﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26448-55/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST63263</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 448</nummer>
      <naam>Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>55</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage, <datum>11 september 2002</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens het ordedebat van 3 september jl. heeft mevrouw Verburg (CDA)
mij verzocht om te reageren op artikelen in Elsevier en Trouw over het functioneren
van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Tevens vroeg zij
mij in te gaan op de vraag hoe ik ervoor zal zorgen dat het UWV optimaal gaat
functioneren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met deze brief voldoe ik aan de verzoeken van mevrouw Verburg.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De publicaties in Elsevier en Trouw zijn voornamelijk gebaseerd op de
in opdracht van het UWV uitgevoerde nulmeting. Deze nulmeting heeft mijn ambtsvoorganger
met een brief van 28 juni 2002 aan de Kamer aangeboden (Kamerstukken 2001–2002,
26 448, nr. 47). Naar aanleiding hiervan heeft op 3 juli 2002 een Algemeen
Overleg met de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid plaatsgevonden
(Kamerstukken 2001–2002, 26 448, nr. 51).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Algemeen Overleg op 3 juli had voornamelijk een procedureel karakter.
Op de inhoud van de nulmeting is – behoudens de achterstanden in de
uitvoering van de WAO – niet nader ingegaan. Het is uiteraard van belang
om zicht te hebben op de aard van de specifieke risico's.</al>
      <tuskop letat="vet">Nulmeting</tuskop>
      <al>Volgens de nulmeting hebben de risico's bij het UWV onder meer betrekking
op:</al>
      <al>• de haalbaarheid van doelstellingen; de startsituatie van het UWV
is minder rooskleurig dan werd aangenomen, er is onvoldoende zekerheid over
de omvang van achterstanden door de hantering van verschillende definities,
de kwaliteitsdoelstellingen staan onder druk door onhanteerbare definities
ten aanzien van rechtmatigheid, op termijn kan sprake zijn van schaalnadelen
door de gekozen divisiestructuur, de UWV-werkzaamheden zijn onvoldoende binnen
de keten van werk en inkomen gepositioneerd, er is sprake van
gebrek aan ICT-ondersteuning in relatie tussen CWI, UWV en gemeenten, de verwevenheid
van UWV-USZO met ABP bemoeilijkt de integratie van werkprocessen, de voorbereiding
op de Wet verbetering Poortwachter is onvoldoende en UWV heeft onvoldoende
tijd genomen voor een eenduidige invoering van CBBS;</al>
      <al>• de sturing en beheersing; de managementinformatie is onvoldoende
betrouwbaar, het UWV besteedt onvoldoende aandacht aan de doelstellingen voor
2002 en er bestaat gebrek aan inzicht van de invulling van de efficiencytaakstelling;</al>
      <al>• het juridisch vlak; een centrale contractenadministratie ontbreekt;</al>
      <al>• het fiscaal vlak; er is sprake van een onjuiste verwerking van
samenloop van uitkeringen bij UWV-Cadans, er is sprake van een onjuiste verwerking
van grensoverschrijdende uitkeringen, er is sprake van onjuiste voorschotbetaling
loonbelasting en premies en er is sprake van openstaande geschilpunten met
de Belastingdienst;</al>
      <al>• het financieel vlak; er doen zich risico's voor ten aanzien van
verstrekking van niet juist vastgestelde uitkeringen, de doelstellingen ten
aanzien van vermindering van de uitkeringsdebiteuren zijn onvoldoende geoperationaliseerd
en de inrichting van het invorderingsproces is onvoldoende;</al>
      <al>• de huisvesting; er is onvoldoende zicht op opleveringseisen, er
is sprake van rigide huurtermijnen en substantiële afkoopsommen en de
administratie van de huisvestingscontracten is onvoldoende;</al>
      <al>• de ICT; er is sprake van onvoldoende aansluiting van systemen met
de toekomstige UWV-organisatieprocessen, er is sprake van onvoldoende aandacht
voor impact van het wetsvoorstel Walvis op ICT-infrastructuur, er is sprake
van onvoldoende informatie over onderhoudbaarheid van systemen, de gegevensuitwisseling
tussen voormalige uitvoeringsinstellingen voldoet niet en de registratie van
ICT-contracten is versnipperd;</al>
      <al>• de veranderstrategie en organisatie van het veranderproces; er
is onvoldoende centrale regie op het veranderproces, er is sprake van risico's
van verkokering van het veranderproces en er is onvoldoende aandacht voor
de impact van het wetsvoorstel Walvis op de veranderstrategie;</al>
      <al>• de programma's en projecten: er is sprake van een onbeheersbare
projectenportfolio.</al>
      <tuskop letat="vet">Verantwoordelijkheid UWV</tuskop>
      <al>De aard van de risico's waarmee het UWV wordt geconfronteerd, vraagt om
een realistische aanpak waarbinnen te nemen maatregelen en tijdpaden duidelijk
benoemd zijn. Een door de Raad van Bestuur van het UWV ingestelde stuurgroep
is verantwoordelijk voor het op zo kort mogelijke termijn treffen van maatregelen
die de in de nulmeting onderkende risico's voorkomen c.q. beheersen. Ter voorbereiding
van de stuurgroepacties is de nulmeting omgevormd tot een actieplan. Aan ieder
in de nulmeting vermeld risico zijn acties gekoppeld en daaraan is een verantwoordelijke
UWV-manager toegewezen. De acties worden ingebed in de reguliere planning-
en controlcyclus van het UWV.</al>
      <al>Op 27 augustus jl. heb ik kennis gemaakt met de Raad van Bestuur van het
UWV. Dit overleg heb ik benut om met de Raad van Bestuur het functioneren
van het UWV te bespreken. Uitkomst van het overleg is dat het UWV met mij
op een aantal concrete onderwerpen heldere afspraken heeft gemaakt over te
ondernemen acties, te behalen resultaten en de daarvoor geldende termijnen.
Dit geldt onder meer voor het wegwerken van de bestaande achterstanden, de
aanpak van de openstaande posten en de betrouwbaarheid van gegevens in het
kader van het financieel beheer. Zo zal volgens de Raad van Bestuur van het
UWV een aanzienlijk deel van de achterstanden aan het einde van
2002 zijn weggewerkt en zal het financieel beheer dit jaar op orde zijn. Voor
een deel van de in de nulmeting genoemde risico's heb ik inmiddels afspraken
gemaakt met het UWV.</al>
      <al>De overige onderdelen zullen door het UWV vastgelegd dienen te worden
in het jaarplan van het UWV voor 2003.</al>
      <tuskop letat="vet">Marsroute kwaliteitsverbetering</tuskop>
      <al>De verbetering van de kwaliteit van de uitvoering is één
van de belangrijkste thema's voor de komende jaren. Genoemde nulmeting is
daarbij een belangrijk vertrekpunt. De problematiek is omvangrijk. De afgelopen
jaren werden gekenmerkt werden door onduidelijkheid over de definitieve inrichting
van de uitvoeringsorganisatie. Daardoor zijn noodzakelijke investeringen in
mensen en materiaal deels uitgebleven. De start van het UWV per 1 januari
2002 schept duidelijkheid over de inrichting van de uitvoering en maakt het
mogelijk voluit te gaan werken aan de oplossing van de risico's. Het UWV moet
hiertoe de gelegenheid krijgen om zo de voordelen die aan de UWV-vorming zijn
verbonden ook te bereiken. Duidelijkheid in de uitvoering acht ik van groot
belang. Daarmee komt de vraag op of de keuze voor de vorming van het UWV binnen
SUWI een juiste is geweest. Een nieuwe discussie over de structuur van de
uitvoering draagt echter niet bij aan de kwaliteit van de uitvoering in de
komende jaren.</al>
      <al>De bouw van het UWV vergt een lange termijn aanpak. Hiervoor is een periode
van 5 jaar uitgetrokken. In deze periode zullen de geschetste risico's successievelijk
aangepakt worden en zal het UWV kwaliteitsverbetering moeten realiseren. Dit
impliceert echter wel dat meer indringend het pad van verbetering in de kwaliteit
moet worden vastgesteld en gemonitord. Daarbij gaat het om het afspreken van
eenduidige prestatieverbeteringen volgens een vooraf vastgesteld tijdpad.
Een strikt ingevulde Planning- en Controlcyclus met jaarplan, jaarbudget en
kwartaalverantwoording is hiervoor absoluut noodzakelijk. De Raad van Bestuur
zal zich hieraan in de komende maanden voluit moeten verbinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de actuele stand van zaken in de uitvoering zal ik de Kamer in het
kader van de begrotingsbehandeling van SZW infomeren.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
        <naam>A. J. de Geus</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>