeidsaanbod in Deventer overeenkomt met de beoogde aard van de bedrijvigheid,
te weten media, grafische industrie, agro-business, zakelijke dienstverlening
en metaal. Zij wilden weten in hoeverre de gemeente Deventer investeert in
het terugdringen van de werkloosheid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het stadsgewest typeert bedrijventerreinen als regionaal vanwege het hoogwaardige
karakter ervan, en vanwege de uitstraling voor het gehele stadsgewest. Het
is niet zo dat de behoefte aan stadsgewestelijke bedrijventerreinen alleen
of voor het grootste deel zou voortvloeien uit de vestiging van bedrijven
van buiten de regio. Het gaat om bedrijven die een kwalitatief hoogwaardige
vestigingsplaats zoeken in de regio stedendriehoek, gerelateerd aan de gunstige
ligging van de stedendriehoek. De reden waarom niet gekozen is voor een derde
regionaal bedrijventerrein in Zutphen is dan ook in hoofdzaak gelegen in het
feit dat Zutphen niet ligt langs de internationale transportas A1. De aanduiding
«regionaal bedrijventerrein» ziet derhalve niet zozeer op de invulling
van het terrein, maar veeleer op het feit, dat in regionaal verband (stadsgewest
stedendriehoek) afspraken zijn gemaakt over het al dan niet ontwikkelen van
de betreffende bedrijventerreinen, die gericht zijn op het accommoderen van
bedrijven die niet specifiek op een bepaalde stad zijn gericht. De samenwerking
in de stedendriehoek heeft geresulteerd in een ontwikkelingsperspectief van
twee regionale bedrijventerreinen in het stadsgewest. Bij de behoefte aan
bedrijfsterrein is niet de bedrijventerreinbehoefte van het gehele stadsgewest
betrokken, omdat het stadsgewest zelf juist heeft gekozen voor twee regionale
bedrijventerreinen. De betrokken partijen onderschreven een evenwichtige ruimtelijke
ontwikkeling, waarbij geen onevenredig zware claims gelegd worden bij een
van de centrumgemeenten. Zoals reeds vermeld in de memorie van
toelichting is De Kar niet voor alle bedrijven als vestigingsplaats aantrekkelijk,
omdat daar de aansluiting op het betreffende cluster ontbreekt van de voor
Deventer kansrijke clusters, te weten: media, grafische industrie, agro-business,
zakelijke dienstverlening en metaal.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de segmentering van het te ontwikkelen bedrijventerrein Epse-noord
zal mede in verband met het regionale karakter niet specifiek aansluiting
gezocht worden bij het aanwezige arbeidspotentieel in Deventer. De Deventer
beroepsbevolking is door het industriële verleden van de stad relatief
laag opgeleid. De acquisitie van nieuwe bedrijven richt zich echter niet uitsluitend
op het aantrekken van laagwaardige werkgelegenheid. Voor het verbeteren van
het scholingsniveau van de Deventer beroepsbevolking is in 1999 een scholingsoffensief
gestart. Het doel daarvan is om met behulp van een scala aan om-, her- en
bijscholingsactiviteiten het niveau van werkenden en werkzoekenden op een
hoger niveau te brengen. Ook vanuit het grotestedenbeleid is het hebben van
een adequaat aanbod van bedrijventerreinen één van de middelen
om de sociaal-economische structuur van de betreffende steden (waaronder Deventer)
te versterken. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het kader van de Vinex is, met het oog op de bereikbaarheid en het
mileu, een locatiebeleid ontwikkeld voor bedrijven en voorzieningen, uitgaand
van een bereikbaarheids- en mobiliteitsprofiel. Het beleid heeft betrekking
op het beperken van (vermijdbaar) woon-werkverkeer per auto. In termen van
het thans geldende locatiebeleid moet Epse-noord inderdaad worden gekwalificeerd
als C-locatie. De vraagstelling suggereert enigszins als zou de ontwikkeling
van een C-locatie niet in overeenstemming met het locatiebeleid zijn. Dit
is echter geenszins het geval. Het locatiebeleid is er op gericht om het «juiste
bedrijf op de juiste plaats» te krijgen. Er zijn vele bedrijven die
in termen van het locatiebeleid een C-profiel hebben en dus in principe gevestigd
moeten worden op bedrijventerreinen die als zodanig te boek staan, zoals bijvoorbeeld
auto-afhankelijke bedrijven. In het op te stellen bestemmingsplan voor het
bedrijventerrein Epse-noord zal daarmee rekening moeten worden gehouden. </al>
      <tuskop letat="vet">5. Relatie met het Oxerveld</tuskop>
      <al>De leden van de fracties van PvdA, CDA, D66, GroenLinks, SGP, GPV en RPF
stelden diverse vragen over de relatie met het Oxerveld, mede in relatie tot
het in de Tweede Kamer aangenomen amendement-Kamp (kamerstukken II, 1997/98,
25 653, nr. 11).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de parlementaire stukken bij en de behandeling van het wetsvoorstel
tot gemeentelijke herindeling van Deventer, Diepenveen en Bathmen, onder meer
in de nota naar aanleiding van het verslag (kamerstukken II, 1997/98, 25 653,
nr. 7) is het Oxerveld aan de orde geweest. Daarin is reeds gesteld dat voor
Epse-noord nadrukkelijk een rol wordt gezien bij de invulling van de bedrijventerreinbehoefte
van de gemeente Deventer. Bij de behandeling van dit wetsvoorstel is het amendement-Kamp
ingediend en aanvaard waardoor enerzijds de gemeente Bathmen bleef voortbestaan
en anderzijds het Oxerveld volledig van de gemeente Bathmen naar de gemeente
Deventer overging. Aan een aangenomen motie van de leden Hoekema en Liemberg,
waarin werd gekozen de gemeente Bathmen te betrekken bij een volgend herindelingsvoorstel
in Overijssels verband, lag onder meer de overweging ten grondslag dat toevoeging
van Epse-noord aan Deventer in procedure was (kamerstukken II 1997/98, 25 653,
nr. 12). De toenmalige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mevrouw Van
de Vondervoort, heeft in het debat met de Tweede Kamer de bezwaren aangegeven
met betrekking tot de locatie Oxerveld en heeft gesteld ervan
uit te gaan dat het mogelijk is de grenscorrectie Epse-noord ten gunste van
de gemeente Deventer af te ronden. De afweging betrof dus Bathmen en het Oxerveld,
en niet Epse-noord en het Oxerveld. Duidelijk was, dat Epse-noord in ieder
geval aan Deventer toegevoegd zou moeten worden. Door het aannemen van het
amendement-Kamp is het Oxerveld als optie in beeld gebracht voor een latere
fase, d.w.z. na realisatie van het bedrijventerrein Epse-noord. Het was ook
toen duidelijk, dat Epse-noord de voorkeurslokatie was. In de Eerste Kamer
is dit ook uitdrukkelijk gesteld in de memorie van antwoord (kamerstukken
I, 1997/98, 25 653, nr. 273b, pag. 8).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het kader van het opstellen van de ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor
het stadsgewest stedendriehoek is onderzoek gedaan naar de meest gewenste
locatie voor een (regionaal) bedrijventerrein in het oostelijk deel van het
stadsgewest. Ook het Oxerveld is bij dit onderzoek betrokken. Op basis van
een planologische verkenning van de zone langs de A1 tussen Twello en Bathmen
zijn drie in aanmerking komende locaties geselecteerd en verder onderzocht,
namelijk de locaties Posterenk, Epse-noord en Bathmen-Zuid. Uit deze studie
kwam Epse-noord als veruit de meest geschikte locatie voor een hoogwaardig
bedrijventerrein naar voren en Bathmen-zuid als minst geschikte locatie. Ook
de gemeente Deventer kiest voor Epse-noord. Belangrijke argumenten voor die
keuze zijn de bereikbaarheid van het terrein, waarop ik hiervoor ben ingegaan,
en de ligging aansluitend aan bestaand stedelijk gebied (compacte stad-gedachte).
Alle andere mogelijke locaties liggen verder van de stad verwijderd. De groei
van de automobiliteit zal bij ontwikkeling van Epse-noord geringer zijn dan
bij de andere locaties. De marktverwachtingen voor de locatie Epse-noord zijn
hoog. Doordat de locatie Epse-noord nu reeds door belangrijke infrastructuur
wordt omsloten, zullen de visuele effecten minder zijn en is er minder toename
van milieuhinder dan bij andere locaties.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de locatie Oxerveld is een aantal kanttekeningen te plaatsen op het
gebied van bereikbaarheid, ecologisch-landschappelijke kwaliteiten van het
gebied en het ontbreken van een relatie met de stad. In het kader van het
op te stellen structuurplan voor de gemeente Deventer (na toevoeging Oxerveld)
zal de locatie Oxerveld echter opnieuw worden overwogen met betrekking tot
de ontwikkeling van bedrijventerrein na Epse-noord en Colmschate-noord. Alternatieve
locaties die wellicht in aanmerking komen, zijn kleinere inbreidingslocaties
en verdere uitbreiding van Colmschate-noord. Deze locaties moeten echter nog
nader worden onderzocht op hun geschiktheid als bedrijventerrein. Ook zou –
los van de vraag of een bedrijventerrein op de locaties Posterenk of Oxerveld
als corridor-ontwikkeling moet worden gezien – door de stedendriehoek
gekozen kunnen worden Posterenk te ontwikkelen als regionaal bedrijventerrein.
Er zijn binnen het grondgebied van de gemeente Deventer geen alternatieve
locaties voor het Oxerveld gelegen aan de A1. Deze alternatieven zullen daardoor
kwalitatief minder hoogwaardig zijn. Van een afwijzing van het Oxerveld, zoals
de leden van de CDA-fractie stellen, is daarom geenszins sprake. In de vorige
paragraaf is ingegaan op de behoefte aan bedrijventerrein van de gemeente
Deventer. Daaruit blijkt dat na realisatie van Colmschate-noord en Epse-noord
nog additionele locaties ontwikkeld moeten worden. Ik ben dan ook niet voornemens
voorstellen te doen het Oxerveld bij een andere gemeente in te delen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de vragen van de leden van de fracties van de PvdA, het GPV en de RPF
wordt een relatie gelegd tussen de ontwikkeling van Epse-noord en corridorontwikkeling.
Hieromtrent merk ik het volgende op. Het beleid ten aanzien van zogeheten
corridors zal worden vormgegeven in de uit te brengen Vijfde Nota Ruimtelijke
Ordening en is dus nog in ontwikkeling. In dit verband kan wel
genoemd worden de opvatting van de VROM-raad omtrent een dergelijke ontwikkeling
in het advies «stedenland plus», ook genoemd in het regeerakkoord.
Volgens de VROM-raad dient een corridor-ontwikkeling duidelijk complementair
te zijn in die zin, dat corridor-ontwikkeling als verstedelijkingsconcept
slechts dan in beeld dient te komen wanneer binnen de bestaande stad of regio
geen plek meer is voor de betreffende ruimtevraag, die aan de vereiste kwaliteiten
voldoet. In casu is die plek in de directe nabijheid van de stad er wel, namelijk
Epse-noord. Epse-noord past binnen de compacte stad-gedachte. De locatie sluit
immers aan op bestaand stedelijk gebied. De locatie Oxerveld sluit niet aan
op het bestaande stedelijk gebied en de ontwikkeling van deze locatie zal
eerder worden beschouwd als een corridor-ontwikkeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het rapport van de Grontmij van december 1996, waarnaar door de leden
van de CDA-fractie wordt verwezen, handelt over het «werklandgoed Oxerveld».
Het rapport is destijds opgesteld in opdracht van de gemeente Bathmen. Het
ging uit van de realisatie van een langgerekt en extensief ingericht bedrijfsterrein
van circa 350 ha. Daarvan was circa 270 ha al gelegen op Deventer grondgebied
en 80 ha zou in de visie van de gemeente Bathmen over moeten gaan van Bathmen
naar Deventer. Bij het door Bathmen destijds voorgestelde concept zijn meerdere
kanttekeningen te plaatsen. Enerzijds komen die overeen met de zojuist genoemde
kanttekeningen bij de locatie Oxerveld (ontsluiting, landschappelijke waarden
van het gebied en het ontbreken van een relatie met de stad), anderzijds hebben
die te maken met de voorgestelde inrichting van het gebied. Doordat werd uitgegaan
van een extensief bedrijventerrein zou er sprake zijn van een groot ruimtebeslag
en inefficiënt ruimtegebruik.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een milieu-effectrapportage met betrekking tot de locatie Epse-noord is
in het kader van de grenscorrectie nog niet aan de orde. Pas bij het vaststellen
van een ruimtelijk plan dient een milieueffect rapportage te worden vastgesteld.
Het opstellen van een dergelijk rapport dient dan te geschieden door het bevoegd
gezag van het te ontwikkelen gebied. Vanzelfsprekend zal het gemeentebestuur
van Deventer aan dit vereiste moeten voldoen. </al>
      <tuskop letat="vet">6. Groene bufferzone</tuskop>
      <al>De leden van de PvdA-fractie vroegen aan te geven op welke wijze recht
zal worden gedaan aan het verzoek, dat er een redelijke afstand behoort te
blijven tussen het nieuw te bebouwen terrein en de woonkern Epse. Tevens vroegen
zij welke garanties gegeven kunnen worden over de handhaving van een groene
zone tussen het bedrijventerrein Epse-noord en het dorp Epse na overgang van
het gebied naar de gemeente Deventer, mede in verband met de functie van ecologische
verbindingszone van dit gebied. De leden van de CDA-fractie vroegen welke
mogelijkheden in de wet zijn opgenomen om te bewerkstelligen dat de afstand
tussen Epse en de te realiseren bedrijven minimaal 200 meter moet bedragen.
Zij wilden weten hoe de voorziene groene buffer tussen het bedrijventerrein
en Epse wordt ingevuld. De leden van de fractie van GroenLinks vroegen of
onderbouwd kon worden waarom de 200 meter als een «zeer ruime buffer»
wordt beoordeeld. Zij vroegen tevens of nader kan worden ingegaan op de nadelige
effecten van de ontwikkeling van Epse-noord voor de inwoners van het dorp
Epse. De leden van de SGP-fractie vroegen of de gemeente Deventer zich al
bereid heeft verklaard een bufferzone op te nemen in het bestemmingsplan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om nadelige effecten van het bedrijventerrein op het dorp Epse te vermijden
dient er een zekere afstand te zijn tussen de woonbebouwing van
het dorp Epse en het aan te leggen bedrijventerrein. In deze afstand wordt
voorzien door enerzijds de strook die tussen het ingevolge deze grenscorrectie
overgaande gebied en de kern Epse ligt, en anderzijds doordat bij de ontwikkeling
van het bedrijventerrein op het overgaande gebied zal worden voorzien in een
bufferzone. De exacte breedte en invulling van de bufferzone is op dit moment
nog niet bekend. Het uiteindelijk vaststellen van de bufferzone, voor zover
deze op het toekomstige grondgebied van de gemeente Deventer is gelegen, dient
plaats te vinden in het op te stellen bestemmingsplan van de gemeente Deventer.
De VNG-uitgave «bedrijven en milieuzonering» geeft gemeenten model-richtlijnen
welke gehanteerd kunnen worden bij de milieuzonering om een goed woon- en
leefmilieu te waarborgen. Deze richtlijnen worden ook door de gemeente Deventer
gehanteerd. Op basis van dit stelsel wordt de afstand tussen bedrijven en
woonbebouwing per bedrijfstype bepaald aan de hand van de milieu-aspecten
(geur, stof, geluid en gevaar) van het betreffende bedrijfstype. Bij de inrichting
van het bedrijventerrein zal in dat kader bijzondere aandacht worden besteed
welke bedrijven aan de zuidrand van het terrein zullen worden gesitueerd.
Naar ik heb begrepen bestaat bij het gemeentebestuur van Deventer ten aanzien
van Epse-noord de bereidheid om complementair aan de milieuzonering een bufferzone
op te nemen in het bestemmingsplan. Dit plan en derhalve ook de omvang van
de bufferzone zal enerzijds in het kader van de goedkeuringsprocedure bestuurlijk
worden getoetst door het provinciebestuur van Overijssel en anderzijds bestaat
de mogelijkheid van rechterlijke toetsing. Bij de nadere invulling van het
bedrijventerrein zal getracht worden eventuele negatieve effecten voor het
woonmilieu van de kern Epse zo veel mogelijk te vermijden. Ik heb er alle
vertrouwen in dat door een te hanteren systeem van milieuzonering in combinatie
met een bufferzone, voldoende waarborgen worden geboden dat de ontwikkeling
van Epse-noord geen ernstige nadelige effecten voor het dorp Epse met zich
mee zal brengen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De leden van de fracties van D66 het GPV en de RPF vroegen waarom de bufferzone
tussen de kern van Epse en het bedrijventerrein door middel van deze grenswijziging
op het grondgebied van Deventer gesitueerd wordt. Zoals hiervoor opgemerkt
hangt de benodigde breedte en invulling van de bufferzone nauw samen met de
invulling van het bedrijventerrein. Het is daarom van belang dat de gemeente
die is belast met de ontwikkeling van het bedrijventerrein ook directe invloed
heeft op de omvang en invulling van de bufferzone in het kader van het vast
te stellen bestemmingsplan. </al>
      <tuskop letat="vet">7. Positie gemeente Bathmen</tuskop>
      <al>De leden van de PvdA-fractie vroegen of ook de nog te nemen beslissing
omtrent de toekomst van Bathmen bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel
een rol heeft gespeeld en of andere mogelijkheden met betrekking tot de ontwikkeling
van bedrijventerreinen in dit gebied voldoende bekeken zijn. Tevens vroegen
zij de regering toe te lichten hoe de gewenste samenhang tussen de herindelingen
in de regio en de mogelijke grenscorrecties, bijvoorbeeld de positie van Bathmen,
zeker wordt gesteld. Ook de leden van de CDA-fractie vroegen de regering uitvoerig
in te gaan op de relatie tussen de ontwikkelingen rond Bathmen en de nu voorgestelde
grenscorrectie en welke mogelijkheden daardoor worden afgesneden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Er bestaat op dit moment nog geen zicht op het eindperspectief voor de
gemeente Bathmen. In het debat over het wetsvoorstel gemeentelijke herindeling
van Twente (kamerstukken II, 1998/99, 26 353) is hierover uitgebreid
gesproken. Ik heb in dat kader gemeld dat ik in de loop van dit jaar
in overleg met het provinciebestuur mij een oordeel zal vormen over de toekomst
van Bathmen. Op 17 juni jl. heb ik over dit onderwerp overleg gevoerd met
gedeputeerde staten van Overijssel. Op dit moment kan ik melden dat het provinciebestuur
bereid is, nadat het wetsvoorstel herindeling Twente door de Eerste Kamer
is aanvaard, aan een nieuwe procedure ten aanzien van Bathmen haar medewerking
te verlenen. Bij de voorbereiding van de voorstellen in het herindelingsproces
zullen de diverse betrokken partijen opnieuw hun inbreng hebben. Gelet op
de nog te volgen procedure wil en kan ik niet op de uitkomst daarvan vooruitlopen.
De mogelijkheden met betrekking tot een wijziging in de bestuurlijke indeling
van de gemeente Bathmen zijn als gevolg van de verschillende besluitvormingstrajecten
relatief beperkt. Ik sluit op voorhand geen van de denkbare varianten, die
in de te volgen procedure aan de orde kunnen komen, uit. Door dit wetsvoorstel
worden in ieder geval geen mogelijkheden afgesneden. Een mogelijke beslissing
ten aanzien van de toekomst van de gemeente Bathmen heeft bij de totstandkoming
van dit wetsvoorstel verder geen rol gespeeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar mijn mening zijn de mogelijkheden met betrekking tot de ontwikkeling
van bedrijventerreinen in dit gebied voldoende onderzocht. In het voorgaande
ben ik uitgebreid ingegaan op de verschillende aan de orde zijnde opties.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</functie>
        <naam>A. Peper </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>