﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26003-4/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1997-1998</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST30504</ordernr>
    <vergjaar>1997-1998</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>26 003</nummer>
      <naam>Onderzoek afkoop subsidies beleggers en particuliere verhuurders</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>4</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING
EN MILIEUBEHEER</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>24 juni 1998</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het algemeen overleg met de vaste commissie van de Volkshuisvesting
van 18 juni jongstleden heb ik toegezegd u een brief te doen toekomen over <nadruk type="vet">de mogelijke risico's van verkoop van DKP-woningen aan niet-bonafide verhuurders,
danwel verhuurders die niet als goed verhuurder optreden.</nadruk> Dit in relatie
tot de door mij voorgenomen afkoop van de DKP-subsidies met de sector Beleggers
en Particulieren, over welk onderwerp ik op 25 juni aanstaande met de genoemde
Commissie een overleg zal hebben. </al>
      <tuskop letat="vet">Begrippen en getallen</tuskop>
      <al>Ik hecht er voor een goed begrip in de eerste plaats aan om onderscheid
te maken tussen enerzijds bonafide en niet bonafide verhuurders en anderzijds
verhuurders die als «goed verhuurder» optreden en zij die dat
niet doen. Er zijn dan vier posities denkbaar:</al>
      <al>a. bonafide verhuurders die als goed verhuurder hun bezit beheren;</al>
      <al>b. bonafide verhuurders die niet als goed verhuurder hun bezit beheren;</al>
      <al>c. niet bonafide verhuurders die desondanks hun bezit als goed verhuurder
beheren en;</al>
      <al>d. niet bonafide verhuurders die bovendien hun bezit niet als goed verhuurder
beheren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik acht dit onderscheid van belang, omdat «bonafiditeit» vooral
een justitiële kwestie is, die dikwijls betrekking heeft op andere activiteiten
van de eigenaar dan verhuur en daarmee samenhangend herkomst van kapitaal
en de fiscaliteit. Het goed verhuurderschap» is vooral een een volkshuisvestingskwestie
waarop niet alleen de algemene bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, maar
ook specifieke volkshuisvestingsregelgeving van toepassing zijn.</al>
      <al>In het eerste geval richt de aandacht zich op de transacties en in het
tweede geval op het (dagelijks) beheer. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het overgrote deel van de gehele huurwoningvoorraad is in handen van bonafide
verhuurders die hun bezit als goed verhuurder beheren. Dat geldt voor woningcorporaties
en andere zogenaamde niet winstbeogende instellingen (totaal ca. 2,4 mln woningen),
voor de grote institutionele beleggers (ca. 0,2 mln woningen) maar ook voor
de vele kleinere verhuurders (ca. 0,6 mln woningen).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de afkoop van DKP subsidies voor beleggers en particulieren gaat het
om ca. 67 000 woningen. Ca. 6500 woningen van het ABP, voornamelijk in
Amsterdam, zullen bij gelegenheid van de afkoop aan de beherende woningcorporaties
in eigendom worden overgedragen. De huidige verkoop aantallen van deze DKP-woningen
zijn ruim 3 000 woningen in 1997 (in 1996: ruim 6 000 woningen).
Zelfs als deze aantallen fors zouden stijgen heeft dit betrekking op een zeer
klein deel van de woningvoorraad. </al>
      <tuskop letat="vet">De positie van de huurder bij overdracht en beheer van
woningen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">overdracht</tuskop>
      <al>In het Burgerlijk Wetboek is geregeld dat indien een eigenaar-verhuurder
zijn (complex van) woningen verkoopt aan een andere eigenaar-verhuurder, de
laatste dan in precies die rechten en plichten treedt, die de vorige eigenaar-verhuurder
richting de zittende huurders had.</al>
      <al>Daarnaast blijft de huidige huur(prijs)wetgeving, zoals deze is neergelegd
in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW), de Huurprijzenwet woonruimte (HPW)
en de Wet op de huurcommissies (WHC), onverkort van kracht.</al>
      <al>De nieuwe verhuurder kan derhalve niets veranderen in de tussen de vorige
eigenaar-verhuurder en diens huurders overeengekomen dan wel wettelijke geldende
rechten en plichten. De huurder kan via de rechter nakoming van het gestelde
in de huurovereenkomst of service-overeenkomst afdwingen.</al>
      <al>De rechten van de huurders zijn bij transacties mijns inziens dan ook
voldoende beschermd. </al>
      <tuskop letat="cur">beheer</tuskop>
      <al>Wat betreft het beheer is in de eerste plaats de huurwetgeving van toepassing.
Ten eerste is de verhuurder gebonden aan de eisen van de Huurprijzenwet woonruimte,
waardoor hij gebonden is aan de daarin opgenomen procedurele eisen en de daarin
gestelde maximale hoogtes van de toegestane huurverhogingen. Een huurder kan
via de huurcommissie nakoming terzake eisen. Ten tweede is het bij geschillen
over servicekosten e.d. mogelijk om dergelijke geschillen voor te leggen aan
de huurcommissie (Wet op de huurcommissies).</al>
      <al>Bij onderhoudsgebreken heeft de huurder daarnaast de mogelijkheid om de
gemeente (de afdeling Bouw- en Woningtoezicht) te verzoeken om een aanzegging
te doen richting de verhuurder om onderhoudsgebreken als genoemd in de Woningwet
te herstellen.</al>
      <al>Tevens wordt in het bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel
tot wijziging van de HPW, de WHC en enkele andere wetten (TK 1996–1997,
25 445) de mogelijkheid geschapen voor de huurder om via de huurcomissie,
ingeval de verhuurder niet wenst over te gaan tot herstel van onderhoudsgebreken,
een huurbevriezing of huurverlaging te vorderen. </al>
      <tuskop letat="vet">De positie van de verhuurder bij overdracht en beheer
van woningen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">overdracht</tuskop>
      <al>Kenmerk van eigendom is de vrije verhandelbaarheid daarvan. Dat geldt
in principe ook voor woningen van beleggers en andere particuliere verhuurders.
Een inbreuk op het eigendomsrecht is een zware ingreep. Aan een
subsidierelatie – zoals in het geval van de hier betreffende woningen –
kunnen voorwaarden met betrekking tot verkoop worden verbonden. In dit geval
is geregeld dat vooraf toestemming door het rijk moet worden verleend voor
verkopen gedurende de eerste twintig jaar van de exploitatie. Bij die gelegenheid
wordt thans van rijkszijde een bonafiditeitstoets uitgevoerd. In verband met
een dergelijke toets bij de verkoop van woningen van woningcorporaties (mijn
brief d.d. 12 maart 1997; VROM 97-244) heb ik daar op 20 april 1997 met de
Kamer over gesproken. Overigens lopen nu reeds de eerste jaargangen woningen
uit de genoemde 20 jaarstermijn. Bij voortzetting van de jaarlijkse subsidies
beschik ik over een beperkt aantal jaren dan ook niet meer over mogelijkheden
vooraf een oordeel over de verkopen uit te spreken.</al>
      <al>Bij het uitspreken van een oordeel is het bepaalde in de Algemene Wet
Bestuursrecht van belang. Behoorlijk bestuur vergt zeer goed gemotiveerde
besluiten. In het geval van een bonafiditeitstoets dienen dan ook overtuigende
bewijzen te worden aangevoerd dat de potentiële koper betrokken is bij
strafrechtelijke en/of fiscale delicten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In dit kader vind ik ook van belang de in ontwikkeling zijnde wet BIBOB
(Bestuurlijke integriteit bij overheidsbesluiten). Daarvan is het de bedoeling
dat bij handelingen van de overheid en aan de overheid gerelateerde instellingen
met derden vooraf getoest wordt of de betrokken derde bonafide is (in het
licht van het strafrechtelijke of fiscale verleden). Door de Wet BIBOB krijgen
departementen beter toegang tot gegevens over het strafrechtelijke of fiscale
verleden van derden.</al>
      <al>Het is de bedoeling dat de Wet BIBOB o.a. van toepassing wordt op verkopen
van woningen door toegelaten instellingen. Dit laatste middels een in de Woningwet
op te nemen vergunningenstelsel voor verkopen.</al>
      <al>Zoals ik echter hierboven uiteen zette, zal dit instrument alléén
in evidente gevallen ertoe kunnen leiden dat ik mijn toestemming onthoud aan
verkopen van woningen door een woningcorporatie. In dit kader ben ik derhalve
van mening dat ook na invoering van de Wet BIBOB (vooralsnog 2000/2001), die
niet voor beleggers en particuliere verhuurders zal gelden, de in ontwikkeling
zijnde toetsbare gedragscode het belangrijkste aanvullende instrument zal
zijn om verkopen aan andere verhuurders in goede banen te leiden. Met zowel
de sociale sector als met de particuliere sector ben ik thans in overleg over
de totstandkoming van een dergelijke gedragscode. </al>
      <tuskop letat="cur">beheer</tuskop>
      <al>De verhuurder is op grond van het Nieuw Burgerlijk Wetboek verplicht om
het verhuurde daadwerkelijk te leveren, het te onderhouden en de huurder het
«rustige genot» daarvan te doen hebben. Bovendien moet de verhuurder
het verhuurde in alle opzichten in goede staat houden en alle daarvoor noodzakelijke
reparaties verrichten. Ook moet de verhuurder de huurder vrijwaren van verborgen
gebreken (art.1586–1588 bk 7A, 7de titel NBW).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Specifiek voor sociale verhuurders gelden nog de regels van het Besluit
Beheer Sociale Huursector. Daarin is onder meer bepaald dat zij zich expliciet
dienen te verantwoorden voor de betrokkenheid van bewoners bij het beleid
en beheer. </al>
      <tuskop letat="vet">gedragscodes bij de verkoop</tuskop>
      <al>In het afkoopconvenant met betrekking tot de afkoop van subsidies van
beleggers en particulieren is een gedragscode opgenomen die door de beleggers
bij eventuele verkopen van woningen wordt gehanteerd. Vergeleken met de huidige
situatie waarbij de preventieve bevoegdheden van jaar tot jaar beperkter worden
vind ik dat pure winst. </al>
      <al>Ook de Algemene Rekenkamer spreekt in dit verband van een stap op de goede
weg.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Daarnaast voer ik overleg met de koepels van woningverhuurders (IVBN,
ROZ en Aedes) om te komen tot een toetsbare gedragscode niet alleen m.b.t.
verkoop maar ook m.b.t. beheer van huurwoningen in Nederland, waarbij de hantering
van de gedragscode getoetst dient te worden door een onafhankelijke derde
(bv. een accountant). Het gaat daarbij dus niet alleen om de nu af te kopen
DKP woningen, maar om alle huurwoningen.</al>
      <al>Deze stap gaat voort op die goede weg. Er zijn derhalve alle nodige maatregelen
genomen om ordelijkheid bij transacties en beheer van huurwoningen waaraan
ik zeer hecht te bevorderen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,</functie>
        <naam>D. K. J. Tommel </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>