Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201826150 nr. 166

26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties

Nr. 166 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2017

Zoals op 5 oktober jl. tijdens het algemeen overleg over de situatie in Venezuela toegezegd, informeert het kabinet u hierbij over de 36e zitting van de Mensenrechtenraad die plaatsvond van 11-29 september j.l.

Tijdens deze zitting werd onder leiding van Nederland een resolutie ingediend over een internationaal onafhankelijk onderzoek naar alle schendingen van mensenrechten en oorlogsrecht in Jemen. Gedurende de drie jaar van het Nederlandse lidmaatschap was Jemen een topprioriteit en was steeds de inzet opvolging te geven aan de oproep van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Zeid een onafhankelijk internationaal onderzoek in te stellen naar de verslechterende situatie in Jemen.

Nederland is daarom verheugd dat de Mensenrechtenraad in Genève in deze zitting met consensus een sterke resolutie heeft aangenomen, die voorziet in de oprichting van een groep van eminente internationale en onafhankelijke experts die alomvattend onderzoek zal gaan doen naar alle schendingen van mensenrechten en internationaal humanitair recht in Jemen. Dit is een belangrijke stap op weg naar gerechtigheid voor de bevolking van Jemen. Ook hoopt Nederland dat het instellen van het internationaal onderzoek een preventief effect zal hebben en dat de strijdende partijen in Jemen meer aandacht zullen besteden aan bescherming van de Jemenitische burgerbevolking. Dankzij de inzet van een kerngroep van landen bestaande uit Canada, Ierland, Luxemburg, België en een leidende rol van Nederland kon dit goede resultaat worden bereikt. Gedurende de Mensenrechtenraad is intensief en constructief onderhandeld met leden van de Arabische Groep om tot consensus te komen zonder dat Nederland de basisprincipes van een dergelijk alomvattend internationaal onderzoek – onafhankelijk, internationaal, geloofwaardig, rapporterend aan de mensenrechtenraad – hoefde te verzwakken.

De uiteindelijke consensusresolutie houdt alle voor Nederland belangrijke elementen overeind: 1) Een onafhankelijke groep van eminente internationale en regionale experts zal onderzoek doen naar alle vermeende schendingen in Jemen sinds september 2014; 2) Het mandaat is gericht op onderzoek naar schendingen van zowel de mensenrechten als humanitair oorlogsrecht; 3) Waar mogelijk zullen verantwoordelijken worden geïdentificeerd; 4) De resultaten van hun onderzoek zullen via de Hoge Commissaris in de Mensenrechtenraad besproken worden in een interactieve dialoog; 5) De groep van experts zal algemene aanbevelingen kunnen doen teneinde de mensenrechtensituatie te verbeteren en zo nodig kunnen zij advies geven over toegang tot rechtspraak, accountability en verzoening; 6) De groep van experts zal in nauw contact staan met Jemenitische autoriteiten, VN instanties en regionale organisaties.

Alle partijen bij het conflict kunnen worden aangesproken op de mate waarin zij medewerking verlenen en toegang bieden aan de internationale onderzoekers. Het feit dat het mandaat in een consensusresolutie werd opgenomen, maakt dat alle partijen zich duidelijk committeren om mee te werken aan de implementatie van de resolutie. Hier kunnen deze landen ook op aangesproken worden. Nederland werd door veel landen en internationale NGO’s geprezen om de moed en standvastigheid die nodig was om dit resultaat te bereiken.

Het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten zet alles in het werk om tot een snelle start van de werkzaamheden van de groep van eminente experts te komen. Het proces van implementatie zal de komende maanden nauwgezet door Nederland worden gevolgd en aangemoedigd. Uw Kamer zal worden geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek.

Naast Jemen heeft Nederland in nationale verklaringen ook aandacht gevraagd voor de mensenrechtensituaties in o.a. Myanmar, Syrië, Zuid-Soedan, Burundi, Oekraïne, Democratische Republiek Congo (DRC), de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR), Libië en Somalië.

Ten aanzien van Syrië heeft Nederland zich onverminderd ingezet voor de veroordeling van het regime en andere strijdende groeperingen die ernstige schendingen van mensenrechten en/of internationaal humanitair recht plegen. De aangenomen Syrië-resolutie veroordeelt aanvallen op scholen en ziekenhuizen. Ook veroordeelt de resolutie in de sterkst mogelijke termen het gebruik van chemische wapens in Syrië. De resolutie spreekt ernstige zorgen uit over het vermeende gebruik van chemische wapens in Khan Sheikhoun, en kijkt uit naar het rapport van de Fact Finding Mission van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) dat hier naar verwachting uitsluitsel over zal geven. De resolutie roept landen op actief het International Impartial and Independent Mechanism (IIIM) voor Syrië te ondersteunen. De aangenomen resolutie besluit tot het opzetten van een high-level panel discussie met de onderzoekscommissie (Commission of Inquiry) over geweld tegen kinderen, inclusief aanvallen op scholen en ziekenhuizen, en over ontzegging van humanitaire hulp. Een rapport wordt voorzien voor de 38e sessie van de Mensenrechtenraad.

Ook Myanmar stond hoog op de agenda vanwege de ernstige mensenrechtenschendingen in Rakhine State. In maart 2017 kwam de Mensenrechtenraad overeen een mandaat in te stellen voor een Fact Finding Mission in Myanmar. Tijdens deze zitting is onder leiding van de EU besloten dit mandaat te verlengen tot september 2018 om meer tijd te hebben voor het doen van onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Rakhine State en de rest van Myanmar.

Ten aanzien van Burundi was Nederland voorstander van verlenging van het mandaat van de bestaande onderzoekscommissie (Commission of Inquiry). Het is belangrijk bij te dragen aan betere toegang van de internationale gemeenschap, zodat gewerkt kan worden aan tegengaan van straffeloosheid en herstel van de rechtsorde. Tegelijk zette Nederland zich, met de EU, in voor een consensustekst met de Afrikaanse groep, aangezien medewerking van en toegang tot Burundi essentieel is voor de effectiviteit van deze onderzoekscommissie. De posities lagen echter te ver uiteen. Voor Burundi zijn daarom uiteindelijk twee resoluties aangenomen. De resolutie van de Afrikaanse groep richt zich op technische assistentie, maar bevat belangrijke elementen, zoals herstel van samenwerking met het Kantoor van de Hoge Vertegenwoordiger van de Mensenrechten (OHCHR) en steun voor de door de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) geleide dialoog tussen overheid en oppositie in ballingschap. Op grond van deze resolutie zal een team van drie experts aan het OHCHR-kantoor in Bujumbura worden toegevoegd, met het mandaat informatie te verzamelen en die aan de Burundese autoriteiten voor te leggen. Voor de EU was tevens van belang dat het mandaat van de huidige onafhankelijke onderzoekscommissie werd voortgezet. Daarom besloot de EU een eigen resolutie in te dienen. Deze resolutie werd aangenomen waarmee het mandaat met één jaar is verlengd.

Tijdens de Mensenrechtenraad sprak ook de EU in de plenaire zittingen zorg uit over o.a. Rusland, China, Egypte, Myanmar, Turkije en ook Venezuela. Naast verklaringen van o.a de VS, de EU en Japan over Venezuela kwam ook de Lima-groep, bestaande uit 11 Latijns-Amerikaanse regeringen en Canada, met een gezamenlijke verklaring waarin zij de afbreuk van de democratie en mensenrechtenschendingen veroordeelden. De Minister van Buitenlandse Zaken van Venezuela, Jorge Arreaza, liet in de Mensenrechtenraad juist weten het rapport van de OHCHR, waarin mensenrechtenschendingen door de Venezolaanse veiligheidstroepen zijn vermeld, te verwerpen.

Op 10 mei 2017 nam het Koninkrijk der Nederlanden deel aan de Universal Periodic Review (UPR) over de mensenrechtensituatie in het Koninkrijk. Tijdens dit «landenexamen» zijn 203 aanbevelingen gedaan door landen over o.a. tegengaan van discriminatie, behandeling van migranten en asielzoekers, de rechten van kinderen en de rol van inlichtingendiensten. Het rapport van de Nederlandse UPR is tijdens deze zitting van de Mensenrechtenraad aangenomen.

Naast landensituaties worden ook een aantal thematische resoluties behandeld tijdens de Mensenrechtenraad. Nederland schaarde zich o.a. achter initiatieven tegen de doodstraf en gedwongen verdwijningen en voor betere internationale samenwerking, verbeterde rechtspraak en verbetering van samenwerking met en toegang tot de Verenigde Naties.

Het Nederlands lidmaatschap van de Raad is na bijna drie jaar ten einde gekomen. Nederland zal als waarnemer in de Mensenrechtenraad een leidende en initiërende rol blijven spelen. Daar geven wij bijvoorbeeld vorm aan door een aanjagende rol te spelen in de discussie over hervorming en de versterking van de geloofwaardigheid van de Mensenrechtenraad.

Tijdens de Algemene Vergadering van de VN in NY ben ik co-host geweest van een evenement over hervorming van de Mensenrechtenraad. Nederland ontplooit ten behoeve van deze hervorming verdere initiatieven in Genève. Nederland bepleit in Genève om gezamenlijk te werken aan de versterking van de effectiviteit en geloofwaardigheid van de Mensenrechtenraad. Dit kan worden bereikt door meer

competitie bij de verkiezing van leden van de Raad. Een bredere vertegenwoordiging van landen en een hoger niveau van respect voor de mensenrechten is nodig van de leden zelf. Verder stelt Nederland voor meer gebruik te maken van objectieve mensenrechtenstandaarden bij de agendering en behandeling van schendingen. Op 18 oktober was ik aanwezig bij het startschot van deze discussie in Genève. Daarnaast zal Nederland de campagne starten voor de eigen kandidatuur voor het lidmaatschap van de Mensenrechtenraad voor de periode 2020–2022.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders