﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26263-55/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.11" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST41231</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 263</nummer>
      <naam>Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport 1999–2003</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>55</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag,  <datum>15 oktober 1999</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Referte de motie van Heemst c.s. (TK 1998–1999, 26 263, nummer
14) waarin de Kamer vraagt om informatie over de wijze waarop het Rijk van
zijn kant de coördinatie invult tussen de eerste fase van het nieuwe
sleutelproject Rotterdam CS met HSL-Zuid en RandstadRail bericht ik u als
volgt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inderdaad heeft de besluitvorming voor het mogelijk toekomstige tracé
van RandstadRail en de sporen-lay-out van de zware rail (inclusief HSL-Zuid)
duidelijk invloed op de inhoud van het te ontwikkelen sleutelproject Rotterdam
CS. Integrale besluitvorming zal naar verwachting een duidelijke meerwaarde
opleveren.</al>
      <al>Daartoe hebben de gemeente Rotterdam en het Rijk in juni 1999 een overeenkomst
gesloten om in de periode tot 1 november 1999 gezamenlijk een zogenaamde «fact-finding
fase» voor het sleutelproject Rotterdam te doorlopen, waarbij alle van
belang zijnde elementen worden meegenomen.</al>
      <al>Deze factfinding moet partijen houvast bieden om vervolgens in een Intentieovereenkomst
de gezamenlijke uitgangspunten voor het in 2000 op te stellen Masterplan Rotterdam
CS vast te stellen.</al>
      <al>De factfinding wordt uitgevoerd door een operationele projectgroep met
vertegenwoordigers van de gemeente Rotterdam, het Rijk en van de projectdirecties
RandstadRail en HSL-Zuid.</al>
      <al>De Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland
treedt op als rijksvertegenwoordiger in het bestuurlijk overleg met Rotterdam,
met name via de stuurgroep NSP-Rotterdam CS. Hij zorgt voor afstemming tussen
de betrokken departementen en bewaakt daarbij de integratie tussen Rotterdam
CS, RandstadRail en HSL-Zuid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor het benoemen van de uitgangspunten voor RandstadRail, en daarmee
ook voor het afronden van de factfinding van Rotterdam CS, is ook het uit
te brengen nader advies van de stuurgroep RandstadRail van essentieel belang.
In deze stuurgroep zijn de stadsregio Rotterdam en het stadsgewest Haaglanden,
de Provincie Zuid-Holland en het Rijk bestuurlijk vertegenwoordigd.
Deze stuurgroep zal naar verwachting op 17 november 1999 het nadere concept-advies
vaststellen waarna het zal worden voorgelegd aan de onderliggende gemeenten.</al>
      <al>Begin november a.s. zal het ambtelijk advies inzake de sporen-lay-out
van de zware rail (inclusief aanlanding HSL-Zuid) beschikbaar zijn. Op basis
daarvan wil ik vervolgens zo snel mogelijk een keuze voor de gewenste sporen-lay-out
doen. Ook op dit onderdeel kan dan de factfinding worden afgerond en kunnen
duidelijke uitgangspunten afgesproken worden voor het in 2000 op te stellen
Masterplan Rotterdam CS.</al>
      <al>Uiteraard zal de besluitvorming moeten passen binnen de financiële
kaders van het Rijk.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>T. Netelenbos</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>